20 – 23 oktober 2019
De weg naar Macapá vanaf Tartarugalzinho was uitermate saai. Nauwelijks afwisseling in het landschap. Wél een goeie weg, nagenoeg windje recht in de rug. Naar podcasts en muziek luisterend, stampte ik maar door naar Ferreira Gomes.

Eucalyptusplantages


Eindeloze maar dan ook eindeloze eucalyptusplantages over tientallen kilometers domineren het landschap. Het hout van deze bomen is tbv de papierproductie. Niet iedere Braziliaan is blij met deze plantages: ze zuipen water en vreten grond. In Europa krijgt het papier hiervan geproduceerd een fijn duurzaam FSC-keurmerk..
Verder grote niet definieerbare vlaktes met bosjes. Veel, heel veel is verbrand geweest of brandt zelfs nog. Smeulende zwart geblakerde vlaktes. Not a pretty site..

Als je hier om je heen kijkt, smeult of brandt er altijd wel wat. De penetrante rooklucht is soms ondraaglijk
Na een dikke 80km kom ik langs Lanchonete Campo Belo. Een wat gezwollen naam voor een aandoenlijke landelijke poging wat geld te verdienen met de verkoop van snoep en frisdrank langs, nog steeds, de BR-156. Een golfplaten constructie met veel scharrelende kipjes, een oude autobank als zitgelegenheid, een hoop maïsafval, wat autobanden en verder losse werktuigen her en der. Maar ik word, zoals gewoonlijk in Brazilië tot nu toe, zeer vriendelijk tegemoet getreden.

De ‘lanchonete’
Ik had berenveel energie en al om 14:30u was ik, na 95km fietsen, in Ferreira Gomes, een soort badplaats aan de rivier Araguari die getemd is door een waterkrachtcentrale.

Regen verderop. Indrukwekkende wolkenpartijen

De waterkrachtcentrale
Het was zondag, dus er waren veel dagjesmensen die hier aan de rustige en schone rivier kwamen recreëren. Rustig water vanwege de waterkrachtcentrale.

Het strandje in Ferreira Gomes
Tegenover het strandje met predicaat: própria para banho (ik vond idd een zeer beperkt aantal rondslingerende blikjes en flesjes) at ik een late brv-lunch met SALADE erbij! Opvallend: de dame die me hielp was een soort sensitief of begripvol voor mijn beperkte notie van het Portugees. Ze was duidelijk en snapte kennelijk de moeilijkheid voor mij. Beetje toeristisch hier dus, soms wel prettig..
’t Is een gezellig plaatsje, Ferreira Gomes. Er wordt met grote muziekboxen die achterin auto’s zijn gemonteerd op straat een feestje gemaakt. De ene box tegen de andere natuurlijk. De tyfusherrie heeft gek genoeg iets gezelligs, iedereen lijkt zich erin te schikken.
Het is donker, bedreigende bewolking, heerlijk zomers avondwindje, apart sfeertje.
’s Avonds zit ik nog even buiten in het zwoele windje voor mijn kamer (het wordt een gewoonte, die kamers. Moet nodig weer ’s een hangmatnacht inlassen) maar wordt weggepest door de onweersvliegjes.

Het weer lijkt om te slaan

Brazilianen en voetbal
Ik had ’s morgens weer zin om verder te gaan. Wat zou ik zien? Meemaken?
Het landschap werd er niet beter op, fietsend naar Porto Grande. De eindeloze rijen eucalyptusbomen en ruige bosjes en struikjes had ik wel gezien. Het doet je wel realiseren hoe gigantisch groot dit land is. Zonder overdrijven heb ik de plantages tientallen km’s aan mijn zijde gehad, er kwam geen einde aan! Af en toe glooide het landschap en kon ik zien hoe ver de plantages landinwaarts reikten. Onvoorstelbaar! De plantages zouden zomaar de grootte van een of meerdere van onze provincies kunnen zijn.

Ik sloeg even af van de BR-156 (ook wel ’s lekker, ik volg die weg al een paar honderd km) naar Porto Grande, een plaatsje dat net als Ferreira Gomes ligt aan de uitgedijde Rio Araguari. Leuk plaatsje met veel winkeltjes, bedrijfjes, stalletjes op straat. Tenminste, de geasfalteerde hoofdstraatjes zijn leuk, de stoffige zijstraatjes vaak minder.


Ik vond het nog te vroeg om te stoppen (rond 11:30) dus besloot terug te rijden richting de grote weg naar een posto, een pompstation met wegrestaurant. Werkelijk een geweldige lunch genoten! Het buffet was uitgebreid en smakelijk. Je pakt een bordje, mietert ‘m vol (moet me een beetje inhouden..) en betaalt per gewicht. Bordje op de weegschaal en hup!
Ik was niet de enige die zat te lunchen. Het valt me op dat de iets beter gestelde Brazilianen meteen ook redelijk chubby zijn, zowel mannen als vrouwen. Maar dat kan ik me ook wel weer voorstellen met die geweldige buffets met veel en heerlijk vlees voor relatief weinig. Zo’n bord goed eten kost dan R$ 17, nog geen € 4,-
Ik had verderop een gehucht uitgekozen als overnachtingsplek: Monte Tabor dat iets van de weg af ligt. Bij de afslag ernaartoe stond een fruittentje waar ik wat sap dronk en een gellado (geen ijsje, maar stukjes fruit in yoghurt met kleine stukjes noot – heerlijk!) at. Ik vroeg wat voor dorpje het was en of ik daar evt kon slapen. Ze dachten het wel. Het was echter geen dorpje maar een communidade. Ik dacht: gehucht dus.
Ik nam het zandpad naar Monte Tabor dat na 2km eindigde bij een slagboom en beveiligshokje van waaruit mensen naar me zwaaiden. Vreemd! Een slagboom, portiersloge? Een man met een klein meisje op z’n arm verwelkomde me en legde uit dat het om een rehabilitatiedorp ging. Drugs- en alcoholverslaafden en anderen die de weg kwijt zijn geraakt kunnen hier in een 9 maandentraject rehabiliteren. Tegen de heuvel voor het dorp was met gestrooide steentjes geschreven: ‘paz em 2019′.
De manager werd erbij geroepen. Een klein, pezig, vastberaden maar vriendelijk mannetje dat pienter uit z’n ogen keek gaf me een hand en zei ‘Met God in ons hart is iedereen welkom‘. Na wat overleg mocht ik in de portiersloge slapen als het donker zou worden. Ik was wel blij met de portiersloge want om nou een paar rehabiliterende crackheads aan m’n hangmat ’s nachts vond ik toch minder. Maar ze waren bijzonder vriendelijk allemaal!
Tot die tijd klapte ik mijn stoeltje even uit om even te zitten. Anderen kwamen langs om me een handje geven. Het onderscheid patiënt / medewerker meende ik goed te kunnen maken. Ik bedacht me dat de kans op een biertje hier ’s avonds kleiner was dan in Marokko..

De portiersloge waar ik eerst zou slapen
Een man en vrouw (hij werkt hier als de klusjesman) die me zagen zitten wenkten me en boden me spontaan hun logeerkamer aan in hun eenvoudige huis. Er waren in de logeerkamer twee haken schuin tegenover elkaar in de muur bevestigd voor m’n hangmat, ideaal! Ik mocht uiteraard ook gebruik maken vd banheiro, de badkamer, zeiden ze. Veel hartelijkheid. Ik kreeg van het jongetje van 5 jaar (er liep er ook nog een rond van 2) een glas warme, zoete – ik denk – rijstdrank, het had iets van rijstepap weg. Erg lekker.
Baden in hun badkamer was toch ook wel bijzonder. Bij binnenkomst stond er een hele grote blauwe teil koud water, een soort tobbe. Moest ik daarin? Wat was de bedoeling? Maar toen zag ik het. Er lagen wat bakjes naast en er was een afvoerputje. Ik moest er water uit scheppen en over me heen gooien. ’t Was even pielen, maar het ging prima. Ik morste nog wat vlokken shampoo in de grote teil, maar gelukkig losten die snel op. Een douche vind ik toch handiger.
Als avondmaaltijd kreeg ik een heerlijk bordje soep met zacht vlees, gekookte pasta en wat groenten.
’s Avonds hoorde ik nog lang geïmproviseerde kumbayah-achtige liederen die met een slechte geluidsinstallatie werden versterkt.
De jongetjes kwamen vroeg in de avond in hun pyjama’tjes een goeie nachtknuffel bij me halen.

Dat is dan toch maar weer bijzonder om mee te maken hè? En ik lees momenteel nota bene over authentieke toeristenervaringen in Grand Hotel Europa van Ilja Pfeijffer.
Vá com Deus werd me toegewenst, ’s morgens bij het weggaan.

Het gezinnetje dat me hoste. Hun jongste zoontje sliep nog
Macapá was nog pakweg 75km, mijn bestemming voor de volgende dag. Het landschap en uitzicht zou niet meer beter worden. De plantages hielden weliswaar op maar veel mooier werd het allemaal niet.
Zo’n 25km voor Macapá kwam ik langs het restaurantje van Cyclista Feliz. Het was 12u, tijd voor wat fietsvoer. Verrassing! Bordje vlees met uien, groenten en rijst.
Naarmate ik dichter bij Macapá kwam, werd de omgeving slordiger. Veel zwerfafval, lelijke bedrijventerreintjes, sloopbedrijven, enz. Macapá is groter dan ik dacht, ik reed lang door de buitenwijken.
In Macapa natuurlijk naar het Monumento Zero – het symbool voor de evenaar waar Macapá op ligt. Ik sta op de evenaar! Natuurlijk ook even checken of m’n telefoon dat ook vond:

Nagenoeg 0!

Ik ging maar ’s op zoek naar een overnachtingsplek. Omdat ik al bij het Monument Zero was, was het logisch richting de bootafvaart in Santana te gaan zoeken. Al fietsend naar Santana kwam er een auto naast me rijden. Een dame opende het raampje aan de bijrijderskant en gesticuleerde dat ik moest stoppen. Wat wilde ze? Hing er iets los of was er iets van m’n fiets gevallen? Iets verderop stopte ze met knipperlichten aan. Wat bleek? Ze was bijzonder, om niet te zeggen overmatig, geïnteresseerd in m’n beslommeringen zo op de fiets. Hoe dat zo? Ze ging zelf twee jaar en 20.000km door Zuid-Amerika fietsen. Na wat primaire uitwisselingen – haar niet-Portugees was nagenoeg afwezig, de vertaalapps zijn een zegen – vroeg ik of ze een hotel wist, wat al snel leidde tot haar aanbod me te hosten. Dat was echter weer 8km terug en ze zou 19u thuis zijn. Maar de hotels waren dungezaaid. Inshallah dus maar. Maar we hadden nummers uitgewisseld dus ik had er vertrouwen in. Ik ging dit berichtje tikken op een terras bij, hopelijk, mijn slaapplek vannacht. Hoofdzakelijk mannen bevolken dit terras, drinken bier, maken herrie en spelen pool. ’t Is wel gezellig. Leuke markt ook vlakbij:

Om 19:15 toeterde mijn host. Ik kon bij haar couch surfen. Weer geregeld!

Rayssa, mijn host
Morgen richting Santana. Ik heb nog een Warmshowersadres achter de hand, maar die reageert niet meer.. Mahl sehen!