8 nov 2019: Vlak naast de pousada (Dois Irmãos: de twee broers) in Carolina lag een soort busterminal. Het was een overstappunt voor buscoaches die kruiselings het land doorrijden, b.v. van São Paulo naar Bélèm. Die stoppen hier om te pauzeren, te eten. Het was een zwaar verwaarloosde maar gezellige terminal. Veel tegels en stoepranden waren kapot, er groeide onkruid uit, er stak bewapening uit de muren, het asfalt was gescheurd, enz. Onder het dak van de busterminal lagen allemaal kleine restaurantjes en kioskjes met een gemoedelijk sfeertje. Daar heb ik een gisteravond een verjaardagsbordje, wat zeg ik, twee bordjes eten gegeten terwijl ik het gescharrel rond de busterminal gadesloeg. (Mijn telefoon was op, dus geen foto).
Bij het ontbijt vanmorgen was er alleen maar ‘couscous’. Mijn herinnering aan die meuk is pakweg een week oud en niet al te best. Maar ja, ik moet toch wát eten. Er lag wel weer een ei overheen wat het draaglijk maakte. De tabasco erbij hielp ook, tussendoor slokken zoete koffie. Alles voor de calorieën.
Onderweg word ik regelmatig ‘aangehouden’:


En zo gaat dit soort dingen regelmatig. Enthousiaste fietsliefhebbers die Instagram actief gebruiken. Ik ben een beetje een kluns op Instagram..
Het weer begon vandaag heerlijk! Beetje bewolkt, licht (warm) briesje, dat is zo lekker hier. Maar naarmate de dag vorderde begon het te regenen en hield het niet meer op. Het is dan weliswaar ‘warm’, maar nat + wind = afkoelen, dus tóch maar een jackie aangedaan.

Onweerswolken

Bijna de hele dag tót 4u regen. Ik vind droog weer toch leuker, ook hier als het warm is terwijl het regent
Ik was uitgekomen in Alto Bonito. (Dat Alto vond ik zelf niet zo Bonito, maar het viel erg mee. Misschien dat die couscous toch nog ergens goed voor is).
De énige pousada hier had geen kamers meer vrij. Ik zei nog dat ik een hangmat had maar dat veranderde de situatie niet. Dan maar verder vragen. Dat is een geduldklusje weet ik inmiddels. Ik heb het vertrouwen dat het uiteindelijk goed komt met een slaapplek, maar je moet wat onhandige babbeltijd incalculeren. En ja hoor! Het restaurant naast een ander restaurant waar ik begon te vragen had een overkapping met daaronder twee haken aan de muur waar ik mijn hangmat op mocht hangen! Ik dacht: dan lig ik toch tussen de gasten straks? Maar het zou tranquilo zijn vanavond vertelde het meisje me. Uiteraard WiFi! Ook douche en toilet (we kijken niet op een bacterie meer of minder, een gegeven pot kijk je niet onder de bril..). Droge kleren aangedaan, lekker. Het was aan het einde van de middag droog. De voorspellingen voor de aankomende dagen waren: onbestendig weer.
Ik was benieuwd of de avond zich echt wel zo tranquilo zou gaan ontwikkelen. Misschien zouden de laatste gasten pas vannacht om 3u lallend naar huis gaan..

Nou, dat is dan weer ‘s wat anders!
Vandaag was trouwens in het nieuws dat ex-president Lula (voorlopig) vrij was gekomen na 580 dagen gevangenschap (van de 12 jaar). Ik begrijp: tót alle beroepsmogelijkheden zijn uitgeput is ie vrij (dat geldt voor veel andere gevangen ook). Een tegenvaller voor Bolsonaro als corruptie-fighter. Het land is erg gepolariseerd. Het verschil tussen rijk en arm is immens, nog groter dan in de USA, las ik.
Het viel enorm mee met de restaurantgasten. Om 20u ging ie dicht. De tegenoverliggende bar produceerde nog enige tijd enórme tyfusherrie met grote boxen, maar ook dát stopte na 22u. Ik lag lekker met een warme slaapzak (wat ben ik blij dat ik die tóch heb meegenomen!) een boekkie te lezen.
9 nov 2019: Ik blijf maar per dag schrijven. Heb overwogen het per week te doen, maar vind het bij wijze van dagboek prettig om het zo maar te doen, bovendien zijn mijn indrukken nog steeds legio. Je kúnt naar beneden scrollen!
Ze gingen pakweg 5u weer open vanmorgen. Lekker op tijd. De zoete koffie stond klaar om geschonken te worden. Spulletjes gepakt en ze hartelijk bedankt voor de overnachtingsplek. In het restaurant ernaast was ontbijt: een plak cake met koffie.

Rechts achterin sliep ik
Het was een onrustige lucht. Mijn kleren waren nog ábsoluut niet droog van gisteren, dus die probeerde ik zo gelijkelijk mogelijk onder mijn netje achterop te verspreiden om droog te laten waaien. Ik hóópte dat het niet weer zou gaan regen, want die spullen zou ik dan echt niet meer droog krijgen, en dan zou het kloffie dat ik aanhad ook drijfnat zijn. Maar het heeft gelukkig die dag niet meer geregend.

Laaghangende bewolking: de steunzenders in de wolken
Het volgende plaatsje (Riachão) was 40km verderop. Om 11u was ik er. Wat zou ik doen? De volgende plaats was Balsas, weer 70 km verderop. Daartussen was nagenoeg niets. Het was dus naar Balsas of blijven. Maar om nou om 11u al aan te komen en te gaan hangen in dit plaatsje? Nee, dan maar doorstoempen.
Het vervolg was eigenlijk of ik thuis in NL was. In de Flevopolder, of de Noordoostpolder.

Zo plat als een pannenkoek en niet veel te zien..

Een paar jongens stopte voor een praatje en foto. Ze vroegen of ik Instagram had, maar daar heb ik deze keer maar negatief op geantwoord. Vind dat toch een hoop kortstondig gedoe

Verderop veranderde het landschap van de Noordoostpolder in een Luxemburgs / Noord-Frans uitzicht want licht glooiend..
Na 110km stoempen was daar Balsas, een stad die drijft op de agri-business (gezien de borden die de bedrijvigheid tonen). Een redelijk grote stad (in 2009 nog 84.000 las ik, dus het zullen er nu wel rond de 100.000 zijn). Het hotel mét airco was snel gevonden.

Even pielen om de airco aan te krijgen..
De panelada ’s avonds had veel weg van een blikje Whiskas. Ik had een extra bordje sla erbij gegooid en de panelada opzij geschoven. De sla een beetje door de rijst geroerd, beetje farinha erbij. Toen ging ’t wel.. Wegspoelen met Itaipava-bier.
Een man zeeg totáál bezopen midden op de drukke straat ineen. Hij ging eerst zitten, toen maar liggen. Auto’s, motorfietsen en brommers zigzagden om hem heen. Al gauw sleepten ze ‘m op de stoep aan één arm en één been, waar ie verder sliep. Z’n zaterdagavond was snel voorbij.
10 nov 2019: Geen café da manhã (dwz niets te eten) maar wel koffie. Ik had nog een pak koekjes. Een stad uit is altijd even gedoe, maar ik zat snel op de goeie weg. Nog steeds agrarisch gebied met grote gecultiveerde velden met gewassen, keurig in rijtjes geplant.

Rio Balsas

Vlak, met in de verte wat tafelbergen
Een paar km buiten Balsas treden pick-up met vier jongemannen achterin voorbij. Een paar honderd meter verderop stopten ze. Het vermoeden was een foto en zo, maar zo vier van de mannen in een pick-up? Ik borg mn telefoon maar op (heb een neppe in mijn stuurtas). Ze stopten me inderdaad. En, heel gek, ze wisten dat ik vanuit Suriname was komen fietsen! Hoe wisten ze dat?! Ze gaven me koud water, handen werde ln geschud, selfies gemaakt. Tóch nog een beetje op mn hoede, maar tot nu toe onnodig.
In het plaatsje Aldeia, wat ‘dorp’ betekent in het Portugees, een colaatje gedronken. Het was zondag, een aantal mannen stond pool te spelen. Een auto stopte, zette de radio knetterhard aan met een, zeg maar, schlager op. Dat wordt gewoon gevonden hier, misschien wel gewaardeerd. Ik heb de neiging om te zeggen: zet die kolereradio ’s wat zachter, maar dat doe ik maar niet. Die muziek lijkt wat op zoete Mexicaanse mariachi, maar dan simpeler. Orgeltje, percussie en levensliederen. Je waant je in een trieste bar met één artiest, de stamgast dronken aan de bar en de andere gast achterin.
Ik heb trouwens besloten de route wat om te gooien. Ik snij wat af, ga niet langs Palmas, en rijd naar Lencois (in het natuurpark Chapada Diamantina). Van daaruit wil ik naar de kust en omhoog naar Salvador.

Bij het blauwe puntje bovenin ben ik nu. Via Barreiras ga ik naar Lencois (waar Bahia staat). Schuin doorsteken gaat niet. Hoe groot de slinger wordt onder Salvador weet ik nog niet.
De weg was gedeeltelijk bar slecht vandaag. Het is een ‘rijksweg’ (is er een moderner woord?), maar op hele stukken was het asfalt volledig verdwenen. De vrachtwagens kropen eroverheen. Ik moest inhouden voor sommige. Wel raar, met die gigantische landerijen en bijbehorende vervoersnoodzaak.


Grote stukken (enkele kilometers) asfalt weg. Hoe lang moet je geen onderhoud plegen om dat voor elkaar te krijgen?
Ergens in het niets kwam ik op het juiste moment langs een restaurantje. De kindertjes leerden me Portugees en wilden graag mijn bril proberen.
Het is hier nog steeds agrarisch gebied. Gigantische akkers, opslagbedrijven en veel vrachtverkeer. Na 67 km was ik het zat. Ik kwam langs een restaurant met daarnaast een overkapping met bankjes en pooltafels. Ik was al neergestreken voor een Fanta en dacht: hier zóu ik wel kunnen slapen! En ja, het kon. Geregeld! Palen voor m’n hangmat, dak boven mijn hoofd, restaurant ernaast, zo te zien ook douches en toiletten. Ik tref het maar weer. Het plaatsje is zó klein dat het niet op de kaarten staat. Er zaten onder ‘mijn afdak’ wat jongens te zuipen (veel lege bier- en caiparinhaflessen) maar die gingen snel weg.

Ik zoek twee geschikte palen uit straks