Maandelijks archief: oktober 2019

Palmolie, ook de Braziliaanse politie is je beste vriend en ‘o presidente’

Fietsend vanaf Posto Palmares waren het palmolieplantages die de klok sloegen. Kílometers lang. Vrachtwagens met de vruchten en tankwagens met palmolie rijden hier af en aan. Daar vinden we natuurlijk wat van maar ik snap het ook wel weer goed. Het is een gigantisch land, ideaal klimaat, de vraag (door ons) naar palmolie is groot. De ruimte hier is onbevattelijk groot. Daarnaast zijn de palmbomen goeie Carbon Capturers. De vruchten groeien in de oksels van de bladeren. De noten zitten weer dáárin.

Hele dorpen voor de medewerkers van de palmolieplantages

Ik trapte ’s goed op zo’n noot (of pit). Het is inderdaad een vettig ding (gelukkig maar..). Ook sterk gekleurd, een soort oranje. Hij rook naar niets bijzonders.

Ik fietste verder over de nationale weg (PA-150 / 475), maar dat zou je soms niet zeggen, dat het een nationale weg is. Op veel plekken heeft-ie de breedte van een provinciale weg bij ons en is de kwaliteit vér onder de maat met gaten en soms diepe sporen.

Soms zijn de gaten gerepareerd. Meestal niet. De vrachtwagens moeten vaak stapvoets erdoorheen.

Na de palmolieplantages was het landschap soms aardig, vaak lelijk met onbeduidende struikjes, electriciteitsmasten en ook veel zwerfafval. Het terrein is zo’n paar honderd meter rond de doorlopende weg gecultiveerd: de jungle is er weggehakt.

De dorpjes aan de weg zijn eigenlijk bijna zonder uitzondering niet om aan te zien. Ze zijn ook vaak heel jong: 30 jaar of zo. Het is meestal een bij elkaar geraapt zootje met borracharia’s (garages) met het sloopafval, oude banden, motoren en versnellingsbakken ernaast, onafgebouwde huisjes, winkeltjes met grove handgeschilderde letters, elektriciteitsdraden her en der, afval en onafzichtelijke kleine kerkjes (volgens mijn zwager, die er verstand van heeft, zijn het pinkstergemeentekerkjes). De straten zijn vaak slecht of niet verhard. Rommelig! Wèl met blije en plezierige mensen, maar dat had ik al eens geschreven.

Zó dus..

Onderweg kom je ‘motels’ tegen. In al mijn naïviteit dacht ik dat ik daar wel kon slapen. Ik weet nu beter: de dure tijd in een motel kan beter gebruikt worden. In het Roomse Brazilië worden buitenechtelijke lusten botgevierd in dit soort gelegenheden. Je rijdt aan één kant met je auto erin (‘entrada’), krijgt een garagebox toegewezen uit het rijtje, rijdt erin en doet het gordijn dicht. Vervolgens doe je wat je wilt of moet doen. Via de ‘saída’ rijd je er weer content uit.. Je betaalt per uur (exclusief de dienst dan). Een soort afwerkplek dus. Wèl goed gemanaged: er loopt iemand rond, er is iets van toezicht en het wordt netjes gehouden. Ik weet niet of prostitutie ook op deze manier plaatsvindt, dat ga ik nog ’s haarfijn uitzoeken in motels fase 2. Ik vermoed van wel trouwens.

Bordeel

Een ‘motel’ waar weinig geslapen wordt, wellicht af en toe een post-coïtaal tukje..

Ik kwam door Tailândia, een stadje dat het aanzien heeft van een klein Amerikaanse stadje met veel nering langs de doorgaande weg, óm de paar honderd meter een tankstation met bijbehorende restaurantjes. Ik ben doorgefietst, wetende dat het voorlopig over zou zijn met de iets grotere plaatsen en de pousada’s. Na 85km vond ik het welletjes en stopte ik bij een café / supermarkt in Villa Nazaré.

Was hier maar gaan zitten om uiteindelijk te vragen naar een slaapplek

De jongen van het café vroeg even rond na mijn vraag over overnachten, stapte op zijn brommer, wenkte me om achter ‘m aan te rijden en zo kwam ik in een soort bijgebouwtje van (bleek) zijn grootouders. Het had nog een douche en toilet ook! Dus daar zat ik, fris gedoucht, in schone kleren want had gisteren een handwasje gedaan, in mijn stoeltje op ‘mijn’ veranda, want daar ging ik slapen. Ik voel me dan als een koning te rijk.. Weer een voorbeeld van de gastvrijheid hier.

Mijn slaapplek op de veranda

Ze hadden echter, bleek, een haan. Nou dacht ik dat hanen hoofdzakelijk ’s ochtends kraaiden. Deze niet. Die deed het op ongezette tijden ’s nachts. Een buurhaan verderop hitste ‘m op. Kutbeesten!


29 okt 2019: ’s ochtends kreeg ik een kannetje (mierzoete) koffie. De vrouw des huizes (de oma vd caféhouder) moest erg lachen om mijn stoeltje. Ik nodigde haar uit, moedigde haar aan om even te gaan zitten. Ze gilde het uit van het lachen, ging bíjna zitten maar nee, toch maar niet.

Onderweg kwam ik een blije man langs de weg tegen die een gordeldier had gevangen.

Een man had een ‘tatu’ gevangen, een gordeldier, om lekker op te peuzelen.

Mijn ontbijt at ik verderop langs de weg: café da manhã. Ik kreeg een gebakken eitje met cake leek het wel. Het was gemaakt van maïs, en – hoe zal ik het zeggen – NIET TE VRETEN (en dat is bij mij niet snel)! Gemixt met ei ging het nog wel enigszins. Ik had de calorieën nodig. Ze noemen het ‘couscous’ (is het niet natuurlijk..).

img_3433

Kannetje mierzoete koffie, ei en een maiscakeje 😖

Bij de politiepost een stuk verder sta ik even stil en krijg én een fles ijs én suco aangeboden. De agenten die er indrukwekkend uitzien waren geïnteresseerd in mijn fiets en plannen. Ze vergaten van de weeromstuit te controleren, éérst selfies en foto’s maken!

Ze deden wel stoer maar waren erg aardig

Wel leuk, zo’n fietser voor de afwisseling

Ik fietste trouwens als een locomotief. Rond lunchtijd (12:30) had ik 80km gefietst. Dat heb je als je om 7:00 op de fiets zit. Als tussendoortje eet ik regelmatig mango of manga zoals ze de vrucht hier noemen. Ze vallen hier gewoon uit de boom! Het is een iets andere soort dan hoe ik ‘m van thuis ken. De vrucht is ‘draderiger’, met meer vezels. Je moet ‘m dan ook niet afhappen want die draden gaan afgrijselijk tussen je tanden zitten, alsof je haar op je tanden hebt dat er met geen mogelijkheid meer tussenuit te krijgen valt anders dan draad voor draad met twee vingers ertussenuit te trekken (tandenstokers helpen onvoldoende). Stukjes van de mango afsnijden dus met mijn zakmes, met als nadeel dat je kleffe, plakkerige handen krijgt van het schillen en vasthouden van de vrucht die makkelijk, tjoep, uit je handen floept zo glibberig. Ik kan wel zeiken, hè?

Mangoboom, gewoon zo aan de weg. De mango’s liggen onder de boom weg te rotten. Heel soms zie je een stapeltje gemaakt.

Rijpe mango’s zijn geel. De iets minder rijpere nog groen maar die zijn ook al goed eetbaar!

Ik stond even aan de kant van de weg te navigeren toen er een auto voor me naast de weg parkeerde en er een man zéér energiek met uitgestoken hand op me afkwam. Hij was o presidente van de CPA fietsclub. Als een razende reporter begon ie een filmpje te schieten, om mij en mijn fiets heen lopend en mij vragen stellend; een soort live interview. Foto’s werden ook gemaakt en meteen het internet opgemieterd. Ze zijn daar ietsje losser in hier dan bij ons. ’t Is gebruikelijker, ook voor minder jeugdigen (waar ik mezelf gemakshalve maar even toe reken), dan bij ons om zo intensief en ter plekke de social media te gebruiken. Ze lijken er ook handiger, sneller in. In een restaurant geef ik bv mijn telefoon standaard aan een bediende die – ongeacht de telefoon die hij / zij zelf heeft – meteen floepfloep me verbindt met de WiFi.

De voorzitter van ‘CPA’ (Clube do Pedal Amador) in actie bij het maken van een kleine impressie

Selfie mocht niet ontbreken

O presidente gaf me een hand, liep weg, pakte nog een zakje cashewnootjes uit de auto dat ie me gaf, gaf me weer een hand en stoof weg. Hij had z’n shoot gehad vandaag. Toch leuk!

Ligt het nou aan mij, of kijken alle koeien mijn kant op?

Ik was gestopt in Goianésia do Pará. Mijn keuze was gevallen op hotel Fortaleza. Ik val nog steeds steil achterover van de kamerprijzen. Geen 4-sterrenhotel maar wél eigen badkamer, ontbijt en WiFi voor nog geen € 7,-. Zo te zien geen bedwantsen!

Morgen richting Jacundá, daarna richting Marabá.

Ik had van Otaciano – de Braziliaan die ik op de veeepont uit Belèm leerde kennen – via WhatsApp tips gekregen. Ik ga mijn route na Marabá wijzigen. Via de BR-230 (de ‘Transamazonica’ – een weg die de Amazone ontsluit, aangelegd in de 70-er jaren, die me ook mateloos intrigeert) ga ik naar de plaats Carolina om de watervallen van Pedra Caída te bekijken. Ik loop vóór op mijn schema, dus de slight detour van 175km kan ik me wel permitteren. Zal ook wel iets meer moeten klimmen maar dat is goed voor de kuiten..

Bélèm uit en verder in Pará

25 – 27 oktober 2019

Ik dacht, ik ga Belèm verkennen, wat gedeeltelijk is gelukt totdat er én een stortbui losbarstte (maar dan ook echt een stortbui) én er een power cut was waardoor het leven nog net niet tot stilstand kwam.

Straatbeeld voordat het begon te regenen

Zilverreigers naast een soort gieren. Die gieren heb ik veel gezien, hier voor het eerst wat beter kunnen vastleggen


Een mooi moment voor een korte tussentijdse evaluatie na etappe 1 (etappe 2 is naar Palmas, zo’n 1200km verder, en etappe 3 naar Salvador, weer zo’n 1600km verder): het gaat echt erg goed! Merk dat ik me goed heb voorbereid. Het was in Suriname wennen aan de hitte en ook was ik nog relatief ongetraind. Ik voelde pijntjes tijdens het fietsen in rug, nek, handen. Gewoon ongetraind. Dat duurde minder dan een week, toen was het weg.

Het stuk over de rode aarde door de jungle in Brazilië was weliswaar retezwaar, maar niet zo zwaar als ik dacht. Ik had een blog gelezen van iemand die bij elke steile heuvel eerst z’n tassen van z’n fiets moest halen, de fiets naar boven moest duwen en nog twee keer naar beneden moest lopen om z’n tassen te halen en weer omhoog natuurlijk. Dus: ja, het was zwaar maar ik was op erger voorbereid. Bovendien vond ik de ontmoetingen met de locals in de jungle erg leuk (iets wat Brazilianen, die ik erover vertelde, trouwens verbaasde omdat de Indianen oha weinig op hebben met andere landgenoten, maar dat ben ik dan ook niet: een landgenoot).

Ik ben elke dag weer benieuwd wat ik ga zien, ga meemaken en welke ontmoetingen ik zal hebben.

Geen materiaal- of andere pech tot nu toe, ik mis geen spullen, heb hooguit teveel mee. Fysiek voel ik me een Duracell-konijntje als ik fiets. Ik zit goed in m’n vel; geniet van het fietsen, reizen, de omgeving en mensen. Als ik een dipje heb, zal ik dat ook delen! Als het zo blijft gaan als het nu gaat, dan ben ik dik tevreden.


De volgende dag (26 okt 2019) fietste ik de stad schuin door naar de haven waar de boot naar Arapari vertrekt. Alternatief was om óm te rijden, door de buitenwijken en dan de brug over de Rio Guamá te nemen. Maar de buitenwijken van grote steden (wat Bélèm is: zo’n 1,5 miljoen inwoners) kunnen tricky zijn, én was het om. Bootje dus genomen. (Nou las ik achteraf ook nog dat die brug verderop dicht was dus goed besluit). Op alle kaarten (ook Google Maps) stond de haven waar vandaan de boot zou vertrekken inclusief lijntje in het water met aanduiding vd veerdienst, maar die was kennelijk veranderd. Nu vertrok hij van Porto Henvil, zo’n 3km verderop.

Ik was niet de enige die het een goed idee vond om met de boot te gaan

Aan boord toen het nog rustig was

Toen ik aan boord was kwam een geïnteresseerde man (Otaciano heette hij) naast me zitten omdat hij ook graag fietste. Zo zijn de Brazilianen, ze knopen graag een praatje met je aan. Hij sprak redelijk Engels! 

Hij wilde ook graag ’s met zijn vrouw een lange fietstrip maken, maar ze hadden nog een jong meisje. Hij had veel vragen. Dan moeten natuurlijk ook telefoonnummers en hartelijkheden worden uitgewisseld. Ik merk steeds weer: Brazilianen zijn erg contactueel!

Afijn, de boot ging steeds maar niet. Lang verhaal kort: iedereen moest eraf en toen er weer op. Waarom? Iets met de motor (maar wat voor zin het nou had om er af en weer op te gaan zal ik nooit weten).

Ik ben nu in de staat Pará. Het is meteen anders hier. Jungle-achtige begroeiing aan weerszijden van de weg. Veel kleine dorpjes en ontzettend veel kerkjes ook. Leuke afwisseling van het landschap (en zeker leuker dan de eucalyptusplantages van Amapá).

Weelderig

Tropisch

De weg liep káársrecht richting de doorgaande interstate: de PA-475 die ik een paar honderd km zal gaan volgen, geruststellende gedachte..

In Colonia Nova een bordje jeweetwel gegeten (zou dat nog gaan veranderen?) en neergestreken in Moju, aan de gelijknamige rivier. Een zeer simpele Pousada. Mijn kamer is eigenlijk een gekantelde kledingkast met bed, plankje én traploos regelbare ventilator. De kamer is zó klein dat mijn fiets er niet bij kon, maar die staat praktisch naast me achter het muurtje onder de trap. Maar voor €9,- moet ik niet zeuren (en dat doe ik dan ook niet).


27 okt 2019: Ik kreeg nog ontbijt ook! (al bestond dat uit zachte witte bolletjes met zoute boter en mierzoete koffie – who cares!). De receptioniste dacht: arme man, ik bak een eitje voor ‘m. Dat vind ik dan zó aardig!

In Belèm had ik een SIM voor m’n telefoon gekocht en niet zonder slag of stoot geïnstalleerd. Úren met hulp van A. op afstand die in Br woont, screenshots sturend (via de WiFi dan weer). Maar goed. Ik ben – daar waar er TIM bereik is (mijn provider heet TIM) – mobiel bereikbaar, dat hier spotgoedkoop is: paar euro voor 2Gb.

Pará staat, althans waar ik fiets, vól met palmolieplantages.

Ik vind ze mooier dan die eucalyptusplantages in Amapá.

Onderweg veel babbeltjes. Waar kom je vandaan, ga je heen, enz. Brazilianen schuwen het niet om me te vragen. Dat is leuk aan de mensen. Bijna iedereen reageert positief, handen schuddend, soms een selfie makend.

De ruimte in Pará wordt verder ook voor veeteelt gebruikt. Dat vlees dat hier gegeten wordt in gigantische hoeveelheden moet ergens vandaan komen.

Aan de horizon staan grote hoeveelheden runderen

Roadkill: een rund? De huid is nog intact

Lange, rechte wegen

Eenvoudige dorpjes

Het was 14u. De hitte loopt op om te pieken op 15-16u. Ik nokte ermee want ik vond een prachtige posto, een benzinestation met supermarkt, restaurant en kamers. Ik had een beetje gehoopt op een hangmatplek, maar kamer is ook goed. Ik streek hier neer halverwege de middag, beetje naar de vrachtwagens kijken vanaf het terras, boekie lezen.

Uitzicht vanaf m’n terras

De oversteek!

23 – 25 oktober 2019

De ochtend heerlijk gechilled! Kopje koffie, beetje pielen op m’n telefoon. Ventilator aan. Route bekeken. Correspondentie bijgewerkt. Nóg een kopje koffie. Heerlijk! Na een klein maandje fietsen is de luxe van een huis al bijzonder.

Ik werd meegenomen door Raysse en haar Engels sprekende vriendin (want wonend in Las Vegas) naar Museo Sacaca, genoemd naar de beroemde kruidendokter Sacaca..

Kruidendokter Sacaca, een lokale beroemdheid

Een grappig buitenluchtmuseum met culturele en natuuronderwerpen. Indianendorpen, geneeswijzen, planten en dieren met een het tonen door de bioloog himself van een boa constrictor(tje) en een vogelspin.

img_3267

De vogelspin zou hem persoonlijk kennen..

Ook de slang – die rubberachtig aanvoelde – zou hem goed kennen

’s Middags wasje gedaan (je kleren krijg je eigenlijk niet goed schoon meer met die handwasjes). Kan ik (en misschien vooral anderen) er weer even tegen.

Ondertussen kreeg ik een berichtje van mijn andere Warmshowers-adresje. Ik ging hem einde middag ontmoeten: Fernando Cabral, een fervent fietser die ook heel graag Engels wilde spreken. Nou, dat kon!

img_3282

’s Ochtends was ie advocaat, ’s middags leraar wiskunde. Kom er maar ’s om!

De volgende dag stond ik om 5:30 op om 6:00 te vertrekken op de fiets naar Santana wat een kleine 25km verder naar het zuid-westen lag. De zon was nèt op. Marktkoopmannetjes en -vrouwtjes waren al aan het rommelen.

In Santana verwachtte ik grote borden met ‘boot naar Belèm’, of: ‘boot naar Santarém’, maar nee, ik moest nog goed zoeken. Het lag een beetje achteraf in een rommelig straatje met kleine winkeltjes van de rederijen.

Volstrekt onduidelijk wie de verkoper van een kaartje van welke boot is en welke dag of tijd die boot dan zou gaan. De Oliveira Nobre III? Of de Benathar II? Of een van de andere boten die er lagen? Een verkoper sprak me aan. Ik stelde de voor de hand liggende vragen aan hem waar een best wel logisch antwoord op kwam, soort van. Toe maar dan, op hoop van zegen. De prijs was ook als verwacht: R$ 170 (nog geen vier tientjes) voor een bootreis van minimaal 24uur!

Het inschepen ging ook gesmeerd. Welke boot ik nou moest hebben was nog steeds onduidelijk. Dat stond ook niet op mijn toegangsbewijs. Ik hobbelde die kant maar op van de boten. Het zou wel de verste zijn – ze lagen zij aan zij tegen de kade – anders kan ie niet weg. En ja!

Een man in uniform (mannen op schepen dragen altijd een uniform) gebaarde dat ik mijn fiets maar moest neerzetten, daar zo’n beetje, of nee, toch maar daar. Hij murmelde nog iets van pagar en bicycletta waarop maar één reactie mogelijk was: dom kijken en lachen. Hij gaf ’t meteen op..

De dekken hebben haken waar iedereen zijn hangmat aan ophangt. Er zijn drie dekken. Ik had begrepen dat je het beste niet op het onderste dek kan gaan liggen ivm de stampende motoren. Het bovenste heeft geen haken en is het uitzichtsdek. Verbaasd was ik dat het onderste dek al bijna vol was toen ik aankwam en het middendek nog nagenoeg leeg. Een raadsel! Misschien kom ik daar vannacht nog achter. Maar goed, spulletjes meegesjouwd. Hopen dat ze met hun jatten van mijn fiets afblijven (was blij toen ie weg ging, dan kan ie er niet meer af). Hangmat opgehangen. Zó leuk! (K. te B., jij zou dit ook fantastisch vinden!). Uitzicht over de Amazone, beetje kijken naar het geklooi in de haven, het laden en lossen. Daar lig ik dan langzaam schommelend in mijn hangmat de oevers van de Amazone te bekijken. Is dat niet geweldig?!

De boot steekt door de Amazonedelta, soms door kleine kanalen. Op sommige stukken lijkt de Amazone een zee, daar is ie kilometers breed, een ongelooflijk watersysteem. Ik had de tracker van m’n navigatie-app aangezet, dan kon ik volgen waar we gingen.

Aan weerszijden jungle. Stukjes van de oevers zijn bevolkt. Huisjes op houten palen in het water of soms gewoon op het land. Het is een soort negatief: de mensen verplaatsen zich via het water, de jungle is ondoordringbaar en er lopen geen wegen door. Vaak een kerkje, want Rooms als de pieten. De passagiers gooien af en toe zakjes met etenswaren overboord voor de locals die ze dan in hun kano’s oppikken. Het komt wat oneerbiedig over maar het is gebruik en wordt gewaardeerd.

Onderweg komt er af en toe een klein bootje naast varen met extra passagiers. Het is wel een avontuur hoor, deze boottrip!

Kleine bootjes die halverwege extra passagiers aan boord brachten

De nacht was wat ik ervan verwachtte. Hazenslaapjes, maar wel genoeg hazenslaapjes. Af en toe één oog openend om mijn scherm aan te raken om de tijd en de voortgang op de tracker te bekijken. Om me heen het kraken van de stalen haken waaraan de hangmatten hingen. Eén zijkant van het dek was afgeschermd door plastic zeilen die naar beneden waren gerold tegen de wind. Dat was ook hard nodig, de wind beukte de hele nacht tegen de klapperende stukken plastic. Ik denk dat dat de reden was dat de locals een dekje lager gingen liggen, daar waaide het minder.

Een zwerver lag vlak naast me. Ik was eerst wat op m’n hoede ivm de spullen maar dat was onterecht, hij had geen kwaad in de zin. Hij had alleen een rugzak, geen hangmat. Hij lag op het stalen dek met onder zijn hoofd die rugzak, maar dat hield hij nooit lang vol. Hij was licht psychotisch, praatte en gebaarde af en toe naar niemand in het bijzonder. Hij was zeer energiek, sprong regelmatig overeind om een weggegooid restje uit de vuilnisbak te vissen en dat smakelijk op te eten. Van medereizigers kreeg ie ook af en toe wat. Elke keer als hij een bekertje van het een of ander had leeggedronken, gooide hij triomfantelijk het bekertje op de grond, ging er met de bal van z’n voet op staan en maakte een pirouette. Dan pakte ie het geplette bekertje op, ging met z’n rug naar een vuilnisbak staan en liet het bekertje over zijn schouder in de vuilnisbak vallen, onderwijl achterover leunend als een limbodanser. Het woei hard dus in drie van de vier gevallen fladderde het platgetrapte bekertje de Amazone in. Je moet wat over hebben voor wat drama..

De rondspringende zwerver

Belèm komt over als een metropool. Hoge torenflats, metropooldrukte. Weer even wennen. Zoek een hotelletje voor vannacht en ga een beetje rondhangen hier. Heb al een maracuja achter de kiezen. Hier worden producten uit de Amazone verhandeld. Boeiend!

Skyline van Belèm

Ja, nou weet ik het, van die tucupi

Va com Deus naar Macapá

20 – 23 oktober 2019

De weg naar Macapá vanaf Tartarugalzinho was uitermate saai. Nauwelijks afwisseling in het landschap. Wél een goeie weg, nagenoeg windje recht in de rug. Naar podcasts en muziek luisterend, stampte ik maar door naar Ferreira Gomes.

Eucalyptusplantages

Eindeloze maar dan ook eindeloze eucalyptusplantages over tientallen kilometers domineren het landschap. Het hout van deze bomen is tbv de papierproductie. Niet iedere Braziliaan is blij met deze plantages: ze zuipen water en vreten grond. In Europa krijgt het papier hiervan geproduceerd een fijn duurzaam FSC-keurmerk..

Verder grote niet definieerbare vlaktes met bosjes. Veel, heel veel is verbrand geweest of brandt zelfs nog. Smeulende zwart geblakerde vlaktes. Not a pretty site..

Als je hier om je heen kijkt, smeult of brandt er altijd wel wat. De penetrante rooklucht is soms ondraaglijk

Na een dikke 80km kom ik langs Lanchonete Campo Belo. Een wat gezwollen naam voor een aandoenlijke landelijke poging wat geld te verdienen met de verkoop van snoep en frisdrank langs, nog steeds, de BR-156. Een golfplaten constructie met veel scharrelende kipjes, een oude autobank als zitgelegenheid, een hoop maïsafval, wat autobanden en verder losse werktuigen her en der. Maar ik word, zoals gewoonlijk in Brazilië tot nu toe, zeer vriendelijk tegemoet getreden.

De ‘lanchonete’

Ik had berenveel energie en al om 14:30u was ik, na 95km fietsen, in Ferreira Gomes, een soort badplaats aan de rivier Araguari die getemd is door een waterkrachtcentrale.

Regen verderop. Indrukwekkende wolkenpartijen

De waterkrachtcentrale

Het was zondag, dus er waren veel dagjesmensen die hier aan de rustige en schone rivier kwamen recreëren. Rustig water vanwege de waterkrachtcentrale.

Het strandje in Ferreira Gomes

Tegenover het strandje met predicaat: própria para banho (ik vond idd een zeer beperkt aantal rondslingerende blikjes en flesjes) at ik een late brv-lunch met SALADE erbij! Opvallend: de dame die me hielp was een soort sensitief of begripvol voor mijn beperkte notie van het Portugees. Ze was duidelijk en snapte kennelijk de moeilijkheid voor mij. Beetje toeristisch hier dus, soms wel prettig..

’t Is een gezellig plaatsje, Ferreira Gomes. Er wordt met grote muziekboxen die achterin auto’s zijn gemonteerd op straat een feestje gemaakt. De ene box tegen de andere natuurlijk. De tyfusherrie heeft gek genoeg iets gezelligs, iedereen lijkt zich erin te schikken.

Het is donker, bedreigende bewolking, heerlijk zomers avondwindje, apart sfeertje.

’s Avonds zit ik nog even buiten in het zwoele windje voor mijn kamer (het wordt een gewoonte, die kamers. Moet nodig weer ’s een hangmatnacht inlassen) maar wordt weggepest door de onweersvliegjes.

Het weer lijkt om te slaan

Brazilianen en voetbal

Ik had ’s morgens weer zin om verder te gaan. Wat zou ik zien? Meemaken?

Het landschap werd er niet beter op, fietsend naar Porto Grande. De eindeloze rijen eucalyptusbomen en ruige bosjes en struikjes had ik wel gezien. Het doet je wel realiseren hoe gigantisch groot dit land is. Zonder overdrijven heb ik de plantages tientallen km’s aan mijn zijde gehad, er kwam geen einde aan! Af en toe glooide het landschap en kon ik zien hoe ver de plantages landinwaarts reikten. Onvoorstelbaar! De plantages zouden zomaar de grootte van een of meerdere van onze provincies kunnen zijn.

18DF33CA-C509-4B91-9FBC-924BF0214CC9_1_201_a

Ik sloeg even af van de BR-156 (ook wel ’s lekker, ik volg die weg al een paar honderd km) naar Porto Grande, een plaatsje dat net als Ferreira Gomes ligt aan de uitgedijde Rio Araguari. Leuk plaatsje met veel winkeltjes, bedrijfjes, stalletjes op straat. Tenminste, de geasfalteerde hoofdstraatjes zijn leuk, de stoffige zijstraatjes vaak minder.

Ik vond het nog te vroeg om te stoppen (rond 11:30) dus besloot terug te rijden richting de grote weg naar een posto, een pompstation met wegrestaurant. Werkelijk een geweldige lunch genoten! Het buffet was uitgebreid en smakelijk. Je pakt een bordje, mietert ‘m vol (moet me een beetje inhouden..) en betaalt per gewicht. Bordje op de weegschaal en hup!

Ik was niet de enige die zat te lunchen. Het valt me op dat de iets beter gestelde Brazilianen meteen ook redelijk chubby zijn, zowel mannen als vrouwen. Maar dat kan ik me ook wel weer voorstellen met die geweldige buffets met veel en heerlijk vlees voor relatief weinig. Zo’n bord goed eten kost dan R$ 17, nog geen € 4,-

Ik had verderop een gehucht uitgekozen als overnachtingsplek: Monte Tabor dat iets van de weg af ligt. Bij de afslag ernaartoe stond een fruittentje waar ik wat sap dronk en een gellado (geen ijsje, maar stukjes fruit in yoghurt met kleine stukjes noot – heerlijk!) at. Ik vroeg wat voor dorpje het was en of ik daar evt kon slapen. Ze dachten het wel. Het was echter geen dorpje maar een communidade. Ik dacht: gehucht dus.

Ik nam het zandpad naar Monte Tabor dat na 2km eindigde bij een slagboom en beveiligshokje van waaruit mensen naar me zwaaiden. Vreemd! Een slagboom, portiersloge? Een man met een klein meisje op z’n arm verwelkomde me en legde uit dat het om een rehabilitatiedorp ging. Drugs- en alcoholverslaafden en anderen die de weg kwijt zijn geraakt kunnen hier in een 9 maandentraject rehabiliteren. Tegen de heuvel voor het dorp was met gestrooide steentjes geschreven: ‘paz em 2019′.

De manager werd erbij geroepen. Een klein, pezig, vastberaden maar vriendelijk mannetje dat pienter uit z’n ogen keek gaf me een hand en zei ‘Met God in ons hart is iedereen welkom‘. Na wat overleg mocht ik in de portiersloge slapen als het donker zou worden. Ik was wel blij met de portiersloge want om nou een paar rehabiliterende crackheads aan m’n hangmat ’s nachts vond ik toch minder. Maar ze waren bijzonder vriendelijk allemaal!

Tot die tijd klapte ik mijn stoeltje even uit om even te zitten. Anderen kwamen langs om me een handje geven. Het onderscheid patiënt / medewerker meende ik goed te kunnen maken. Ik bedacht me dat de kans op een biertje hier ’s avonds kleiner was dan in Marokko..

De portiersloge waar ik eerst zou slapen

Een man en vrouw (hij werkt hier als de klusjesman) die me zagen zitten wenkten me en boden me spontaan hun logeerkamer aan in hun eenvoudige huis. Er waren in de logeerkamer twee haken schuin tegenover elkaar in de muur bevestigd voor m’n hangmat, ideaal! Ik mocht uiteraard ook gebruik maken vd banheiro, de badkamer, zeiden ze. Veel hartelijkheid. Ik kreeg van het jongetje van 5 jaar (er liep er ook nog een rond van 2) een glas warme, zoete – ik denk – rijstdrank, het had iets van rijstepap weg. Erg lekker.

Baden in hun badkamer was toch ook wel bijzonder. Bij binnenkomst stond er een hele grote blauwe teil koud water, een soort tobbe. Moest ik daarin? Wat was de bedoeling? Maar toen zag ik het. Er lagen wat bakjes naast en er was een afvoerputje. Ik moest er water uit scheppen en over me heen gooien. ’t Was even pielen, maar het ging prima. Ik morste nog wat vlokken shampoo in de grote teil, maar gelukkig losten die snel op. Een douche vind ik toch handiger.

Als avondmaaltijd kreeg ik een heerlijk bordje soep met zacht vlees, gekookte pasta en wat groenten.

’s Avonds hoorde ik nog lang geïmproviseerde kumbayah-achtige liederen die met een slechte geluidsinstallatie werden versterkt.

De jongetjes kwamen vroeg in de avond in hun pyjama’tjes een goeie nachtknuffel bij me halen.

img_3231

Dat is dan toch maar weer bijzonder om mee te maken hè? En ik lees momenteel nota bene over authentieke toeristenervaringen in Grand Hotel Europa van Ilja Pfeijffer.

Vá com Deus werd me toegewenst, ’s morgens bij het weggaan.

Het gezinnetje dat me hoste. Hun jongste zoontje sliep nog

Macapá was nog pakweg 75km, mijn bestemming voor de volgende dag. Het landschap en uitzicht zou niet meer beter worden. De plantages hielden weliswaar op maar veel mooier werd het allemaal niet.

Zo’n 25km voor Macapá kwam ik langs het restaurantje van Cyclista Feliz. Het was 12u, tijd voor wat fietsvoer. Verrassing! Bordje vlees met uien, groenten en rijst.

Naarmate ik dichter bij Macapá kwam, werd de omgeving slordiger. Veel zwerfafval, lelijke bedrijventerreintjes, sloopbedrijven, enz. Macapá is groter dan ik dacht, ik reed lang door de buitenwijken.

In Macapa natuurlijk naar het Monumento Zero – het symbool voor de evenaar waar Macapá op ligt. Ik sta op de evenaar! Natuurlijk ook even checken of m’n telefoon dat ook vond:

Nagenoeg 0!

Ik ging maar ’s op zoek naar een overnachtingsplek. Omdat ik al bij het Monument Zero was, was het logisch richting de bootafvaart in Santana te gaan zoeken. Al fietsend naar Santana kwam er een auto naast me rijden. Een dame opende het raampje aan de bijrijderskant en gesticuleerde dat ik moest stoppen. Wat wilde ze? Hing er iets los of was er iets van m’n fiets gevallen? Iets verderop stopte ze met knipperlichten aan. Wat bleek? Ze was bijzonder, om niet te zeggen overmatig, geïnteresseerd in m’n beslommeringen zo op de fiets. Hoe dat zo? Ze ging zelf twee jaar en 20.000km door Zuid-Amerika fietsen. Na wat primaire uitwisselingen – haar niet-Portugees was nagenoeg afwezig, de vertaalapps zijn een zegen – vroeg ik of ze een hotel wist, wat al snel leidde tot haar aanbod me te hosten. Dat was echter weer 8km terug en ze zou 19u thuis zijn. Maar de hotels waren dungezaaid. Inshallah dus maar. Maar we hadden nummers uitgewisseld dus ik had er vertrouwen in. Ik ging dit berichtje tikken op een terras bij, hopelijk, mijn slaapplek vannacht. Hoofdzakelijk mannen bevolken dit terras, drinken bier, maken herrie en spelen pool. ’t Is wel gezellig. Leuke markt ook vlakbij:

Om 19:15 toeterde mijn host. Ik kon bij haar couch surfen. Weer geregeld!

Rayssa, mijn host

Morgen richting Santana. Ik heb nog een Warmshowersadres achter de hand, maar die reageert niet meer.. Mahl sehen!

Tot halverwege Amapá

18-19 oktober 2019

Spiegelgladde rivier Calcoene

Het landschap was weinig spectaculair, om niet te zeggen: saai. Uitgestrekte velden met een boompje her en der, een bosje, stugge begroeiing. Een hard landschap. Een enkel hutje onderweg. Omdat mijn water vreemd rook, heb ik zsm een huisje gezocht om naar water te vragen. Dan kom ik dichtbij zo’n huishouden: een emmer staat op een houtvuur, er lopen kippen rond, een hond, een hangmat hangt naast het keukentje dat bestaat uit een kraantje uit de muur met een emmer eronder en wat verroeste pannen. Armoede. Ik krijg dan wel met een gulle lach een 2l fles heerlijk koud water.

Eenvoudige huisjes

Op pakweg 40km kwam ik langs een wegrestaurant waar ik eten bestelde. Geruststellend dat je weet wat je krijgt. Geen gedoe met menukaarten en ‘doe mij dit maar, maar dan zónder dat’. Verfrissend! Dat het dan wéér bonen, rijst, vlees is neem ik (nog) op de koop toe. De kip was trouwens iets krokant en heerlijk!

img_3155

Bonen, rijst, spaghetti en heerlijke krokante kip!

Er stond een schommelstoel, perfect uitgebalanceerd waardoor je eindeloos leek door te schommelen zonder af te zetten. Ik ging er na het eten even in zitten en sukkelde bijna in slaap.

Bij een tentje stond een kaas(!)verkoper. Ik babbelde even met hem (hij meer met mij, ik deed m’n best het te begrijpen). Hij bood me een kopje koffie en water aan. Probeerde ‘m wat geld te geven, maar dat wilde hij absoluut niet!

Ik had ‘m voor de foto gevraagd, hij ging er graag mooi voor staan!

Het raadsel van het gele spul dat ik tegenkwam in de Amazone is ook opgelost! Het blijkt tucupi te zijn. Volgens de Engelse wiki gemaakt van de manioc-wortel die ze raspen, en giftig wanneer zo gedronken. Ben blij dat ik uit balorigheid niet een slok nam.

Mijn pousada in Amapá is twee keer zo duur als in Calcoene (R$ 80) maar mét raam deze keer, en ook wel tikkie netter.

Amapá bij het vallen vd avond

De volgende dag (zaterdag 19 okt) was de wind gedraaid en wel in mijn rug! Ik werd laat wakker vanmorgen (iets voor 7u!) en wilde snel op pad. De ‘madamme’ – de ietwat opdringerige hotelière met snerpende stem – tetterde me gelukkig wakker. Ze was wel lief, bedoelde het goed en gaf me nog een 2l fles ijs mee. Als ontbijt had ik nog een mango en een fles yoghurtdrink.

Ik zoefde zonder veel moeite over het asfalt. Het landschap is niet mooi.

Indruk vh landschap en wildlife. Dit is een soort gieren

Vlak, droog. Hier loopt een soort rund los over de weg

Maar de mensen zijn hier bijzónder vriendelijk. In het plaatsje Breu kocht ik een blikje cola. De winkelier wilde het zijne weten en stelde me ‘de’ vragen. Hij liep weg en kwam terug met een veldfles voor me. Hij zei dat ie militair was (geweest?) en me deze fles als presente wilde geven. Ik kon niet weigeren, hij was zó trots om me de fles te geven. Ik vroeg hem om een foto, waarbij ie ook zijn vrouw vroeg om te poseren:

De militair / winkelier die me spontaan een militaire veldfles gaf

Verderop haalde ik een kopje koffie bij een tankstation. De koffie hier wordt zoet, heel zoet, aangemaakt. Je mag vaak gewoon pakken. Ik ging bij het tankstation even zitten bij 4 jongens. Even babbelen, het gaat nergens over maar het is toch even leuk. Ze gaven me twee broodjes mee voor onderweg.

Duimpjes omhoog natuurlijk!

En zo zeilde ik na 80km Tartarugalzinho binnen.

Regelmatig brandjes onderweg. Niemand te bekennen, geen paniek noch brandweer

Meteen bij binnenkomst rijd ik langs een lekker eettentje. Ik ging zitten, een vent twee tafels verder wenkte me bij ‘m te komen zitten. Toen ik zat was het te laat: hij had een rijtje lege bierblikjes onder z’n stoel staan en was – zelfs naar Braziliaanse begrippen – nauwelijks aanspreekbaar. De taalfactor werd nóg complexer door de luidsprekerbox op 2m afstand. Hij was goudzoeker (daar hebben we een kwartier over gedaan om dat feit boven water te krijgen). Ik nuttigde mijn bordje zsm, hij wenkte voor nog meer bier. Wegwezen!

En zo lig ik weer in een keurige pousada op een bedje met A-C en WiFi. Buitenvrouw nèt niet in bed maar er wel dicht tegenaan. Tis nog vroeg, ik wacht de hitte even af en ga vanavond saturday night fever ‘ns ervaren in Tartarugalzinho!

Door de Amazone

13 oktober 2019, St. George – Oiapoque

Nog in St George in Frans-Guyana maakte ik gisterenavond kennis met May, de goedlachse uitbaatster van de herberg. Ze was Chinees, maar gedroeg zich (prettig) on-Chinees. Contactueel, lachend, babbelend (hilarisch, ze sprak Frans maar slikte minstens de helft in. Ik moest de Fransen om me heen om hulp vragen). De herberg leek op een Chinese boerderij. Op het erf scharrelden kippen en kuikentjes. Een paar potten met sierplanten stonden naast het moestuintje. Meloenschillen werden aan de kippen gevoerd die er meteen lustig op los pikten. Het barstte van de katten met kittens die ’s nachts de boel op stelten zetten. Twee honden, de waakhond die vast lag en op ongezette tijden blafte, en een puppy die af en toe van May een schop kreeg omdat hij op het terras lag, waarna-ie jankend weg liep. Chinezen en dieren.. De geur die er hing hield het midden tussen die van een kippenhok en de keuken van een studentenflat.

De volgende ochtend reed Valentin mee op z’n te kleine, krakende fietsje richting de brug over de Oiapoque. Bovenop de eerste heuvel namen we afscheid, ik ging door.

Valentin, de reizende taxichauffeur

De brug zou za-middag en de gehele zondag gesloten zijn:

Ze dachten: laten we nu ‘s een mooi groot bord maken..

Maar dat bleek dus allemaal onzin te zijn zoals Valentin al zei. Hij is elke dag van 8-18 open. En dan zo’n gigantisch (fout) bord neerzetten..

De brug was in 2010 klaar maar pas in 2017 in gebruik genomen. Gedoe, gedoe. Ik moest na de brug even wachten bij de Polícia Federal, maar dan héb je ook wat: een tampon in je paspoort (en wie wil dat niet). Het was inmiddels 10u en ik wilde eerst even settelen. Moest ook nog boodschapjes doen, geld pinnen en was mentaal nog niet klaar om de BR-156 – de deels onverharde, lange weg door de Amazone naar Macapá – te lijf te gaan. Heb maar een dagje geluierd en rondgelopen in Oiapoque.

Zicht op de brug die in 2010 klaar was maar pas in 2017 open ging!

Straatbeeld Oiapoque

Dat wordt wat als ze groot zijn. Ze konden ‘t niet laten om aan m’n fiets te plukken.

Ik kocht een Braziliaans voetbalshirt, omdat ik zo gek ben van voetbal.. Een lekker polyestershirt! Ik blend lekker in zo.

Hij zít wel lekker!

Later op de dag een bordje bonen, vlees, rijst gegeten, de typische Braziliaanse maaltijd. Vermoed dat het over een tijdje m’n neus uitkomt maar vooralsnog vind ik ’t lekker. Lekker prijsje ook: R$ 13 (nog geen € 3,-). Verder gelummeld (met afstand mijn grootste talent).


14 oktober 2019, Oiapoque – Estrela

’s Morgens riedeltje afgewerkt en opgestapt, rustig Oiapoque uitgefietst. Nog even benzine getankt bij het laatste station (de volgende was na 291km). Wél het soort zonder alcohol anders gaat m’n brandertje sputteren. De pompbediende vroeg waar ik het voor nodig had. Ik vertelde: para comer (om te eten). Hij keek me met grote ogen aan en dacht dat ik ’s avonds een flinke slok benzine nam. Ik lachte me rot, want snapte de verwarring. Para fazer comida (om eten te maken) gaf verheldering.

Het glooide con-ti-nue. Geen stukje was vlak. Om 11:30 had ik 40km gefietst. Het punt waar ik heen moest was nog 15km. Dat punt heet Bar Fim do Asfalto; leek me duidelijk. Daarna zou het ploeteren worden op de onverharde rode aarde. Ik hoopte dat er iets zou zijn op dat punt en dat het wel echt een bar zou zijn..

Een deel van het oerwoud was hier al opgeofferd aan de veeteelt. Rechts van me de kilometers lange fazenda’s waar koeien grazen. Links de jungle, tot nu toe niet anders dan in FG. Het verkeer was erg rustig. Eens in de pakweg 5 minuten een auto of vrachtwagen.

Ik kwam al borden tegen dat het om indiginous gebied gaat. Stukjes zijn toegekend aan de stammen: Uacá, Pirquiá, Curipi. Dat staat dan ook op elk bord aangegeven.

Bordje met de stamnaam

Na 40km kwam ik langs de eerste bosbrand die letterlijk wel heel dichtbij kwam. Ik voelde de warmte van de vlammen. Gelukkig ging de weg bovenwinds langs het vuur:

Redelijk brandje, aangestoken of niet.

Onduidelijk of het spontaan is gaan branden of dat de landeigenaar een handje heeft geholpen.

En inderdaad! Na 55km was het afgelopen met de asfaltpret. Mij was door Google Maps dus een bar beloofd (ik ben daar niet ongevoelig voor), maar.. niks! Alleen een bord dat het fim is met het asfalt.

ED13D030-B810-4796-8E5E-A3B42A2AD401_1_201_a

Inderdaad ‘Fim do asfalto’ voor de aankomende 110km

Wat zou ik doen? Ik had al 55km met geklim achter de kiezen. Maar goed, hier kon ik ook niet blijven. Ik fietste maar door en kwam door Karia, een ‘gehucht’ (zoals Maps.me het betitelt). Huisjes zonder ramen, sommige met palmbladeren op het dak, andere met golfplaten.

Het gehucht ‘Karia’

Op zích een goeie overnachtingsplek. Een jongeman – zag er uit als een indiaan – was niet dólenthousiast me te zien. M’n offline vertaalapp hielp wel wat om te communiceren, maar mijn tongval maakte het er allemaal niet gemakkelijker op. Ik vroeg of het goed was daar even te gaan zitten. Hij murmelde iets en knikte kort. Mijn verzoek even later om wat water werd ingewilligd met een volle 2l fles koud water. Kan ik weer vooruit.

De heuvels werden steiler en steiler en al vrij snel kwam ik er niet meer fietsend tegenop. Ze zijn meer dan 10% en grindachtig. In mijn kleinste verzet schoot mijn achterwiel door. Bovendien had ik het end in de bek; de energie was op. Ik kwam door het dorpje (nou ja, dorpje..) Estrela waar ik vroeg of ik er kon overnachten. Een dame uit het dorp zou het opnemen met de ‘chef’ en ze nam me mee naar de dorpsoudste – een piepklein menneke van dik in de zestig (?), ontbloot bovenlijf, een short aan en een machete in zijn hand. Hij gaf me vriendelijk een hand, hoorde de dame aan, troonde voor me uit en bracht me aan het einde van het gehucht naar de feesthal (denk ik, óf hun AZC..). Prima plek!

De feesthal waar ik mocht slapen

Voldoende bevestigingsmogelijkheden voor mijn hangmat

Daarna mezelf gewassen in de rivier die heerlijk schoon en koel was met een zand-/grindbodem. Flesje bioshampoo is niet voor niets mee. De rode aarde (lateriet) zat óveral. Slippertjes aan, lekker!

Het zag er ’s avonds zó harmonieus uit in het gehuchtje Estrela. Mensen zaten bij elkaar en babbelden, kindertjes voetbalden, een paar vaders deden mee. Hondjes renden rond. Iedereen was buiten nu het koeler werd. Een simpel leven..

Toen het bijna helemaal donker was werd de diesel gestart en floep! daar lag ik in het licht. Gelukkig ging het kreng rond 21u weer uit.


15 oktober 2019, Estrela – Cassiporé

Vandaag zou ik mikken op hotel Colibri, tenminste, áls het bestaat (want twee plekken bleken al niet te bestaan – ik word achterdochtig). Dat hotel was vanaf hier 35km. Dat moest te doen zijn. Ik moest wel rekening houden met (bijna) alle heuvels oplopen, maar dan nóg. Naar beneden fiets ik (remmend, anders ga ik onderuit met het grind, ribbels en kuilen) pakweg 15km/u.

Hutjes

Alle bruggen zijn zo uitgevoerd. Hier gaan dus ook die 30 tonners over! De planken overlangs trekken krom waardoor er een spleet tussen kan komen ter grootte vd breedte van mijn wiel; het Amsterdamse tramrail-effect

Het begon beroerd met steile klimmen, maar allengs werd het te doen. Na 20km stopte een man in een pick-up om te informeren of alles okay was. Hij zei dat hotel Colibri niet bestond. Daar ga je al, dacht ik.

Iets verderop in een volgend dorp stonden stalletjes langs de weg met aantrekkelijke flessen met, leek het, fel oranjekleurig vruchtensap, iets van guavesap of zo, of mangosap. Ik vroeg wat het was, maar kon niks met het antwoord. Communicatie was een issue, dus een oudere man werd naar voren geduwd die Frans zou spreken. Ik hóórde ze bijna zeggen: ‘Jij spreekt toch Frans? Nou, toe dan!’. Zijn gebit was echter een ravage waardoor het gelispel voor mij onverstaanbaar was. Het probleem was: het sap was niet drinkbaar?! Ja maar, wat is het dan? Ik was er niet achtergekomen. Para comer (om te eten) zeiden ze. Het was majok; mijn vertaalapp kon er niks mee. Jammer, stond watertandend langs de weg. Wel veel hilariteit. Stomme Hollander..

Stalletje met.. ja, met wat eigenlijk?

Mijn vermoeden over hotel Colibri werd bevestigd. Niets! Maar weer door. Na totaal 47km kwam ik in Cassiporé. En wat zag ik? Een restaurant! Gelijk bordje opgeschept met rijst, bonen, vlees – een rijke keuken is de Braziliaanse nog niet geweest. Je betaalt per gewicht. Vooruit, klein biertje er ook maar bij. Ga hier toch stoppen. Aan de overkant vd rivier stond een gigantisch leeg, onaf huis. Een dame op dat terrein sprak Frans en gaf me haar zegen om er te gaan slapen. Ze wilde er een pension van maken. Planning: volgend jaar klaar..

Mijn slaapplek

Ik zat weer vréselijk onder het stof:

Naast de afscheiding van de zon, ook die van het stof

’s Avonds op m’n stoeltje geluisterd naar het kikkerconcert dat de krekels overstemde.

De rivier die vlakbij liep

Uitzicht vanaf m’n slaapplek

Andere kant


16 oktober 2019, Cassiporé – Villa Carnot

Het onverharde stuk was nog maar 50km. Was óver de helft! Ik zou daarna ook weer iets meer in de bewoonde wereld komen. De weg was wel bàr slecht. De harde laterietwegen gaan nog, maar op dit parcours lagen allemaal stenen en kiezels. Vreselijk vermoeiend. Je hort en stoot over de weg.

Opvallend overigens: tot nu toe slechts twee bijzondere dier gezien, een opossum (denk ik) en een miereneter. Verder niets. Ja, een hagedisje zo nu en dan. Of fel gekleurde vogeltjes. Maar veel exotische dieren? Nee. Aan de ene kant jammer, aan de andere wel een rustig idee. Ik slaap tenslotte elke nacht buiten.

Had niet zoveel puf vandaag, mede door de slechte weg. De heuvels waren vréselijk steil, misschien wel 15 of 20%, waar ik natuurlijk tegenop moest lopen. Het was zó steil dat wanneer ik stil stond en alleen de voorrem inkneep, de fiets naar beneden gleed.

Slecht te zien op de foto maar steil!

Nóg steiler

Verderop stopte een auto toen ik stond te pauzeren. Hij stapte uit, gaf me een hand en stelde zich voor (Marcus). Hij vroeg me het gebruikelijke en vertelde daarna in goed Engels dat ie deze weg ‘ns gereden wilde hebben. Hij was uit São Paolo komen vliegen en had een auto gehuurd in Oiapoque om over de BR-156 naar Macapá te rijden. Vanaf Macapá vloog hij weer terug. Kennelijk vinden mensen deze weg bijzonder. Nou ja, dat is ie ook wel.

Mensen zijn onderweg vriendelijk. Ze toeteren, zwaaien, steken een duim omhoog of stoppen even om te vragen wat ik doe en of het goed gaat. Sommigen bieden water aan. Ook in de dorpjes wordt ik tot nu toe bijzonder vriendelijk bejegend.

Pakweg 10km voor Villa Carnot, mijn bestemming voor vandaag, kom ik zowaar weer langs een restaurant (bonen, rijst, vlees..), een soort truckersrestaurant. In de tuin hadden ze een aap, ik denk een gibbon, in een hok:

Het apenhok. Het beest zat net te eten. Hij zat met een touw om z’n middel vast aan het hok. Op steenworp afstand van de jungle..

Ondanks de goeie lunch had ik moeite Villa Carnot te bereiken. In Suriname liep ik qua waterverbruik 1:25. Inmiddels was dat totale onzin! Ik had 8l opgeslobberd over 50km, 1:6 en een beetje dus. Warmte + klimmen = water. Onderweg kon ik af en toe bijtappen in een dorpje. Tot nu toe nog géén slecht water gehad (merkbaar).

Eenmaal in Villa Carnot kwam ik langs een klein stalletje waarachter ik mijn hangmat mocht ophangen. Ik zat ook weer naast een riviertje. Daar dook ik weer meteen in om mezelf en m’n kleren uit te wassen. Wasje hing te drogen over mijn fiets (zó handig, zo’n fiets!). Kippetjes scharrelden om me heen. Ik zat lekker in m’n stoeltje om ’t eens allemaal goed te bekijken.

Linksachter mocht ik slapen

img_3116

De grootste en zo gedroeg-ie zich ook

Ik schoof ’s avonds aan tafel in het restaurantje bij een paar locals. Over het menu hoefde ik me geen zorgen te maken (bonen, …, …). Culinaire uitspatting: er zat spaghetti bij!

Mijn disgenoten schepten, zelfs voor mijn begrip, enórme borden eten op die ze zwijgend verorberden. Ik had ook niet echt een onderwerp om in de strijd te gooien. Calorieën schuiven dan maar..

De kindertjes speelden nog op ‘mijn’ plek achter het restaurant. Was benieuwd wanneer ze naar bed zouden gaan..


17 oktober 2019, Villa Carnot – Calcoene

’s Morgens kreeg ik een kannetje mierzoete koffie, de vullingen vielen uit m’n kiezen. Maar lekkere koolhydraten. Kreeg er ook nog een wit bolletje bij met zoute boter, het kón niet op.

Het asfalt lag hier nog maar 10km vandaan. Ik keek er halsreikend naar uit, had genoeg van die stoffige weg. Toen ik het asfalt weer bereikt had, had ik 110km onverhard gereden.

Verwachtte ook weer ’s verbinding te krijgen. Ik hoopte op een WiFi-verbinding ergens onderweg. In Macapá koop ik wel een SIMetje.

En inderdaad! 10km na Villa Carnot waar ik sliep (overigens prima – ik wen) begonnen de wegwerkzaamheden. Eerst het ‘kamp’:

Hier slapen en leven de werklui aan de BR156

Daarna begonnen de pre-asfalteringswerkzaamheden. Is geen sinecure, afwatering, egalisering. Dit project is gestart in de 70-er jaren (!) Het wordt opgehouden doordat dorpjes moeten verhuizen, wat (logisch) veel voeten in de aarde heeft. Een lang, lang politiek proces, niet altijd in het voordeel vd dorpelingen. Ik begrijp hun weerstand wel, het landschap zal agv de asfaltering compléét veranderen. Eigenlijk moet je ’t gewoon niet willen..

Afwatering die ónder de weg komt

En ja hoor, daar was het asfalt weer! Na 110km geploeter.

Oops, verkeerde knopje..

Da’s beter. Het begin vh asfalt!

Daarna is het fluitend fietsen, hoewel, de wind nam flink toe. De omgeving was saai, kan niet anders zeggen. Er was nagenoeg niets.

Na 70km – ja, nu kan ik het wel, op asfalt – kwam ik in Calcoene. In de hoofdstraat ben ik bij de eerste de beste Poussada ingecheckt. Criteria: Airco, WiFi, benedenverdieping (ivm fiets). Check check check. Voor R$ 40 kun je geen armoe lijden. Wasje gedaan en opgehangen. Zak chips met bier. En proberen dit inmiddels lange bericht de ether in te krijgen.

Naar Brazilië

De avond gisteren was prachtig! De maan scheen over de rivier waar nog wat kinderen in speelden. De lichte warm-koele bries was een genot, zo’n bries die je alleen in de tropen hebt.

De grens met Brazilië lag nog (maar) 85km ver weg. Dat moest in één dag te doen zijn, ware het niet dat de hoogtemeters zwaar meetellen in de tropen. Het klimmen is zwaar! Ik moest deze laatste FG-etappe op gaan delen in twee stukken. Mijn Maps.me app maakt een potje van de hoogtemeters (dat zijn alleen de meters omhoog, dus als je over een bultje van 50m gaat heb je 50hm, de daling is gratis). Een check leerde dat ik gisteren niet 120hm had gefietst zoals Maps.me me zei (het leek me al sterk), maar bijna 1000hm. Da’s andere koek in deze hitte en vochtigheid!

Gisteren maar eten ingeslagen bij de kruidenier in dit leuke plaatsje. Geen watertandende producten: blikje vis, noodletjes, crackers(!), blikje witte bonen met mysterie meat, zakkie chips en een Parbobiertje.

Ik had twee grote 2l flessen om water mee te nemen, wat goed is voor een dag maar geen twee. Ik nam dus nog een halfgevulde (10l) waterzak mee. Bij elkaar pakweg 9kg dus! Maar ja.. Heb lichte calorieën mee: noodlesoepjes. Wegen niks en bevatten een bom energie. 500kCal / 100g is mooi (of ben ik nou te exact bezig..).

’s Morgensvroeg had het zwaar geregend. Toen ik om 6:30 opstapte was het dan ook heel mistig, het vocht was nog niet door de lucht opgenomen. Naarmate de zon klom, loste de mist snel op.

Net Regina uit, de brug over richting Oyapoque kom ik langs een checkpoint. Ik slalom langs de auto’s. Degene die m’n paspoort checkt is een ‘3 REI’ – lid vh 3e regiment van het vreemdelingenlegioen. Hij was indrukwekkend uitgedost met een geweer voor z’n borst, kogelvrij vest met toeters en bellen eraan. Er kon geen lachje of vriendelijk knikje vanaf. Alsof ik oorlogsgebied betrad. Hij straalde uit: Don’t mess with me! zoveel was me duidelijk. Dan ga ik me heel oelewapperig en onschuldig gedragen (ikke niet weet nie). Dat helpt dan, denk ik altijd.. Alhoewel ik natuurlijk alles behalve bedreigend overkom.

Het eerste stuk viel enórm mee! De steile klimmen van gisteren waren nu geleidelijke klimmen, wat me héél goed uitkwam met die 9kg water mee.

Hier is de weg ‘ingegraven’ wat te zien is aan de wallen aan weerskanten. Het bobbeltje is dus minder zwaar!

Het werd later iets zwaarder, maar om 8:30 had ik 30km gefietst. Het werd verder niet héél veel zwaarder en ik reed maar door naar St George de l’Oyapock. Onderweg wel flinke plensbuien gehad.

Het einde van FG, hierna begint Brazilië

In St George zocht ik tevergeefs naar een hotel. Alles vol.. De hotelier bij het stadshotel bladerde ongeveer 10 pagina’s door om tot die conclusie te komen. Hij had z’n best gedaan..

Bij de rivier kwam ik Michel tegen:

Michel, de voyageur, die aan één stuk doorpraatte maar wel een prima slaapplek voor me vond

Hij was net als ik een voyageur zei-ie. Geboren en getogen in Tarbes was ie nu over de wereld aan het reizen. Hij wist nog wel een slaapplek voor me. Het waarheidsgehalte schatte ik niet heel hoog, maar nadat ie klaar was met zijn sjekkie rollen liep ie voor me uit naar, inderdaad, een prima hangmatplek. Een herberg zonder bedden. Eromheen scharrelen kippen, poezen en ws nog wel meer wat ik niet wil weten, maar het is een prima plek mét douche en toilet.

Rechts slaap ik. Gezellig kipjes eromheen
Hier hang ik straks mn hangmatje op. Let op de poes links.
De poes is gasten gewend en licht lekker op de balustrade. Hij is stemloos, wel lekker!

Morgen met een bootje (een pirogue) de Oyapock over naar de gelijknamige Braziliaanse plaats. Ga me beraden hoe ik de pakweg 600km naar Macapá ga doen (waarvan 110km onverhard en zéér heuvelachtig!). Ik zal lang uit de lucht zijn met blogs schat ik in, zou zomaar 2 weken of meer kunnen zijn. Mijn whereabouts worden wel gewoon gelogd – die gaan via de satelliet. Ben benieuwd!

Uitzicht vanaf mijn hangmatplek

De binnenlanden van Frans-Guyana

Voor wie het weten wil, ik had heer-luk geslapen vannacht in Kourou en werd om 5:30 wakker. Gegeven de pijnlijke kont had ik nu maar een fietsonderbroek aangetrokken wat me uitstékend beviel. Ik heb er nog nooit een nodig gehad (maar ik ben ook nooit in Zuid-Amerika geweest).

Ik vertrok met goeie zin redelijk op tijd. Slalommend door de fietsende, lopende jeugd die naar school ging in Kourou, ging op pad. Mijn energie was goed.

FG heeft als verdediging het Franse Vreemdelingenlegioen

De weg richting Cayenne (de hoofdstad) was niet bijzonder. Langs de weg bos (geen jungle..) en af en toe een huis. Vrij veel verkeer.

Categorie vergane roadkill: redelijke slang was dit

Ik kwam door het plaatsje Macouria, wat er verzorgd uitzag. Mooie perkjes, palmboompjes langs de weg. Een politiebureau, sportterrein, mooie mairie. Opvallend dat sommige plaatsjes in FG zo armoedig zijn, waar andere weer goed verzorgd zijn (het centrum dan), zoals dit plaatsje. Bij een Surinaamse broodjesbus bestelde ik een broodje kip haché met ei en salade. Een Fransman komt naast me staan, kijkt naar m’n fiets en vraagt het gebruikelijke. Hij zelf werkt al 10 jaar in het lokale theater en doet de verlichting, decors, het geluid. Hij vertelde me dat je niet oud wordt in de tropen. Je zweet heftig, maar die druipt van je lijf waardoor het effect (verdamping) uitblijft, aldus de Fransman. Je hart moet té hard werken. Hij ging om die reden weer terug naar Fr omdat ie anders niet oud zou worden. Ondertussen stak ie nog een sigaret op..

De weg is vlak, ik buig vóór Cayenne af naar de D5, een prachtige weg met overweldigend groen. Ranke palmboompjes, bananenbomen, kleine beekjes er tussendoor. Het is wárm, maar ik heb deels wind mee wat het nét aangenaam maakt. Helemaal wind mee is op zich wel lekker, maar er móet iets van ‘wrijving’ zijn met de wind anders is het niet uit te houden.

 

Veel verandering van outfit is er niet.

 

Categorie roadkill: een slang(etje)

Ik weet niet wat er in me was gevaren. Onstuitbare energie. Aanvankelijk wilde ik in Montsinéry stoppen, maar het was nog (te) vroeg en ik had nog veel energie. Na mijn miskoop daar – een 2l fles mintfrisdrank ipv water (ik moet ook overal mijn bril voor opzetten) – ging ik verder langs de D5. Mijn preoccupatie met een slaapplek is veel minder. Ik zie wel. Ik had gemikt op een slaapplek bij een restaurant op de weg naar St Laurent-de l’Oiapoque (mijn eindbestemming in FG).

 

Zo maken ze een weg door de jungle

Bij dat restaurant, Relais du Galion, overnachtte ik in een huisje. Een medewerker vroeg waar ik vandaan kwam. Ik zei: ‘Le Pays-Bas’, wat-ie wel kende maar… waar was dat ook alweer? Om die reden heb ik een gekleurd wereldkaartje meegenomen op een A4tje dat ik voor hem uitvouwde. Niet bedoeld als test, maar ik vroeg hem: ‘ou est Europe, vous croyez?’. Hij wees naar Rusland.. We hebben toen met onze vingers (bijna) elk land aangewezen en de naam uitgesproken in ’t Frans. Vermakelijk, gezellig en leerzaam voor beiden: hij had de wereldkaart weer wat beter op zijn netvlies en ik kon de namen van de landen in het Frans wat oefenen.

’s Avonds kennis gemaakt met Jean-Luc, een (dikke) zestiger uit Fr die deze boel uitbaat met zijn, zo te zien, lokale vrouw. Hij stelde een ‘boerenomelet’ met salade aan me voor, waar ik graag op inging. Kennelijk zijn specialiteit, de buren aten beiden hetzelfde. Het duurde even maar hij was heerlijk.

Steevast een uurtje nadat het donker is begint er een lekker koel briesje te waaien.

Naar de Braziliaanse grens is het nog ongeveer 170km. Dat zijn 2 á 4 dagen fietsen, afhankelijk van mijn energieniveau en de zwaarte vh parcours. Vandaag 85km. ’t Is mooi geweest!


10 oktober 2019

De dag begon meteen al met stevig klimmen.

Naarmate ik zuidelijker ging, verder FG in, werd de jungle dikker, hoger en – hoe zal ik het zeggen – uitbundiger.

Het klimmen na de lange dag van gisteren viel me vandaag niet mee. De weg slingert zich door de jungle. Aan weerszijden hoge, dichte begroeiing. Zo zal de rest vd weg naar de Braziliaanse grens waarschijnlijk zijn. Af en toe op de top iets van een uitzichtpunt. Het is heet, er staat nauwelijks een briesje.

Dat slingeren geldt ook in verticale zin. De klimmen zijn nooit heel hoog, maar o zo zwaar (timmermansoog: > 10%, en dat is zwaar met wat ik meetors). Ik gebruik mijn laagste verzet. Bij de laatste helling heb ik het laatste stuk gelopen.

Na 40km kwam ik langs een verlaten herberg. Zo te zien waren er lang geen mensen geweest. Deuren hingen scheef, lampen eraf, door de wind klapperend plastic op het dak.

Eráchter lagen twee carbets. Goeie plek om eerst maar even te lunchen. Een noodlesoepje had ik nodig met mijn lage energieniveau, daarna keek ik wel verder. Alleen, ik had nog maar 1l water. Tegen de zijkant van een vervallen bijgebouwtje zat een kraan en zowaar! Er liep wat water uit. Het zag er helder uit en het rook goed, maar dat zegt niet zo veel. Met mijn microfilter heb ik vervolgens 3l gefilterd. Het enige waar ik nu nog afhankelijk van ben is eten. Heb nog spaghetti en saus, dat komt ook goed.

Nu ik dat water had, besloot ik maar om hier te blijven. Naar Regina, de eerstvolgende plaats, is het nog 47km en veel klimmen. Ik had een dak boven m’n hoofd, stil, niet of nauwelijks zichtbaar, nu ook water, voldoende eten.

Het was nog geen 14u, nog erg vroeg. De rivier kabbelt, de volgetjes tsjilpen, het gras ritselt van de hagedissen. Maar ’s een middagdutje gedaan.

De avond- en nachtgeluiden wennen wat. Er is er een bijgekomen: die van de brulaap (niet die we in NL hebben, maar èchte..). Ze maken een angstaanjagend geluid, géén gehoor! Heb er met mijn telefoon opnames van gemaakt.


11 oktober 2019

Vrijdag.. Ik moet echt op m’n telefoon kijken want ik heb werkelijk geen flauw idee welke dag vd week het is.

Ik had van de 3l water die ik gisteren had, nog 2l over. Had toch nog 1l verbruikt met drinken, koken, afspoelen, tanden poetsen. Met mijn eerdere vuistregel (1:25) moest ik ver komen dacht ik. Regina was 47km.

De weg ging slingerend verder. Af en toetert er een vrachtwagenchauffeur of automobilist bij wijze van aanmoediging. Ze passen allemaal erg op.

Maar het is weer zwaar! Mijn shirt is doordrenkt. De 1:25 (1 liter per 25 km) die ik in Suriname bepaalde gaat hier niet op. Ik heb méér nodig, maar er is hier helemaal niemand! Ik heb maar een noodfles gemaakt door uit een stroompje te tappen en dat, tijdens mijn pauze, te filteren (het sijpelt door het microfilter heen, daar moet je even voor gaan zitten). Dat filter is dus goud waard! Van het gefilterde water van gisteren had ik, 24u later, geen last gehad. Ik moet niet overmoedig worden, maar hij werkte!

Ik besloot in of bij Regina te overnachten. Iets waar water in de buurt is waar ik in kan poedelen, kan afspoelen, schoonmaken.

Het begon inmiddels sterk rokerig te ruiken. Iets verderop zag ik de verwoesting van bosbranden die kennelijk ook hier woeden.

 

Verwoestend

5km voor Regina stond een klein tentje met overdekt terras, een soort snackbar. Nou! Eerst een maracuja (passievruchtensap, zó lekker) besteld en toen (welja) een hamburger, en nog maar een maracuja, ’t Is tenslotte vakantie!

 

Lokale (deels stevige) jeugd aan de bar

Ik zat te rekenen: als ik een helling neem van 10% met 1,5 m/s (5,4 km/h), mijn gewicht van 85kg en dat vd fiets en spullen (50kg), ik minstens 200W moet wegtrappen. Me dunkt dat ik dan wel een hamburgertje mocht. Hij mocht er ook zijn: mét een gebakken ei erop, ketchup & mayonaise. In geen tijden zo’n caloriebom gegeten. Had een uur daarna nodig om te herstellen..

Regina was niet ver van de snackbar. Vriendelijk ogend plaatsje aan de rivier l’Approuage. Aan ‘mannetjes’ die op straat zaten (sterk Indiaans uiterlijk) vroeg ik een hotel. Één van hen fietste met me mee. We stopten bij een paar huizen verderop. Een bijzonder knorrige vrouw met sigarettenpeuk in haar linker mondhoek – de FG’se Ma Flodder – stond me te woord. Ze hield haar hand op en zei: ‘vingt cinq’. Ik vroeg eerst nog of er een douche en toilet bij zat. Naturellement! snauwde ze en bleef met haar hand opgehouden staan. Enfin, keurig kamertje waar de buitenvrouw ook in past, mét douche en toilet. Koning te rijk! Straks wat boodschapjes doen. Maar ’s kijken hoe ik van hier naar de Br grens kom, qua eten en drinken..

 

Nu nog netjes. Straks een kolerezooi..

Via nog een oase naar de raketstad

7 oktober 2019

Het was lang wachten voordat de laatste bezoekers weg waren, gisterenavond. Tot pakweg 22:15 was een groep jonge twintigers (laten we ze millennials noemen) enórme herrie aan het maken met hun draagbare boxen. Eindelijk gingen ze weg, ik was alleen. Af en toe raasde een auto langs.

Ziet er lekker uit hè?

Het was iets verlicht door de maan. Veel geluiden in het bos. Regelmatig valt er een kokosnoot, breekt er een tak, roept een beest iets en roept een ander wat terug. Getjirp, gekraak, gepiep, gesis en geplons in het kreekje. Enerverend! De vuurvliegjes flitsen af en toe op, steeds op een andere plek. Alsof er iemand op afstand op knopjes drukt. Het hondje bleef bij me in de buurt. Uiteindelijk sukkelde ik in slaap.

Om 3:45 stopte er een grote pick-up vlakbij mijn hangmat. Ik zat meteen recht overeind! Wat komen ze doen? Je tuurt in het donker, spert je ogen zo wijd mogelijk. Een lamp flitste langs mijn hangmat. Ze zagen me.. Maar al heel snel vertrokken ze met sterke lantaarns het bos / de jungle in, vooral naar boven. Van ver kon ik hun stralen door het bos zien schieten. Ze kwamen laat terug want ik heb ze niet meer gehoord. Denk dat het natuurvorsers waren, of rangers oid.

Het is spannend, zo alleen in de natuur slapen. Je bent alert, let op elk geluidje, kijkt om je heen, maar dat ebt weg na verloop van tijd. Het wordt toch nog koud ’s nachts. Heb mijn slaapzak als deken gebruikt.

De volgende ochtend heb ik uitgebreid toilet gemaakt in de kreek. Met bioshampoo wel te verstaan. Koel, helder water met een bijzondere kleur, een soort van amber. Het hondje was nog twee keer aangeslagen. Ze profileert etnisch: op donkere mensen loopt ze blaffend af. Ik kon door ‘kom maar’ te roepen haar weer terugroepen. Aanhankelijk en sociaal beest. Achtergelaten vermoed ik.

De waakhond
En zo lig ik dan

Té laat ging ik ’s morgens op pad. Alle spullen bij elkaar pakken, broodje eten, de laatste spullen opruimen, nog even tanden poetsen. Ik ga dan zo rond 7:30 weg. De zon is sinds 6:00 op dus het wordt alweer warm. Dat is dus eigenlijk te laat.

Ik kom door Iracoubo.

Weliswaar geen kleurige gewaden C, maar je snapt wat ik bedoel met Afrikaanse dames.
La Counamama

In de 8 à Huit mezelf afgevraagd wat ik in godesnaam moet eten. Een appel, pak spaghetti met bolognesesaus, blikje doperwtjes en worteltjes en natuurlijk water. De drinkbaarheid van water is me nog niet duidelijk. Bij het publieke toilet vroeg ik aan iemand of het potable was. Normaal wel, zei ze, maar een tijdje terug dreven er dode vissen in de rivier dus sindsdien kocht ze flessen. Hmm.. Dan koop ik toch maar die ellendige plastic flessen (die ik óveral, tezamen met blikjes, terugzie aan de kant van de wegen). Moet nog een beetje inkomen, met dat water. Dat is wel elke dag een thema: water. Ik jas er liters doorheen!

Categorie roadkill: dikke vette pad. Alsof ie op z’n rug ligt te zonnen.

Ik had door de hitte en, eigenlijk al sinds Suriname, tegenwind niet veel puf vandaag. Ben na 46km neergestreken. De krachtige zon en continue warme wind tegen put en droogt je uit. Maar weer een zakje ORS er tegenaan gegooid. Er zijn mensen (M te H!) die het afschuwelijk vinden. Ik moet me beheersen niet nóg een zakje open te breken. De combi zout / zoet vind ik heerlijk; aparte sensatie.

Ben neergestreken in Crique Toussaint, een vergelijkbare plek als de vorige alleen aan een klein binnendoorweggetje. Picknicktafels, een groot ‘carbet’ (overdekking voor hangmatten) en weer een idyllisch kreekje met licht stromend koel en helder water. Heerlijk! Ik drink er niet direct uit, maar met mijn waterfilter durf ik het wel aan.

Links beneden het kreekje

De dagen zijn kort. Om pakweg 18:30 is het donker. Vóór die tijd kook ik, was ik af en maak ik me klaar voor de nacht.

Morgen heb ik een AirBnB gevonden in Kourou.

’s Avonds weer ‘echt’ gegeten: spaghetti met bolognesesaus!


8 oktober 2018

Het was een rustige nacht. Er was niemand, behalve de dieren die herrie maken in het bos.

Ik had me voorgenomen vroeg op te staan dus de wekker gezet om 5u. Plan gelukt, om 6u zat ik op de fiets – pakken, eten, etc. kost me toch een uur. Het begon nèt te schemeren en het was nog heerlijk koel toen ik op pad ging. De weg kwam langs Sinnamary waar ik bijna voorbij fietste. Ik had echter water nodig. Ik vroeg een meisje naar eau potable maar ze wist het niet, het enige dat ze kon doen was haar kleine flesje water dat ze uit haar tas haalde me aanbieden. Is dat niet bijzonder? Heb vriendelijk bedankt en geweigerd. Paakweg 100m verderop kom ik tappen achter het politiebureau – de schoonmaakster zei dat het potable was, en zij kan het weten.

Categorie roadkill: een miereneter?

Ik dacht – of eigenlijk, mijn gps-track liet dat zien – dat ik vrijwel rechtdoor kon naar Kourou. Maar ik moest met een grote boog om die vermaledijde raketbasis heen! Dat scheelde zo’n 20km (extra, welteverstaan).

Onderweg klopte ik nog aan bij een hutje. Ik had niet zoveel water meer en moest nog 20km. De dames kwamen aan met een gekoelde 2l fles water (weer een fles), ze hadden geen kraan. Ze vroegen naar m’n nationaliteit, waarna ze vroegen ‘spreekt u Nederlands?’ – ze waren zelf uit Suriname. Dat praatte makkelijker, voor hen trouwens ook, merkte ik..

Vandaag 75km bij elkaar gepuft naar Kourou, de raketbasis van Europa (ESA).

Had er zelf natuurlijk bij moeten staan, maar had de puf niet om mijn statiefje te pakken, te positioneren, enz.

De enige die op dit vroege tijdstip (14u) open is, is de Chinees. Bordje groente-vleesprutje met rijst. Eerst mezelf maar ’s op echt eten getrakteerd: Beetje vlees, garnaaltjes, uien en wat groenten met een smaakje, helemaal mijn eten!

Mijn AirBnB is heerlijk! Appartementje voor mezelf. Airco, WiFi, alles drop en dran. Ik heb al gegeten. Voor vanavond nog wat fruit en een biertje. Lekker op de bank legge!

Mijn kont moet ook rusten, merk ik.

Oase?

Vannacht redelijk geslapen tussen de zagen. Ik stond om 6u op en nèt toen ik mijn plasje deed in mijn plasfles (ja, B!) klopte de zuster op de deur. Ze zei op een nette manier dat ik snel op moest tokken: j’ouvre la porte pour vous, monsieur’.

Bij vertrek vanmorgen, zicht op Mana, mijn overnachtingsplek vannacht

De weg was eentonig. Bos (wanneer noem je bos jungle of oerwoud?) langs de weg. Dit is jungle en geen bos vind ik:

Echte jungle, toch?

Al fietsend – ik schrok me te pletter – fietste er opeens iemand naast me. Een Fransman, die elke zondagochtend zijn uurtje heen en uurtje terug fietste bij wijze van lichaamsbeweging. Uitgelezen gelegenheid om wat te vragen. Hij bleek politieman te zijn (daar heb je je flic, K.), hier voor drie jaar gestationeerd. Hij had het reuze naar zijn zin hier. Waarom? Het lage tempo en het weer. Veel Fransen die hier wonen zijn hier gekomen om met een schone lei te kunnen beginnen beginnen, vertelde hij (met zoveel woorden); een nieuw, simpel en overzichtelijk leven. Hij was zelf 50, moest nog drie jaar dienen en ging dan met pensioen. Hij verontschuldigde zich een soort van, dat dat eerder kon omdat ie politieman is. Ik moest even wat water drinken en we namen afscheid. Helaas geen foto, niet aan gedacht.

Wat me opvalt zijn de autowrakken langs de weg.

Deze is niet uitgefikt

Hier staat het vol met uitgefikte wrakken. Wat doen die daar nog? Ik stond even te schuilen voor de regen.

De uitgebrande wrakken, las ik, komen door de politie die illegale Brazilianen wil afschrikken met dit ‘bewind’. Maar er zijn ook veel gewone wrakken. Opvallend veel!

Fietsen in de hitte is zwaar, veel zwaarder dan ‘normaal’. Vandaag 66km gefietst. Geen wereldafstand, maar het kost me veel energie. Ik eet nog niet goed. Vandaag ingeslagen: blik witte bonen met worst (t zal geen bio zijn, schat ik zo in), blikje vis, zoute pinda’s. Onderweg nog een paar banaantjes, van die kleine, gevonden die ik van de dame mocht meenemen.

Mijn doel was een openbare camping / picknickplek, gevonden op iOverlander. Die plek heb ik gevonden. Palmbomen met daartussen gemaaid tropengras (van dat dikke), een paar picknicktafels en overkappingen. Maar ook een kreekje met koel water, zelfs koud om erin te komen! Een raadsel. Ook heb ik, naast de buitenvrouw, nóg een vriendin erbij:

Een zogend teefje. Heb haar een stuk worst gegeven, heb ik vannacht een waakhond

Er zijn nog veel mensen. Er kwamen net twee gozerds aan met ghettoblaster (en rap). Er komen nog steeds stelletjes en families bij. Maar ’t is nog vroeg. Fotootjes vd oase morgen, ik krijg ze niet verstuurd.