Dagelijks archief: 22 mrt 2018

Dag 7 – Verder de woestijn in

Vannacht heeft het weer zo idioot hard gewaaid. Zodra de zon onder gaat, steekt er een storm de kop op. Als je het hoort bulderen, zo rond de Kasbah, denk je: oeioei, dat wordt wat met onze tentjes straks in de woestijn! We hebben voor de gelegenheid zandharingen meegenomen.

Zagora is de bestemming waar we vorig jaar geen tijd voor hadden.  We hebben eerst even eten ingeslagen in het centrum van Foum Zguid. Het gebruikelijke ratjetoe van slagertjes, bakkertjes, brommermakerds en verkopers van allerlei prullaria. Ik was nog even onder de indruk van een volledige koeienkop die in de zon op een krukje lag te broeien.

De rit Foum Zguid uit was sprookjesachtig door de rivier waardoor er meteen een mooi oase-achtig landschap ontstaat met palmbomen en felgroene akkertjes ertussen. Aan de wanden de roodachtige rotsen tegen de felblauwe lucht. Prachtig!

Dat hield nog een tijdje aan. Onderweg had ik de brief afgegeven bij een hotel net buiten Foum die we in Tissint mee hadden gekregen (dezelfde uitbater). Zijn dank was groot en we kregen een kopje koffie aangeboden. Ik bleef net daarvoor nog even babbelen met Nederlands stel dat met een camper op pad was, waarna ik Kees in de verte binnensmonds hoorde vloeken omdat ie weer doelwit was geworden van nieuwsgierige Marokkaanse mannen en een ‘praatje’ moest maken. Ik zat inmiddels  rustig op het terras buiten op m’n koffie te wachten.

Net voorbij de afslag naar Zagora werden we door een agent staande gehouden. Natuurlijk moest ie weten waar we vandaan kwamen en naar toe gingen, en het paspoort moest er ook aan te pas komen. Allemaal niet onvriendelijk maar ogenschijnlijk zo zinloos. Een andere agent kwam met onze paspoorten triomfantelijk naar buiten en wenste ons bon voyage.

In the middle of nowhere staat er een jongetje van pakweg 10 jaar met een lege plastic fles aan de rand van de weg. Hij vraagt om water en we geven ‘m een scheut in zijn fles. We hebben ook maar twee pennen gegeven (we hebben een verzameling voor een middelgroot kantoor mee om uit te delen aan de kinderen). Hij kijkt er even naar en zegt: ‘Couleur?’. Ik zeg: ‘Blue, seulement bleu’. Hij vraagt om groen maar die heb ik niet. Dan vraagt ie om een cahier. Nou hoeft zo’n joch zich niet snikkend van dankbaarheid aan mijn voeten te werpen, maar dit is dan toch wel weer wat anders. Bij het wegfietsen roept hij nog: ‘casquet’ (petje)?

We krijgen de wind in ons rug en scheuren met een vaartje van rond de 30 km/h over het pokdalige asfalt. Vliegen doen we! Na pakweg 90 km vinden we een kampeerplekje iets van de weg af. Het is achter een paar bosjes op een verlaten pompoenakker. De wind is enorm en we klooien wat af om de tentjes een beetje ordentelijk neer te zetten. De mulle grond helpt ook niet: de zandharingen van vorig jaar komen goed van pas.

Wat aandoenlijk eetgeklungel volgt waarbij onze Indiana Joneservaring een dieptepunt bereikt wanneer  we het zakje silicagel in de instantmaaltijd mieteren (geen leesbril op) in de veronderstelling dat het om kruiden ging. De tweede maaltijd lukte: ‘beef hotpot’, een groene brei die – na gekookt water te hebben toegediend – als een betonblok in onze magen donderde. Maar daar ging het nou juist om: voedzaam moest het zijn! 

We staan op een braakliggende pompoenkwekerij met prachtig uitzicht op de, door de avondzon, rode bergen. Koud wordt het ‘s nachts: rond de 5 graden.