Gisterenavond hadden we genoten van het gezellige plaatsje Taroudant. Door de steegjes lopend kwamen we na verloop van tijd uit op het grote plein waar van alles te zien was. Een beetje een koninginnedagsfeer hing er, met veel kraampjes met ouwe troep (de kringloper in NL zou het bij de inname niet meer accepteren), mannen met karretjes die brochettes bakten, jongens die een soort spel speelden waarbij met een hengel en aan het eind een koord met ring werd geprobeerd de ring om de hals van een fles cola te schuiven (om hem dan vervolgens op te tillen?).
Af en toe schalt de minaret er doorheen met een gebedsoproep. Veel waarzeggers met daar omheen drommen mannen (weinig vrouwen te zien).
Babbelende mannen aan tafels met een kopje koffie of thee. Een drukte van jewelste! We hebben heerlijke tajine verorberd. Smaakvol.
Toen teruggeslenterd door de straatjes en steegjes. Bij terugkomst in de Riyad hebben we wat onderhandeld over de ontbijttijd, gadegeslagen door het knulletje van pakweg 3 jaar des huizes dat nog tot ‘s avonds laat de Riyad terroriseerde met z’n gegil. Dat wordt wat als ie 15 is..
Het ontbijt konden we om (compromis) 8u nuttigen na een wat rumoerige dag. Maar dat opzadelen gaat een stuk sneller en voor negenen zijn we op pad. Het eerste stuk is nog vlak en gaat door groen gebied (sinaasappelbomen, hoge rietkragen). Dan begint langzaam maar zeker de klim. Het is eerst nog vals plat: je fietst je het schompes maar schiet niet op. We rijden de onvermijdelijke bergen tegemoet. Het is kouder en grijs. Het klimmen gaat nog redelijk en we bereiken rond 14u pakweg 1000 meter. We komen door kleine dorpjes waar de lamlendigheid vanaf straalt. Wat dóen de mensen in die dorpjes? Wel allemaal aardig hoor! Komen in een winkeltje dat verlaten lijkt en vragen of we wat kunnen kopen aan twee jongetjes die ervoor ons staan aan te gapen. We gesticuleren wat maar het dringt niet door. Na verloop van tijd komt grootmoeders ons helpen. Verderop in de bergen – inmiddels genoeg geklommen – eten we ons blikje vis met brood en koffie.
Een stukje verderop – het is inmiddels 16u – komen we weer door zo’n onooglijk dorpje: Tdoufinisse. Er is wat nering en we vragen (enigszins tegen beter weten in) naar een kamer. Eerste antwoord is nee, maar dan – zowaar- loopt een jongeman voor ons uit en wenkt ons. We lopen een trap op waar een soort buurthuis is. Hier mogen we slapen. Er zijn alleen geen bedden. Het is naast een biljartzaal waar wat jongemannen een balletje stoten. Onze kamers worden klaargemaakt. Wel vijf mannen in kaftan zijn in de weer: peertje in de fitting gedraaid, deur met groot zakmes wat bijgesneden zodat ie dicht kan, kleed uitgerold, vegertje erover, klaar! Maar we hebben een dak boven ons hoofd waar we onze matjes kunnen uitrollen. Op mijn vraag of er ook een toilet is, wordt lachend naar de bergen gewezen. Zal maar niet naar de WiFi-code vragen. Ik vraag me af hoe laat de mannen stoppen met biljarten..
Het is een kabaal van jewelste en na verloop van tijd wordt er stennis geschopt en vliegen de biljartballen in het rond. Maar het wordt gesust.
We kregen kennis aan Driss. Een goedlachse Marokkaan van 47 die Engels sprak. Geen Oxford-Engels, maar we konden wat vragen stellen. Hij vertelde dat hij voor een Arabische oliemaatschappij als chauffeur had gewerkt en veel van de wereld had gezien. Inmiddels woonde hij weer in dit gat met vrouw, twee dochters en zeventig geiten. Volgens Driss konden alleen de zwarte geiten in de arrachidebomen klimmen, waardoor hun vlees geliefd was. Het zou een middel zijn tegen diabetes. Je komt wat te weten!
Rond 18u kregen we weer trek en we vroegen Driss, die een beetje om ons heen bleef hangen (wat moest ie anders), of we iets konden eten. Dat kon! Maar we moesten zelf onze ingrediënten halen. Hij wilde daar graag bij helpen en dus hobbelden we naar beneden met Driss mee die eerst de slager vroeg, en daarna de groenteman. Alles overhandigd aan de kok en – inshallah – straks een lekkere tajine. Driss eet mee denken we, want hij kocht wel heel veel ingrediënten voor ons..
Een ontiegelijke tijd later hadden we onze tajine met taai schapenvlees. Maar het smaakte heerlijk en Driss at inderdaad mee. Hij had wel z’n vrouw gebeld dat ie niet mee at, thuis.