26 nov 2019: Het was weer grijs weer. Aan de ene kant lekker (geen hitte), aan de andere kant een beetje mistroostig en grauw. 
Het weer werd, naarmate ik verder en hoger kwam, steeds slechter. Het begon met licht spetteren, sproeien eigenlijk, maar eindigde in echte regen tot op het niveau dat ik mijn regenjas aan moest omdat ik het koud kreeg. Ik wil niet zeuren, maar ik moest én klimmen, én had wind tegen, én het regende. Het zicht werd ook nog ’s grotendeels belemmerd door de bewolking.

Ik had mijn oog laten vallen op een pousada in São João, aan het begin van het park. En die bestond gelukkig ook gewoon. Kamer ook beschikbaar. Prijsniveau tikkie hoger dan ik gewend ben maar dat mag ook wel hier.
Ik kijk uit op de Morro do Pai Inácio een berg(je).

De Morro do Pai Inácio
Op de TV zag ik berichten over zware regen en overstromingen in Salvador. Stroomuitval, modderstromen, verkeersopstoppingen, toestanden. Dan viel het hier nog mee.
Ik had er een hapje gegeten. Eten is altijd interessant (toch?): een héérlijk stoofpotje met zacht rundvlees en gestoofde uien in een lekkere saus met aardappelpuree en sla. De grote zwarte gietijzeren pannen stonden middenin het restaurant op een gigantisch fornuis (kookeiland avant la lettre) met een dik afvoerkanaal door het plafond. Het kwam allemaal heel authentiek over. Pannen en oude werktuigen aan de muur, een beetje een wintersportchalet (alleen weinig winter dan).
Daarna was ik gaan douchen en op bed gaan liggen, boekje lezen. Had nota bene sokken (!) aangetrokken, zo koud was het. En dan heb ik het over temperaturen vèr onder de 25°..
27 nov 2019: op de dag dat mijn vrouwtje jarig was, was het bar en bar slecht weer. Het regende continue. Het zou tot vèr in de middag regenachtig blijven. De hulp in het restaurant had een muts op 😄. Koortsachtig bekeek ik de weer-app. Toen me dat niet beviel, een andere weer-app, maar dat hielp ook niet. De voorspellingen gaven overal regen aan. Om 11u moest ik eraan geloven: ik moest eruit.
Het ritje naar Lencois was een kleine 30km en goeddeels bergaf. Tussendoor natuurlijk klimmetjes waar je oksels van gaan klotsen, maar goed. Dat ben ik inmiddels wel gewend.
Er was een mooie, niet geasfalteerde doorsteek (dat had waarschijnlijk grotendeels lopen geweest), maar daar begon ik maar niet aan in dit weer.
Nog vóór de grootste afdaling (Lencois ligt pakweg 600m lager dan waar ik vandaan kwam) was de begroeiing bijna West-Europees, niets bijzonders. Maar naarmate ik verder afdaalde, werd het steeds tropischer. 
Aan het einde van de afdaling ligt het toeristische stadje Lencois. De aanrijroute vereist wat mij betreft nog wat aandacht van het gemeentebestuur maar het is een práchtig klassiek dorpje!
Lencois is een beetje zoals Volendam, maar dan zonder Chinezen, Amerikanen en Duitsers. Het is er rustig nu, maar ik kan me voorstellen dat het op betere dagen drukker is. Smalle glooiende straatjes met kasseien (beroerd fietsen!), lage pastelkleurige huisjes, parkjes en veel mooie tropische begroeiing. Opvallend: ze hebben het netjes gehouden! Geen troep, bouwafval, zwerfvuil, enz. Een verzuchting. Het maakt de omgeving zóveel aantrekkelijker! Er zijn veel kleine terrasjes op straat. Ook veel shopjes van waaruit excursies worden georganiseerd (hikes, bezoekjes aan watervallen, triketochten, enz). De meeste straatjes zijn te smal om te parkeren. Verrassend weinig auto’s ook!

Omdat het flink geregend heeft, is het riviertje dat door het plaatsje loopt wat groter dan normaal. De watervallen zullen ook wel uit hun voegen barsten!


Ik was ’s middags eens met een biertje in een achterafstraatje op een terrasje gaan zitten. Bewolkt maar heerlijke temperatuur, geen wind. Vooral de lokale beslommeringen ’s bekeken. Veel contact tussen mensen, iedereen kent elkaar.
Net zoals in Cuba rijden hier nog van die oude Amerikaanse bakken rond van tientallen jaren oud. Stínken dat die krengen doen! Maar ze doen het nog, dat is vanuit duurzaamheidsperspectief dan ook wel weer wat waard.

Oude Amerikaanse krengen
28 nov 2019: Vandaag zou AM hier ook heen komen. Ik zag uit naar gezelschap en weer Nederlands praten, zonder stumperige zinnetjes en over andere onderwerpen dan hoe ver, hoe lang, hoeveel km per dag, enz. Ondanks dat dat allemaal vriendelijk en goed bedoeld is, is de lol dáár wel van af (ik doe nog steeds mijn best, hoor)!
We zijn eerst naar de nabijgelegen cachoeira (waterval) gegaan. Het was een kleintje, we noemen haar: cachoeirinha. Een breed rotsachtig oneffen aflopend plateau konden we belopen. Daar tussendóór in gaten en onderdoor liep het glasheldere water. De lokalo’s sprongen in zo’n gat, wetende dat het diep genoeg was. Ik dacht even dat ze met hun kop op de rotsen zou komen, maar nee.. Ze doken onder en kwamen ergens anders weer boven water.

Er zijn mensen die dit blog lezen die behoefte hebben aan het zien van mijn gebronsde torso onder een waterval. Nou heb ik wel gebronsde lichaamsdelen, maar mijn torso valt daar niet onder. Die is nog net zo bleekscheterig wit als in NL. Desalniettemin:

Maar ik heb wel hele bruine benen!
’s Middags zijn we terug gereden naar de berg waar ik tegenaan keek toen het ik in de kou in de tegenoverliggende pousada zat. Tóen lag de berg in de mist, nu bood ie een prachtig uitzicht. Je kon er namelijk óp klimmen (het eerste stuk konden we met de auto doen). Het uitzicht bovenop deze tafelberg is magnifiek!

Bovenop het plateau van de berg kwamen allemaal bijzondere planten en bloemen voor (waar ik geen verstand van heb).


Adembenemend is de term