10 – 14 juni 2023: Na flink klimmen is het nu tijd om te dalen. Als ik onze navigatie-app mag geloven, gaan we gedurende tientallen km’s naar beneden vanaf Momin Prohod. Heer-luk!
Het afscheid van de ‘madam’ van het hotel is net zo hartelijk als de ontvangst, dat maakt het vertrek makkelijker. Naar koffie vragen we haar niet (het idee alleen al) dus die drinken we in Kostenets, het eerstvolgende plaatsje. Naast ons zit een gezin met twee kinderen. Eentje (blijkt) van 10 en een van 5. Met de jongste, hoewel we niet met hem kunnen praten, ís wat. Hij vliegt alle kanten op, luistert niet, is slecht bereikbaar. Nan trekt zijn aandacht en babbelt wat met hem. Hij reageert meteen, brabbelt wat in het Bulgaars en geeft haar opeens een knuffel. Neurodiverse kinderen bestaan ook in Bulgarije. Of dat ook als zodanig wordt gezien is de vraag.
We zouden eraan kunnen wennen: het continue afdalen. Je bent altijd bang dat er na een afdaling toch weer een flinke klim zit, maar vandaag zijn de klimmen afwezig. Door beboste bergen zoeven we omlaag over de ‘8’, de nationale weg.
De dorpjes waar we doorheen komen blinken niet uit in schoonheid.


We hebben nog steeds moeite om een lekker, eenvoudig restaurant te vinden hier in Bulgarije. Ze zíjn er wel, maar je komt ze een beetje toevallig tegen (in ieder geval: wij wel).


We eten een ‘lap’ (Nan een kipfilet, ik een schnitzel) met kartoffel en garnituur (tomaten en komkommer: домати и краставица weten we inmiddels).
Ons boekje vermeldt dat er in Kovachevo zich een relatief grote groep Turken bevindt, en dat er dan natuurlijk ook een moskee is. Je gaat er dan wat meer op letten. We fietsen het dorp door, halsreikend naar links en naar rechts kijkend. Maar ja, hoe zie je de Turken tussen de Bulgaren? Als we het dorpje uit fietsen en we het zo’n beetje opgegeven hebben, zien we ‘ze’ opeens. En daar verschijnt ook de moskee! We kopen bij een Turkse dame een drankje en voegen ons bij wat ‘mannetjes’ die inderdaad Turks blijken. Eén werkt al 30 jaar in Duitsland en spreekt redelijk Duits. Zijn kinderen zijn inmiddels geworteld in Duitsland. Hij pendelt nog maandelijks op en neer om Duitse auto’s in te kopen en hier te verkopen. Hij houdt z’n hoofd boven water. In het dorpje zijn ze wat naar de randen verdreven, ze zijn hier niet populair. Wat moeten mensen in de wereld toch sappelen..

Het is mooi geweest. Het is warm. In Pazardzhik nemen we een hotel, dat wil zeggen, dat pogen we. Het hotel dat beschikbaar lijkt – je weet het immers nooit – vinden we snel. Op de stoep staat een Bulgaarse heer die ons tegemoet treedt en wel weg weet met zijn Google Translate app. Hij blijkt ook nog de hotelier te zijn en is zó handig met z’n telefoon dat ie ons vrij snel kan mededelen dat-ie géén kamer meer heeft. Maar hij biedt ons eerst een espresso aan. Zijn vrouw en dochter zitten voor het hotel. Hij vraagt ons – alles via zijn telefoon – of we nu ‘problemen’ hebben. We zeggen dat we eventueel ook kunnen kamperen, we hebben een tent mee. Dat vindt hij kennelijk zó schrijnend dat hij voor ons gaat rondbellen. Zijn dochter legt nog een zakje kersen voor ons arme sloebers op tafel. Na verloop van enkele minuten bellen bevestigt hij ons: hij heeft een hotel voor ons gevonden. Enorm aardig! Hij vraagt of we de volgende ochtend langs willen komen voor een kop koffie. Dat is het minste dat we kunnen doen als dank. Nan heeft wat ansichtkaarten meegenomen met Hollandse taferelen (Amsterdam, tulpenvelden, enz) die ze beschrijft en achterlaat, zoals hier.

Pazardzhik heeft een autoloos centrum dat veel minder rommelig is dan andere Bulgaarse plaatsen. Ons (alternatieve) hotel ligt precies in het centrum boven een Chinees restaurant. Helemaal niet vervelend.
‘s Morgens de volgende dag worden we hartelijk welkom geheten door Zhoro (Жоро). Hij vertelt honderduit, over z’n boerderij buiten de stad, over z’n arbeidsverleden, z’n kinderen – dat meisje van gisteren op de foto blijkt zijn kleinkind te zijn – en de politiek. Hij blijkt (veel) ouder dan we denken: 70 jaar! Of ie al pensioen krijgt beantwoordt hij met een lach en laat op z’n telefoon de maandelijkse overschrijving van 500 Lev zien (€ 250) waar hij erg blij mee is. Waarom hij nog werkt? De socialisten hebben ervoor gezorgd dat er niet gewerkt wordt in Bulgarije, zegt-ie. Maar hij kan werken! Naast andere zaken vertelt hij verder dat de greep van Rusland (Poetin) groot is op Bulgarije. ‘Als Oekraïne valt, zijn wij de volgende’ zegt-ie. Hij was ronduit pessimistisch over het landsbestuur van Bulgarije.
Maar voordat we weggaan moeten we eerst de kamers bekijken, zegt hij. Zijn vrouw loopt mee en alle kamers (die inderdaad bijzonder en zeer creatief zijn) worden getoond: de ‘brandkamer’ (thema: oranje-rood), vlinderkamer, gouden kamer en babyblauwe kamer. Na onze “oh’s” en “ah’s” krijgen we nog een appel en water mee. De hartelijkheid is overweldigend.


De zon brandt op onze armen en benen. Een licht rijwindje maakt het dragelijk. we fietsen door arm Bulgarije. De kleine armetierige dorpjes met kapotte huizen, stoepen en straten.


We zien af en toe hele donkere mensen. Ze lijken zigeuners.
In bijna elke redelijke plaats in Bulgarije staan gokgelegenheden. Er zijn verscheidene ketens. Veel goeds zal het niet te brengen voor de gemiddelde Bulgaar, anders dan de hoop op rijkdom en een wat gemakkelijker leven.


achter die de vooral jongeren afhankelijk maken met ook kredietvoorzieningen
Het plaatsje Stamboliyski zou een bijzonder treinstation in petto voor ons hebben, maar in plaats daarvan vergapen we ons aan het prachtige park dat zeer goed wordt bezocht. En! De boel is nog niet kapot, gescheurd, overwoekerd, enz. Er heerst een heerlijke sfeer met spelende kinderen, recreërende ouders, chillende jongeren.
Op weg naar het centrum van Plovdiv- ja, wij hadden er ook nooit van gehoord voordat we ons oriënteerden op deze reis, maar het is de tweede stad van Bulgarije met zo’n 350.000 inwoners – fietsen we de stad binnen langs de ‘Bosbaan’, een roeibak van een paar km lang. Er zijn net wedstrijden ‘canoe-kayak’, een soort combi. De roeiers steunen op één knie, met de andere voet staan ze op de bodem van de boot. Ze knielen dus als het ware. Ze peddelen synchroon langszij.

We droppen onze spullen en fietsen in ons hotel en verkennen Plovdiv te voet. Plovdiv staat bol van de historie. De oude moskee roept op tot gebed, dat is de eerste keer dat we dat meemaken. We komen dichter bij Turkije.



Bulgaars eten? Heerlijk! Eigenlijk merken we niet veel verschil met Servisch of Turks eten, maar dat zeggen we niet tegen lokalo’s.
Plovdiv staat bekend om z’n geweldige fietspaden. Daar maken we goed gebruik van bij vertrek uit de stad. Zelfs zijn er stoplichten voor fietsers.
In Yagodovo is het tijd voor een kopje koffie. Bulgarije kent ontzettend veel koffieautomaten. Soms staan er binnen tien meter wel drie of vier.

Bij zo’n automaat staan we wat te klungelen. Een man helpt ons. Hij spreekt goed Engels. Het is Bulgaar met een Griekse moeder (of een Griek met een Bulgaarse vader). Hij gaat voor Griekenland, maar voor de studiekosten van z’n kinderen zit-ie toch liever in Bulgarije. Hij heeft een paar zaken in en om Plovdiv (het minieme koffie-/kebabshopje waar we hem treffen is nauwelijks ‘zaak’ te noemen). Hij is vriendelijk maar ook een beetje een treurwilg: hij wil naar Griekenland maar toch ook niet. Is hier tevreden maar toch ook niet. Klaagt over de corruptie maar die heb je overal. Enz. Hij schenkt ons de koffie, we bieden geld aan maar daar wil hij niets van weten en eindigt met Life is not about money. Met zoveel wijsheid trekken we weer verder.
De rit de volgende dag naar Haskovo gaat over prettig heuvelachtig landschap. Een klein beetje klimmen zo nu en dan maar daar kunnen onze benen inmiddels wel tegen. We verduren de dampen van veel oudere auto’s. Grofweg rijden hier veel auto’s rond van meer dan 15 a 20 jaar oud, afgedankt door het westen. Fijn dat ze hoe nog goed gebruikt worden. Duurzaam. Ze zullen de emissie-eisen alleen niet meer halen (zeker de diesels niet).
Naast voor de gesprekken, maken we in de restaurants veel gebruik van Google Translate. Daarmee richt je je telefoon op de tekst die dan meteen wordt vertaald. Zó handig!


In Stalevo – een onbeduidend, Bulgaars dorp – zitten we een bekertje koffie te drinken. Een oude vrouw loopt met haar dochter langs, wijst naar Nan’s telefoon. Nan zet te vertaling aan en begrijpt dat ze de telefoon graag zou willen hebben want die had ze nog niet. Eh.. nee. Daarop volgt een verzoek om geld. Nan geeft haar een briefje van 5 Lev (€ 2,50) die ze aanneemt en onverwacht spontaan begint te huilen van blijdschap. Goed besteed!


Haskovo is een redelijke stad. Maatje Hilversum om maar ‘s een willekeurige vergelijking te maken. We hebben een een eenvoudige kamer geboekt met uitzicht op – wederom – een prachtig nieuw park dat goed gebruikt wordt.

Als we de volgende dag een stuk buiten Haskovo koffie drinken, komt Godfried voorbij sjezen, een sportieve Oostenrijker. Hij ziet ons, knijpt in z’n remmen en komt even bij ons zitten om te babbelen. De afstanden die wij afleggen per dag zijn gênant vergeleken bij die van hem (150 km-plus). Hij permitteert zich geen hotels, hooguit een guesthouse, en moet over twee dagen (voor hem nog 330km) in Istanbul zijn. Hij lacht erom. Via Noord-Macedonië is hij naar Bulgarije gegaan en heeft eigenlijk één bericht: ga NIET naar Noord-Macedonië. Hij vond het daar afschuwelijk. De combinatie: communistisch(-achtig) en islamitisch is niet een goeie, zegt-ie. Ook verkeerstechnisch heeft hij eea meegemaakt met grote oude Mercedessen met getinte ramen (we kunnen ons er iets bij voorstellen). Op de vraag ‘hoe vind je het in Bulgarije’ antwoordt hij dan ook ‘veel beter dan in Noord-Macedonië’.

We eindigen de dag nèt voor de grens bij Matt, de Britse uitbater van camping ‘Sakar Hills’. Matt is een gezellige Brit. Benieuwd hoe een Brit het in z’n kop haalt een Bulgaarse camping te beginnen. Misschien komen we erachter.
Naast ons staat Dennis, een Franse 60-er met zijn zijspancombinatie. Hij komt net terug van een reis uit Iran en Turkije. Ex-fabrieksdirecteur, ex-hartpatiënt die wil reizen en een motorfiets te zwaar vindt dus koos voor een zijspan. Interessante mensen toch!


We gaan morgen naar Griekenland, én naar Turkije. We zijn er maar druk mee!
Tot zover Jan, nu klein stukje van Nan. Niet te geloven dat we al 8,5 week onderweg zijn. We zijn tot nu toe iedere dag op de fiets gestapt, op 3 x na omdat we ergens 2 nachten bleven. En iedere dag stappen swe met plezier weer op de fiets, waarna het entertainment voor die dag zich vanzelf aan ons aanbiedt, we hoeven nooit te denken ‘wat zullen we vandaag nou eens gaan doen’. Heerlijke vorm van dagbesteding!
De contacten met de mensen onderweg geven veel energie, een moment van verbinding. En wat kan je veel uitwisselen met een enkel woordje, gebaren en oogcontact.
Tot nu toe is alles zeer voorspoedig verlopen, geen ziekte of pijn (op allergische reactie op mijn benen na van een insect of plant), geen pech en geen ander ongemak.
Heel bijzonder en interessant om zo door al die landen en plaatsen te fietsen die je vroeger bij aardrijkskunde moest leren. Het is heerlijk weer, we hebben gezellige buren op de camping, Nederlanders, Zwitsers en Duitsers in een camper en een Fransman op motorfiets met zijspan in een tent, net als wij. We zijn de enige fietsers. Jan zet de tent nu op en als tegenprestatie heb ik koude biertjes voor hem gehaald in het dorpje. Zo zijn de rollen goed verdeeld. Tussen de middag hebben we heerlijk warm gegeten in een grotere plaats waar we doorheen kwamen, straks eten we hier naast onze tent brood met kaas, worst, tomaat en Nutella en yoghurt en een brownie toe. Fijne avond allemaal, liefs uit Bulgarije!


