20 nov 2019: In de categorie lokale eigenaardigheden: de elektrische douchekop in Brazilië. Volledig contra-intuïtief en ook wel een beetje een eng idee: er zit een elektrische verwarmingsspiraal in de douchekop. Je kunt ook de temperatuur verstellen (stand uit, half, heel) alhoewel dat nooit goed lijkt te werken bij mij. Vaak is het elektrische gedeelte voor deze toepassing slecht beveiligd (afscherming, aarding). In mijn pousada van vannacht ziet mijn douchekop er bijvoorbeeld zo uit:

Als er doucheverwarming is, dan is het dit type. Deze ziet er nog goed uit!
(Mochten er geen blogjes meer verschijnen…).
De BR242 naar het oosten was druk met vrachtverkeer. Ze rijden áf en aan! Er is weliswaar een vluchtstrook, maar die is van slechte(re) kwaliteit en ligt lager dan de hoofdweg; je moet als het ware een richeltje af (en weer op). Ik reed dus zo veel mogelijk op de hoofdweg, steeds kijkend in mijn spiegeltje en af en toe ‘sprong’ ik op de vluchtstrook als ik zag dat een vrachtwagen geen ruimte liet. Sommige denderen echt door, andere reden met een boog om me heen. Daarna zocht ik weer een geschikt plekje om weer óp de rijbaan te komen, ergens waar het hoogteverschil tussen vluchtstrook en hoofdweg laag was. Inspannend fietsen zo.

Savannelandschap heet dit

Ik kan Salvador nu bijna ruiken!
Onderweg luisterde ik naar podcasts waar ik erg verslingerd aan ben geraakt. Ik had vandaag ‘The Drop-out’ afgeluisterd. De geschiedenis van Elizabeth Holmes die in de VS een revolutionair apparaat om snel en makkelijk bloed te analyseren ontworpen zou hebben, miljoenen aan kapitaal heeft ingezameld van niet de minsten, en de boel vreselijk heeft belazerd. Na 67km kwam ik aan in Cristópolis.

Cristopolis. Zeg nou zelf: daar gaat je hart toch van open!
Ik had een alleraardigst maar niet zo heel snugger meisje in de pousada waar ik incheckte. Ik heb nog nooit zo’n moeilijk incheckproces gehad. Eerst vroeg ze, na mijn paspoort te hebben bekeken, om mijn Braziliaanse papieren! 😄 Dat ik die niet had vond ze maar moeilijk te verkroppen. Het invullen van het formuliertje om gasten te registreren viel ook niet mee. Ik vraag mij überhaupt af waarom dat gedaan wordt en wat er met die papiertjes gebeurt, maar sois. (Ik heb wat doorstaan bij het invullen van dit soort papiertjes in Rusland maar dat is weer een heel ander verhaal). Mijn ‘CPF’ (vergelijkbaar met ons BSN denk ik) had ik niet, wat ze ook uitermate verwarrend vond! Met mijn naam die ze invulde (de tong tussen de tanden) was ik weer wél tevreden: ‘Koninkrijk der Nederlanden’. Ik wilde haar eerst corrigeren, maar dacht toen: deze naam vind ik chiquer. Bovendien was het uiterst risicovol dit proces nu te onderbreken nu er enigszins schot in zat. Ze had het helemaal goed overgenomen, zag ik zo snel.
Maar toen ik zei dat ik met kaart (cartão) wilde betalen, toen was de maat vol met dat buitenlandse gedoe! Ze ging haar vader bellen of dat allemaal wel kon, met zo’n buitenlands type met misschien wel een hele rare niet-Braziliaanse kaart! Ik zei nog: ik betaal nu, dan kunnen we meteen checken. Maar nee… Haar vader had kennelijk gezegd: doe maar, want de procedure werd gestart. Ze kreeg helemaal een stuip toen ik met mijn telefoon betaalde.. Het papiertje van de betalingsbevestiging dat vervolgens tóch snorrend uit het machientje rolde stemde haar echter tevreden. Zowel de check-in als de betaling was volbracht.
Daarna moest ik nog mijn fiets op mijn kamer zien te praten. De procedure was echter: fietsen in de garage. Ik liet haar mijn app zien met speldenknopjes op de kaart waar ik allemaal overnacht had en dat ik óveral mijn fiets mocht meenemen. Dat was kennelijk overtuigend. Als laatste uitdaging wilde ik een kussen, er lag er geen in mijn kamer, en de WiFi-code. Ze was uitermate traag, maar bedoelde het goed.. Het is allemaal gelukt. Zij was misschien nog wel blijer dan ik.
Een veelgebruikte groet hier is: ‘hoppa’! Zó gek. Loop of fiets je ergens langs, zegt iemand zomaar vanuit het niets: ‘hoppa’! En dan gaat de toon ook mooi omhoog op de eerste lettergreep: hóppa!. Als een circusartiest die de door de hoepel springende geit aanprijst. Ik ben er nog niet aan toe hoppa! terug te roepen. Morgen maar ’s proberen.
’s Avonds stond voor het hotel een bbq-oven. In de lobby kon je salade halen, rijst en natuurlijk bonen. Een man stond spiesjes te bbq-en en deelde in ogenschijnlijk willekeurige volgorde de spiesjes uit als ze klaar waren. Een TV stond op een plastic tafeltje met…. voetbal. Een soort straat-bbq, wel gezellig!

Straathonden scharrelen altijd rond. Ze zijn schuw en worden onverbiddelijk weggejaagd. Kennelijk weten ze af en toe wat mee te snaaien want ze zijn zelden vel over been
21 nov 2019: er stonden veel stalletjes langs de weg met water (leek me sterk), olie of wat anders. Het bleek wat anders, namelijk cachaca te zijn, de sterke drank gemaakt van suikerriet. Dat kost hier een drol. Kennelijk nog genoeg om de zelfgestookte drank toch aan de weg te koop aan te bieden. Weet niet of dat allemaal heel kosjer is (methanol). Ik begin er maar niet aan..
Zelfgestookte cachaca. Thanks but no thanks..
De afdeling wild is wat ondervertegenwoordigd op deze reis. En zeker levend wild..

In Povoado de Agua Doce dronk ik een Gauraná. Ik zat op het terrasje van het winkeltje / restaurantje naast de uitbater die daar zat te zitten, wachtend op klandizie. Laag tempo, lamlendig zou ik het willen noemen. Hoeveel jaren houdt iemand dat vol?
Ik fietste weer op een plateau (op rond 800m hoogte) met vèr uitzicht over het savanna-achtige landschap. Voor het eerst had ik echt hinder van de tegenwind. Warme weerstand..

Weet niet of het tot uiting komt, de weidsheid
Een man stond aan de overkant van de weg stil bij zijn auto en vroeg me te stoppen. Hij had een vogel in zijn gril. Hij was aan het rommelen in zijn bagageruimte. Hij zei dat ie een passaro (vogel) had aangeredenen gebaarde me om naar em frente (de voorkant) van de auto te gaan. Daar hing inderdaad een vogel, half in de gril gezogen, zijn kop bungelde omlaag. Ik trok het beest van de gril en plukte de losse verenplukken uit de gril. Zo te zien geen schade (aan de auto). Ik vroeg de man de motor te starten, wat probleemloos ging. De man bleek wat Engels te spreken. Hij wilde me als dank een fietspomp geven die hij in zijn achterbak had (die kun je ook echt goed gebruiken als je al een paar duizend km door Zuid-Amerika hebt gefietst..) en daarna bood hij een doosje trapaslagers aan! Voor beide bedankte ik vriendelijk. Ik had ze nu even niet nodig..
Ik vroeg me eigenlijk af waarom ie me nou stopte? Vogelfobie?

Vreemde gang van zaken. Hij kon weer verder

In Lagoa do Oscar was het tijd voor lunch.
Het volgende dorp na Lagoa do Oscar was Javi, zo’n 44km verderop. Ik had eigenlijk geen zin om door te fietsen. Aan de andere kant, hier was ook niks. Bovendien komt het mooiere landschap dan sneller in zicht. Nóg een argument: hierna zou ik flink moeten klimmen. Veel km’s zitten er dan niet zo in.
Een blank gezin (jong echtpaar, kind en oma) stapten uit hun jeep voor het restaurant. Je ziet in dit gedeelte van Brazilië weinig tot geen ‘blanken’. De meesten hier zijn van licht tot donker getint, maar meestal licht. Het jonge gezin en oma waren duidelijk anders gekleed, modernere kleding, grote zonnebrillen, luxe handtassen. Ze gedroegen zich ook afstandelijk, vond ik.
Een paar km verderop stopte een auto voor me met knipperende lichten. Wat nou weer? Hij ratelde wat uit het raam toen ik langzaam langsreed. Ik zei hem: ‘Não falo muito bom Portuguese‘. Hij sprak daarna langzaam over een thermosfles die hij een stuk terug zag liggen (ik had ‘m ook gezien) en vroeg me of hij misschien van mij kon zijn. Aardig hè? Attent!
Langs de weg kwam ik cactusteelt tegen. 
Na het saaie stuk op de hoogvlakte begon ik de kilometerslange afdaling. Ik ging rechtop zitten om veel wind vangen te vangen om niet te snel te gaan. De vrachtwagens remden tot de remschoenen bijna verbrandden. Rookwolken kwamen van de wielen. Stank van frictiemateriaal. Maar het was heerlijk omdat ik niet te hard ging en de weg egaal en overzichtelijk was. Daarbij veranderde het landschap in positieve zin. De non-descripte struikjes en bosjes van de savanna veranderden in echte loofbomen.

In de verte het plateau waarvan ik was afgedaald tot huidige hoogte (475m).

Boom met prachtig rode bloesem!
Javi bleek een leuk plaatsje te zijn. Niet de gebruikelijke afval met de bijbehorende weeë, rottende lucht. Geen kapotte straten. Boompjes, perkjes. Ik fietste even door het centrum (niet gèk ver om) en weer terug naar de prachtige pousada aan het begin van het dorp. Alles werkte, was mooi betegeld, afgewerkt. Heerlijk!
De eigenaar van de pousada (denk ik) was zeer geïnteresseerd in mijn fiets en fietsen iha. Hij kon niet wáchten om zijn eigen carbon mountainbike te laten zien. Er wordt dan vermoed dat ik daar dan veel verstand van heb en ik ga me dan ook zo gedragen: peinzend alle onderdelen van de fiets beoordelend. Af en toe een positief mompeltje, wat voelen aan het een en ander, een klopje hier en daar, een positief knikje.. Zeggen dat de fiets heel licht was was schot voor open doel. Hij grijnsde van oor tot oor.
Ik zat onder het afdakje van de zorgvuldig gekapte bomen. Erg mooi.

Mijn haar begon me te storen: het wordt te lang. Maar ’s op zoek naar een kapper.
’s Avonds een pizza gegeten! Niet onverdienstelijk. Krokant, dikke laag kaas, tomaat en olijven. Iets van Italiaanse kruiden. Ik miste alleen de bonen..
22 nov 2019: vanmorgen kwam ik zowaar weer fietsers tegen! Een jong Braziliaans stel (ze waren uit 1994 zeiden ze) fietste al twee jaar hier rond. Ze maakten muziek om aan de kost te komen. Ze hadden zéér eenvoudige fietsjes en uitrusting, en kampeerden vrijwel elke dag. Als fietsstandaard hadden ze een stok die ze op de grond en onder het zadel prikten. Ze hadden stoffen tassen. Als het regende, schuilden ze gewoon. De jongen liet me hun afgelegde route van 6000km zien. Ik voelde me een beetje decadent, met mijn dure fiets, spullen en pousada’s.



Ik vond ze trouwens vel over been. Ze stelden voor om samen op te fietsen richting Ibotirama. Ik dacht dan trakteer ik ze daar op een lunch want die kunnen ze wel gebruiken. De jongen fietste als een raket weg, het meisje bleef vèr achter, ik hing er een beetje tussenin – wat moest ik doen? Ze waren het kennelijk zo gewend (of ze hadden ruzie gehad). Na verloop van tijd zag ik hem noch haar meer. Nooit meer gezien!
Ik moest een bergruggetje over. Bijna bij de top reed er een militaire truck naast me met uit het raam een bungelende tros bananen wat gepaard ging met een bemoedigend gejuich. Da’s toch weer aardig hè?
In de verte rijdt de legertruck wegIbotirama ligt aan de Rio São Fransisco die ter plekke meer dan een halve km breed is. Je bereikt Ibotirama dan ook via een lange en hoge brug.
Zicht op Ibotirama vanaf de brug
De brug vanaf de oever van Ibotirama
Toen ik achterom keek was het weer een zooi.. Jammer toch.Mijn pousada hield het midden tussen een jeugdherberg en een gevangeniscel. De ventilator en koude douche maakten veel goed.

Wegens overweldigend enthousiasme over m’n snor, laat ik ‘m nog even zitten.