Dagelijks archief: 27 okt 2019

Bélèm uit en verder in Pará

25 – 27 oktober 2019

Ik dacht, ik ga Belèm verkennen, wat gedeeltelijk is gelukt totdat er én een stortbui losbarstte (maar dan ook echt een stortbui) én er een power cut was waardoor het leven nog net niet tot stilstand kwam.

Straatbeeld voordat het begon te regenen

Zilverreigers naast een soort gieren. Die gieren heb ik veel gezien, hier voor het eerst wat beter kunnen vastleggen


Een mooi moment voor een korte tussentijdse evaluatie na etappe 1 (etappe 2 is naar Palmas, zo’n 1200km verder, en etappe 3 naar Salvador, weer zo’n 1600km verder): het gaat echt erg goed! Merk dat ik me goed heb voorbereid. Het was in Suriname wennen aan de hitte en ook was ik nog relatief ongetraind. Ik voelde pijntjes tijdens het fietsen in rug, nek, handen. Gewoon ongetraind. Dat duurde minder dan een week, toen was het weg.

Het stuk over de rode aarde door de jungle in Brazilië was weliswaar retezwaar, maar niet zo zwaar als ik dacht. Ik had een blog gelezen van iemand die bij elke steile heuvel eerst z’n tassen van z’n fiets moest halen, de fiets naar boven moest duwen en nog twee keer naar beneden moest lopen om z’n tassen te halen en weer omhoog natuurlijk. Dus: ja, het was zwaar maar ik was op erger voorbereid. Bovendien vond ik de ontmoetingen met de locals in de jungle erg leuk (iets wat Brazilianen, die ik erover vertelde, trouwens verbaasde omdat de Indianen oha weinig op hebben met andere landgenoten, maar dat ben ik dan ook niet: een landgenoot).

Ik ben elke dag weer benieuwd wat ik ga zien, ga meemaken en welke ontmoetingen ik zal hebben.

Geen materiaal- of andere pech tot nu toe, ik mis geen spullen, heb hooguit teveel mee. Fysiek voel ik me een Duracell-konijntje als ik fiets. Ik zit goed in m’n vel; geniet van het fietsen, reizen, de omgeving en mensen. Als ik een dipje heb, zal ik dat ook delen! Als het zo blijft gaan als het nu gaat, dan ben ik dik tevreden.


De volgende dag (26 okt 2019) fietste ik de stad schuin door naar de haven waar de boot naar Arapari vertrekt. Alternatief was om óm te rijden, door de buitenwijken en dan de brug over de Rio Guamá te nemen. Maar de buitenwijken van grote steden (wat Bélèm is: zo’n 1,5 miljoen inwoners) kunnen tricky zijn, én was het om. Bootje dus genomen. (Nou las ik achteraf ook nog dat die brug verderop dicht was dus goed besluit). Op alle kaarten (ook Google Maps) stond de haven waar vandaan de boot zou vertrekken inclusief lijntje in het water met aanduiding vd veerdienst, maar die was kennelijk veranderd. Nu vertrok hij van Porto Henvil, zo’n 3km verderop.

Ik was niet de enige die het een goed idee vond om met de boot te gaan

Aan boord toen het nog rustig was

Toen ik aan boord was kwam een geïnteresseerde man (Otaciano heette hij) naast me zitten omdat hij ook graag fietste. Zo zijn de Brazilianen, ze knopen graag een praatje met je aan. Hij sprak redelijk Engels! 

Hij wilde ook graag ’s met zijn vrouw een lange fietstrip maken, maar ze hadden nog een jong meisje. Hij had veel vragen. Dan moeten natuurlijk ook telefoonnummers en hartelijkheden worden uitgewisseld. Ik merk steeds weer: Brazilianen zijn erg contactueel!

Afijn, de boot ging steeds maar niet. Lang verhaal kort: iedereen moest eraf en toen er weer op. Waarom? Iets met de motor (maar wat voor zin het nou had om er af en weer op te gaan zal ik nooit weten).

Ik ben nu in de staat Pará. Het is meteen anders hier. Jungle-achtige begroeiing aan weerszijden van de weg. Veel kleine dorpjes en ontzettend veel kerkjes ook. Leuke afwisseling van het landschap (en zeker leuker dan de eucalyptusplantages van Amapá).

Weelderig

Tropisch

De weg liep káársrecht richting de doorgaande interstate: de PA-475 die ik een paar honderd km zal gaan volgen, geruststellende gedachte..

In Colonia Nova een bordje jeweetwel gegeten (zou dat nog gaan veranderen?) en neergestreken in Moju, aan de gelijknamige rivier. Een zeer simpele Pousada. Mijn kamer is eigenlijk een gekantelde kledingkast met bed, plankje én traploos regelbare ventilator. De kamer is zó klein dat mijn fiets er niet bij kon, maar die staat praktisch naast me achter het muurtje onder de trap. Maar voor €9,- moet ik niet zeuren (en dat doe ik dan ook niet).


27 okt 2019: Ik kreeg nog ontbijt ook! (al bestond dat uit zachte witte bolletjes met zoute boter en mierzoete koffie – who cares!). De receptioniste dacht: arme man, ik bak een eitje voor ‘m. Dat vind ik dan zó aardig!

In Belèm had ik een SIM voor m’n telefoon gekocht en niet zonder slag of stoot geïnstalleerd. Úren met hulp van A. op afstand die in Br woont, screenshots sturend (via de WiFi dan weer). Maar goed. Ik ben – daar waar er TIM bereik is (mijn provider heet TIM) – mobiel bereikbaar, dat hier spotgoedkoop is: paar euro voor 2Gb.

Pará staat, althans waar ik fiets, vól met palmolieplantages.

Ik vind ze mooier dan die eucalyptusplantages in Amapá.

Onderweg veel babbeltjes. Waar kom je vandaan, ga je heen, enz. Brazilianen schuwen het niet om me te vragen. Dat is leuk aan de mensen. Bijna iedereen reageert positief, handen schuddend, soms een selfie makend.

De ruimte in Pará wordt verder ook voor veeteelt gebruikt. Dat vlees dat hier gegeten wordt in gigantische hoeveelheden moet ergens vandaan komen.

Aan de horizon staan grote hoeveelheden runderen

Roadkill: een rund? De huid is nog intact

Lange, rechte wegen

Eenvoudige dorpjes

Het was 14u. De hitte loopt op om te pieken op 15-16u. Ik nokte ermee want ik vond een prachtige posto, een benzinestation met supermarkt, restaurant en kamers. Ik had een beetje gehoopt op een hangmatplek, maar kamer is ook goed. Ik streek hier neer halverwege de middag, beetje naar de vrachtwagens kijken vanaf het terras, boekie lezen.

Uitzicht vanaf m’n terras