Maandelijks archief: december 2019

SALVADOR!!

Laatste blog (tenminste, van deze reis)

8 dec 2019: Het ontbijt was zéér uitgebreid en werd geserveerd op het terras met uitzicht op Salvador.

e1075d63-22d2-4659-81a9-087860235e5c

Het ontbijt in verregaande staat van consumptie. Aan de horizon Salvador.

Er werd op straat verderop ook flink door de politie (welke dan ook. Deze heette PETO) gesurveilleerd. Goed bewapend, tot en met een automatisch geweer. Zo’n schattig kustplaatsje is het kennelijk niet altijd..

Een beetje heimelijk gefotografeerd

Gek genoeg regende het vanmorgen. De zon piepte ook een beetje door de wolken heen, dus het was wat halfbakken. Maar het deerde allemaal niet. Ik had de zondag heel voldaan, misschien wel gelukzalig rondgehangen in Vera Cruz. Het is een klein stadje, dus na wat straatjes doorgelopen te hebben had ik het meeste wel gezien. Het was warm, ook te warm voor het strand (bovendien ben ik niet zo’n strandhanger). 

D28FFF7B-5222-48E2-BA1A-7C7FAF6CDDFB_1_201_a

Een bijna overdekt strand. Iedereen op een stoel achter een tafeltje

Af en toe gezeten op een terrasje, beetje rondgekeken, mensen geobserveerd, in m’n hangmat gelezen, op mijn mobiel gehangen, aan m’n snor gefrummeld..

Ik had even geïnformeerd of ik ook vanuit hier het pendelbootje naar Salvador kon nemen. Dat kon, maar niet met fiets. Dan is dat ook weer duidelijk. Dat werd morgen de volle 7km naar Bom Despacho fietsen.

9 dec 2019: Laatste fietsdag! Hoewel,’fietsdag’, het was 7km naar Bom Despacho. ’s Morgens raakte ik aan de praat (in het Engels! Ze was Braziliaanse) met de vrouw die vaste bezoeker van het hotel-restaurant leek. Ze vroeg waar ik vandaan kwam enz. Ze had een stevige baby op haar arm. De hotelier, die naast een Française zat waarvan ik dacht dat het zijn vrouw was, kwam er ook bijstaan en pakte de baby over. Ik dacht dat de Braziliaanse vrouw zijn dochter uit een eerder huwelijk was. Ik vroeg hem of het zijn kleinzoon was. Oeps, het was zijn zoon. Daarentegen lag de vergissing voor de hand want zij was veel jonger dan hij, Louis, die zo’n beetje van mijn leeftijd was (dacht ik). Ik voelde dan ook geen behoefte me te verontschuldigen, hij had het waarschijnlijk meer meegemaakt. De Française waar hij naast zat was zijn moeder (dát zou pas gênant zijn geweest als ik gevraagd zou hebben of zij zijn vrouw was!)

We raakten wat aan de praat. Hij was 20 jaar terug hierheen gekomen. Hij was zat van Frankrijk en de Fransen (een soort pre-geel hesjesgeval). Zo’n 7 jaar terug had ie dit hotel-restaurant gekocht. De zaken gingen niet goed meer, zei hij. Brazilianen besteedden minder, de kosten liepen op en meer van die ellende. Het hotel-restaurant stond stiekem te koop, vertrouwde hij me toe. De pousada bracht nog wat geld in het laatje dus ik hoefde me niet schuldig te voelen.

Mij viel op dat het een prachtige boulevard was waar zó veel van te maken viel, leek mij. Maar niemand wilde investeren vertelde hij. Zijn hoop was nog een beetje gevestigd op de brug tussen het eiland en Salvador waar al 10 jaar over gesteggeld werd, een soort Noord-Zuidlijn.

Louis met zijn uit de kluiten gewassen baby van 7 maanden

Bom Despacho was een rommelig havenplaatsje dat eigenlijk alleen een haventje had.

Zicht vanaf de cockpit..

Ik kocht een kaartje voor de ferry naar Salvador (pakweg €1,75 voor een uur varen) en hobbelde een beetje achter de auto’s aan. Leuk weer, met een bootje naar de stad!

Wachtende dames op het autodek

Het was een oude verroeste schuit. Aan boord waren er gelicentieerde verkopers van versnaperingen maar ook van attributen voor mobiele telefoons die hun waar luid schreeuwend als marktkooplui aanprezen. 

Verderop zat een blinde accordeonist tussen het publiek die zelf ook meezong. Een dolle boel. Dat zie ik allemaal niet zo snel gebeuren op de Teso-boot naar Texel!

img_4161

De Skyline van Salvador!

In Salvador had AM een toeristische route met een funiculaire uitgezet. Het was een Google mapskaart dus ik moest m’n blauwe puntje op het blauwe lijntje zien te houden, af en toe de kaart op mijn telefoon een stukje opschuiven. Het verkeer was lastig waar er wegopbrekingen waren. De automobilisten zitten op hun mobieltje en zijn bovendien geen fietsers gewend. De bussen drukken je gewoonweg van de weg af (maar hebben het niet door, denk ik).

Het was een prachtige route door Salvador! Heb in een uur veel bezienswaardigheden gezien!

Forte São Diogo

Geen rode loper maar het scheelt niet veel. Het fietspad dat rood geschilderd werd.Het laatste stukje was inderdaad klimmen. De laatste peentjes zweette ik onderaan Rua Tupinambás.

Er was maar één flatblok met een Nederlandse vlag met: Paramaribo – Salvador dus echt te zoeken hoefde ik niet

Ik moest een beetje bukken anders gooide ik een slagschaduw op AM en de vlag moest natuurlijk ook in beeld – dat valt allemaal nog niet mee met die selfies

Ik had het volbracht!! Een dikke 4100km door Zuid-Amerika.

’s Avonds zijn we in de buurt met wat vrienden van AM wat gaan eten en drinken.

Het is echt ontzettend goed gegaan. Geen ziekte, ellende, pech of ander onheil meegemaakt. Niets!

Ik ben voldaan, op momenten gelukzalig en ook wel trots dat ik dit gedaan heb. Ik kan er nog niet over uit.. Ik heb vooraf wel eens gedacht: is deze onderneming niet te hoog gegrepen voor me? Overschat ik mezelf niet? Is het niet te gek? Dat is gelukkig niet gebleken.

En hoe heb ik me gevoeld? De eerste weken ‘in awe’, zoals de Amerikanen zeggen. Ik was volledig opgeladen voor deze reis na er zo lang naar uitgekeken te hebben. Verdoofd van de indrukken, omgeving, natuur, en mensen. Pakweg halverwege overviel me kort een dipgevoel. De monotone dorpen, troep, eindeloze wegen, gebrek aan communicatie en dorre landschappen. Zou dit zo blijven? Maar ik werd dagelijks weer blij van de opgewekte, vriendelijke Brazilianen. De handjes omhoog, de ‘hóppa’s’, de toetertjes, zwaaitjes, interesse en het contact. Dat compenseerde de soms eentonige dorpen, stadjes en landschappen.

Ik vond alle reacties op dit blog erg leuk. Bedankt allemaal daarvoor! Als je alleen door Zuid-Amerika ploegt op je fietsje, je beperkt kunt communiceren, dan is deze vorm van aanspraak op prijs gesteld!

Ik heb voorlopig geen plannen voor een volgende grote reis. Deze maar eerst ’s flink herkauwen..

Massageolie, muggenzifterij en de oceaan!

Een na laatste blog

5 dec 2019: Echt een Sinterklaasgevoel had ik niet, maar ik kwam al wel lekker in de kerststemming.

Smaakvol!

Een rare gewaarwording dat de kerstperiode eraan zit te komen.

Het was vandaag relatief koel met lichte bewolking. Prima fietsweer.

Normaal is het soms wat zoeken om uit een plaats weg te komen, maar hier liep de ‘snelweg’ (de BR-242) dwars door de plaats heen, lekker makkelijk. De vrachtwagens reden weliswaar rustig maar tóch, het vrachtverkeer was enorm.

In mijn voorband zat een ijzerdraadje van een autoband, maar hij was (nog) niet lek. Ik liet ‘m voorlopig maar zitten. Kijken hoe lang ie ’t volhoudt.

Het eerste stuk vandaag had ik flink wind tegen (die komt meestal van de oceaan uit het oosten). Na pakweg 20km draaide ik naar het zuiden, de wind draaide niet mee (dat doet ie normaal wel als ik van richting verander..).

Het landschap werd langzaam minder woestijnachtig. Voorbij het dorpje Petim werd het zelfs Zuid-Europees met mooie bewerkte akkertjes (ze leken een klein beetje op wijngaarden), palmbomen en mooie huisjes met tuintjes.

Het restaurant bij de posto dat ik op het oog had was dicht, en het was nog wel een Shell posto! Het volgende dorpje (Conceicão do Almeida) was gelukkig niet ver meer, maar er ging wel een gruwelijke klim aan vooraf! Ik denk de steilste helling die ik ben tegengekomen op deze reis.

Natuurlijk geen kans dat ik, zo net voor de lunch, hier tegenop ging fietsen. Het was níet te doen!

Naar beneden ging beter! Je kunt van bovenaf niet over de bult heenkijken, zo steil.

Het dorpje lag práchtig tegen een heuvel aangebouwd.

Conceicão do Almeida

Naarmate ik dichter bij Santo Antonio de Jesus kwam, werd de omgeving groener, uitbundiger, tropischer. De bougainville kwam ik her en der weer tegen, palmboompjes, bloemen en sappig gras.

Pakweg 20km voor Santo Antonio zat ik een drankje te drinken bij een pompstation, me te realiseren dat het nog even zal duren voordat hier elektrisch gereden wordt. Het was retedruk bij het pompstation. Ze stonden in de rij.

Allemaal koolwaterstoffen, nog geen laadpalen.. Prijsniveau per liter ongeveer: Benzine €1, ethanol €0,70, diesel er ergens tussenin. (Ik begreep van A. dat je meer ethanol verbruikt per km dus het is maar de vraag of dat loont).

Een dame ging aan de andere kant van mijn tafeltje zitten en bood me een fles massage-olie aan (er stond olio op en eronder massage). Ik vermoed dat het niet om de olie ging maar om de dienst, maar weet het niet zeker. Na mijn afwijzing schoot ze andere mannen aan zonder succes in de tijd dat ik daar zat. Zou er nou in zo’n motel gemasseerd worden met die olie?

img_4103

Met het bewuste flesje in haar hand

Het was niet meer zo ver van Santo Antonio de Jesus, een redelijk grote stad (meer dan 100.000 mensen). De ‘rondweg’ was druk en vreselijk heuvelachtig. Nou kán dat fijn zijn als je naar beneden gaat, maar ik moest omhoog. De buitenwijken leken al veel op de favela’s van de grote steden.

De ring af en de stad in was weer drukker dan ik gewend was. Maar het centrum was gezellig.

Santo Antonio de Jesus
Het lijkt Tokyo wel..

Een hotel was redelijk snel gevonden. Ik wil het liefst een hotel op de begane grond zodat ik mijn fiets makkelijk in de kamer kon fietsen, maar dat zat er hier niet in. Ik zette mijn fiets dus op straat (nam de valuables mee) om boven in te checken, vervolgens naar beneden om de tassen te halen, nog een keer naar beneden tassen halen, nóg een keer om de fiets de trap op te tillen. De fiets kon in de ontbijtruimte in een hoekje, dat ging goed. Daarna moest ik met alleen de tassen nóg een verdieping hoger, maar ik werd geholpen! Je moet er wat voor over hebben om op de fiets door Brazilië te crossen..

Een aantal oudere heren zat, toen ik aan het einde van de middag op een terrasje zat, te dominoën.

Ziet er zó gezellig uit!

Op het plein voor de kerk was het een drukte van jewelste. ’s Avonds leeft alles op hier.

Aan kerstverlichting geen gebrek

Mijn haar is nog steeds niet geknipt. De stekels zijn verdwenen, het ligt plat op mijn hoofd. Als ik heb gefietst plakt het op mijn hoofd. Ik ga als een soort Hollandse Boris Johnson door Brazilië. Gelukkig kennen ze Boris hier niet..

6 dec 2019: Het was ècht wel een aardig grote stad! Dwars door de stad ging ik weer op weg naar Itaparica. Het landschap werd práchtig! Ronde heuvels begroeid met fijn gras, palmbomen, bananenbomen, bloemen, smaakvolle huisjes, leuke dorpjes. Hoe dat zo ineens kwam dat (bijna) alles zo mooi was hier?

Ik hoorde schelle fluitjes in de verte. Een groepje vrouwen protesteerde of vroeg in ieder geval om aandacht. Ik stond even stil, wat ze de gelegenheid gaf de brochure in mijn handen te drukken.

Het stappenplan om de mug te weren

De tekst was zo klein dat ik mét bril zelfs nog moeite had om ’t te lezen..

Ze vroegen aandacht voor de strijd tegen dengue (en muggen in het algemeen). Van wie ze aandacht vroegen was me niet duidelijk, ze liepen rond in een klein dorpje (Muniz Ferreira). Ik kreeg wél aandacht van ze want er moest een groeps-selfie gemaakt worden. Het was trouwens een vrolijke boel!

img_4119

De enige man in het zwarte pak moest de mug spelen (volgens mij zijn alleen vrouwtjesmuggen schadelijk of is dat alleen met malaria?)

In Nazaré, een klein stadje waar het inmiddels snikheet was, klonk Jingle Bells 🎶 uit de luidsprekers..

Hier klinkt dus Jingle Bells uit luidsprekers.. Géén gehoor bij 35° vind ik.

Veel bananenplantages onderweg.

Ik had op Google een pousada in de buurt van Jacuruna gespot. Zou ie ook echt bestaan? (ik heb gemerkt dat er een behoorlijk verloop is en dat Google maps niet altijd de huidige situatie toont. Schande!). Anders moest ik tig km verder fietsen en ik had nog niet geluncht. Maar gelukkig was Pousada Longa gewoon in business.

Taallesje: Ik had net lunch gehad. De hoteldame wilde weten wat ‘almoco‘ in het Engels was. Ik ze: ‘lunch’, maar ze dacht dat ik me vergiste omdat ze hier het woord ‘lanch‘ hebben (ik denk afgeleid van het Engelse woord ‘lunch’) wat hier snack betekent. En ik had geen snack maar een lunch gehad. Kom daar maar ’s uit..

Ze vroeg ’s avonds of ik ‘heppelentsjie‘ had. Ik was er wel trots op dat ik begreep dat ze ‘repellent’ bedoelde. Het kwam er alleen een beetje rottig uit. Mugjes dus ’s avonds! Moest meteen aan de groep demonstranten denken. Het viel trouwens erg mee met de muggen.

7 dec 2019: Het was nog een kippeneindje naar Itaparica. Ik had in mijn hoofd dat er een brede boulevard zou komen met ijstentjes, kokosmelkverkopers, schreeuwende salsamuziek, friet van Piet, en gebronsde torso’s en billen. Maar niets van dat al. Het was een wat saaie weg met rommel hier en daar, bouwvallige huisjes en een enkel restaurantje zoals ik ze gewend was in Brazilië.

Het strand kon niet makkelijk bereikt worden: de strandopgangen dwars op de ‘boulevard’ waren geconfisqueerd door uitbaters en waren privé. Verderop vond ik een ‘vrije’ strandopgang. Mijn eerste echte goeie zicht op de oceaan!

Het voelt toch heerlijk om bij de zee in de buurt te zijn. Een soort honk. Na weken in de binnenlanden rondgezworven te hebben had ik daar kennelijk toch behoefte aan. Heel in de verte kon ik Salvador zien liggen!

img_4132

Rechts aan de horizon is Salvador te zien

Teenonderdompeling in (heerlijk warme) oceaan

Begint al te wennen, hè?

Zo, dus..

Ik ben meteen gaan zwemmen. Een uitgedroogde kokosnoot onder mijn standaard voorkwam dat ie zich in het zand boorde en de fiets met spullen omdonderde.

De zee was heerlijk van temperatuur! Ik hoefde niet door te komen, anders dan in de beekjes bij de watervallen die veel kkkkkouder zijn. De zee was redelijk helder, bremzout en met een stevige branding.

Ik heb mijn stoeltje uitgevouwen en ben onder een palmboom gaan zitten delibereren. Het fietsen was bijna gedaan!

Het stukje metaaldraad dat in mijn band zat kon ik niet meer vinden. Weg! (Er kan natuurlijk nog een klein K-stukje inzitten en dat de rest afgebroken is, maar ik wil liever geloven dat ie eruit is).

Op weg naar Vera Cruz viel er opeens een gat in mijn maag en vond ik dat er geluncht (niet te verwarren met ‘gelancht’..) moest worden. Ik viel bijna van mijn stoel toen ik, altijd in mijn beste Portugees, in het Engels tegemoet werd getreden toen ik iets bestelde! Engels! Ik kom duidelijk in toeristischer gebied.

In Vera Cruz zag ik via booking een leuke plek, maar had hem niet geboekt (het was niet druk). Ik dacht: dan kan ik evt nog wat anders zoeken als het niks is en dan hoeft die fee niet aan dat vermaledijde Booking betaald te worden. De medewerker wilde echter ruim meer rekenen. Ik zei nog: maar dan druk ik op deze knop, betaal ik minder en krijg jij nóg minder (ja, mijn Portugees gaat met stáppen vooruit!). Tja. Hij riep de Franse baas die Engels sprak (‘yu want a reum?’). Hij begreep het meteen en we kwamen snel tot een deal naar tevredenheid van beiden.

En nog met eigen hangmat ook!

Leuk appartementje!

Vera Cruz is een grappig plaatsje, met de nodige terrasjes, straatverkopers, strandjes en meer van dat al. Ik val hier als toerist niet op. Zandvoort is het daarentegen ook weer niet.

Het kerkje van Vera Cruz. Ik zit om de hoek.

’s Avonds stak een stevig maar warm windje op.

Heet!, in het donker en wie zit daar op mijn fiets?

2 dec 2019: Jeronimo en Luciano sliepen in hun tentje onder een boom bij de posto. Ik had erbij kunnen gaan staan met mijn tentje, maar voor minder dan €7 lag ik in een bedje met douche, WiFi en ventilator. Die keus is snel gemaakt (maar goed, ik hèb die keus dan ook..).

Ik had goed geslapen maar was op een of andere manier niet zo fit. Het was ook al geen zinderend ontbijt: wit bolletje ham-kaas. Maar goed, ik had wat calorieën in mijn maag. De medewerker had er ook al geen zin in..

De weg naar Itaberaba was per saldo omlaag, maar de klimmetjes tussendoor (toch nog) vielen me zwaar. Ik zag dat mijn weerapp 38° aangaf, het was snikheet!

Het landschap verandert steeds meer in woestijnachtig gebied. Heet ook!

Mijn eindbestemming vandaag was Itaberaba, een stad van pakweg 70.000 mensen.

Itaberaba

Ik moest downtown om te pinnen. Eerst maar bij die vermaledijde Banco do Brasil langs, op de een of andere manier denk ik daar de meeste kans te maken. Na in de rij te hebben gestaan (het was druk) en mijn handelingen te hebben verricht zei de eerste automaat: ‘we cannot complete your transaction‘ en het scherm liet een communicatiefout zien met QR-code die je dan weer met je mobiel kunt scannen om te klagen. De mensen die achter me stonden hadden die QR-code niet nodig om te klagen, hoorde ik..

Na wederom in de rij gestaan te hebben had de tweede automaat ook iets te zeiken. Ik probeer altijd meerdere kaarten maar geen was goed genoeg voor Banco do Brasil. Ik heb de bank definitief omgedoopt tot Manco do Brasil.

Ik had al gezien dat iets verderop een Bradesco (de concurrent) was waar ik eerder succes bij had. Geen rij en na mijn handelingen: tjoep! In één keer flapjes die na een snel en tevreden piepje door de automaat werden uitgespuugd. Kom daar maar ’s om bij de Manco! Voortaan meteen naar Bradesco dus.

Mijn fietsapp toonde dat ik vandaag aan het einde van de dag 1500 hoogtemeters had gemaakt, dus dat ik het gevoel had dat ik 100km gefietst had klopte wel.

’s Avonds werd het prettig winderig. Joggers trokken voorbij. Fitte, verend lopende en stevige, onbeholpen hobbelende joggers.

Ik bestelde een X-Salada op een terrasje op straat, maar kreeg een hamburger met blaadje sla en plakje tomaat. Ik heb ‘m moedig soldaat gemaakt..

Dat is nog’s een X-Salada! Meer X dan salada

3 dec 2019: Ik vervolgde de BR-242 naar het oosten. Na de stad verlaten te hebben, stelde ik tevreden vast dat de stevige klimmerij (voorlopig) voorbij moest zijn. Ik zat meer op een prairie. De bergen zag ik achter me in mijn spiegeltje.

Het landschap was weliswaar glooiend, maar de hellingen waren ’s morgens niets vergeleken bij die van het stuk ervoor. Een paar % klimmen en dalen. Ik hoefde me ook niet af te vragen hoe de weg zou lopen, dat was namelijk rechtdoor, geen enkel bochtje.

Bij twijfel….

In Vila São Vicente was een spiksplinternieuwe Posto geopend. Het was weer heet, boven de 35°. Na mijn lunch had ik m’n stoeltje uitgeklapt en was ik even gaan zitten maar in slaap gesukkeld met m’n petje over mijn gezicht gezakt.. Het was nog 45km naar de volgende plaats waarvan verwacht mocht worden dat er een pousada was.

De heuvels namen echter weer in hoogte en steilte (is dat een woord?) toe en tot overmaat van ramp stak de wind ook nog flink op. Ik trapte me de pleuris!

Het landschap staat vol met deze cactussoort

Wild Westlandschap

Het werd al later, de zon was aan het ondergaan

Toch wel redelijk met de tong op de pedalen kwam aan bij de afslag Argoim waarna ik omhóóg moest! Het begon inmiddels laat te worden, het schemerde al flink. Na de laatste klauterpartij kwam ik op het pleintje van Argoim. Bij navraag antwoordde een middelbare dame meer dan stellig: ‘não tem pousada aqui‘. Daar stond ik dan in het bijna donker, maar het goeie nieuws was: er zou wél een posto op 5km afstand zijn mét pousada. Dus maar weer terug en verder de BR-242 vervolgd. De wind tegen werd alleen maar sterker (maar misschien was dat illusie). Na 95km kwam de posto in zicht. Inmiddels was het zo goed als donker. De pousada hadden ze een beetje verstopt (en terecht: foeilelijk!) maar het maakte allemaal niet meer uit, ik was binnen. Ik vermijd het donker om verkeersredenen en snode plannen die ’s avonds op kunnen borrelen bij sommigen.

Dat de AC het niet deed, de wc niet doorspoelde, het stopcontact niet was afgedekt, het plafond afbladderde, beessies rondliepen maakte me allemaal niet meer uit. ’s Avonds had ik mezelf op een biertje getrakteerd wegens geleden leed..

4 dec 2019: onze jongste dochter is vandaag ècht volwassen, dat wil zeggen: 21 jaar!

Mijn groezelige pousada noopte niet tot uitslapen. De gehorige AC die wel íets deed om te verkoelen (alhoewel ik het nog steeds niet zeker weet) hielp ook niet mee. Eerst 3u wakker, iets te vroeg. Toen 6u, wat beter was.

Ik had twee opties: óf via de BR-116 naar Castro Alves (veel vrachtverkeer, verder, maar wel goeie weg), óf onverhard doorsteken (geen verkeer, korter, beroerde weg).

Ik kwam van het groene puntje bovenin, moest naar het blauwe pijltje en kon of de rode nemen (verhard) of de blauwe (onverhard).

Ik koos de blauwe (onverharde) route. Het landschap was op plaatsen prachtig: nog steeds prairie-achtig.

Prachtig prairielandschap

Hier ging het nog met de heuvels

Hier niet meer..

Het werd dus meer klimmen dan ik meegewogen had in mijn besluitvorming 😏

Metershoge cactussen

Na een verbeten strijd met de kílometers en hoogtemeters kwam ik in Castro Alves. Bij binnenkomst was het een bende

Voor misschien de laatste keer mijn verbazing over het rondzwervende afval

Maar het bleek een leuk plaatsje te zijn!

Een aardig kerkje

Het centrale park voor de kerk

Straatbeeld

Ik was aanvankelijk van plan om naar Petim te fietsen maar had geen puf meer. Het was weer warm. Ik had nog wat gebabbeld met de maracujá-verkoper die van alles wilde weten. Hij pakte zijn eigen fiets er ook bij die ik moest proberen. Hij mocht de mijne ook proberen maar daar zag ie van af. Te zwaar zei hij. Zijn zoon met arm in mitella durfde echter wèl (zou ik ook doen met mijn arm in een mitella). Het goeie nieuws: ik kreeg ‘m terug en hij donderde niet (nog een keer) van de fiets.

Hij kraaide het uit

Toen was het half twee en besloot ik een pousada te zoeken na een trieste 25km.. De nieuwe kamer met werkende (en stille) AC was heerlijk. Een leuk lokaal gebruik: het laken en de handdoek die ze in een soort van strik op je bed leggen:

Zo doen ze dat hier. Ik heb het wel over een hotel van rond de €12, hè?

De wifi ging hier als een tierelier, dus mijn telefoon volgepropt met podcasts voor het laatste stuk.

Salvador begint nu toch echt wel dichtbij te komen! Ik ga via het eiland Itaparica (wat ik kan onthouden door aan Rita Corita te denken; ik word oud..). Een kleine 200km nog. Als ik de foto’s op internet mag geloven, dan biedt RitaCorita de bounty-stranden met palmbomen, azuurblauwe zee en hagelwitte stranden waar velen aan denken bij het beeld van Brazilië. Ben benieuwd. Het een na laatste blog zal van het bounty-eiland komen.

Padden, billen en verfblikken

29 nov 2019: Het barst hier van de grote padden in het grasveldje van het hotel. Hele grote padden. Ze hobbelen tevreden rond ’s avonds over de looppaden die door het het grasveld lopen. (Doet me denken aan de film Magnolia waarin het dikke padden regent die kletterend op de auto’s en straat uit elkaar spatten na uit de hemel te zijn gevallen, maar goed).

Mijn slipper (maatje 45) erbij. Wat een beest he? Vraag me af of je ze kunt eten..

De planten hier zijn vaak prachtig. De tuinen rondom het hotel zijn zorgvuldig onderhouden.

Vandaag eerst naar cachoeira Mosquito geweest. Dat is dan bijna 60km rijden, maar dat is voor hier heel dichtbij. De laatste 20km over een zandpad. AM roste er lustig op los in haar Ford Ka. Ik onderging het lijdzaam.

De Mosquito is een vrij grote waterval die je na een hike van pakweg 2km bereikt.

Het water is amberkleurig van de plantaardige resten, las ik.

Het water uit de watervallen komt uit ondergrondse bronnen. Hoe dat nou een paar honderd meter omhoog komt borrelen moet ik nog uitzoeken. In de buurt van waar het water valt wordt je bijna weggeblazen door de luchtverplaatsing.

AM (nog) uit Salvador

Een openbaring is ook wel de badkleding van de Braziliaanse dames, zowel jong als oud. De derrières moeten hier goed tot zijn recht komen, wat gedaan wordt middels minuscule accentuerende bikini’s met, in sommige gevallen, enórme billen (die bikini’s worden in Zuid-Afrika ‘amperbroekies’ genoemd vertelde iemand me eens). Een aantal dames kan het hebben, een aantal ook niet is mijn snoeiharde oordeel..

’s Avonds ben ik ingewijd in de wondere wereld van de caiparinha’s. Het was happy hour in Lençóis en daar hebben we dankbaar gebruik van gemaakt. Caiparinha’s zijn drankjes gemaakt van cachaca (drank gemaakt van suikerriet), limoen, ijs en suiker. En lèkker! Heel gezond ook, schijnt..Op straat gezellige terrasjes

30 nov 2019: Het ontbijt is elke dag een feest hier. Ik moet elke keer als ik langs dat buffet loop mezelf streng toespreken om rustig gerechtje voor gerechtje te nemen en niet het eten in een hoopje op mijn bord hoog op te tassen.

Er zitten ook veel lokale gerechten bij

Vandaag hadden we bedacht om Vale do Capão te gaan om van daaruit andere watervallen te bezoeken. Vale do Capão is een beetje een kunstenaarsdorp met veel bebaarde mannen, tattoos, rastahaar en peace.

Na een wandeling kwamen we aan bij waterval Roda’s

Chapada Diamantina is een geweldig natuurpark. De hoeveelheid watervallen, hikes en grotten is enorm. We hebben er best wat gedaan in drie dagen en ik heb een aardige indruk gekregen. Leuke toevoeging aan de Brazil experience!

1 dec 2019: Het was over met de vakantiepret! Er moest weer gefietst worden. Eerst het dal uit, dat begint dan gelijk goed met stukjes van 10% om er weer lekker in te komen. Het was een glasheldere dag. Félblauwe lucht, geen wolkje te bekennen.

Na pakweg 40km vond ik dat ik wel eens mocht lunchen. Ik had gek genoeg niet heel veel trek maar er moet nou eenmaal wat voer in als je fietst. Ik kwam langs een breeduit aangekondigd restaurant. Bij binnenkomst zat er een wat weinig toeschietelijke man (uitermate zeldzaam in Br). Ik vroeg ‘m of ie almoco (lunch) had. Nee, had ie niet. Ik heb me bedropen met een snack en lekker drankje. Tót zijn vrouw binnenkwam, nèt nadat ik de laatste hap van mijn snack binnen had, met een dampend bord warm eten in haar hand, mij blij vragend of ik soms ook een bordje wilde! Ik keek naar haar man, toen weer naar haar, toen weer naar haar man in de hoop dat ie íets zou opbiechten (‘Ik had tegen die snorremans gezegd dat we geen eten hadden’, of zo). Maar nee. Het raadsel van de dag.. Zijn vrouw dacht waarschijnlijk: dan niet!

Het landschap werd wat woestijnachtig.

In de verte zag ik iets aan de kant van de weg wat leek op een fietser. Hij leek witte zijtassen te hebben. Ik zette wat aan en jawel! Daar zaten twee jongens aan de kant van de weg met hun fietsen in de berm. De tassen hadden ze gemaakt van verfblikken, heel inventief!

Het verbaast me weer met hoe weinig middelen mensen dit doen. Aan de andere kant, ze konden niet of nauwelijks schakelen en ploegden allebei staand fietsend de berg op, hadden veel pech gehad met framebreuk, trapasbreuk en nog meer ellende, dus dat hoef ik allemaal niet. Ze waren 7 maanden op reis en hadden 1000km gefietst. Geen cent op zak, alles on the spot proberen te regelen en hopen op de goedgeefsheid van de Brazilianen. Dat ging ze kennelijk goed af. Oh ja, ze maakten ook nog sieraden, muziek en jongleerden. Jeronimo en Luciano waren allebei 25, Jeronimo sprak gebrekkig Engels, Luciano niets.

Ik had ze maar een bordje eten gegeven ’s avonds wat ze hadden geen rooie cent. Dat ging snel op! 😄

Het is toch beter als iemand anders de selfie maakt. Vooraan Luciano, achteraan de iets Engels sprekende Jeronimo