Maandelijks archief: november 2019

Overstromingen!, Lencois en Lencois..

26 nov 2019: Het was weer grijs weer. Aan de ene kant lekker (geen hitte), aan de andere kant een beetje mistroostig en grauw.

Seabra nadat ik vertrokken was de bergen in

Het weer werd, naarmate ik verder en hoger kwam, steeds slechter. Het begon met licht spetteren, sproeien eigenlijk, maar eindigde in echte regen tot op het niveau dat ik mijn regenjas aan moest omdat ik het koud kreeg. Ik wil niet zeuren, maar ik moest én klimmen, én had wind tegen, én het regende. Het zicht werd ook nog ’s grotendeels belemmerd door de bewolking.

Ik had mijn oog laten vallen op een pousada in São João, aan het begin van het park. En die bestond gelukkig ook gewoon. Kamer ook beschikbaar. Prijsniveau tikkie hoger dan ik gewend ben maar dat mag ook wel hier.

Ik kijk uit op de Morro do Pai Inácio een berg(je).

De Morro do Pai Inácio

Op de TV zag ik berichten over zware regen en overstromingen in Salvador. Stroomuitval, modderstromen, verkeersopstoppingen, toestanden. Dan viel het hier nog mee.

Ik had er een hapje gegeten. Eten is altijd interessant (toch?): een héérlijk stoofpotje met zacht rundvlees en gestoofde uien in een lekkere saus met aardappelpuree en sla. De grote zwarte gietijzeren pannen stonden middenin het restaurant op een gigantisch fornuis (kookeiland avant la lettre) met een dik afvoerkanaal door het plafond. Het kwam allemaal heel authentiek over. Pannen en oude werktuigen aan de muur, een beetje een wintersportchalet (alleen weinig winter dan).

Daarna was ik gaan douchen en op bed gaan liggen, boekje lezen. Had nota bene sokken (!) aangetrokken, zo koud was het. En dan heb ik het over temperaturen vèr onder de 25°..

27 nov 2019: op de dag dat mijn vrouwtje jarig was, was het bar en bar slecht weer. Het regende continue. Het zou tot vèr in de middag regenachtig blijven. De hulp in het restaurant had een muts op 😄. Koortsachtig bekeek ik de weer-app. Toen me dat niet beviel, een andere weer-app, maar dat hielp ook niet. De voorspellingen gaven overal regen aan. Om 11u moest ik eraan geloven: ik moest eruit.

Het ritje naar Lencois was een kleine 30km en goeddeels bergaf. Tussendoor natuurlijk klimmetjes waar je oksels van gaan klotsen, maar goed. Dat ben ik inmiddels wel gewend.

Er was een mooie, niet geasfalteerde doorsteek (dat had waarschijnlijk grotendeels lopen geweest), maar daar begon ik maar niet aan in dit weer.

Nog vóór de grootste afdaling (Lencois ligt pakweg 600m lager dan waar ik vandaan kwam) was de begroeiing bijna West-Europees, niets bijzonders. Maar naarmate ik verder afdaalde, werd het steeds tropischer.

De hotelier vertelde me dat dit de fruitsoort jaca is. Ik vond de Nederlandse naam Nangka of Jackfruit. Obsceen grote vruchten.

Aan het einde van de afdaling ligt het toeristische stadje Lencois. De aanrijroute vereist wat mij betreft nog wat aandacht van het gemeentebestuur maar het is een práchtig klassiek dorpje!

Lencois is een beetje zoals Volendam, maar dan zonder Chinezen, Amerikanen en Duitsers. Het is er rustig nu, maar ik kan me voorstellen dat het op betere dagen drukker is. Smalle glooiende straatjes met kasseien (beroerd fietsen!), lage pastelkleurige huisjes, parkjes en veel mooie tropische begroeiing. Opvallend: ze hebben het netjes gehouden! Geen troep, bouwafval, zwerfvuil, enz. Een verzuchting. Het maakt de omgeving zóveel aantrekkelijker! Er zijn veel kleine terrasjes op straat. Ook veel shopjes van waaruit excursies worden georganiseerd (hikes, bezoekjes aan watervallen, triketochten, enz). De meeste straatjes zijn te smal om te parkeren. Verrassend weinig auto’s ook!

Omdat het flink geregend heeft, is het riviertje dat door het plaatsje loopt wat groter dan normaal. De watervallen zullen ook wel uit hun voegen barsten!

Ik was ’s middags eens met een biertje in een achterafstraatje op een terrasje gaan zitten. Bewolkt maar heerlijke temperatuur, geen wind. Vooral de lokale beslommeringen ’s bekeken. Veel contact tussen mensen, iedereen kent elkaar.

Net zoals in Cuba rijden hier nog van die oude Amerikaanse bakken rond van tientallen jaren oud. Stínken dat die krengen doen! Maar ze doen het nog, dat is vanuit duurzaamheidsperspectief dan ook wel weer wat waard.

Oude Amerikaanse krengen

28 nov 2019: Vandaag zou AM hier ook heen komen. Ik zag uit naar gezelschap en weer Nederlands praten, zonder stumperige zinnetjes en over andere onderwerpen dan hoe ver, hoe lang, hoeveel km per dag, enz. Ondanks dat dat allemaal vriendelijk en goed bedoeld is, is de lol dáár wel van af (ik doe nog steeds mijn best, hoor)!

We zijn eerst naar de nabijgelegen cachoeira (waterval) gegaan. Het was een kleintje, we noemen haar: cachoeirinha. Een breed rotsachtig oneffen aflopend plateau konden we belopen. Daar tussendóór in gaten en onderdoor liep het glasheldere water. De lokalo’s sprongen in zo’n gat, wetende dat het diep genoeg was. Ik dacht even dat ze met hun kop op de rotsen zou komen, maar nee.. Ze doken onder en kwamen ergens anders weer boven water.

Er zijn mensen die dit blog lezen die behoefte hebben aan het zien van mijn gebronsde torso onder een waterval. Nou heb ik wel gebronsde lichaamsdelen, maar mijn torso valt daar niet onder. Die is nog net zo bleekscheterig wit als in NL. Desalniettemin:

Maar ik heb wel hele bruine benen!

’s Middags zijn we terug gereden naar de berg waar ik tegenaan keek toen het ik in de kou in de tegenoverliggende pousada zat. Tóen lag de berg in de mist, nu bood ie een prachtig uitzicht. Je kon er namelijk óp klimmen (het eerste stuk konden we met de auto doen). Het uitzicht bovenop deze tafelberg is magnifiek!

Bovenop het plateau van de berg kwamen allemaal bijzondere planten en bloemen voor (waar ik geen verstand van heb).

Uit betrouwbare bron vernomen dat dit een passievruchtbloem is

Adembenemend is de term

Geluidsboxen, slechte cowboy en bergen!

23 nov 2019: ’s Avonds is het verrukkelijk buiten. De mensen lijken wel uit hun ‘holen’ te kruipen, de plaatsen komen tot leven. Zeker gisterenavond omdat het overdag gisteren bloedheet was: Google meldde 38°. Het vrachtverkeer neemt af, het brommertjesverkeer toe. Er wordt op terrasjes gezeten, op bankjes gebabbeld, gegeten en gedronken.

Helaas komen na zonsondergang ook de geluidsboxen tevoorschijn. In auto’s, karretjes achter auto’s of brommers, of op autodaken. Soms staat er nog een apart aggregaat op het karretje om de krengen van voldoende stroom te voorzien, dat lukt niet met een accuutje. Uit de boxen schalt muziek afgewisseld met gezwollen gesproken aanprijzingen. Van evenementen? Producten? (‘Colgate! Nu 2 tubes halen, 1 betalen!’). Ik weet het niet. Het enige dat ik weet is dat ze een kolereherrie maken, maar dat is natuurlijk juist de bedoeling. Men ondergaat het lijdzaam.

Een klein autootje met zulke grote boxen!

Vannacht ondanks de wat luidruchtige fan prima geslapen. Het voordeel van een fan is dat de muggen het te winderig vinden. Een airco is natuurlijk luxer (áls ze die hebben dan kosten de kamers ook ietsje meer) maar gek genoeg kan het dan nog wel eens frisjes worden, ’s nachts. Ik zet de airco ‘s nachts vrij hoog (warm) op iets van 26 of 27°. Maar die muggen vinden dat ook weer prima. Allemaal dilemma’s in het leven..

Vanmorgen in de ‘bergen’, 25km verderop, kwam ik door het gehucht dat ik de lelijkheidsprijs wil geven van de plaatsen die ik tot nu toe heb gezien, en dat zijn er heel wat. Het gehucht heette: Cana Brava. Werkelijk alles was kapot en vervallen. Overal bouw- en huishoudafval. De plastic bierverpakkingen van de six en twelve-packs rolden door de wind over straat. De hele berm glinsterde van de glasscherven in de zon.

Er was één tentje aan het einde van het gehucht waar ik wat kon drinken. De muziek blèrde uit de gigantische boxen. Ik had oogcontact met de eigenaar, prikte mijn wijsvinger in mijn oor en lachte. Hij snapte het en zette ‘m zachter. Hij had geen blikjes alleen maar literflessen dus dat werd een liter Guaraná. Heerlijk spul (ginger ale-achtig). Ik leng het aan met water want het is wel errug zoet.

Ik zat daar even lekker, wat een aanmoediging bleek om de muziek maar weer wat harder te zetten. Het ging nog nèt..

Mensen verkochten hun fruit aan de kant van de weg.

Geen bittere armoe, maar tóch. Wat me dan verbaast is het aantal mensen met pontificaal op hun shirt ‘Brasil’ gedrukt. Echt ook een land om trots op te zijn als je daar woont, denk ik dan. Maar Brazilianen zijn over het algemeen erg trots op hun land. Ze zijn ook altijd een soort van gevleid als ze horen dat ik zo’n stuk door hun land fiets. Dat wordt erg gewaardeerd.

De vrachtwagens denderden door het dorp, afremmend voor de drempels waardoor het asfalt ervóór opstroopt en steeds slechter wordt. Mijn vertaalapp had het woord ‘fijnstof’ niet in het bestand staan.. Wat een drama om aan zo’n doorgaande weg te wonen met zó veel vrachtverkeer.

Ook vandaag was het weer heet, ik schatte 35°. Ik merkte dat ik vaker en langer ging pauzeren. Niet dat dat een probleem is, ik ben meestal vroeg in de middag op plaats van bestemming, dus nog tijd genoeg.

Een stuk verder zag ik weer een posto die aanleiding gaf om even te stoppen. Weer eentje van Shell, goed vertegenwoordigd in Brazilië.

Het decor van mijn saucijzenbroodje en drinkyoghurt (ja, het wordt nog ‘s wat met mij en eten in Brazilië)

Op verzoek, een shot uit een slechte cowboyfilm. Ik heb de foto als het goed is iets kleiner gemaakt..

En zo ook vandaag was ik rond 14:30 in Beira Rio. De afstand tot Chapada Diamantina, het natuurpark, vanaf hier is nog zo’n 200km. Vanaf Chapada is het vervolgens nog rond de 500km naar Salvador, maar misschien dat ik iets óm ga. Ik zat na vandaag op de 3450km. Ik word omgeven door bergruggen dus ontkom ik niet aan flink klimmen, zoveel is me duidelijk.

Aan alle kanten omringd door bergen

In de vorige pousada heb ik een plastic stopje meegenomen (niet zeuren!) om de wastafel mee vol te laten lopen. Nu kan ik mijn kleren een beetje laten weken met een sopje erbij (ja, dit blog gaat wel ergens over).

Er was kennelijk een belangrijke voetbalwedstrijd op tv, ’s avonds.

Vaak in het shirt met de clubkleuren. Wel gezellig, samen voetbal kijken.

Er werd gescoord door het team met de paars-zwarte shirts (het bleken de Flamengo’s te zijn uit Rio). De hel brak los! Vuurwerk, krijsende en gillende mensen, toeterende auto’s en vrachtwagens. Brommers die heen en weer scheurden. Ik realiseerde me hoe belangrijk voetbal voor de Brazilianen is. Érg belangrijk! Ik vind ’t allemaal wat infantiel, ben er niet geschikt voor.

Je bier krijg je hier met een koeler: een plastic omhulsel gevuld met isolatiemateriaal. Bovenop zit een kraag die voorkomt dat je flesje eruit dondert als je je biertje inschenkt.

Ook geen bijzondere glazen.

Aan aanstellerige bieren als IPA’s, witbieren en andere speciaalbieren met een vleugje kaneel en een ‘bittertje’ doen ze hier niet. Gewoon pils. Verfrissend! Het bier is trouwens iets lichter dan in NL: 4,5%. Waarom geen 5% is me een raadsel.

24 nov 2019: Ik wilde naar de kapper maar die was natuurlijk dicht: het was zondag! Ik heb geen besef van de dagen van de week.

De weg naar Queimade Nova was volledig recht. Geen enkele bocht! De hele 40km.

Zo dus..

Verderop hoorde ik een licht getik / gesleep. Aanlopen van de rem? Iets in mijn wiel? Tussen de spaken? Ik kon het niet vinden, fietste door, maar het zat me dwars. Maar ‘s echt goed gezocht en daar zag ik het: een dunne staaldraad in mijn achterband. Ik trok ‘m eruit, maar níet lek!

Weer een paar km verderop hopte ik van de hoofdrijbaan naar de vluchtstrook en toen voelde ik het: alsof mijn band onder m’n kont vandaan zwabberde. Tóch lek (overigens, ik kén mensen die nooit een lekke band krijgen!). Maar dat mag dan ook wel na 3500km met ontzèttende veel scherpe troep op de vluchtstrook, verreweg het meest vrachtwagenbandrestanten. Het stalen vlechtwerk in de banden ligt in stukjes overal verspreid. Mijn Schwalbe Evolution banden met kevlar hebben het goed uitgehouden!

Het ligt hier aardig aan de rand maar veel ligt ook op de vluchtstrook

Binnenband dus gewisseld (ik heb twee reserve mee. Plakken doe ik evt op een hotelkamer). Ik werd tijdens het wisselen verrast door een wolkje voor de zon. Timing. Heb mijn stoeltje uitgevouwen en ben er even lekker voor gaan zitten. Mijn Rohloffnaaf lekt ook nog steeds te veel olie naar mijn zin, maar zelfs volledig droog doet-ie het nog. Salvador ga ik wel halen.

Ik moest er natuurlijk een keer aan geloven

Bij een volgend kruispunt was een prachtige posto met een restaurant waar ze verse succos (sapjes) maken. Die zijn zó lekker! Ik bestelde een maracujá. Ik wist inmiddels dat de klemtóón op de laatste lettergreep moest, maar het meisje keek me vragend aan. Ik herhaalde vragend: maracujá? En toen snapte ze het. Alleen pakte ze toen twee prachtige gele vruchten en vroeg ze of ze het dáárvan moest maken. Volgens mij is maracujá gemaakt van passievrucht, maar al die sapjes zijn lekker. Ik knikte dus maar laf ja. Ze ging ermee aan de slag. Ik had mezelf op een hele karaf getrakteerd. Ondanks pogingen, kon ik het niet langzaam opdrinken..

De bergen doemden op aan de horizon. Ik kwam bij het dorpje Queimada Nova. De sfeer verandert voor mij meteen met de bergen als decor.

Queimada Nova

Het was 12:30 dus daar maar geluncht. Op de TV werden de Flamengo’s onthaald; wat een mensenmassa!

En daarna kwam de overweging: hier blijven of doorfietsen. Tot nu toe had ik steeds voor de laatste optie gekozen, ook nu weer. Maar het zou klimmen worden! Mijn app toonde een mooie geleidelijk stijgende lijn van pakweg 10km lang met een stijging van 400m, dus 4%, net mooi. Tot zover de app.. Dat valt dan tóch weer tegen want er zitten meer dipjes en piekjes in dan getoond in de app. Tóch nog een pittig stukje dus. Maar de uitzichten – die zo moeilijk zijn vast te leggen – waren prachtig!

Het witte bordje geeft het advies aan chauffeurs om op de motor te remmen. Die bordjes staan bij steile afdalingen.

Ik trok op met sommige vrachtwagens die letterlijk een tijdje naast me reden (6 a 8 km/u). Mijn portie fijnstof heb ik wel weer binnen vandaag.

Om 16u kwam ik aan in Lagoa do Dionísio. En ik was er ook wel klaar mee. Meteen na binnenkomst een prima pousada, een zegen! Ze hebben eigenlijk altijd kamers en zijn nooit duur.

Ze hadden geiten als Unique Selling Point.

Ze proberen steeds binnen te komen maar krijgen een rotschop als ze het doen.

‘s Avonds waren er zware regenbuien met onweer. De verlichting flikkerde in het hotel en de WiFi viel uit. Ik vroeg nog: não internet? De reactie was een beetje van: nee, wat denk je zelf!?

Mijn avondmaaltijd was een zak chips met een fles bier. Geen disco vanavond, maar boekje gelezen op bed.

25 nov 2019: Het was een grauwe dag. Volgens de voorspellingen zou het ook gaan regenen. Het landschap leek wat op de Schotse hooglanden of het Britse Peak District: bergachtig met afgeronde toppen, korte begroeiing met een blauwachtige gloed.

Ik had het zwaarste klimwerk gisteren gehad, maar was toch nog onaangenaam verrast door de kuitenbijtertjes die er tussen zaten. Daarbij kwam dat ik wind tegen had! Geen storm, maar tóch.

Ik was eerder veel termietenheuvels tegengekomen, maar hier waren ze in een boompje of tak gebouwd. Een soort termietenlollies!

img_3878

Termietenheuvel op een stokje

Ik had eigenlijk nooit een termiet gezien, maar zag wel een gigantische mier lopen. 

img_3882

Ik heb mijn maatje 45 erbij gezet.

Onderweg hoopte ik op leuke dorpjes, maar dat zat er niet in. De sterk vervuilde bermen (ze flikkeren er werkelijk álles in!) worden zo nu en dan afgefikt. Een soort sanering.

img_3879

Afgefikte berm bij wijze van sanering?

Ik weet niet wat dat doet met de bodemgesteldheid maar het zal niet veel goeds zijn.

ik landde in Seabra, een vrij grote plaats. De aanvliegroute was prachtig met een dalende weg die uitzicht gaf op Seabra.

Zicht op Seabra

Douchekoppen, hoppa! en militaire bananen

20 nov 2019: In de categorie lokale eigenaardigheden: de elektrische douchekop in Brazilië. Volledig contra-intuïtief en ook wel een beetje een eng idee: er zit een elektrische verwarmingsspiraal in de douchekop. Je kunt ook de temperatuur verstellen (stand uit, half, heel) alhoewel dat nooit goed lijkt te werken bij mij. Vaak is het elektrische gedeelte voor deze toepassing slecht beveiligd (afscherming, aarding). In mijn pousada van vannacht ziet mijn douchekop er bijvoorbeeld zo uit:

Als er doucheverwarming is, dan is het dit type. Deze ziet er nog goed uit!

(Mochten er geen blogjes meer verschijnen…).

De BR242 naar het oosten was druk met vrachtverkeer. Ze rijden áf en aan! Er is weliswaar een vluchtstrook, maar die is van slechte(re) kwaliteit en ligt lager dan de hoofdweg; je moet als het ware een richeltje af (en weer op). Ik reed dus zo veel mogelijk op de hoofdweg, steeds kijkend in mijn spiegeltje en af en toe ‘sprong’ ik op de vluchtstrook als ik zag dat een vrachtwagen geen ruimte liet. Sommige denderen echt door, andere reden met een boog om me heen. Daarna zocht ik weer een geschikt plekje om weer óp de rijbaan te komen, ergens waar het hoogteverschil tussen vluchtstrook en hoofdweg laag was. Inspannend fietsen zo.

Savannelandschap heet dit

Ik kan Salvador nu bijna ruiken!

Onderweg luisterde ik naar podcasts waar ik erg verslingerd aan ben geraakt. Ik had vandaag ‘The Drop-out’ afgeluisterd. De geschiedenis van Elizabeth Holmes die in de VS een revolutionair apparaat om snel en makkelijk bloed te analyseren ontworpen zou hebben, miljoenen aan kapitaal heeft ingezameld van niet de minsten, en de boel vreselijk heeft belazerd. Na 67km kwam ik aan in Cristópolis.

Cristopolis. Zeg nou zelf: daar gaat je hart toch van open!

Ik had een alleraardigst maar niet zo heel snugger meisje in de pousada waar ik incheckte. Ik heb nog nooit zo’n moeilijk incheckproces gehad. Eerst vroeg ze, na mijn paspoort te hebben bekeken, om mijn Braziliaanse papieren! 😄 Dat ik die niet had vond ze maar moeilijk te verkroppen. Het invullen van het formuliertje om gasten te registreren viel ook niet mee. Ik vraag mij überhaupt af waarom dat gedaan wordt en wat er met die papiertjes gebeurt, maar sois. (Ik heb wat doorstaan bij het invullen van dit soort papiertjes in Rusland maar dat is weer een heel ander verhaal). Mijn ‘CPF’ (vergelijkbaar met ons BSN denk ik) had ik niet, wat ze ook uitermate verwarrend vond! Met mijn naam die ze invulde (de tong tussen de tanden) was ik weer wél tevreden: ‘Koninkrijk der Nederlanden’. Ik wilde haar eerst corrigeren, maar dacht toen: deze naam vind ik chiquer. Bovendien was het uiterst risicovol dit proces nu te onderbreken nu er enigszins schot in zat. Ze had het helemaal goed overgenomen, zag ik zo snel.

Maar toen ik zei dat ik met kaart (cartão) wilde betalen, toen was de maat vol met dat buitenlandse gedoe! Ze ging haar vader bellen of dat allemaal wel kon, met zo’n buitenlands type met misschien wel een hele rare niet-Braziliaanse kaart! Ik zei nog: ik betaal nu, dan kunnen we meteen checken. Maar nee… Haar vader had kennelijk gezegd: doe maar, want de procedure werd gestart. Ze kreeg helemaal een stuip toen ik met mijn telefoon betaalde.. Het papiertje van de betalingsbevestiging dat vervolgens tóch snorrend uit het machientje rolde stemde haar echter tevreden. Zowel de check-in als de betaling was volbracht.

Daarna moest ik nog mijn fiets op mijn kamer zien te praten. De procedure was echter: fietsen in de garage. Ik liet haar mijn app zien met speldenknopjes op de kaart waar ik allemaal overnacht had en dat ik óveral mijn fiets mocht meenemen. Dat was kennelijk overtuigend. Als laatste uitdaging wilde ik een kussen, er lag er geen in mijn kamer, en de WiFi-code. Ze was uitermate traag, maar bedoelde het goed.. Het is allemaal gelukt. Zij was misschien nog wel blijer dan ik.

Een veelgebruikte groet hier is: ‘hoppa’! Zó gek. Loop of fiets je ergens langs, zegt iemand zomaar vanuit het niets: ‘hoppa’! En dan gaat de toon ook mooi omhoog op de eerste lettergreep: hóppa!. Als een circusartiest die de door de hoepel springende geit aanprijst. Ik ben er nog niet aan toe hoppa! terug te roepen. Morgen maar ’s proberen.

’s Avonds stond voor het hotel een bbq-oven. In de lobby kon je salade halen, rijst en natuurlijk bonen. Een man stond spiesjes te bbq-en en deelde in ogenschijnlijk willekeurige volgorde de spiesjes uit als ze klaar waren. Een TV stond op een plastic tafeltje met…. voetbal. Een soort straat-bbq, wel gezellig!

Straathonden scharrelen altijd rond. Ze zijn schuw en worden onverbiddelijk weggejaagd. Kennelijk weten ze af en toe wat mee te snaaien want ze zijn zelden vel over been

21 nov 2019: er stonden veel stalletjes langs de weg met water (leek me sterk), olie of wat anders. Het bleek wat anders, namelijk cachaca te zijn, de sterke drank gemaakt van suikerriet. Dat kost hier een drol. Kennelijk nog genoeg om de zelfgestookte drank toch aan de weg te koop aan te bieden. Weet niet of dat allemaal heel kosjer is (methanol). Ik begin er maar niet aan..

Zelfgestookte cachaca. Thanks but no thanks..

De afdeling wild is wat ondervertegenwoordigd op deze reis. En zeker levend wild..

img_3728

In Povoado de Agua Doce dronk ik een Gauraná. Ik zat op het terrasje van het winkeltje / restaurantje naast de uitbater die daar zat te zitten, wachtend op klandizie. Laag tempo, lamlendig zou ik het willen noemen. Hoeveel jaren houdt iemand dat vol?

Ik fietste weer op een plateau (op rond 800m hoogte) met vèr uitzicht over het savanna-achtige landschap. Voor het eerst had ik echt hinder van de tegenwind. Warme weerstand..

Weet niet of het tot uiting komt, de weidsheid

Een man stond aan de overkant van de weg stil bij zijn auto en vroeg me te stoppen. Hij had een vogel in zijn gril. Hij was aan het rommelen in zijn bagageruimte. Hij zei dat ie een passaro (vogel) had aangeredenen gebaarde me om naar em frente (de voorkant) van de auto te gaan. Daar hing inderdaad een vogel, half in de gril gezogen, zijn kop bungelde omlaag. Ik trok het beest van de gril en plukte de losse verenplukken uit de gril. Zo te zien geen schade (aan de auto). Ik vroeg de man de motor te starten, wat probleemloos ging. De man bleek wat Engels te spreken. Hij wilde me als dank een fietspomp geven die hij in zijn achterbak had (die kun je ook echt goed gebruiken als je al een paar duizend km door Zuid-Amerika hebt gefietst..) en daarna bood hij een doosje trapaslagers aan! Voor beide bedankte ik vriendelijk. Ik had ze nu even niet nodig..

Ik vroeg me eigenlijk af waarom ie me nou stopte? Vogelfobie?

Vreemde gang van zaken. Hij kon weer verder

In Lagoa do Oscar was het tijd voor lunch.

Het volgende dorp na Lagoa do Oscar was Javi, zo’n 44km verderop. Ik had eigenlijk geen zin om door te fietsen. Aan de andere kant, hier was ook niks. Bovendien komt het mooiere landschap dan sneller in zicht. Nóg een argument: hierna zou ik flink moeten klimmen. Veel km’s zitten er dan niet zo in.

Een blank gezin (jong echtpaar, kind en oma) stapten uit hun jeep voor het restaurant. Je ziet in dit gedeelte van Brazilië weinig tot geen ‘blanken’. De meesten hier zijn van licht tot donker getint, maar meestal licht. Het jonge gezin en oma waren duidelijk anders gekleed, modernere kleding, grote zonnebrillen, luxe handtassen. Ze gedroegen zich ook afstandelijk, vond ik.

Een paar km verderop stopte een auto voor me met knipperende lichten. Wat nou weer? Hij ratelde wat uit het raam toen ik langzaam langsreed. Ik zei hem: ‘Não falo muito bom Portuguese‘. Hij sprak daarna langzaam over een thermosfles die hij een stuk terug zag liggen (ik had ‘m ook gezien) en vroeg me of hij misschien van mij kon zijn. Aardig hè? Attent!

Langs de weg kwam ik cactusteelt tegen.

De bladeren waren doorgesneden. Daaruit staken nieuwe blaadjes

Na het saaie stuk op de hoogvlakte begon ik de kilometerslange afdaling. Ik ging rechtop zitten om veel wind vangen te vangen om niet te snel te gaan. De vrachtwagens remden tot de remschoenen bijna verbrandden. Rookwolken kwamen van de wielen. Stank van frictiemateriaal. Maar het was heerlijk omdat ik niet te hard ging en de weg egaal en overzichtelijk was. Daarbij veranderde het landschap in positieve zin. De non-descripte struikjes en bosjes van de savanna veranderden in echte loofbomen.

In de verte het plateau waarvan ik was afgedaald tot huidige hoogte (475m).

Boom met prachtig rode bloesem!

Javi bleek een leuk plaatsje te zijn. Niet de gebruikelijke afval met de bijbehorende weeë, rottende lucht. Geen kapotte straten. Boompjes, perkjes. Ik fietste even door het centrum (niet gèk ver om) en weer terug naar de prachtige pousada aan het begin van het dorp. Alles werkte, was mooi betegeld, afgewerkt. Heerlijk!

De eigenaar van de pousada (denk ik) was zeer geïnteresseerd in mijn fiets en fietsen iha. Hij kon niet wáchten om zijn eigen carbon mountainbike te laten zien. Er wordt dan vermoed dat ik daar dan veel verstand van heb en ik ga me dan ook zo gedragen: peinzend alle onderdelen van de fiets beoordelend. Af en toe een positief mompeltje, wat voelen aan het een en ander, een klopje hier en daar, een positief knikje.. Zeggen dat de fiets heel licht was was schot voor open doel. Hij grijnsde van oor tot oor.

Ik zat onder het afdakje van de zorgvuldig gekapte bomen. Erg mooi.

Het bladerdak werd met een machete geëgaliseerd tot een strak groen plafond

Mijn haar begon me te storen: het wordt te lang. Maar ’s op zoek naar een kapper.

’s Avonds een pizza gegeten! Niet onverdienstelijk. Krokant, dikke laag kaas, tomaat en olijven. Iets van Italiaanse kruiden. Ik miste alleen de bonen..

22 nov 2019: vanmorgen kwam ik zowaar weer fietsers tegen! Een jong Braziliaans stel (ze waren uit 1994 zeiden ze) fietste al twee jaar hier rond. Ze maakten muziek om aan de kost te komen. Ze hadden zéér eenvoudige fietsjes en uitrusting, en kampeerden vrijwel elke dag. Als fietsstandaard hadden ze een stok die ze op de grond en onder het zadel prikten. Ze hadden stoffen tassen. Als het regende, schuilden ze gewoon. De jongen liet me hun afgelegde route van 6000km zien. Ik voelde me een beetje decadent, met mijn dure fiets, spullen en pousada’s.

Hun sociale media uithangbord

Ik vond ze trouwens vel over been. Ze stelden voor om samen op te fietsen richting Ibotirama. Ik dacht dan trakteer ik ze daar op een lunch want die kunnen ze wel gebruiken. De jongen fietste als een raket weg, het meisje bleef vèr achter, ik hing er een beetje tussenin – wat moest ik doen? Ze waren het kennelijk zo gewend (of ze hadden ruzie gehad). Na verloop van tijd zag ik hem noch haar meer. Nooit meer gezien!

Ik moest een bergruggetje over. Bijna bij de top reed er een militaire truck naast me met uit het raam een bungelende tros bananen wat gepaard ging met een bemoedigend gejuich. Da’s toch weer aardig hè?

In de verte rijdt de legertruck weg

Ibotirama ligt aan de Rio São Fransisco die ter plekke meer dan een halve km breed is. Je bereikt Ibotirama dan ook via een lange en hoge brug.

Zicht op Ibotirama vanaf de brug
De brug vanaf de oever van Ibotirama
Toen ik achterom keek was het weer een zooi.. Jammer toch.

Mijn pousada hield het midden tussen een jeugdherberg en een gevangeniscel. De ventilator en koude douche maakten veel goed.

Wegens overweldigend enthousiasme over m’n snor, laat ik ‘m nog even zitten.

Niet mooi, vogelspin en Vrijheidsbeeld!

18 nov 2019: Het was een saaie zondag. Geen kip op straat. De pousada zag er van de buitenkant goed uit, maar mijn kamer was een hol zonder ramen. Ik geloof dat ik de enige gast was. Het weer was grijs. Hoe gezellig kan ik het omschrijven? Ik zat wat op het binnenplaatsje. Mooi moment om een balans op te maken.

Nu ik er meer dan 3000km op heb zitten, waarvan pakweg 2300km in Brazilië over land, en ik in de zesde staat ben aanbeland, vind ik dat ik een mening het internet op mag slingeren over de steden en dorpen die ik tot nu toe heb gezien.

Het moet me van het hart: de dorpen en steden tot dusver zijn wat mij betreft níet mooi, eigenlijk gewoon lelijk (grote uitzondering is Bélèm wat een relatief lange historie kent). Veel is betrekkelijk nieuw, meestal enkele tientallen jaren. Langs de grote doorgaande wegen zijn dorpjes en steden zonder plan uit de grond gestampt, zo lijkt het. De uitvoering laat – laat ik het voorzichtig uitdrukken – te wensen over. Het is niet af, kapot, lelijk, verarmd en verwaarloosd. Er wordt veel bouw begonnen, fundamenten gelegd, muurtjes gemetseld, maar het wordt niet afgemaakt of afgewerkt. Deels een geldprobleem: bouwen tot je geld op is, verder gaan als er weer genoeg is. Deels alleen focussen op het hoogstnoodzakelijke. Dit gedeelte van het binnenland is gewoon arm. De staten die ik heb bezocht behoren tot de armste van Brazilië (gemiddeld jaarinkomen Piauí, de armste staat van Br, minder dan Eur 2000 per jaar, las ik). De rijke kust is onvergelijkbaar.

Er is ook geen historie in de dorpjes en steden in dit gedeelte. Veel plaatsen zijn (leert wiki mij als ik een plaats waar ik ben opzoek) hooguit enkele tientallen jaren oud. Dat klopt ook wel want na de dictaturen kwam de democratie hier pas een beetje op gang, midden 80-er jaren. Toen was ik begin twintig, zó kort geleden dus! Het wegennet is van de 60-er jaren. Het is allemaal dus hardstikke jong hier.

De ‘layout’ van de plaatsen is ‘Amerikaans’: rechte straten (ook vaak genummerde straten) rond een doorgaande weg met bedrijvigheid. Er is geen kern en al zeker geen gezellige.

Veel wordt over de weg vervoerd met vrachtwagens die af en aan rijden. De wegen zijn daarom vaak het centrum van de plaatsen met grote tankstations, garagebedrijven en restaurants.

Er ligt veel afval. Zwerfafval, maar ook kleine vuilnisbeltjes en hopen bouwafval. Dat maakt het er allemaal niet mooier op.

Na deze plaats (Formosa do Rio Preto, gesticht in 1961) gezien te hebben, vond ik de tijd rijp om er wat over te schrijven. Zo!

Het gaat verder wel goed, maar heb het gebied en de plaatsjes hier wel gezien. De nieuwigheid is er wat af en ik kijk uit naar verandering: andere landschappen, gebieden, een gesprekje íets dieper dan: waar kom je vandaan, ga je heen, hoeveel km, hoe lang (dat zijn ze wel).

Dat andere landschap ligt niet zo ver meer, ik denk nog zo’n 500km.

Formosa do Rio Preto

Na Barreiras, een redelijk grote stad, ga ik oostwaarts richting Chapada Diamantina, een bergachtig natuurpark. Daarna ga ik naar de kuststreek die totaal anders is, zag ik op internet.

’s Avonds kwam ik weer langs de zondagse relishow waar ik twee (?) weken terug over schreef.


19 nov 2019: Ik ging vandaag op weg naar Barreiras. Omdat ik het hier niet mooi vind, had ik vandaag maar flink doorgetrapt.

In het begin vandaag heuvelachtig.

In Monte Alegre stopte ik bij een restaurantje. Het enige was: ze hadden geen eten. Toch lastig voor een restaurant. Ze hadden ook niet iets van: sorry, er is iets misgegaan. Nee, gewoon geen eten. Vergeten of zo 😊. Een blikje Fanta en WiFi-toegang maakten iets goed. Na 5km kwam ik in Cruzeiro do Oeste. Voor de laatste keer (misschien ook niet), mijn bordje zag er als volgt uit:

Het blijft toch boeiend. Ik was blij met de sla en komkommer!

Ik merk dat ik de volgende zin al eerder heb gebruikt: het was nog vroeg dus ik besloot verder te fietsen.

Er dreigt de laatste dagen regen te vallen. Onbekend precies waar, hoe lang, hoe hevig, etc. Het blijft steeds (net aan) droog. Maar nu vertelde mijn apps me dat het echt niet ging regenen, dus dat was ook een argument om niet hier te blijven. Heel pittoresk was het ook niet:

Dit is wel het ‘gemiddelde’ aanzicht van een dorpje langs de doorgaande weg

De lucht werd dreigender en dreigender toen ik verder fietste.

Ik ben zowaar nog ‘wild’ tegengekomen. Ditmaal met foto (er zijn lezers van mijn blog die de geschreven tekst niet geloven zonder foto).

En ik wil heen commentaren: ‘oh, maar dat is een spinnetje van niks’! Hij was ècht groot!

Een paar km voor de volgende redelijke plaats (Riachão das Neves) nog even wat gedronken bij het pompstation gehaald (Guaraná, lekker drankje). Ik babbelde wat met de pompbediendes en kreeg twee bemoedigende mango’s mee:

Ik wilde geen foto met duimpjes. Geeft ook een indruk hoe die tankstations eruit zien

Na precies 100km kwam ik in Riachão aan. Daar zit ik het liefst: een pousada met een beetje een restaurant daaraan vast, tankstation, winkeltjes, wat reuring. Alles lekker bij elkaar. Ik hoef niet te rekenen op gezellige restaurantjes ergens downtown dus dan ga ik voor gemak. Een parima kamer weer! Ik had een nieuw scheermes dus ging mijn bakkes ’s glad maken. Heb een pornosnor laten staan. Het is tenslotte Movember.

Er is in dit gedeelte een overvloed aan pousada’s. Exotische logeeracties blijven wat uit de laatste tijd. Misschien komt dat weer..

Hilariteit ’s avonds in het restaurant toen de hotelgeit luid blatend door de gangen langs de tafeltjes liep.


20 nov 2019: mijn pousada lag aan een pleintje dat achter een stalen schuifdeur lag. Honden hielden er de wacht. Elke keer dat ik binnenkwam of langsliep, sloegen ze aan en kwamen ze op me af. De truc werkt ook lopend: opeens stilstaan, naar ze kijken en ze houden metéén in.

Een vervelende ‘richel’ moest ik over meteen na het ontbijt. Zeker als je net bent opgestart is dat vervelend..

Barreiras is een leuke stad! De Rio Grande loopt er doorheen. Verharde straten en zijstraatjes, boompjes, winkeltjes, pleintjes. Net echt.

Straatbeeld

De Rio Grande loopt door Barreiras

Ik zag m’n kans schoon om NIET Braziliaans te eten. Een soort McDonald’s (maar hij heette Bob’s) bood de onweerstaanbare mogelijkheid van frietjes! Net als in NL een onbegrijpelijke kaart met combinaties (gewoon iets kiezen kan niet, dan moet het een ‘menu’ worden, maar dan zónder dit of mét dat..). Er zat nog één andere klant die al zat te eten. Ik kreeg na bestelling een nummer dat verscheen op een display, maar ik was de enige! Toen ging het display op 7. Niemand reageerde. Toen op 9, en ja! Ik mocht. Dit eten is hier relatief duur. Het is dan ook vrij leeg en bezet door ander publiek, dat kun je zien.

De BR-242 zal ik de aankomende 500km naar Lencois volgen. Via die weg ging ik Barreiras uit en, heel pittoresk, vond ik een hotel tegenover het Vrijheidsbeeld.

Jaja, van slechte smaak Kun je de Brazilianen niet betichten!

Deze foto komt niet in de reisfolder van het hotel

Feest- en lummeldagje, lakens vouwen en vleermuizen

15 nov 2019: Gisterenavond at ik een bordje sla in het restaurant van mijn pousada. Ik vroeg ‘oleo’ erbij aan het bedienende meisje. ‘Para a salada’ zei ik er nog bij. ‘Oleo’? Ze begreep het niet. Ik haalde mijn vertaalapp erbij en liet het haar lezen: ‘oleo’. Maar ze snapte het nog steeds niet. Een ander meisje keek naar mijn scherm en zei tegen haar collega: ‘oleo’! En toen zei ze: ‘Ah, oleo’! Tja, het is allemaal niet makkelijk soms. Veel Brazilianen komen niet (sommigen misschien wel nooit) in aanraking met anderssprekenden. Een andere tongval en mijn beperkte begrip van het Portugees zorgt voor verwarring. Met name op het platteland.

Mijn kamer is vaak een bende.

De fiets als opbergkast, droogrek, (sta in de weg)

Vandaag was een nationale feestdag: de proclamatie van de Republiek Brazilië (1889 zegt Wiki). De werkmannen die hier werken aan de hoogspanningsmasten hingen wat rond, turend op hun mobieltje. De WiFi was bijgevolg nóg trager. Ze konden niet voor een dagje naar huis, want veel te ver. De pousada’s die ik bezoek zijn vaak bevolkt door bouwers, chauffeurs, monteurs, etc. Mensen die écht wat doen met hun handen. Reële, fysieke economie. Geen account managers, value chain consultants of integratiemanagers.. Verfrissend!

Ik ging er vandaag ook een beetje een feestdagje van maken: rustig aan doen, niet zo ver. Het zou bovendien boven de 35° worden (ik zag 37° op Google) en ik had weinig puf. Ik had als doel het volgende plaatsje (São Goncalo) op 35km afstand, wat me lukte.

Een aangereden opossum. Het was of ie zo weer op zou krabbelen

In São Goncalo vond ik Pousada Jatoba.

Mijn pousada in São Goncalo. Simpel en toch eenvoudig

Ik ben inmiddels bijna pousada-expert en kan eigenlijk van tevoren wel inschatten wat een kamer moet kosten. Dat varieert tussen de R$ 30 (zeg € 7) – echt de ondergrens – voor een kamer met badkamer / toilet op de gang, ventilator, incourante locatie, zoete koffie en witbrood met zoute boter als ontbijt, en R$ 80 (bijna € 18) voor een redelijke kamer, eigen badkamer / toilet, airco, en fruit, kaas en worst bij het ontbijt. Meestal kost een kamer R$ 50 of 60, nóg een prikkie natuurlijk!


16 nov 2019: Het gerammel van bestek en bordjes wekte me vanmorgen. Ik lag nagenoeg naast de centrale ruimte. Het ontbijt bestond dit keer uit met fijn gekruid gehakt gevulde witte broodjes. Heerlijk! (ik zal thuis wel weer zwaar terug gaan in vleesconsumptie).

Corrente stond op het programma als uitgangsbestemming. Niet te gek ver (55km), wél een pasje over van een paar honderd meter hoogte. De weg omlaag na de pas was prachtig, overzichtelijk, strak. Ik schrok van de snelheid waarmee ik daalde: 67km/h. Ik was maar gaan knijpen in mijn remmen maar voelde me niet onveilig.

Aan de weg staan regelmatig emmertjes met groene vruchten. Pequi (dank je AM) worden ze genoemd. Ik begrijp dat je olie van de pit kunt maken. Je mag gewoon pakken uit zo’n emmer.

Emmertjes pequi langs de weg

De noot in de pequi voor de olie

In Corrente (spreek uit: Co-hen-zjie) zou ik weer ’s gaan pinnen. Even zeuren: er is bijna áltijd wat met banken en pinautomaten. Zo ook nu weer. Bij DE bank hier (Banco Do Brasil) waren alle machines ‘out of service’, Banco Nordeste was dicht en Caixa Huppeldepup accepteerde geen van mijn pasjes. Nou ja, nieuwe poging in Formosa do Rio Preto dan maar. Gelukkig gaat het pinnen van betalingen in pousada’s en winkels redelijk goed (áls die mogelijkheid bestaat).

Ik was de stad Corrente dus doorgefietst op zoek naar een werkende flappentap. Gek genoeg gingen op zaterdag rond lunchtijd overal de winkels dicht. Ik vond er eerlijk gezegd ook niet heel veel aan. Morgen zou het gaan regenen, dus ik dacht: ik fiets door. Het was heerlijk bewolkt, iets boven de 30°. Aangenaam!

Luisterend naar een podcast maalde ik mijn benen rond. Soms licht stijgen, soms dalen. De omgeving inspireerde weinig maar dat was niet erg; de inspanning waar ik nu zo aan gewend ben en die zo prettig voelt omdat ik in het ritme zit, in combinatie met de podcast maakte het aangenaam, voldoening gevend.

Bij binnenkomst in het dorpje Cristalândia stond er weer een groot reclamebord. Vrijwel altijd oud en vervallen, deze dus ook weer. Die borden moeten eens nieuw zijn geweest in betere tijden? Wanneer was dat? Dat geldt trouwens ook voor andere voorzieningen (huizen, stoepen, straten): ze zijn nooit nieuw hier.

Tot nu toe geen nieuw bord gezien

Bovenaan in het dorp bleek een pousada te zijn. Zo’n lekkere oubollige! De vriendelijke, oude uitbaatster met looprek – ik schatte haar op rond de 75 – stond me te woord. Er was net een grote schoonmaak gaande die was uitbesteed aan twee jongedames, maar ik kon overnachten in een van de dormitorios achter. De chloordampen van het schoonmaken prikten in mijn ogen.

De twee jongedames vertrokken en de uitbaatster, die heel slecht ter been was, ging schuifelend, voetje voor voetje, langs een hek naar de waslijn waar ze aan hing om haar evenwicht te houden om de lakens binnen te halen want het ging regenen. Ik kon het niet áánzien want ze was zó vreselijk instabiel dat ze elk moment kon omvallen. En zo stond ik de lakens binnen te halen en op te vouwen.

Ik klaag wel over de milieuaspecten van Brazilië (plastic, plantages, bosbranden, stinkende brommertjes, enz.) maar wat ze wél bijna allemaal hebben is gebruik van regenwater. Je ziet de blauwe ‘teilen’ veel die boven de huizen uittorenen, wat de reservoirs zijn waaruit ze water tappen voor huishoudelijk gebruik. Zoals ook bij deze zeer eenvoudige pousada wordt het regenwater in een bun opgevangen waar een pomp in zit die het naar de hoge blauwe teil (een soort mini-watertoren) pompt. Vanuit die blauwe teil loopt het uit de douche en kranen. Het is weliswaar altijd koud water en de gaten staan niet echt in je rug van de harde straal, maar het werkt en is goed genoeg.

Links de witte regenpijp die uitkomt in de bun. De slangen naar de ‘teil’ rechts

’s Nachts werd ik wakker van de fladderende vleermuisjes in mijn kamer. De luchtverplaatsingen van de vleugeltjes waren duidelijk voelbaar.


17 nov 2019: Ik zat ’s morgens met de mevrouw koffie te drinken in de keuken. Er liep weer een andere hulp rond die er ook even bij kwam zitten. De mevrouw kon ook zelf niets meer (maar runde toch die pousada, hoe lang nog?).

Ik wilde met kaart betalen want ik had niet zoveel cash meer. Ze vroeg de hulp om het apparaat. Hij zat in een doos, maar was gelukkig wel eerder gebruikt want de bonnetjes zaten er nog in. Ze had geen idee hoe het ding werkte. Ik gaf haar mijn bril, wat wel iets hielp maar niet genoeg. Ze gaf ‘m vrij snel maar aan mij. Ik mocht het zelf uitzoeken, maar het lukte. Ik liet het bedrag zien maar ze vond het allang goed. Het bonnetje moest bij de andere in de doos.

De slecht ter been zijnde uitbaatster

Vandaag bereikte ik de 3000 km-grens, én..

weer een nieuwe staat aan mijn staat toevoegen: Bahia, na Amapá, Pará, Tocantins, Maranhão en Piauí de zesde en mijn ‘eindstaat’!

Ik realiseerde me dat mijn energiehuishouding totaal anders is geworden. Je gaat op een soort ‘spaarstand’ denk ik. De trek die ik thuis aan het einde van de dag heb, heb ik hier niet. Ook de hongerklop heb ik nog niet gehad. Het is alsof de calorieën, die ik natuurlijk wel tot me neem, over een langere periode hun werk kunnen doen. Het patroon is: ontbijt rond 6:30 (eten wat er is, vaak niet veel bijzonders, wél altijd zoete koffie tanken). Lunch als hoofdmaaltijd rond 12, soms wat later (bordje brv..). ’s Avonds nog wat snacken maar soms ook niet. Die spaarstand zal thuis wel weer uit gaan. Dan ga ik weer lekker stoken.

Met de lichtval, de droge takken en het prille groen had het af en toe de illusie van een hele vroege, vorstige voorjaaraochtend

In Formosa Rio do Preto kon ik zowaar (op zondag) een werkende pinautomaat vinden!

Ik had er 54km opzitten. Genoeg voor vandaag. In pousada ‘Barbara‘ een kamer met góeie WiFi. Het zoontje van pakweg 10 jaar stond in het restaurant op tafel iets luidkeels dramatisch te declameren. Spreekbeurt morgen?

Dorp zonder naam, radioverslaggever? en katoen

11 nov 2019: ik sliep niet alléén in een hangmat afgelopen nacht onder het dak. Niet een, maar twee andere mannen sliepen er ook in hun hangmat. Beregezellig! Van een van hen dacht ik eerst dat ie de eigenaar van het restaurant was. Niet dus. Het was er trouwens een komen en gaan van mensen. Ik kon er geen touw aan vastknopen!

Mijn buurman bleek een ontzéttende snurker (ik niet, vanzelfsprekend!). Hij had ook aan de cachaca gezeten, gisterenavond. Dat was te merken. Maar goed, het hield op. Mijn andere buurman gaf af en toe een ruk aan z’n hangmat en riep iets.

Ik dacht eerst net als mijn buurmannen stoer in de buitenlucht in mijn hangmat te gaan hangen, maar de vliegen werden me te gortig. Die kruipen op je gezicht, in je shirt, je broek. Het zijn van die onschadelijke, een beetje domme vliegen: ze steken niet, je pakt ze zó tussen je duim en wijsvinger, ze vliegen niet weg. Je schiet ze met duim en wijsvinger weer weg, waarna ze stuiptrekkend op de grond blijven liggen (op z’n mínst zware spierpijn!). Toch maar onder mijn muskietennet gaan liggen. Mijn buurmannen zullen óf gedacht hebben: wat een mietje, óf: ik wou dat ik ook zo’n mosquitero had..

’s Morgens een gezellige bedrijvigheid. De chauffeurs (mijn buurmannen) stonden rond 5u op. Er werd kleding gevouwen, geveegd, gewassen, spulletjes opgeruimd, gedempt gebabbeld. ‘Vredig’ is het woord denk ik. Ik kon weinig met ze uitwisselen, maar toch lijkt er een soort van bekendheid met elkaar, een soort kameraadschappelijkheid te zijn na zo’n nacht. Helemaal toen ik ’s morgens het snurken nadeed, waar ze allebei gelukkig hard om moesten lachen.

De volgende ochtend had ik er weer zin in. Afgerekend met moeders de moeder en hartelijk bedankt. Mijn dingetjes gedaan.

Overigens: als ik terug ben in NL wil ik de Europese markt gaan bestormen met de Braziliaanse WC-bril. Áls er een WC- bril is hier, dan is het heel vaak een soort kussen-bril, met lucht gevuld dus. Wanneer belast, stroomt de lucht daar zachtjes uit, een prematuur ‘pffffft’ producerend. Hij zit héérlijk, zeer comfortabel, laat afdrukken in benen noch billen achter en omdat de afwerking glad is, óók nog hygiënisch! Nog nooit gezien in de wereld. De betere hotels (in de prijsklasse hoger dan €10,-..) hebben er vaak een. Zo, is dat lokale, relevante informatie of niet?

Verder laad ik meestal ’s nachts mijn batterypack op als er een stopcontact is. Die batterypack houdt het wel 2 dagen vol, en als ik het vergeet leg ik ‘m aan het zonnepaneel. Nog geen laadstress gehad; ik ben self supporting (ook wel ‘zelfvoorzienend’ genoemd, H. te V).

Wat kan ik zeggen van de omgeving vandaag? Het begon glooiend, afwisselend. Soms prachtig, soms iets minder maar niet lelijk.

En aan het eind weer omhoog natuurlijk

In het dorpje Pindaíba dacht ik wat te gaan eten en/of drinken, maar het stoffige dorpje had niets, anders dan mangobomen waar ik dan wel twee mango’s onder vandaan gehaald heb om vervolgens weer véél te veel water te gebruiken om mijn kleffe mangojatten weer schoon te krijgen. Zo’n mangodorpje ziet er dan zo uit:

Pindaíba. De middelste boom is de mangoboom

Daarna begon een soort hoogvlakte, na stevig geklommen te hebben uiteraard. Het zal de afgeplatte bovenkant van zo’n tafelberg geweest zijn; een plateau als het ware, maar als je er dicht opzit niet als zodanig herkenbaar. Wát een enorme weidsheid, bovenaan. Kílometers ver kon ik kijken. Zo plat als een pannekoek. Vanwege de afmetingen on-Nederlands, ook vanwege de bergrug aan de horizon.

Aan het einde van de weg de eenzame boom

De weidsheid is moeilijk vast te leggen

De man en z’n fiets..

Het uitgestrekte is moeilijk te fotograferen, althans, voor mij. Ik heb nog een panoramafoto gemaakt maar die wordt niet als zodanig geüpload. Dit keer vond ik het níet saai. De weidsheid was indrukwekkend. Aan het eind van het plateau ‘stortte’ ik via een steile helling (boven de 60km/h knijp ik in mijn remmen) omlaag en kwam ik bij een truckersstopplaats om te eten.

Ik dacht ik zet me eige weer ‘s op de foto. Het overhemd ongewijzigd maar (mocht iemand zich dat afvragen) die was ik nagenoeg elke dag uit. De frisheidsprijs zal ie desondanks niet krijgen.. Achter me onder het boompje het restaurant

Het was een standaard restaurant zoals je er duizenden hebt in Brazilië alleen had ik nog nooit zóveel vliegen om en rond mijn eten, waardoor ik drukker was met wapperen om ze te verjagen dan met eten.

Verderop begon weer een ander soort landschap. Een geograaf kan er wat mee, ik weinig. Het verband zie ik niet. Maar het is wel leuk, die landschapsveranderingen!

Het zou Utah kunnen zijn

Opeens weer een palmbomenbosje

De tafelbergen omringen de plaats Tasso Fragoso waar ik overnacht

In Tasso Fragoso vroeg de hotelier waar vandaan ik kwam fietsen. Toen ik hem dat vertelde, had hij het over de Hollanders in het agrigebied op de hoogvlakte (iets met ‘alto’) waar ik doorheen was gekomen. Zou me niks verbazen, ik vermoed dat er wel wat aan verdiend kan worden.


12 nov 2019: ik zat vlákbij een volgende staat (Piauí, ik moest nog uitvinden hoe je dat uitspreekt) maar daar ging ik nog even niet heen. Ik bleef langs de rivier Parnaíba fietsen. Piauí ligt aan de overkant van de rivier.

Op de kaart waren me allemaal dorpjes beloofd onderweg. Tot nu toe kwam ik ook veel dorpjes tegen. Nu niet dus.. Totaal verlaten gebied. Een enkel verlaten hutje, verder natuur.

Een brommer stopte voor een foto en een praatje. Hij bevestigde mijn vermoeden: de volgende plaats is 45km verderop en verder is er niets!

Mijn water was bijna op. Hmm. Ik had nog wel twee appels (en twee noodmaaltijden maar die zijn voor… nood). Bij een riviertje dacht ik maar te gaan tappen en filteren. Maar er stond een hutje waar ik uit een kraantje water kon halen. Kwaliteit onbekend: geur en kleur goed. Tot nu toe had ik nog geen fout water gehad. Zo, dat was geregeld.

Toen eten. Ik zag een hutje met mangobomen. Ik dacht ik prop me gewoon vol met mango’s! Het lag er bezaaid mee. Ik vroeg aan de bewoners of dat goed was, wat zo bleek te zijn. De vrouw des huizes zag me pielen en kliederen en dacht: ik geef die man een bordje eten. Ik kreeg er een fles ijswater bij ook. Is dat niet bijzonder? Daarna nog een kopje koffie ook!

De mensen die me een bordje eten, water en koffie brachten

Ik kon er weer tegen. Er zat niks anders op dan doortrappen. Het was heet. Meedogenloze zon, nauwelijks wind. Ik keek halsreikend uit naar de wolkenschaduwen waar ik in reed af en toe. De weg was slecht, bar slecht.

Dit viel nog mee. Later werd het erger

Het was droog en ruig landschap.

Maar toen ik na téveel km’s en geklim het dorpje aan de horizon (Parnaíba) zag verschijnen, de berichtjes op mijn telefoon binnenfloepten, ik een pousada gevonden had, de gastvrouw mij een biertje had gegeven, toen was alles weer goed en keek ik toch tevreden terug op een langere dag dan de bedoeling was.

’s Avonds at ik met een soja-analist. Hij analyseerde in zijn regio de kwaliteit van de bonen vóór verscheping. Zijn regio bestond uit vier staten en hij reed 1000km per dag! Sinds hij een dochtertje had van, nu, 7 mnd was het zwaarder vertelde hij maar hij hield van zijn werk.

Er werd ’s avonds nog een potje domino gespeeld. Dolle pret. Winst betekende een droge witte boon.

Links de soja-analist


13 nov 2019: het gebruikelijke geredder, TV aan, rondlopende chauffeurs en gebabbel tijdens het ontbijt. Een rumoerig sujet noemde zichzelf radiopresentator (hij had een Facebookpagina waar ie filmpjes op zette) en interviewde iedereen over Lula en Bolsonaro. Ik stak mijn duim op, respectievelijk naar beneden (waarmee ik dacht dat ik wel veilig zat, wat zo bleek te zijn). Op mijn vraag of Lula terugkomt werd juichend ja geantwoord!

De ‘presentator’ in het rood in het midden

Ik ging de rivier over met het pontje. De dame in het hokje registreerde mijn gegevens met militaire precisie: één passagier én een fiets. Als ze de pont nou íets langer haden gemaakt, was er meteen een brug.

Het pontje in de verte, bijna even lang als de rivier breed

De pont werd door de kracht van de rivier langs een kabel naar de overkant geduwd, 10m verder. Ik was in Piauí (spreek uit: pi-au-I), mijn vierde staat! Ik had ’s morgens rondgevraagd naar de weg. De soja-analist zei dat ie goed was, wat gelukkig klopte! Raar, want de weg die zo vreselijk slecht was aan de andere kant (in de staat Maranhão) was hier prima, terwijl het in feite een voortzetting is van dezelfde verbinding. Staatscenten.

Ook hier was er het grote niets. Natuur, een enkel hutje, verder lange tijd niets. Mijn grootste zorg was (weer) water. Verder ben ik zelfstandig (tentje, zonnepaneel, eten, enz).

Op goed geluk kwam ik langs een groeve met ‘lanchonete’. Eten! Flesjes gevuld (ik neem steeds 4l mee). Meestal zitten er in zo’n restaurantje mannen te eten (de vrouwen koken, bedienen, ja ik kan er ook niks aan doen)!

Gelukkig wist ik niet dat er een afgrijselijke klim volgde na de lunch, uitkomend op – is het patroon inmiddels – een agrarische hoogvlakte. Het volgende gehucht of plaatsje ging ik niet meer halen. Een aantal fazenda’s was vèr van de hoofdweg verwijderd.

Zou ik nou tóch mijn tentje moeten gebruiken? Verderop zag ik wat bedrijvigheid. Het bleek een katoenfabriek / katoenfazenda te zijn. Ik kwam bij de slagboom aan waar de truckers wachtten totdat ze een lading katoen kregen.

Ze verwelkomden me hartelijk: ik kreeg water, mocht douchen, moest bij hen komen zitten, enz. Ze kwamen uit de grote steden (São Paolo en Rio)

Tussen die twee palen van het afdakje kwam mijn hangmat

Ze spreken geen wóórd over de grens. Elke poging werd afgestraft met een lachsalvo van de rest. Vliegjes afvangen, maar geen kwade bedoelingen. Ik mocht er mijn hangmatje ophangen. Geregeld.

Het ziet er een beetje obscuur uit

’s Avonds ging ik met Luciano eten, een grote vriendelijke chauffeur uit São Paulo. Hij nam me mee naar de gaarkeuken. Aardig! Ik begin het Portugees (soms) een klein beetje te begrijpen, aangevuld door Google Translate waar nodig.

’s Avonds in mijn hangmatje boekje gelezen. Een verkoelend (maar nog steeds warm) briesje stak op. Het werd rustig.


14 nov 2019: de grootste praatjesmaker van de chauffeurs nam me mee ontbijten. Couscous, uitgebakken worst en zoete koffie. Zeg daar maar ’s nee tegen..

Mijn katoentruckersvrienden. De middelste is Luciano. De duimpjes gaan als reflex omhoog

De rit naar Monte Alegre do Piauí zou een eitje worden; 72km en veel dalen. Niet. Ik had vandaag het idee dat ik veel moest klimmen, meer dan me was ‘beloofd’ door de app.

Maar dan tóch was daar Monte Alegre (volgens K te B een grafdorp..). Ik streek neer in de eerste de beste pousada met restaurant want ik had nog niet gegeten (na de couscous met uitgebakken worst). Mijn ventilator is variabel variabel. Ik zit hier op een knooppunt van elektriciteitsnetten, maar mijn lamp en ventilator gaan afwisselend op halve en weer hele kracht werken. Nou ja, wat bóeit het.

Slapen in een restaurant, stoempen en plaats zonder naam

8 nov 2019: Vlak naast de pousada (Dois Irmãos: de twee broers) in Carolina lag een soort busterminal. Het was een overstappunt voor buscoaches die kruiselings het land doorrijden, b.v. van São Paulo naar Bélèm. Die stoppen hier om te pauzeren, te eten. Het was een zwaar verwaarloosde maar gezellige terminal. Veel tegels en stoepranden waren kapot, er groeide onkruid uit, er stak bewapening uit de muren, het asfalt was gescheurd, enz. Onder het dak van de busterminal lagen allemaal kleine restaurantjes en kioskjes met een gemoedelijk sfeertje. Daar heb ik een gisteravond een verjaardagsbordje, wat zeg ik, twee bordjes eten gegeten terwijl ik het gescharrel rond de busterminal gadesloeg. (Mijn telefoon was op, dus geen foto).

Bij het ontbijt vanmorgen was er alleen maar ‘couscous’. Mijn herinnering aan die meuk is pakweg een week oud en niet al te best. Maar ja, ik moet toch wát eten. Er lag wel weer een ei overheen wat het draaglijk maakte. De tabasco erbij hielp ook, tussendoor slokken zoete koffie. Alles voor de calorieën.

Onderweg word ik regelmatig ‘aangehouden’:

En zo gaat dit soort dingen regelmatig. Enthousiaste fietsliefhebbers die Instagram actief gebruiken. Ik ben een beetje een kluns op Instagram..

Het weer begon vandaag heerlijk! Beetje bewolkt, licht (warm) briesje, dat is zo lekker hier. Maar naarmate de dag vorderde begon het te regenen en hield het niet meer op. Het is dan weliswaar ‘warm’, maar nat + wind = afkoelen, dus tóch maar een jackie aangedaan.

Onweerswolken

img_3640

Bijna de hele dag tót 4u regen. Ik vind droog weer toch leuker, ook hier als het warm is terwijl het regent

Ik was uitgekomen in Alto Bonito. (Dat Alto vond ik zelf niet zo Bonito, maar het viel erg mee. Misschien dat die couscous toch nog ergens goed voor is).

De énige pousada hier had geen kamers meer vrij. Ik zei nog dat ik een hangmat had maar dat veranderde de situatie niet. Dan maar verder vragen. Dat is een geduldklusje weet ik inmiddels. Ik heb het vertrouwen dat het uiteindelijk goed komt met een slaapplek, maar je moet wat onhandige babbeltijd incalculeren. En ja hoor! Het restaurant naast een ander restaurant waar ik begon te vragen had een overkapping met daaronder twee haken aan de muur waar ik mijn hangmat op mocht hangen! Ik dacht: dan lig ik toch tussen de gasten straks? Maar het zou tranquilo zijn vanavond vertelde het meisje me. Uiteraard WiFi! Ook douche en toilet (we kijken niet op een bacterie meer of minder, een gegeven pot kijk je niet onder de bril..). Droge kleren aangedaan, lekker. Het was aan het einde van de middag droog. De voorspellingen voor de aankomende dagen waren: onbestendig weer.

Ik was benieuwd of de avond zich echt wel zo tranquilo zou gaan ontwikkelen. Misschien zouden de laatste gasten pas vannacht om 3u lallend naar huis gaan..

Nou, dat is dan weer ‘s wat anders!

Vandaag was trouwens in het nieuws dat ex-president Lula (voorlopig) vrij was gekomen na 580 dagen gevangenschap (van de 12 jaar). Ik begrijp: tót alle beroepsmogelijkheden zijn uitgeput is ie vrij (dat geldt voor veel andere gevangen ook). Een tegenvaller voor Bolsonaro als corruptie-fighter. Het land is erg gepolariseerd. Het verschil tussen rijk en arm is immens, nog groter dan in de USA, las ik.

Het viel enorm mee met de restaurantgasten. Om 20u ging ie dicht. De tegenoverliggende bar produceerde nog enige tijd enórme tyfusherrie met grote boxen, maar ook dát stopte na 22u. Ik lag lekker met een warme slaapzak (wat ben ik blij dat ik die tóch heb meegenomen!) een boekkie te lezen.


9 nov 2019: Ik blijf maar per dag schrijven. Heb overwogen het per week te doen, maar vind het bij wijze van dagboek prettig om het zo maar te doen, bovendien zijn mijn indrukken nog steeds legio. Je kúnt naar beneden scrollen!

Ze gingen pakweg 5u weer open vanmorgen. Lekker op tijd. De zoete koffie stond klaar om geschonken te worden. Spulletjes gepakt en ze hartelijk bedankt voor de overnachtingsplek. In het restaurant ernaast was ontbijt: een plak cake met koffie.

Rechts achterin sliep ik

Het was een onrustige lucht. Mijn kleren waren nog ábsoluut niet droog van gisteren, dus die probeerde ik zo gelijkelijk mogelijk onder mijn netje achterop te verspreiden om droog te laten waaien. Ik hóópte dat het niet weer zou gaan regen, want die spullen zou ik dan echt niet meer droog krijgen, en dan zou het kloffie dat ik aanhad ook drijfnat zijn. Maar het heeft gelukkig die dag niet meer geregend.

Laaghangende bewolking: de steunzenders in de wolken

Het volgende plaatsje (Riachão) was 40km verderop. Om 11u was ik er. Wat zou ik doen? De volgende plaats was Balsas, weer 70 km verderop. Daartussen was nagenoeg niets. Het was dus naar Balsas of blijven. Maar om nou om 11u al aan te komen en te gaan hangen in dit plaatsje? Nee, dan maar doorstoempen.

Het vervolg was eigenlijk of ik thuis in NL was. In de Flevopolder, of de Noordoostpolder.

img_3660

Zo plat als een pannenkoek en niet veel te zien..

Een paar jongens stopte voor een praatje en foto. Ze vroegen of ik Instagram had, maar daar heb ik deze keer maar negatief op geantwoord. Vind dat toch een hoop kortstondig gedoe

Verderop veranderde het landschap van de Noordoostpolder in een Luxemburgs / Noord-Frans uitzicht want licht glooiend..

Na 110km stoempen was daar Balsas, een stad die drijft op de agri-business (gezien de borden die de bedrijvigheid tonen). Een redelijk grote stad (in 2009 nog 84.000 las ik, dus het zullen er nu wel rond de 100.000 zijn). Het hotel mét airco was snel gevonden.

Even pielen om de airco aan te krijgen..

De panelada ’s avonds had veel weg van een blikje Whiskas. Ik had een extra bordje sla erbij gegooid en de panelada opzij geschoven. De sla een beetje door de rijst geroerd, beetje farinha erbij. Toen ging ’t wel.. Wegspoelen met Itaipava-bier.

Een man zeeg totáál bezopen midden op de drukke straat ineen. Hij ging eerst zitten, toen maar liggen. Auto’s, motorfietsen en brommers zigzagden om hem heen. Al gauw sleepten ze ‘m op de stoep aan één arm en één been, waar ie verder sliep. Z’n zaterdagavond was snel voorbij.


10 nov 2019: Geen café da manhã (dwz niets te eten) maar wel koffie. Ik had nog een pak koekjes. Een stad uit is altijd even gedoe, maar ik zat snel op de goeie weg. Nog steeds agrarisch gebied met grote gecultiveerde velden met gewassen, keurig in rijtjes geplant.

Rio Balsas

Vlak, met in de verte wat tafelbergen

Een paar km buiten Balsas treden pick-up met vier jongemannen achterin voorbij. Een paar honderd meter verderop stopten ze. Het vermoeden was een foto en zo, maar zo vier van de mannen in een pick-up? Ik borg mn telefoon maar op (heb een neppe in mijn stuurtas). Ze stopten me inderdaad. En, heel gek, ze wisten dat ik vanuit Suriname was komen fietsen! Hoe wisten ze dat?! Ze gaven me koud water, handen werde ln geschud, selfies gemaakt. Tóch nog een beetje op mn hoede, maar tot nu toe onnodig.

In het plaatsje Aldeia, wat ‘dorp’ betekent in het Portugees, een colaatje gedronken. Het was zondag, een aantal mannen stond pool te spelen. Een auto stopte, zette de radio knetterhard aan met een, zeg maar, schlager op. Dat wordt gewoon gevonden hier, misschien wel gewaardeerd. Ik heb de neiging om te zeggen: zet die kolereradio ’s wat zachter, maar dat doe ik maar niet. Die muziek lijkt wat op zoete Mexicaanse mariachi, maar dan simpeler. Orgeltje, percussie en levensliederen. Je waant je in een trieste bar met één artiest, de stamgast dronken aan de bar en de andere gast achterin.

Ik heb trouwens besloten de route wat om te gooien. Ik snij wat af, ga niet langs Palmas, en rijd naar Lencois (in het natuurpark Chapada Diamantina). Van daaruit wil ik naar de kust en omhoog naar Salvador.

img_3677

Bij het blauwe puntje bovenin ben ik nu. Via Barreiras ga ik naar Lencois (waar Bahia staat). Schuin doorsteken gaat niet. Hoe groot de slinger wordt onder Salvador weet ik nog niet.

De weg was gedeeltelijk bar slecht vandaag. Het is een ‘rijksweg’ (is er een moderner woord?), maar op hele stukken was het asfalt volledig verdwenen. De vrachtwagens kropen eroverheen. Ik moest inhouden voor sommige. Wel raar, met die gigantische landerijen en bijbehorende vervoersnoodzaak.

img_3683

img_3671-1

Grote stukken (enkele kilometers) asfalt weg. Hoe lang moet je geen onderhoud plegen om dat voor elkaar te krijgen?

Ergens in het niets kwam ik op het juiste moment langs een restaurantje. De kindertjes leerden me Portugees en wilden graag mijn bril proberen.

Het is hier nog steeds agrarisch gebied. Gigantische akkers, opslagbedrijven en veel vrachtverkeer. Na 67 km was ik het zat. Ik kwam langs een restaurant met daarnaast een overkapping met bankjes en pooltafels. Ik was al neergestreken voor een Fanta en dacht: hier zóu ik wel kunnen slapen! En ja, het kon. Geregeld! Palen voor m’n hangmat, dak boven mijn hoofd, restaurant ernaast, zo te zien ook douches en toiletten. Ik tref het maar weer. Het plaatsje is zó klein dat het niet op de kaarten staat. Er zaten onder ‘mijn afdak’ wat jongens te zuipen (veel lege bier- en caiparinhaflessen) maar die gingen snel weg.

Ik zoek twee geschikte palen uit straks

Watervallen, Maranhão, jarig en tafelbergen

5 nov 2019: Ik had heerlijk geslapen op de fazenda want ik lag op een heerlijk matras. Ondanks dat de honden buiten sliepen, werd ik wél regelmatig wakker van ze omdat ze ’s nachts ruzie maakten. Het blijkt een gezin met drie kinderen. Die (volwassen) kinderen klieren wat af, happen in pa’s oor, bijten in ma’s staart, in elkaars poten. Geblaf, gegrom, gepiep. Het hield niet op. Maar tóch goed geslapen! ’s Morgens werd ik, toen ze binnengelaten werden, uitzinnig begroet met likken, tegen me aan kruipen en op me liggen. Heel gezellig. Ze had de honden trouwens prima onder controle! Één brul en ze stonden in het gelid.

Ik mocht nog langer blijven maar ging weer verder. Het is ontzettend leuk om zo met lokale mensen te praten. Zeker gisterenavond weer, weliswaar met Google Translate, waarmee je leuke, zwijgende (typende, ik ben zo blij met m’n typediploma) maar boeiende gesprekken kunt voeren! Een beetje zoals een stel doven communiceert.

Ik kreeg een zakje cashewnoten, twee mango’s en een appel mee en ging op pad.

Host Fabiana

Ik moet zeggen, de rit naar Aguiarnópolis viel me zwaar. Het was warm, bijna onbewolkt en zéér heuvelachtig. Vervelend heuvelachtig in het begin, met 10% klimmetjes. Later werd het beter. In een stoffig gehucht zag ik eindelijk een caféetje. Er is in dat soort gehuchten NIETS en de uitbater zat dan ook moedeloos voor zich uit te staren. Hij had een klant (ik), wat ‘m kort bezig hield. Een peutertje liep bloot rond. Wat voor een leven zou het peutertje krijgen? Er scharrelden wat kuikens. Een poes was bezig met haar nest kittens.

Het tropische had plaats gemaakt voor meer savanne-achtig landschap met veel minder bomen en meer struiken en bosjes. Minder aansprekend wat mij betreft. Ik was weinig geïnspireerd.. Met dat ik me dat realiseerde, stopte een pick-up vlak voor me. Een vader met twee zoontjes stapten uit, boden me water aan en wilden met me op de foto (naast dat ze wilde weten waar ik vandaan kwam, heen ging, enz). Dat is leuk dat mensen daar zo de moeite voor nemen. Gewoon geïnteresseerd, daar kikkerde ik weer van op. Hij gaf me nog een mango voor onderweg.

Jongetjes die met me op de foto wilden

Met het oversteken van de Tocantinsrivier kwam ik in de vierde staat van Brazilië: Maranhão, na: Amapá, Pará en Tocantins. Dan denk ik: goh, best een groot deel van Brazilië, maar het heeft 26 staten en het is nog maar een fractie van dit gigantische land.

Heel in de verte weer een dam / waterkrachtcentrale in de rivier de Tocantins. Waterkracht is de belangrijkste energiebron in Brazilië

De Tocantinsrivier met een oude verrotte schuit die eronder doorploft

Ik vond na de brug al vrij snel een hotelletje met airco, wat een voorwaarde was want het was bloedjeheet vandaag.

Ik stond ’s avonds bij de spoorbrug te kijken die ik overdag passeerde.

img_3585

Er ging een on-voorstelbaar lange trein overheen! Om de tientallen wagons zit een locomotief. Ik dacht dat het honderden wagons waren. Ik dacht: ik tel ze, maar ik raakte afgeleid (en het duurde me te lang). Ik had het later opgezocht: de Carajás Railway vervoert ijzererts met ‘typically’ 330 wagons! Ach ja, jongetjes en treintjes..


6 nov 2019: Verrukkelijk! Bewolkt weer. Het uitzicht is weliswaar wat grijzer, maar dat heb ik er dik voor over. Het is zo begin 30 graden, echt tropisch.

Het landschap begon richting Pedra Caída – een plek met watervallen – langzaam heuvelachtiger. Het klimmen was echter goed te doen.

Die watervallen vallen niet zomaar. Daar horen bergjes bij.

Ik had moeite iets te eten te vinden onderweg, beter gezegd: ik vond niks. Het zakje nootjes kwam goed van pas. Ik realiseer me steeds weer: elk stukje eten gewoon meenemen. Een oude appel, restantje nootjes, oud stukje brood: meenemen, het weegt niks!

Bij aankomst bij Pedra Caída had ik een zeer moeizame conversatie met de receptionistes bij de parkeerplaats (ik had het idee dat ze eigenlijk het liefst hadden dat ik zsm dóór zou fietsen. Misschien wilden ze dat ook wel, dat gezeur met die niet Portugees sprekende sukkels..). Van lieverlee ging ik maar naar binnen om duidelijkheid te krijgen: hotel, zwembad, santuario, watervallen, hoe werkt dat? Een jongeman was wat toeschietelijker, deed zijn best, maar ik kwam er gewoon niet achter. Maar wat dondert het! Ik word morgen 55 en ga mezelf eens fêteren. Dus daar zat ik met mijn (aanmerkelijk minder!) dikke r** aan het zwembad, het complex overziend. Tropische volgeltjes vlogen af en aan, af en toe over het zwembad scherend om een slok te nemen. Een slokje uit mijn blikje Eisenbahn was makkelijker.

Uitzicht uit mijn appartement. Het weer was nog steeds wat grijs.


7 nov 2019: En ja, dan werd ik wakker op mijn verjaardag in Brazilië. Een cadeau had ik mezelf al gegeven in de vorm van een luxe overnachting hier in een resort. Ze lopen hier achter in Brazilië (en dan doel ik op de 4uur tijdsverschil..), dus kon vanmorgen bij het wakker worden de felicitaties via de media in ontvangst nemen. Degenen die bijgedragen hebben aan het grootste cadeau, namelijk het geweldige filmpje dat mijn dochter heeft gemaakt: heel hartelijk dank! Dat is zo vreselijk leuk om te krijgen. Ik ben zelf nog niet echt met videootjes bezig geweest, ik zit nog niet in de blogvlog-transitiefase. Maar dit was wel héél leuk hoor!

Er is veel gezegd en gezwegen over de sociale media, maar op zo’n dag is het toch maar leuk dat je ziet dat er aan je gedacht wordt.

Café da manhã om 7:30. Om 9u zouden we vertrekken naar de watervallen, maar toen ik aankwam bleek het 10u te zijn geworden. Ja? 10u? Dus niet 9u hè? Okay, 10u! En wanneer zijn we terug? 10u? Maar dan vertrekken we toch? Ja? Wat ja.. Oh niet 10u? Wanneer dan? 11u. Goed, ik snap het! Dus vertrek 10u en terug 11u. Nee? Ja? Ja! Mooi! Zo gaat dat ongeveer. We komen er wel, maar het duurt wat langer. Gelukkig ben ik een heel geduldig mens..

Om iets over tienen vertrokken we inderdaad lopend. De groep bestond uit heel veel meiden van rond de twintig. We liepen in ganzenmars over een smalle houten walkway die speciaal was aangelegd en daalden af langs de jungle-achtige helling. Langzaam, want óm de paar meter moest er natuurlijk een selfie gemaakt worden óf: achterwerk naar de camera steken, holle rug trekken en dan verleidelijk achterom kijken terwijl je een duckface trekt, dat kon natuurlijk ook! De colonne moest dan wel even stoppen.

Selfies, selfies..

Maar het was spéctaculair! Bij deel 1 kon je rustig je telefoon meenemen.

Ik sta er een beetje hulpeloos bij maar dat kwam omdat ik onder de indruk was!

Deel 2 kon echter alleen bereikt worden, al klauterend om en rond afgeronde rotsblokken door ondiep water. Het kwam uit in een soort smalle kloof van 10 meter breed en pakweg 30m hoog, met aan het eind een kletterende waterval. Wát een kracht! Het water was, schat ik, 27 a 28 graden. Langs de verticale wanden sijpelde nog meer water naar beneden en hingen lianen. Het was er donker. Erg mooi. Daar stond ik dan, 55 jaar te zijn!

De club meiden gilden de boel bij elkaar, al Instabookend / Facegrammend. Een foto van internet scheelt me een natte telefoon:

Het beeld is wat uitgerekt, in werkelijkheid is het smal en hoog

Ik moest weer optokken vóór 12u. Ik moest nog opschieten ook. Dat ’11u terug’ bleek niet helemaal te kloppen..

Flavio, de jongeman die me hielp bij binnenkomst wilde Instagrammen, foto maken, enz enz.

De weg naar Carolina, het nabijgelegen plaatsje, was niet zo lang maar ging door redelijk bergachtig terrein. Het zijn een soort tafelbergen

Je zou toch zweren dat dit de Tafelberg in Kaapstad was!

Naarmate ik dichter bij Carolina kwam werden de klimmen steeds minder. Nu weer back to basics: een simpele pousada met ventilator, peertje aan ’t plafond en nog meer gezellig gruzeligs!

Zó ken ik ze weer. Maar wél WiFi hè?

Sams 150 kg-fiets, een zwarte jaguar en een kippenfokkerij

2 nov 2019: Het was druk van het af- en aanrijden van auto’s en vrachtwagens afgelopen nacht. Koplampen schijnen hun bundels op een zeker moment in je richting bij het draaien op het terrein van het pompstation waardoor het een soort flits is die je bereikt. Er waren ook slapers in een carbet een stukje verderop. Maar ik merk dat ik relaxter ben als ik zo buiten slaap. Het went. Ik werd nog even wakker van de hond die met de kat aan het spelen was, koddig gezicht.

De honden hier in Brazilië zijn over het algemeen heel vriendelijk en rustig. Dat had ik vooraf al gelezen en had dus (terecht) geen dazer meegenomen (een apparaatje dat een hoge toon genereert die niet om aan te horen is voor honden). Een héél enkele keer loopt er een hond blaffend achter m’n fiets aan. De enige goeie remedie: stoppen met fietsen, stilstaan en in de verte kijken. Ze weten niet wat hen overkomt. Je bent niet meer de ‘prooi’ die steeds harder wegfietst en hun neiging je op te jagen versterkt. Ze blijven nog wat voor de vorm staan blaffen maar druipen snel af als er niks te halen valt. De lol is eraf. Ik kende de theorie (dank je, K) maar had het nog niet eerder geprobeerd. Het werkt.

De honden bij mijn overnachtingsplek gisteren waren heel aanhankelijk. Deze gaf zich volledig over.

Overal lopen honden rond. Ze lijken van iedereen en niemand te zijn. Oha redelijk gevoed.

De posto gisteren was echt prima. Van alle gemakken voorzien. Ik kon zelfs in de hangmatten liggen die er al hingen, gemaakt van kleine stukjes hout. Geen haan gekraaid vannacht, maar ik heb een beetje een ‘houten’ kont van die harde hangmat. Ik werd er ’s nachts wakker van maar was te lui mijn eigen hangmat op te hangen, denkend: zó beroerd ligt het ook weer niet.

Er was in het carbet zelfs licht maar ik vond dat ik dan teveel in de etalage zat, ’s avonds. Heb m’n hoofdlamp gebruikt. Ik lag tussen de mangobomen. Kennelijk is het mangoseizoen, want om de paar minuten wordt een val van een rijpe mango aangekondigd door hevig geritsel van bladeren van de vallende vrucht als voorbode van een harde plof.

Op de grond liggen her en der rijpe mango’s. Af en toe kwamen mensen ze rapen

Mijn ontbijt bij het tankstation was een soort deegbal gevuld met, denk ik, cassavepuree (gele aardappelpuree-achtig), stukjes kip en ik meende ook nog wat groenten te ontwaren. Een caloriebom, hij woog ook het nodige maar it did the job!

Mijn hartige bol met zoete koffie con leite

Ik was nog maar een paar km op pad of hoorde een geroep uit de verte. Een man stond hevig te gebaren. Naar mij? Ik stopte, wees naar mezelf en trok een vragend gezicht. Hij begon nog heftiger te wenken. Ja, het ging kennelijk om mij, dus ik fietste naar hem toe. Toen ik dichterbij kwam zag ik het: een behaarde en bebaarde fietser.

Sam de fietser die al twee jaar hier rondfietst

Hij sprak iets gebrekkig Engels met een Zuid-Afrikaans accent maar hij was een Braziliaan. Voor Braziliaanse begrippen dus erg goed Engels. (Wel weer eens lekker om gemakkelijk te communiceren. Dat mis ik wel!) Sam heette ie en zag er wild uit. Woeste baard, paardenstaart, kettingen om zijn hals. Hij fietste al 2 jaar door Brazilië. Geloof het of niet, maar zijn fiets met spullen woog 150kg zei-ie.

Als je goed kijkt, zie je dat er een fiets onder zit

Ik dacht: dát zullen we nog wel ’s zien en probeerde het achterwiel op te tillen wat me niet lukte! Lood- en loodzwaar! Ik vroeg ‘m hoe hij in vredesnaam een helling opkwam. Hij vertelde me van zijn bijzondere verzet (klein blad voor, groot blad achter). Ik vond het niet extreem. Dan nóg moet je oersterk zijn om bovenop te komen.

Wat had ie in hemelsnaam mee? Om te beginnen 150 vlaggen van alle plaatsen waar ie geweest was, een sirene achterop en een zwaailicht, voorop een soort schijnwerpers omdat hij vaak ’s nachts fietste vanwege de warmte. Al die elektriek werd gevoed vanuit een motorfietsaccu 😄. Ook een zak van minstens 25kg hondenbrokken want twee honden reisden met ‘m mee. Als een wervelstorm vertelde hij zijn verhaal, route, zijn manier om geld te verkrijgen onderweg, en waar ie at en sliep. Hoe hij geld verkreeg kwam in feite neer op bedelen, want hij ging in elke plaats waar hij kwam naar het gemeentehuis -prefeitura – en vroeg daar ‘ondersteuning’ voor zijn jarenlange fietsreis door Br. Hij suggereerde mij hetzelfde te doen en krabbelde een briefje dat ik zou kunnen tonen.

img_3509

Sam met zijn 150 kg-fiets

img_3540

“Ik ben nederlands Ik fiets in Brazilië en heb hulp nodig om mijn reis voort te zetten. Bedankt voor de hulp van alle Brazilianen. Ik hou van Brazilië”

Ik legde uit dat ik het niet echt nodig had (het is ook weer zo decadent om te zeggen dat je het echt niet nodig hebt..), maar hij vond dat ik het tóch moest proberen!

Hij was ook bezig met een Guinness record, iets met 72u achter elkaar fietsen.. Maar dat begreep ik niet helemaal (en dat liet ik maar zo).

In de Amazone had ie van de Indianen kettingen gekocht die hij weer verkocht. Voor teveel geld kocht ik zo’n ketting van ‘m. Leuk aandenken aan een bizar verhaal. Had hij weer wat centen om zijn reis voort te zetten want hij zat op zwart zaad, ondanks zijn gemeentelijke smeekbedes..

Hij kon gelukkig (ik zeg het maar eerlijk) niet meefietsen met me want hij moest een achteras maken. Die was namelijk gebroken (hoe zou dat nou komen?). Hij toonde een stalen staaf van pakweg 1cm doorsnee die hij wilde afdraaien op een draaibank in de buurt. Ik zei nog dat je die gewoon kunt kopen, maar nee, hij had een speciale (wat ik me met dat gigantische gewicht wel weer kon voorstellen).

Als afscheidscadeau kreeg ik nóg een kralenketting (een mens kan geen genoeg kettingen hebben) en een stinkend en bevlekt Braziliaans shirt waar ik niet alleen beleefdheidshalve tegen protesteerde maar wat ik niet kon weigeren (paard, bek..). Dan zag ik eruit als een Braziliaan, zei hij, en dat was goed.. Wat een bijzondere mensen heb je toch op deze wereld. Dat vind ik nou leuk om mee te maken!

Het landschap bestaat hier uit grote vrije stukken land (in feite weides) met palmboompjes erin en fazenda’s. In de weides graast het vee, meestal koeien.

Fazenda’s met weiden voor het vee. Aan de horizon de rand van de jungle

Over koeien gesproken: ik heb nog nooit iemand een koe zien berijden (het was een stier, maar dat bedoel ik niet)

Hij kreeg het beest met moeite de juiste richting op maar het lukte hem toch!

In Vila José Martens Ferreira lunchte ik rustig (M, voor jou wat meer aandacht voor ontbijt en lunch).

Mijn goeie lunch vandaag! Kip met jus / sausje, bonen, rijst en salade

..en wat zie ik aan de overkant van de straat? De jongen op de stier die inmiddels ook in het dorpje was aangekomen.

Had ie die stier toch nog redelijk snel naar het dorpje kunnen dirigeren!

Onderweg geen molshopen maar termietenheuvels.

Termietenheuvels ipv molshopen

ik was neergestreken in Brejo Grande do Araguaia en had maar weer een hotelletje genomen. Beetje mijn houten kont van afgelopen nacht laten herstellen.

En dan kan ik een wasje doen met de fiets als droogrek

De prijsjes zijn zó zacht. ’s Avonds een pizza’tje gevonden. Heerlijk weer ‘s!


3 nov 2019: De BR-230 zou verderop onverhard worden als ik Google Maps mocht geloven (en als Google het zegt!). Maar ik was blij verrast toen ik zag dat ik weliswaar niet de eerste was die over het verse, streeploze asfalt mocht rijden, maar het scheelde niet veel. Zelfs Google wist het dus nog niet!

Ik stak de Araguaianá over, ook weer zo’n gigarivier. Vanaf de brug had ik zicht op het plaatsje Porto das Balsas.

Het dorpje Posto das Balsas

Sterk vergroot: een vrouw die afwast in de rivier

Iets dat me opvalt hier in Brazilie is het plastic, plastic, plastic. Ik schreef er al eens eerder over. Dranken spelen vanwege het klimaat een belangrijkere rol. Alles wordt in plastic flessen verkocht. Ook water, maar gelukkig minder. Water is ook op andere manieren beschikbaar. En als je iets koopt (zelfs één product, bv een blikje vis), dan krijg je er standaard een plastic tazzie erbij. Als díe Pavlovreactie nou ’s de kop werd ingedrukt, dat zou al veel schelen. Ook drankblikjes doen het ‘goed’ trouwens, die vind je ook overal in de beem terug. Het lijkt allemaal nog geen rol te spelen voor de Brazilianen hier. Ach ja, West-Europees ecosnobje..

Hier is het wel héél erg. Zo af en toe vind je van dit soort ‘haarden’.

Het was bewolkt vandaag. Met een licht briesje zonder die zon is het dan verrukkelijk weer. Het is rond de 30 graden wat niet klef is als de zon niet schijnt.

Het landschap is hier mooi. Daar had ik op gehoopt en dat blijkt gelukkig ook zo te zijn. Natuurlijke begroeiing, jungle, beetje heuvelachtig. Prachtig!

Geen originaliteitsprijs maar het geeft een indruk

In Macaúba dacht ik te gaan eten en eigenlijk ook te gaan slapen. Eerst maar ’s eten, het was inmiddels drie uur. Ik kon echter geen restaurantje vinden en ik vroeg een groepje mannen dat stond te lanterfanten. Eentje liep met me mee naar het meest afzichtelijke huisje aan de overkant. We liepen naar de achterkant van het huisje, en daar zat de hele familie. De mannen dronken bier, de vrouwen waren bezig (what’s new..). Dit zou een restaurant zijn?! De vrouw des huizes vroeg me wat ik wilde. We kwamen eruit en ze begon op een houtvuur te koken. Een lang stuk hout duwde ze dieper of minder diep onder de pannen bij wijze van regeling. Het was trouwens meer opwarmen van iets dat al klaar was. Het was panelada met frango en arroz (zoek maar op 😊). Ze waren arm. Het voelde een soort van voyeuristisch om dat allemaal zo van dichtbij te zien en mee te maken. Maar zij hadden er geen erg in en het was erg lollig. We moesten op een of andere manier lachen om elkaar en het was gewoon gezellig. Ik lepelde m’n hapje op, kloof mijn kipjes af. Zij stelden vragen die íets verder gingen dan: waar kom je vandaan en waar ga je heen. Ondanks de taalbarrière viel me de humor op, bijzonder!

Vrnl de vrouw des huizes, haar huidige man, haar dochter (niet van deze man), het vriendje van de dochter en een buurman

Het fietsen was ik vandaag eigenlijk zat. Ik wilde hier ook niet slapen en er was verder niet echt een geschikte plek om te slapen. Wél 20km verderop waar een klein vliegveldje was bij een dorpje. Tenminste, dat nam ik aan: vliegveldje = pousada, dacht ik. Ik had toch nog wel pit dus fietste door. Het is een kwestie van mindset.

Ik ging weer een stuk door jungle-achtig gebied, en daar zag ik ‘m: een grote zwarte kat aan de rand van de weg op pakweg 100m afstand. Ik minderde vaart. Er kwam echter een tegenliggende vrachtwagen aan en de grote kat sprintte de weg over en sprong over de brede geul / afwatering. Tijdens die sprong zag ik hoe groot ie was. Ik had zojuist een zwarte jaguar gezien! Geen kans van dat ik mijn telefoon tijdig van mijn stuur kon nemen en een behoorlijke (desnoods onbehoorlijke) foto kon nemen. Maar het was er een, ongelooflijk! Ik fietste een paar km een beetje verdwaasd maar opgewonden verder. Prachtig!

Een bord kondigden weer een stukje indianenreservaat aan:

Aankondiging van een indianenreservaat

De indianen (die ik trouwens niet zo meteen kan onderscheiden van ‘gewone’ Brazilianen) zaten in stalletjes langs de weg om hun producten te verkopen.

Ook weer armoeiige huisjes. Rechts zo’n stalletje

Al snel na het Indianendorp kwam ik aan in São Bento do Tocantins met meteen na binnenkomst een bord: ‘Pousada’! Dat is nou lekker. Geen gezoek, geen gezeik! Hoewel? Een uiterst chagrijnig wijf – de eerste in Brazilië, ik zal haar nooit vergeten – checkte me in.

Geen Hilton, maar een heerlijk kamertje aan een soort binnenplaatsje. Mijn geluk kon niet op na het zien van de traploos regelbare ventilator!

Mijn pousada

Prachtig houten bed!

img_3563

Toiletrolinspectie

Ik zat ’s avonds op het terras van het tegenoverliggende restaurant, kijkend naar Braziliaanse shows op zondagavond. Ik dacht dat wij shit op tv hadden, maar die Brazilianen kunnen er ook wat van! Ik herkende zelfs de presentator van de relishow die (weet ik inmiddels) elke zondag op tv is waarin het jonge publiek, uitzinnig meezingend in dezelfde t-shirts, wordt opgezweept door artiesten op het podium die zoete (ondertitelde) zingevende liederen zingen, ondersteund door dansende dames in weinig verhullende danspakjes. Zo kom ook ik de zondagsdienst wel door!

Morgen ga ik naar Luzinópolis. Dat is vlakbij, ik kan heel rustig aan doen. Via Warmshowers (een soort internationale Vrienden op de Fiets maar dan gratis, afgezien van het lidmaatschap), waar ik lid van ben, had ik een adresje gevonden op een fazenda. Ben benieuwd!


4 nov 2019: Vandaag ben ik door de 2000km-grens gegaan. Schatting nu van de totale afstand is 4200km, maar je weet maar niet hoe het loopt.

De koeien hier lijken mij een Afrikaans soort. Zo vind ik ze eruitzien, tenminste. Ze zijn als de dood voor me als ik langsfiets, ze stuiven met z’n allen weg.

Blinde paniek!

Helaas is het vandaag minder bewolkt. De temperatuur loopt dan snel op, helemaal als er weinig wind is. Ik slobber dan in een paar teugen een paar honderd Cc water weg. Water krijg je hier trouwens overal. Daar hoef je (of hoef ik) nooit voor te betalen. Het lijkt een gewoonte te zijn. Zelfs in restaurants krijg ik zonder meer een dikke fles gekoeld water mee. Het is eigenlijk altijd van goeie kwaliteit. Voor de enkele keer dat er een raar smaakje aan zit heb ik zakjes met een smaakje die ik toevoeg. Zeker aan het einde vd dag wanneer het water én niet lekker is, én pislauw, voeg ik wat van zo’n zakje toe met een exotisch smaakje (passievrucht of mango). Noem het pokon! 😊

Veel te vroeg natuurlijk kwam ik aan in Luzinópolis. Bij het tankstation bij binnenkomst ging ik even zitten. Kopje zoete koffie, de vragen van de mensen in het restaurant beantwoorden. Ook maar gelijk Almoco gegeten.

Kreeg later nog een glas mangosap erbij. Ze weigerden mijn geld, ze vonden het bijzonder dat ik daar at!

Na de lunch ging ik naar het warmshowersadres, nog zo’n 15km verder. Maar wel 15 heuvelige km’s

Fietssnelheid varieert van 6 tot 60 km/u. Als een raket naar beneden maar al héél snel weer de pleuris trappen om boven te komen!

Ik moest goed zoeken. Had van mijn host die op een fazenda woonde, een locatie via een Whatsapp gekregen maar er was helemaal geen weg! Ik moest, bleek later, een stuk zandweg volgen, hek open, nog een hek open en daar was de fazenda. Fabiana bleek hier te wonen, een vrouw uit Zuid-Brazilië die hier een biologische kippenfokkerij was begonnen, of eigenlijk geen fokkerij maar een faciliteit om kuikens op te laten groeien tot slachtkippen (ik weet het, een mooier beroep is er niet). Ze sprak beperkt Engels maar met onze vriend Google Translate kom je heel ver! Ze had veel interessants te vertellen als onderneemster over Brazilië en had nog een andere onderneming (een rubberplantage). Ze nam me mee naar een beekje met glashelder water en fijn zand op de bodem waar ik in kon badderen. Héérlijk! Het water was zelfs drinkbaar. Het was een stukje lopen en ze nam een machete mee ivm …. slangen, zei ze! Ik had niet mijn telefoon mee voor foto’s. Dorstte ook niet om in mijn eentje terug te gaan.

De fazenda. De kippenschuur stond een stuk verderop

Vijf (!) Zwitserse Pastoorhonden hielden de wacht

Morgen door richting de watervallen Pedra Caída. Wat maak ik toch weer een bijzondere dingen mee!

Op de motor en naar de Transamazonica

30 okt 2019: Er wordt wat afgebrommerd hier. Niet zelden zitten ze met het hele gezin op zo’n ding. De receptioniste van mijn hotel in Goainésia met haar 2-jarige dochtertje stond ’s avonds op het punt om weg te gaan.

img_3451

Moeder met dochter van 2 op de brommer, maar met hetzelfde gemak gaat er een baby in een draagzak mee.

Goianésia was een leuk plaatsje. Veel boompjes, leuke winkelstraat, levendig.

Leuk stadje!

Straatbeeld. Links de spiesverkoper

Ik kon het niet nalaten een spiesje vlees te nemen, ’s avonds (ik had nog geen vlees gehad..). De espetinho – wij zouden zeggen: schlaschlik, spies, kebab of saté – doop je in een pot met rode saus en dan sprenkel je daar farinha (een soort grof meel) overheen. Ik vond de spies trouwens van bar taai vlees. Lamme kaken van het malen..

De spiesverkoper. Waar dat ‘Gaguin’ voor staat weet ik niet


30 okt 2019: ’s Morgens bij het ontbijt zat ik bij een vaste gast van het hotel. Hij had één arm en werd geholpen bij het smeren van z’n broodje, het snijden van zijn meloen, etc. Ik vroeg hem wat er was gebeurd. Hij vertelde dat hij in een verkeersongeluk een arm was verloren. Later haalde hij een papiertje van zijn kamer dat zijn verhaal helemaal beschreef. Met mijn vertaal-app maakte ik een foto om te vertalen: een zwaar ongeluk en hij had R$ 4700 nodig, zo’n €1000, en was aan het sparen voor een operatie. Tja, een land waar niet iedereen goed verzekerd is. Ik gaf ‘m wat geld en hij stak me zijn linkerhand toe.

De weg naar Jacundá is opeens veel heuvelachtiger. Ik moet weer stevig klimmen, zeker de eerste helft. Het landschap is hier ook mooier, meer oorspronkelijke begroeiing, minder zwerfafval.

Kennelijk is de weg bol want je ziet m’n voeten niet..

Ook nauwelijks dorpjes. Gelukkig wel kleine tentjes onderweg voor een drankje of een snack.

img_3455

Iedere gier z’n eigen paal

De nog kleinere dorpjes in de heuvels hier zijn arm, althans, als ik naar de huisjes kijk. Golfplaten daken, soms aangevuld met plastic en daaroverheen weer palmbladeren.

Armoe troef

De oorspronkelijke bruggen liggen er soms nog

Ik vond in Jacundá een hotel MET restaurant. Ideale combi, die restaurants zijn vaak iets completer. Na incheck rond 3u bleek het restaurant echter gesloten 😕. De hotelmanager (denk ik), een Miami Vice-achtige man met bijna kale kop, ongeschoren gezicht, donkere zonnebril en (daarom heb ik die associatie met Miami Vice) een soort leren tuigje om zijn armen en achter zijn rug waar ze in de film een pistool in stoppen (had hij niet hoor, maar waar dat tuigje nou voor was?), bood aan me naar een restaurant een stuk verderop te brengen. Ook weer gewoon aardig! Ik dacht eerst er achteraan te fietsen, maar ik moest achterop zijn motorfietsje. Hmm.. Mijn fiets mocht in een hok achter de receptie, dat zat wel goed, maar ben niet zo happig op die motorritjes (zonder helm natuurlijk) hier in Br met gaten in de weg, drempels en andere hindernissen. Maar goed, ik heb zelf m’n helm ook niet altijd op, op de fiets.. Hij reed trouwens keurig. In het restaurant bleef hij op me wachten terwijl ik at; lekker rustig eten zo..

31 okt: Ik fietste Jacundá uit langs deze alternatieve kinderwagen.

Hij keek er niet vrolijk bij, zo tussen de plastic flessen

Boã Esperanca – weinig boã en veel esperanca wat mij betreft

Heerlijk geluncht in mijn bestemming voor vandaag: Novo Ipixuna. Las dat er ook een ‘oud’ Ipixuna is maar dat dat is ondergelopen door de waterkrachtcentrale Tucuruí in de gigantische rivier Tocantins. Het volledige oude dorp – en nog veel meer dorpen hier trouwens – hebben ze in de 80-er jaren verhuisd naar droger regionen, een stukje oostelijker. Het is dus ook weer een nieuwe plaats.

Bij die pijl is de Tucuruí-dam. Ik zit op het blauwe puntje. Die rivier is agv die dam dus gigantisch verbreed met veel ondergelopen dorpen

Maar over die lunch: Het was een soort stoofpotje. Ik dacht met aardappel en lams- of schapenvlees met een heerlijke saus. Het heette Costela com macaxeira vertelde het meisje dat me bediende.. Dat macaxeira blijkt cassave te zijn. Hoe dan ook, heerlijk!

Eindelijk weer ‘s echt lekker eten!

Ik had door het flodderige geld een biljet van R$ 5 teveel gegeven, bleek, wat ze keurig teruggaf en makkelijk had kunnen houden. Dat doen ze gewoon niet hier, heb al meer gemerkt dat ze daar stronteerlijk in zijn. Prettig!

Ik had 60km erop zitten. Kón nog best wel verder maar er waren alleen nog nederzettingen, minder dan gehuchten, de aankomende 50km. Middagje vrij dan maar. In hotel San Diego lag de receptioniste werkelijk króm van het lachen omdat ik m’n fiets op het kleine kamertje wilde. Dat had ze nog nóóit gezien. Toen ik zei dat het minha espousa was, kwam ze helemaal niet meer bij. Opgewekt volk!

Zelfs in de hotelkamers hangen haken om een hangmat (in het Portugees: ‘rede’ maar dat spreek je uit als ‘hedzjie’) aan op te hangen


1 nov 2019: Ik lag gisterenavond even tv te kijken. Het Portugees volg ik onvoldoende. Het nieuws, elke keer als ik het zie, is uitsluitend nationaal. De gemiddelde (maar eigenlijk ook de bovengemiddelde heb ik ondervonden) Braziliaan spreekt geen wóórd (maar dan ook niets!) over de grens, laat staan Engels. Ik ben het niet vaak tegengekomen dat een bevolking zó beperkt, tot nu toe, een andere taal beheerst. Ik vermoed dat dat nationaal gerichte nieuws daar ook iets mee heeft te maken. Ik las dat het openbaar onderwijs ook te wensen overlaat. Ook het feit dat alles ondertiteld is op tv (zelfs slappe Amerikaanse series) helpt ook niet. En als je geen benúl hebt van een andere taal, realiseer je je ook niet hoe dat voor een niet-Portugees sprekende moet zijn. Sommigen gaan, als ik wazig kijk, bijvoorbeeld harder praten. Een enkele keer zie ik ongeloof dat ik het niet begrijp.

Wat ze ook leuk vinden op tv is naming and shaming. Er er is een grote focus op ’s lands criminelen. Er zijn tv-kanalen die de hele dag door politie busts laten zien waarin drugscriminelen worden overmeesterd met een hijgerige reporter in een kogelvrij vest. Zo gedurende de dag zie je her en der dezelfde beelden opduiken van overvallers die ze in een grote stad opgepakt hebben. Niks Jan J. te H. of balkjes over de ogen, maar vól in beeld met handboeien en lijntjes erachter tegen de muur die de lengte vh sujet aangeven. In een aantal gevallen wordt de crimineel, met zijn hoofd van de camera afgekeerd, geïnterviewd. Ik kan de vragen niet verstaan van de interviewer, maar zal wel iets zijn van: ‘Vind je jezelf nou een flinke jongen?’ of ‘Waarom deed je dat nou?’. De crimineel antwoordt uiteraard niet. Een hoog oog-om-oog, tand-om-tandgehalte. Afkloppen (er bekruipt me toch een licht gevoel van bijgeloof erover te schrijven nu), maar ik heb nog niets crimineels meegemaakt, integendeel! Vrijgevigheid.

ik had al eerder sporen in de weg gezien, maar zó erg als ik vandaag tegenkwam had ik ze nog niet eerder gezien. Gevaarlijk, de auto’s halen capriolen uit anders sleept de onderkant van hun auto over het asfalt. Ik kan aan de kant blijven, op de vluchtstrook is het redelijk vlak.

Die sporen zijn écht diep! Paar km verderop waren ze opnieuw aan het asfalteren

Helaas dood. Een krokodilletje

Ik kom nog steeds weinig (levend) wild tegen. Vandaag zag ik voor het eerst een groter zoogdier dat overstak. Ik denk een opossum. Was natuurlijk veel te laat om een foto te nemen.

Net voorbij Morada Nova kom ik langs een Coco gelado verkoper. Koude kokosnoten liggen in een koelbox. Je koopt er een, de verkoper hakt ‘m met een machete open tot er precies een gaatje bovenin zit waar een rietje in kan. Het sap is licht zoetig met ook een zoutige bijsmaak.

Alleen klein beetje jammer dat het een plastic rietje is

Als je ‘m op hebt, hakt ie een stukje van de schil af waarmee hij een soort lepel maakt. De rest van de kokosnoot wordt doormidden gehakt. Met die lepel kun je de binnenkant afschrapen, waar nog een soort van slijmerig laagje (klink minder aantrekkelijk dan het is) in zit.

Links dat lepeltje waarmee je de binnenkant schoon kan schrapen

De allerlaatste restjes worden door de kuikens opgepeuzeld. Ik vind dat zo’n tropisch gebeuren, zo met zo’n kokosnoot. Leuk hè?

Als ze die kuikens later nou weer opeten hebben ze een aardige circulaire economie..

Ik lunchte in São Félix, een voorstad van Marabá, bij een Lanchonete (er bekruipt me toch het gevoel dat ze de Engelse uitspraak van lunch hebben verbasterd). Het was een churrascaria, een bbq-restaurant. Daarnaast natuurlijk de bonen en rijst / spaghetti in grote rvs bakken. Ik moet zeggen, het vlees van zo’n bbq is verrukkelijk! Lekker gekruid, mals met een knapperig randje. De hoeveelheden vlees die hier gegeten worden zijn werkelijk gigantisch. Zou me niet verbazen als de Brazilianen meer vlees dan de Amerikanen eten.

ik moest de Tocantins rivier over naar Marabá die wordt overspannen door een geweldige brug:

Ik heb nog even downtown Marabá gekeken maar werd niet dolenthousiast. Zoals gewoonlijk was het nog vroeg, dus verder. Iets buiten Marabá begon de BR-230, beter bekend als de Transamazonica. Ik heb thuis verlekkerd naar YouTube-filmpjes gekeken van mensen die deze weg helemaal affietsten tot vèr in de Amazone. Ik doe maar een klein stukje.

Ik kwam door het dorpje Villa 1 de Marco waar ik wel dacht een slaapplek te kunnen scoren, maar ik kwam niet ver. Het volgende dorp ‘..zou beter zijn’. Net een paar km buiten het dorp was echter een gewéldig pompstation (posto) met carbets voor hangmatten, een restaurant, toiletten en douches. Ook glijbaantjes maar daar heb ik nu even geen zin in.

Die hangmat is van Shell, maar verderop staan nog meer van dit soort hutjes

Met een restaurant ernaast!

De kipjes lopen hier ook gezellig te scharrelen.

De grote kuikens piepen de hele tijd. Er lopen ook honden rond maar die hebben weinig interesse

Ik zie gelukkig nog geen haan! Nee, prima stekje. Morgen vervolg ik de BR-230 verder.