Maandelijks archief: maart 2018

Dag 3 – De bergen in

Gisterenavond hadden we genoten van het gezellige plaatsje Taroudant. Door de steegjes lopend kwamen we na verloop van tijd uit op het grote plein waar van alles te zien was. Een beetje een koninginnedagsfeer hing er, met veel kraampjes met ouwe troep (de kringloper in NL zou het bij de inname niet meer accepteren), mannen met karretjes die brochettes bakten, jongens die een soort spel speelden waarbij met een hengel en aan het eind een koord met ring werd geprobeerd de ring om de hals van een fles cola te schuiven (om hem dan vervolgens op te tillen?).

Af en toe schalt de minaret er doorheen met een gebedsoproep. Veel waarzeggers met daar omheen drommen mannen (weinig vrouwen te zien). 

Babbelende mannen aan tafels met een kopje koffie of thee. Een drukte van jewelste! We hebben heerlijke tajine verorberd. Smaakvol.

Toen teruggeslenterd door de straatjes en steegjes. Bij terugkomst in de Riyad hebben we wat onderhandeld over de ontbijttijd, gadegeslagen door het knulletje van pakweg 3 jaar des huizes dat nog tot ‘s avonds laat de Riyad terroriseerde met z’n gegil. Dat wordt wat als ie 15 is..

Het ontbijt konden we om (compromis) 8u nuttigen na een wat rumoerige dag. Maar dat opzadelen gaat een stuk sneller en voor negenen zijn we op pad. Het eerste stuk is nog vlak en gaat door groen gebied (sinaasappelbomen, hoge rietkragen). Dan begint langzaam maar zeker de klim. Het is eerst nog vals plat: je fietst je het schompes maar schiet niet op. We rijden de onvermijdelijke bergen tegemoet.  Het is kouder en grijs. Het klimmen gaat nog redelijk en we bereiken rond 14u pakweg 1000 meter. We komen door kleine dorpjes waar de lamlendigheid vanaf straalt. Wat dóen de mensen in die dorpjes? Wel allemaal aardig hoor! Komen in een winkeltje dat verlaten lijkt en vragen of we wat kunnen kopen aan twee jongetjes die ervoor ons staan aan te gapen. We gesticuleren wat maar het dringt niet door. Na verloop van tijd komt grootmoeders ons helpen. Verderop in de bergen – inmiddels genoeg geklommen – eten we ons blikje vis met brood en koffie.

Een stukje verderop – het is inmiddels 16u – komen we weer door zo’n onooglijk dorpje: Tdoufinisse. Er is wat nering en we vragen (enigszins tegen beter weten in) naar een kamer. Eerste antwoord is nee, maar dan – zowaar- loopt een jongeman voor ons uit en wenkt ons. We lopen een trap op waar een soort buurthuis is. Hier mogen we slapen. Er zijn alleen geen bedden. Het is naast een biljartzaal waar wat jongemannen een balletje stoten. Onze kamers worden klaargemaakt. Wel vijf mannen in kaftan zijn in de weer: peertje in de fitting gedraaid, deur met groot zakmes wat bijgesneden zodat ie dicht kan, kleed uitgerold, vegertje erover, klaar! Maar we hebben een dak boven ons hoofd waar we onze matjes kunnen uitrollen. Op mijn vraag of er ook een toilet is, wordt lachend naar de bergen gewezen. Zal maar niet naar de WiFi-code vragen. Ik vraag me af hoe laat de mannen stoppen met biljarten..

Het is een kabaal van jewelste en na verloop van tijd wordt er stennis geschopt en vliegen de biljartballen in het rond. Maar het wordt gesust.

We kregen kennis aan Driss. Een goedlachse Marokkaan van 47 die Engels sprak. Geen Oxford-Engels, maar we konden wat vragen stellen. Hij vertelde dat hij voor een Arabische oliemaatschappij als chauffeur had gewerkt en veel van de wereld had gezien. Inmiddels woonde hij weer in dit gat met vrouw, twee dochters en zeventig geiten. Volgens Driss konden alleen de zwarte geiten in de arrachidebomen klimmen, waardoor hun vlees geliefd was. Het zou een middel zijn tegen diabetes. Je komt wat te weten!

Rond 18u kregen we weer trek en we vroegen Driss, die een beetje om ons heen bleef hangen (wat moest ie anders), of we iets konden eten. Dat kon! Maar we moesten zelf onze ingrediënten halen. Hij wilde daar graag bij helpen en dus hobbelden we naar beneden met Driss mee die eerst de slager vroeg, en daarna de groenteman. Alles overhandigd aan de kok en – inshallah – straks een lekkere tajine. Driss eet mee denken we, want hij kocht wel heel veel ingrediënten voor ons..

Een ontiegelijke tijd later hadden we onze tajine met taai schapenvlees. Maar het smaakte heerlijk en Driss at inderdaad mee. Hij had wel z’n vrouw gebeld dat ie niet mee at, thuis.

Dag 2 – Taroudant langs de rivier

We zaten aan het ontbijt om 7u sharp: koffie (‘Europeanen style’ had Mekki gezegd, anders krijg je slappe Marokkaanse hap), pannenkoekjes van sagomeel, brood, olijfolie, arachide-olie, ammenou (mengsel van gemalen cashewnoten en honing), honing en jam. Je kan het slechter treffen..

De dag is zonovergoten, een strakblauwe hemel. Nagenoeg geen wind. De eerste keer ‘opzadelen’ is even een gedoetje, maar redelijk op tijd worden we door Mekki uitgezwaaid. 

We gingen eerst even onze brandstofflessen met benzine laten vullen. Ik grabbel wat in mijn tas op zoek naar de trechter, maar de pompbediende heeft de fles al vol voordat ik er erg in heb. Er gutst nog wat over zijn hand, maar dat is ie als pompbediende wel gewend. Met de brandstofbommetjes gevuld gaan we op weg. Maar eerst nog even een broodje en doosje La Vache Qui Rit gescoord (ze vroegen in de winkel hoeveel stukjes we wilden.. Een heel doosje was een verrassing).

We fietsen over de N10. Redelijk veilig: een brede ‘shoulder’ maar aardig veel verkeer en de dieseldampen zijn wat minder prettig. Nog geen zones in Marokko waar diesels van vóór 2004 geweerd worden (anders zou het hier lekker rustig zijn..).

Dieseldampontwijkende poging om een parallelle weg te nemen strandt. Die is te druk en we gaan weer terug. Verderop krijgen we de mogelijkheid af te splitsen van de N10 richting Taroudant wat we maar doen. Het is íetsje om.

Het is toch weer een belevenis hier te fietsen. De gammele vrachtwagentjes, scooters, een enkele fiets, ezeltjes en paard en wagen. En, wat we al verwachtten, het nagenoeg zonder uitzondering vriendelijk begroet worden. ‘Bonjour!’, ‘Ca va?’. Verder reikt de woordenschat meestal niet maar het is genoeg om er om te glimlachen. We groeten en zwaaien wat af.

Zo uit onze winterslaap zijn we allebei nog niet de fitste. We komen na pakweg 75km met redelijk ‘t end in de bek aan in Taroudant. Een klein bordje vanaf de hoofdstraat in de Kasbah van Taroudant wijst ons naar Riyad Miryam. Een paar obscure steegjes verder komen we op een prachtige binnenplaats. Een oase met mozaïeken, planten, prachtig houtgesneden meubilair en vogeltjes in kooitjes. Daaromheen kamers. Een kopje lange muntthee erbij (van minstens een meter hoog ingeschonken voor de juiste schuimkraag). Het begint weer goed!

Morgen moeten onze ongetrainde lijven de Atlas over. We gaan waarschijnlijk ook ons tentje opzetten wat daar zijn geen Riyads met lange muntthee.. 

Dag 1 – Aankomst, wind en Mekki

De reis ging goed, voortvarend. Kees zat in het vliegtuig naast een Marokkaanse vrouw die hem foto’s toonde van extreem veel sneeuw in de bergen. Ook in Marokko verandert het klimaat.
Bij aankomst is het altijd spannend of de fietsen een beetje netjes zijn overgekomen. Dat was zeker het geval. Wat gaten en deuken in de doos, maar niet in de fietsen.
We hebben de fietsen buiten in elkaar gesleuteld omdat we uit de aankomsthal moesten en waren toch nog een uurtje bezig. Toen fietsen we het donker in, maar we hadden goede lampen op fiets, wat ook wel nodig met de gaten in de weg in Marokko.  Het weer: winderig en rond de 15 graden. Frisjes op de fiets. Zodra zon onder is, wordt het koud.
Het eerste stuk ging door slechte achterafstraatjes. Ik realiseerde me weer dat het toch echt een derdewereldland is. De navigatie-app is onontbeerlijk. Toen hét straatje gezocht dat toegang tot ons hotel moest bieden. Onvindbaar! We hebben een paar keer gevraagd. Sommigen zeiden stellig: ‘Nee, een hotel is hier niet in de buurt’.. Maar toch hadden we een onooglijk klein donker onverhard weggetje gevonden. Zo’n weggetje dat toegang lijkt te bieden aan de lokale vuilstort. Maar! Aan het einde lag de Riyad; een klassiek Marrokaanse ‘eco lodge’ (groenten uit eigen tuin). De Riyad werd gerund door Mekki, een vlotte Marokkaanse jongeman van begin dertig die in Parijs en Bahrein gewerkt had (iets met IT en ‘real estate’. Ik snapte er niet veel van). Hij sprak zeer goed Engels. Het hotel was familiebezit. Prachtig!
Van zo’n potje mierzoete muntthee waar de vullingen van uit je mond kletteren kom je weer bij. Munt uit eigen ecotuin wel te verstaan.