Dagelijks archief: 1 okt 2019

Idyllisch?

Héérlijk geslapen! Het was relatief laat voor me door het tijdsverschil, ik was doodop vd reis dus viel snel in slaap. Ik had uitgeslapen tot half vijf.

De ochtend is heerlijk in Suriname. Prettig koel, rustig, exotisch getjilp van vogels, windstil. Het groen is overweldigend.

Mijn guesthouse bij ochtendgloren

Twee meisjes staan te wachten op de bus

Mijn ontbijtje van Sonja stond klaar om 7u met zowel koffie als pindakaas die hier veel wordt gegeten. Ik ben blij dat de eerste hobbels genomen zijn (vlucht, visum, spullen en fiets, Guesthouse, enz).

Onder aanmoediging van de gasten (het Vlissingse stel en Freddy) en de uitbaters ging ik op pad. Beladen en bezakt. Wel fijn dat het hier bij aanvang zo plat als een pannekoek is. Ik tors een behoorlijk gewicht mee.

De weg naar Paramaribo (bij twijfel rechtdoor) begint met huisjes en hutjes aan weerskanten. In sommige gevallen golfplaten hutjes. Het straatbeeld verandert verderop in winkeltjes, mini-supermarkten, restaurantjes, bouwmarkten, ‘trading’-kantoren en niet te vergeten slijterijen – er wordt wat afgezopen in Suriname. Nagenoeg alle nering is in Chinese handen! Ik zag wat roadworks verderop: ook door Chinezen.

Het beeld verandert eigenlijk niet tot Paramaribo. Het is een beetje armoeiig allemaal. Straathonden, verzakte trottoirs, gaten in de weg, veel afval, maar vooral heel veel gemotoriseerd verkeer. Stinkende dieseltjes, blauw walmende (meest Japanse) oude auto’s, roetende vrachtwagens, knetterende brommertjes. En wij maar ons best doen met onze elektrische en hybride auto’s, stikstofnormen, enz. Daar zijn ze hier nog niet aan toe.

Veel jongens en meisjes in keurig lichtblauw overhemd en nette spijkerbroek, bij wijze van schooluniform. Ze worden opgehaald door luidruchtige minibussen die zich als vlerken al toeterend door het verkeer persen. Alles voor de schooljeugd!

Schoolbus. De meeste zijn opgedirkt met woest spuitwerk, stickers en tierlantijntjes

Een ouwe baas op een brommerd klaagde over de warmte. Ik vroeg of het uitzonderlijk was. Hij keek naar boven en zei: ‘alles is veranderd, alles is veranderd..’. Hij doelde op het weer. Dat zegt wel wat vind ik.

Ik fietste door plaatsjes met namen als Nooitgedacht, Onverwacht en Lelydorp. Dichterbij Paramaribo neemt de drukte toe. Heel geleidelijk kom je in de stad, totdat je er middenin fietst. Echt hoffelijk zijn ze niet in het verkeer, maar met een beetje opletten is het goed te doen. Het laatste stuk naar Paramaribo was er zelfs een fietspad. Daar gaan ze weliswaar dwars op staan met hun stinkende dieseltjes, maar sois.

Het Guesthouse is eenvoudig en toch simpel. Maar wel centraal. Eerst mocht ik mijn fiets niet meenemen naar mijn kamer, maar toen ik zei dat ik met haar (de fiets) getrouwd was en ze niet alleen wil zijn ’s nachts, mocht het tóch vd receptioniste. Wel zelf twee steile trappen opsjouwen.

’s Middags en ’s avonds wat door de stad geslenterd. Veel prachtige historische gebouwen, te kust en te keur.

De meeste zijn jammer genoeg vervallen. Veel ministeries zijn erin gevestigd, zoals dit (hilarisch!):

Let op het bordje rechtsonder!

Nasi-kip was m’n avondmaal aan de Waterkant. Morgen roti!

Tóch geen bordje..

De vlucht van 9 uur lang ging zoals lange vluchten gaan. Ongeveer op de helft ben je ’t zat. Een volle 747 bracht ons naar het hete Zanderij. Een luchthaven omgeven door jungle-achtige vegetatie. ‘Lush’ zeggen de Engelsen. Weelderig. Een strook diepgroene begroeiing door palmbomen ondersteund.

Je probeert het je in te beelden, maar zodra je die vliegtuigtrap opstapt word je tóch weer overvallen door de tropische hitte. Een lichte bries maakt het minder onprettig.

De rij voor de douane was meedogenloos. Én tergend langzaam, én onduidelijk waarom. Daarna duurde het desondanks toch nog even voordat mijn fiets en spullen werden afgeleverd (hoera! Altijd even spannend).

Met de fietsdoos rechtop voor m’n neus op de bagagekar en de tassen ervoor liep ik de vertrekhal uit, halsreikend uitkijkend naar het bordje ‘Mr Jes’ dat, na een aantal keren heen en weer gelopen te hebben, niet bleek te bestaan. Ze waren me vergeten.. Patrick, een stevige Surinaamse taxichauffeur, wist me te verleiden on de schamele 5 km’s naar mijn onderkomen in zijn taxi af te leggen. Twee handlangers ‘hielpen’ de bagage in het busje te proppen. Een paar doekoes stond er tegenover.

Een witte villa vlak langs de weg tussen Paramaribo en Zanderij bleek mijn onderkomen: Sonja’s Guesthouse. Patrick toeterde toen hij door het hek reed. De eigenaar kwam niet direct rennend op ons af. ‘Zijn ze er wel?’ vroeg ik aan Patrick, die stellig beweerde van wel.

Henri, een vriendelijke Surinaamse heer van rond de 70, heette me na verloop van tijd welkom. Hij wist toch écht zeker dat het vliegtuig pas om 19u zou landen.. Hij maakte het goed door bij het assembleren van mijn fiets erbij te komen zitten, af en toe iets aan te geven of vast te houden, hoofdschuddend waarom een mens toch zo’n stuk wil fietsen in deze regio.

Fietsje klaar. Parbobiertje erbij. Henri ging de andere gasten ophalen (zij wel). ’s Avonds nog wat gebabbeld met de gasten uit Vlissingen en Freddy, een gepensioneerde Surinamer die tijdelijk helpt met de herinrichting van Zanderij, in Florida woont maar overweegt om weer naar NL te komen. Iets met ene Trump..

Morgen naar ‘de stad’ (Paramaribo).