De reis ging goed, voortvarend. Kees zat in het vliegtuig naast een Marokkaanse vrouw die hem foto’s toonde van extreem veel sneeuw in de bergen. Ook in Marokko verandert het klimaat.
Bij aankomst is het altijd spannend of de fietsen een beetje netjes zijn overgekomen. Dat was zeker het geval. Wat gaten en deuken in de doos, maar niet in de fietsen.
We hebben de fietsen buiten in elkaar gesleuteld omdat we uit de aankomsthal moesten en waren toch nog een uurtje bezig. Toen fietsen we het donker in, maar we hadden goede lampen op fiets, wat ook wel nodig met de gaten in de weg in Marokko. Het weer: winderig en rond de 15 graden. Frisjes op de fiets. Zodra zon onder is, wordt het koud.
Het eerste stuk ging door slechte achterafstraatjes. Ik realiseerde me weer dat het toch echt een derdewereldland is. De navigatie-app is onontbeerlijk. Toen hét straatje gezocht dat toegang tot ons hotel moest bieden. Onvindbaar! We hebben een paar keer gevraagd. Sommigen zeiden stellig: ‘Nee, een hotel is hier niet in de buurt’.. Maar toch hadden we een onooglijk klein donker onverhard weggetje gevonden. Zo’n weggetje dat toegang lijkt te bieden aan de lokale vuilstort. Maar! Aan het einde lag de Riyad; een klassiek Marrokaanse ‘eco lodge’ (groenten uit eigen tuin). De Riyad werd gerund door Mekki, een vlotte Marokkaanse jongeman van begin dertig die in Parijs en Bahrein gewerkt had (iets met IT en ‘real estate’. Ik snapte er niet veel van). Hij sprak zeer goed Engels. Het hotel was familiebezit. Prachtig!
Van zo’n potje mierzoete muntthee waar de vullingen van uit je mond kletteren kom je weer bij. Munt uit eigen ecotuin wel te verstaan.