Dagelijks archief: 17 okt 2019

Door de Amazone

13 oktober 2019, St. George – Oiapoque

Nog in St George in Frans-Guyana maakte ik gisterenavond kennis met May, de goedlachse uitbaatster van de herberg. Ze was Chinees, maar gedroeg zich (prettig) on-Chinees. Contactueel, lachend, babbelend (hilarisch, ze sprak Frans maar slikte minstens de helft in. Ik moest de Fransen om me heen om hulp vragen). De herberg leek op een Chinese boerderij. Op het erf scharrelden kippen en kuikentjes. Een paar potten met sierplanten stonden naast het moestuintje. Meloenschillen werden aan de kippen gevoerd die er meteen lustig op los pikten. Het barstte van de katten met kittens die ’s nachts de boel op stelten zetten. Twee honden, de waakhond die vast lag en op ongezette tijden blafte, en een puppy die af en toe van May een schop kreeg omdat hij op het terras lag, waarna-ie jankend weg liep. Chinezen en dieren.. De geur die er hing hield het midden tussen die van een kippenhok en de keuken van een studentenflat.

De volgende ochtend reed Valentin mee op z’n te kleine, krakende fietsje richting de brug over de Oiapoque. Bovenop de eerste heuvel namen we afscheid, ik ging door.

Valentin, de reizende taxichauffeur

De brug zou za-middag en de gehele zondag gesloten zijn:

Ze dachten: laten we nu ‘s een mooi groot bord maken..

Maar dat bleek dus allemaal onzin te zijn zoals Valentin al zei. Hij is elke dag van 8-18 open. En dan zo’n gigantisch (fout) bord neerzetten..

De brug was in 2010 klaar maar pas in 2017 in gebruik genomen. Gedoe, gedoe. Ik moest na de brug even wachten bij de Polícia Federal, maar dan héb je ook wat: een tampon in je paspoort (en wie wil dat niet). Het was inmiddels 10u en ik wilde eerst even settelen. Moest ook nog boodschapjes doen, geld pinnen en was mentaal nog niet klaar om de BR-156 – de deels onverharde, lange weg door de Amazone naar Macapá – te lijf te gaan. Heb maar een dagje geluierd en rondgelopen in Oiapoque.

Zicht op de brug die in 2010 klaar was maar pas in 2017 open ging!

Straatbeeld Oiapoque

Dat wordt wat als ze groot zijn. Ze konden ‘t niet laten om aan m’n fiets te plukken.

Ik kocht een Braziliaans voetbalshirt, omdat ik zo gek ben van voetbal.. Een lekker polyestershirt! Ik blend lekker in zo.

Hij zít wel lekker!

Later op de dag een bordje bonen, vlees, rijst gegeten, de typische Braziliaanse maaltijd. Vermoed dat het over een tijdje m’n neus uitkomt maar vooralsnog vind ik ’t lekker. Lekker prijsje ook: R$ 13 (nog geen € 3,-). Verder gelummeld (met afstand mijn grootste talent).


14 oktober 2019, Oiapoque – Estrela

’s Morgens riedeltje afgewerkt en opgestapt, rustig Oiapoque uitgefietst. Nog even benzine getankt bij het laatste station (de volgende was na 291km). Wél het soort zonder alcohol anders gaat m’n brandertje sputteren. De pompbediende vroeg waar ik het voor nodig had. Ik vertelde: para comer (om te eten). Hij keek me met grote ogen aan en dacht dat ik ’s avonds een flinke slok benzine nam. Ik lachte me rot, want snapte de verwarring. Para fazer comida (om eten te maken) gaf verheldering.

Het glooide con-ti-nue. Geen stukje was vlak. Om 11:30 had ik 40km gefietst. Het punt waar ik heen moest was nog 15km. Dat punt heet Bar Fim do Asfalto; leek me duidelijk. Daarna zou het ploeteren worden op de onverharde rode aarde. Ik hoopte dat er iets zou zijn op dat punt en dat het wel echt een bar zou zijn..

Een deel van het oerwoud was hier al opgeofferd aan de veeteelt. Rechts van me de kilometers lange fazenda’s waar koeien grazen. Links de jungle, tot nu toe niet anders dan in FG. Het verkeer was erg rustig. Eens in de pakweg 5 minuten een auto of vrachtwagen.

Ik kwam al borden tegen dat het om indiginous gebied gaat. Stukjes zijn toegekend aan de stammen: Uacá, Pirquiá, Curipi. Dat staat dan ook op elk bord aangegeven.

Bordje met de stamnaam

Na 40km kwam ik langs de eerste bosbrand die letterlijk wel heel dichtbij kwam. Ik voelde de warmte van de vlammen. Gelukkig ging de weg bovenwinds langs het vuur:

Redelijk brandje, aangestoken of niet.

Onduidelijk of het spontaan is gaan branden of dat de landeigenaar een handje heeft geholpen.

En inderdaad! Na 55km was het afgelopen met de asfaltpret. Mij was door Google Maps dus een bar beloofd (ik ben daar niet ongevoelig voor), maar.. niks! Alleen een bord dat het fim is met het asfalt.

ED13D030-B810-4796-8E5E-A3B42A2AD401_1_201_a

Inderdaad ‘Fim do asfalto’ voor de aankomende 110km

Wat zou ik doen? Ik had al 55km met geklim achter de kiezen. Maar goed, hier kon ik ook niet blijven. Ik fietste maar door en kwam door Karia, een ‘gehucht’ (zoals Maps.me het betitelt). Huisjes zonder ramen, sommige met palmbladeren op het dak, andere met golfplaten.

Het gehucht ‘Karia’

Op zích een goeie overnachtingsplek. Een jongeman – zag er uit als een indiaan – was niet dólenthousiast me te zien. M’n offline vertaalapp hielp wel wat om te communiceren, maar mijn tongval maakte het er allemaal niet gemakkelijker op. Ik vroeg of het goed was daar even te gaan zitten. Hij murmelde iets en knikte kort. Mijn verzoek even later om wat water werd ingewilligd met een volle 2l fles koud water. Kan ik weer vooruit.

De heuvels werden steiler en steiler en al vrij snel kwam ik er niet meer fietsend tegenop. Ze zijn meer dan 10% en grindachtig. In mijn kleinste verzet schoot mijn achterwiel door. Bovendien had ik het end in de bek; de energie was op. Ik kwam door het dorpje (nou ja, dorpje..) Estrela waar ik vroeg of ik er kon overnachten. Een dame uit het dorp zou het opnemen met de ‘chef’ en ze nam me mee naar de dorpsoudste – een piepklein menneke van dik in de zestig (?), ontbloot bovenlijf, een short aan en een machete in zijn hand. Hij gaf me vriendelijk een hand, hoorde de dame aan, troonde voor me uit en bracht me aan het einde van het gehucht naar de feesthal (denk ik, óf hun AZC..). Prima plek!

De feesthal waar ik mocht slapen

Voldoende bevestigingsmogelijkheden voor mijn hangmat

Daarna mezelf gewassen in de rivier die heerlijk schoon en koel was met een zand-/grindbodem. Flesje bioshampoo is niet voor niets mee. De rode aarde (lateriet) zat óveral. Slippertjes aan, lekker!

Het zag er ’s avonds zó harmonieus uit in het gehuchtje Estrela. Mensen zaten bij elkaar en babbelden, kindertjes voetbalden, een paar vaders deden mee. Hondjes renden rond. Iedereen was buiten nu het koeler werd. Een simpel leven..

Toen het bijna helemaal donker was werd de diesel gestart en floep! daar lag ik in het licht. Gelukkig ging het kreng rond 21u weer uit.


15 oktober 2019, Estrela – Cassiporé

Vandaag zou ik mikken op hotel Colibri, tenminste, áls het bestaat (want twee plekken bleken al niet te bestaan – ik word achterdochtig). Dat hotel was vanaf hier 35km. Dat moest te doen zijn. Ik moest wel rekening houden met (bijna) alle heuvels oplopen, maar dan nóg. Naar beneden fiets ik (remmend, anders ga ik onderuit met het grind, ribbels en kuilen) pakweg 15km/u.

Hutjes

Alle bruggen zijn zo uitgevoerd. Hier gaan dus ook die 30 tonners over! De planken overlangs trekken krom waardoor er een spleet tussen kan komen ter grootte vd breedte van mijn wiel; het Amsterdamse tramrail-effect

Het begon beroerd met steile klimmen, maar allengs werd het te doen. Na 20km stopte een man in een pick-up om te informeren of alles okay was. Hij zei dat hotel Colibri niet bestond. Daar ga je al, dacht ik.

Iets verderop in een volgend dorp stonden stalletjes langs de weg met aantrekkelijke flessen met, leek het, fel oranjekleurig vruchtensap, iets van guavesap of zo, of mangosap. Ik vroeg wat het was, maar kon niks met het antwoord. Communicatie was een issue, dus een oudere man werd naar voren geduwd die Frans zou spreken. Ik hóórde ze bijna zeggen: ‘Jij spreekt toch Frans? Nou, toe dan!’. Zijn gebit was echter een ravage waardoor het gelispel voor mij onverstaanbaar was. Het probleem was: het sap was niet drinkbaar?! Ja maar, wat is het dan? Ik was er niet achtergekomen. Para comer (om te eten) zeiden ze. Het was majok; mijn vertaalapp kon er niks mee. Jammer, stond watertandend langs de weg. Wel veel hilariteit. Stomme Hollander..

Stalletje met.. ja, met wat eigenlijk?

Mijn vermoeden over hotel Colibri werd bevestigd. Niets! Maar weer door. Na totaal 47km kwam ik in Cassiporé. En wat zag ik? Een restaurant! Gelijk bordje opgeschept met rijst, bonen, vlees – een rijke keuken is de Braziliaanse nog niet geweest. Je betaalt per gewicht. Vooruit, klein biertje er ook maar bij. Ga hier toch stoppen. Aan de overkant vd rivier stond een gigantisch leeg, onaf huis. Een dame op dat terrein sprak Frans en gaf me haar zegen om er te gaan slapen. Ze wilde er een pension van maken. Planning: volgend jaar klaar..

Mijn slaapplek

Ik zat weer vréselijk onder het stof:

Naast de afscheiding van de zon, ook die van het stof

’s Avonds op m’n stoeltje geluisterd naar het kikkerconcert dat de krekels overstemde.

De rivier die vlakbij liep

Uitzicht vanaf m’n slaapplek

Andere kant


16 oktober 2019, Cassiporé – Villa Carnot

Het onverharde stuk was nog maar 50km. Was óver de helft! Ik zou daarna ook weer iets meer in de bewoonde wereld komen. De weg was wel bàr slecht. De harde laterietwegen gaan nog, maar op dit parcours lagen allemaal stenen en kiezels. Vreselijk vermoeiend. Je hort en stoot over de weg.

Opvallend overigens: tot nu toe slechts twee bijzondere dier gezien, een opossum (denk ik) en een miereneter. Verder niets. Ja, een hagedisje zo nu en dan. Of fel gekleurde vogeltjes. Maar veel exotische dieren? Nee. Aan de ene kant jammer, aan de andere wel een rustig idee. Ik slaap tenslotte elke nacht buiten.

Had niet zoveel puf vandaag, mede door de slechte weg. De heuvels waren vréselijk steil, misschien wel 15 of 20%, waar ik natuurlijk tegenop moest lopen. Het was zó steil dat wanneer ik stil stond en alleen de voorrem inkneep, de fiets naar beneden gleed.

Slecht te zien op de foto maar steil!

Nóg steiler

Verderop stopte een auto toen ik stond te pauzeren. Hij stapte uit, gaf me een hand en stelde zich voor (Marcus). Hij vroeg me het gebruikelijke en vertelde daarna in goed Engels dat ie deze weg ‘ns gereden wilde hebben. Hij was uit São Paolo komen vliegen en had een auto gehuurd in Oiapoque om over de BR-156 naar Macapá te rijden. Vanaf Macapá vloog hij weer terug. Kennelijk vinden mensen deze weg bijzonder. Nou ja, dat is ie ook wel.

Mensen zijn onderweg vriendelijk. Ze toeteren, zwaaien, steken een duim omhoog of stoppen even om te vragen wat ik doe en of het goed gaat. Sommigen bieden water aan. Ook in de dorpjes wordt ik tot nu toe bijzonder vriendelijk bejegend.

Pakweg 10km voor Villa Carnot, mijn bestemming voor vandaag, kom ik zowaar weer langs een restaurant (bonen, rijst, vlees..), een soort truckersrestaurant. In de tuin hadden ze een aap, ik denk een gibbon, in een hok:

Het apenhok. Het beest zat net te eten. Hij zat met een touw om z’n middel vast aan het hok. Op steenworp afstand van de jungle..

Ondanks de goeie lunch had ik moeite Villa Carnot te bereiken. In Suriname liep ik qua waterverbruik 1:25. Inmiddels was dat totale onzin! Ik had 8l opgeslobberd over 50km, 1:6 en een beetje dus. Warmte + klimmen = water. Onderweg kon ik af en toe bijtappen in een dorpje. Tot nu toe nog géén slecht water gehad (merkbaar).

Eenmaal in Villa Carnot kwam ik langs een klein stalletje waarachter ik mijn hangmat mocht ophangen. Ik zat ook weer naast een riviertje. Daar dook ik weer meteen in om mezelf en m’n kleren uit te wassen. Wasje hing te drogen over mijn fiets (zó handig, zo’n fiets!). Kippetjes scharrelden om me heen. Ik zat lekker in m’n stoeltje om ’t eens allemaal goed te bekijken.

Linksachter mocht ik slapen

img_3116

De grootste en zo gedroeg-ie zich ook

Ik schoof ’s avonds aan tafel in het restaurantje bij een paar locals. Over het menu hoefde ik me geen zorgen te maken (bonen, …, …). Culinaire uitspatting: er zat spaghetti bij!

Mijn disgenoten schepten, zelfs voor mijn begrip, enórme borden eten op die ze zwijgend verorberden. Ik had ook niet echt een onderwerp om in de strijd te gooien. Calorieën schuiven dan maar..

De kindertjes speelden nog op ‘mijn’ plek achter het restaurant. Was benieuwd wanneer ze naar bed zouden gaan..


17 oktober 2019, Villa Carnot – Calcoene

’s Morgens kreeg ik een kannetje mierzoete koffie, de vullingen vielen uit m’n kiezen. Maar lekkere koolhydraten. Kreeg er ook nog een wit bolletje bij met zoute boter, het kón niet op.

Het asfalt lag hier nog maar 10km vandaan. Ik keek er halsreikend naar uit, had genoeg van die stoffige weg. Toen ik het asfalt weer bereikt had, had ik 110km onverhard gereden.

Verwachtte ook weer ’s verbinding te krijgen. Ik hoopte op een WiFi-verbinding ergens onderweg. In Macapá koop ik wel een SIMetje.

En inderdaad! 10km na Villa Carnot waar ik sliep (overigens prima – ik wen) begonnen de wegwerkzaamheden. Eerst het ‘kamp’:

Hier slapen en leven de werklui aan de BR156

Daarna begonnen de pre-asfalteringswerkzaamheden. Is geen sinecure, afwatering, egalisering. Dit project is gestart in de 70-er jaren (!) Het wordt opgehouden doordat dorpjes moeten verhuizen, wat (logisch) veel voeten in de aarde heeft. Een lang, lang politiek proces, niet altijd in het voordeel vd dorpelingen. Ik begrijp hun weerstand wel, het landschap zal agv de asfaltering compléét veranderen. Eigenlijk moet je ’t gewoon niet willen..

Afwatering die ónder de weg komt

En ja hoor, daar was het asfalt weer! Na 110km geploeter.

Oops, verkeerde knopje..

Da’s beter. Het begin vh asfalt!

Daarna is het fluitend fietsen, hoewel, de wind nam flink toe. De omgeving was saai, kan niet anders zeggen. Er was nagenoeg niets.

Na 70km – ja, nu kan ik het wel, op asfalt – kwam ik in Calcoene. In de hoofdstraat ben ik bij de eerste de beste Poussada ingecheckt. Criteria: Airco, WiFi, benedenverdieping (ivm fiets). Check check check. Voor R$ 40 kun je geen armoe lijden. Wasje gedaan en opgehangen. Zak chips met bier. En proberen dit inmiddels lange bericht de ether in te krijgen.