1-4 juni 2023: Kruševac uit was een hele lange, geleidelijke klim. Niet onprettig, het alternatief is snel omhoog.
Het moment waarop we onze eerste koffie drinken varieert sterk. Soms al na een paar km. Nu was het na 20km, en wel in Zdravinje – niet de minste plaats. Floor checkt in het café met de nodige ‘mannetjes’ of ze koffie hebben. Dat hebben ze niet (wel bier voor de mannetjes natuurlijk). Kennelijk heeft Floor wat beteuterd gekeken, want als we bij het orthodoxe kerkje zitten te eten, komt de winkelier naar ons toe lopen met vier ijsjes in zijn hand. Is dat niet aardig!

Met de honden valt het over het algemeen mee tot nu toe. De Balkan staat bekend om z’n loslopende, agressieve honden, maar veruit de meeste staan achter een hek te blaffen en grommen. Één grotere komt op mijn bewegende benen af, maar simpelweg stoppen met fietsen en een afwerend gebaar maken is voldoende: je bent niet meer de prooi en ze schrikken zich te pletter. Hopen dat dat zo blijft.
We stijgen steeds sneller, niks geleidelijks meer. Onze conditie is veel beter geworden maar het blíjft een enorme inspanning om bovenaan een heuvel te komen.
What goes up, must go down zeggen de Engelsen, alleen dan jammer dat het in de bergen hier een grind-/modderpad is. Het begint met hobbel hobbel en het eindigt (weer) met een eigenlijk niet-fietsbaar modderpad.




Een slang schoot dwars over het fietspad. Ik denk dat het laatste stukje van zijn staart geplet is.


Het landschap is práchtig! Het weer begint inmiddels een patroon te vertonen: ‘s morgens betrokken, dan klaart het op en wordt het warm, en tegen het einde van de middag pakken onweerswolken zich samen die óf leiden tot regen, óf net niet. Voor ons valt het steeds ontzettend mee.




James eet nog een snelle hap met ons mee in Aleksinac en besluit dan verder te fietsen om ergens (gratis) te overnachten. We krijgen later een appje dat ie weer door een gezin was opgenomen. Het komt wel goed met die jongen.
Wij vinden een hostel in Aleksinac. Het is altijd spannend of er iemand genegen is ons binnen te laten. De deur wordt zowaar open gedaan als we aanbellen, en wel door Leo, gast in het hostel en een werkende Chinese nomade (working Nomad). Leo werkt al sinds de pandemie in 2020 overal in de wereld waar hij een visum kan krijgen. Hij werkt online en heeft slechts een keer per week een online overleg van een uur waar-ie dan vroeg voor moet opstaan vanwege het tijdsverschil met China. Hij is een metro engineer en maakt ontwerpen voor metrosystemen. Leo doet dus open, belt voor ons het dienstdoende staff member dat doodleuk zegt dat het hostel vol is (wat het niet is). Het is inmiddels donker en we gaan niet meer weg, besluiten we. Leo is een beetje met de situatie aan, maar we stellen hem gerust dat het onze verantwoordelijkheid is (hij zal onze eigenzinnigheid niet begrepen hebben). We gaan lekker douchen en rollen onze matjes uit in een van de zitkamers. Bankjes aan de kant, klaar!
Zo’n beetje nèt op het moment waarop we willen gaan slapen komt een groepje Servische mannen bier drinken op het balkon (via ‘onze’ kamer) en natuurlijk roken. Het zijn dakwerkers die een klus verder van huis doen en daarom in dat hostel slapen. We lullenbullen een beetje met ze, drinken een biertje mee. Leerzaam is dat ze ons – met zoveel woorden – vertellen dat ze als land stuck in the middle zijn: niet westers noch oosters. Dat vat het mooi samen.
Ze worden wat luidruchtiger naarmate het bier vloeit en nodigen ons uit om de bovenbedden van de stapelbedden te benutten als ze gaan slapen. Ze slapen zelf onderin. Floor en ik nemen de uitnodiging aan, Nan kiest wijselijk voor een matje in ‘onze’ kamer ernaast. ‘s Nachts is het een zaagfestival van jewelste. Ik kreeg te horen dat ik ook snurkte. Onzin natuurlijk!


Het staff member dat we ‘s morgens spreken (Daniella) als ze naar het hostel komt is allervriendelijkst en verontschuldigt zich voor de gang van zaken. We krijgen een kop Servische koffie (Turkse stijl met drab – wij noemen het gekookte koffie) als troost. We vergeven haar. De overnachting was uiteraard gratis.
We fietsen de volgende dag richting Niš. Het tempo zit er maar matig in, we vertrekken ook laat. Het is warm. Na (te) kort fietsen vinden we een fantastische restaurant waar we besluiten te lunchen. Een echte Servische maaltijd die nou ook niet echt bevorderend werkt voor de voortgang. Na de lunch fietsen we Simon, een echte Brit, tegen het lijf. Simon heeft zich aangeleerd om in een extreem laag verzet te fietsen en fietst rechtop zittend als een soort Duracell-konijn rond. Veel vaart maakt-ie niet. Ieder z’n stijl..
In Niš komen we – na door het leuke park gefietst te hebben, daar iets gedronken te hebben en in een ligstoel kortstondig in slaap te zijn gevallen – binnen door de ‘beroemde’ Istanbulpoort. Niš is een stad in het kruispunt van wegen naar Istanbul, Sofia, Griekenland.

In de stad is het een drukte van belang. Er worden evenementen voorbereid en er zijn veel mensen op straat. Het weer is zacht, er waait een zomers windje. Er heerst een gezellige, uitgelaten sfeer.




‘s Avonds als we in ons appartement zijn barst de onweersbui dan toch eindelijk los. Een gedeelte van de nacht regent het door.
De volgende dag twijfelen we: binnenblijven of maar gewoon op pad gaan? Het plenst immers nog. We hebben een appartement op een zolderkamer geboekt. Het tikken van de regen op dakramen is gezellig (Rob de Nijs wordt gememoreerd). Maar na het ontbijt klaart het opeens op. We besluiten dus maar gewoon te gaan.
Een snelle check van de route op de telefoon leert dat het een heuvelachtig dagje wordt. We moeten over een puistje van zo’n 400m. Het steilste stuk was 11%. Bovenaan 1) ben je blij dat het klimmen voorbij is, 2) ben je voldaan dat je het gehaald hebt, 3) heb je een prachtig uitzicht, 4) heb je de voorpret van de afdaling, en 5) heb je honger.
Na de lunch gaan we als een raket naar beneden (Nan en ik hebben onze remblokjes vóór al vervangen, achter doen we in Sofia want in Nis hadden ze onze remblokjes niet).

In no time zijn we in Bela Palanka. Bij het hotel staat, als we onze fietsen achter het hek parkeren, een Duitse (conventionele) reisfiets. Een kwartiertje later lopen we de berijder tegen het lijf: een 77-jarige (!) man die fietst van Hamburg naar Sofia. Hij had ook naar Istanbul gewild maar zegt: jetzt reicht es. Es wird zu schwer. Dat mag als je 77 bent.
‘s Avonds eten we echt Servisch. Het kost allemaal een drol. Veel vlees, en ook vlees.
We worden in een klein, knus kamertje gestopt. Het hele restaurant is nog leeg? Maar later nam de clientèle flink toe. Ze weten wel hoe ze een feestje vieren.
Bela Palanka weer uit fietsen de volgende ochtend valt niet mee. Er staat ons een hobbel van zo’n 450m stijgen te wachten, het begint meteen al met 10% stijgen. Zo direct na je ontbijt valt dat niet mee, maar we komen boven. Dat geldt ook voor Frieder, hij fietst met ons mee. We hebben de 24-jarige James ingeruild voor een 77-jarige. Maar Frieder staat z’n mannetje en ploegt met ons samen naar boven. Chapeau!
We high-fiven op de top en kijken naar de nieuwe gasleiding tussen Bulgarije en Servië die door de bossen wordt aangelegd.



Daarna volgen leuke dorpjes met mild weer.

In de loop van de middag neemt de bewolking toe om te eindigen in een ware wolkbreuk.


We zitten op zo’n 5km voor de Bulgaarse grens. Morgen gaan we ons zevende land te lijf. Gaan we die echte Bulgaarse yoghurt ‘s proberen!




