28 – 31 mei 2023: Zorana, de uitbaatster van ons guesthouse gisteren – ze is begin 30, schatten we – lichtte eea toe over de demonstraties die hier waren, 27 en 28 mei. Ze had er zelf eerder aan deelgenomen en was er via de sociale media tussenuit gevist als sympathisant waardoor ze werd dwarsgezeten door de autoriteiten. Ze fulmineerde oa over de ongelooflijke corruptie in Servië die ze aan den lijve meemaakte. In breder verband hekelde ze de Servische politiek die er onder andere voor zorgt dat er zoveel jonge, veelbelovende mensen wegtrekken hier uit Servië. Een bepaalde moedeloosheid straalde ze uit. De grote protesten die hier waren zouden niet breed in de media komen, was haar inschatting, daar is teveel controle op door de Servische overheid. Ze heeft gelijk gekregen.
Met een extra vrouw versterking vertrekken we van ons guesthouse naar het centrum van Belgrado. We hebben weinig vertrouwen in het weer, maar het valt alleszins mee. De Istanbulpoort in het Kalemegdanfort is de eerste attractie na een veel te lange koffie in het centrum. We hebben nu een fotograaf erbij, maar ook een foto-object extra..
Nan wordt aangeklampt door een, aanvankelijk overgeïnteresseerde, Belgradoër die haar (Nan) zegt dat dit soort fietsreizen helaas voor hem niet meer zijn weggelegd vanwege zijn leeftijd. Hij blijkt 58 te zijn. Daarna volgt een onsamenhangend gekwetter over Plato, Alexander de Grote, eindigend bij president Vucic waar-ie fan van is. Het kan verkeren. We vinden het inmiddels méér dan genoeg en ronden het gesprek vriendelijk maar kordaat af.
Een aantal km verderop staat voor de Sint Sava-kathedraal, de grootste orthodoxe kerk ever, een enorme rij. Te groot om met onze fietshongerige benen in te gaan staan. Een Oostenrijks stel (denken we alle drie) vraagt ons een foto van hen te nemen. Ze fietsen elk jaar een week de Donau af en laten steeds hun fietsen bij de vorige eindbestemming staan. Zo kan het ook. Het bleken overigens vader en zoon te zijn.
Geleidelijk klimmen we Belgrado uit naar de piek Avala waar de televisietoren op staat. Daarna volgen vele niet zo geleidelijke klimmetjes. In het dorpje Zaklopaca staan fruitverkopers hun waar (voornamelijk kersen en aardbeien) te verkopen. Eenvoudige mensen in een eenvoudig dorpje.

Het is een prachtig heuvellandschap met af en toe een boerderijtje tussen de fruitbomen, riviertjes en bossen. Helaas ook hier en daar ongelooflijke bende door spontane vuilnishopen.

Het is even zoeken na twee succesvolle boekingen via Booking.com die vervolgens om uiteenlopende redenen (Oh no sorry, it is not open of wateroverlast door hoge Donau) toch niet succesvol blijken, maar dan eindigt de dag in een prachtig hostel met uitzicht over de Donau. Wat wil de fietsende mens nog meer!

Het is elke dag een beetje gèk weer. Overwegend goed, de temperatuur oplopend naar warm (25° plus), maar drukkend, gevolgd door dreigend onweer en dan net wel of niet dat zomerbuitje. Het levert wel mooie wolkenluchten op.


In Smederevo loopt er door het eeuwenoude fort dat we bezoeken een man die net klaar is met z’n rondjes hardlopen in het fort (zo groot is het namelijk). Hij vraagt waar we vandaan komen. Van het een komt het ander en hij blijkt profvoetballer in Servië te zijn. Wij denken W te A, die veel weet van voetbal, blij te maken met deze foto maar een serieuze background check levert enigszins teleurstellende informatie op.





Floor heeft wat gedoe met haar derailleur. Ons reisboek over de Sultan’s Trail vermeldt een beroemde fietsenmakerd in het centrum. Het precieze adres hebben we van de profvoetballer gekregen (netwerken he?). Het fietsenmakertje fixt Floors derailleur, gaat zonder veel tegenzin op de foto en toont achter z’n werkplaats ons nog wat exotische fietsen die hij vroeger zelf gemaakt heeft.



We fietsen door fruitgebied en plukken een kersenboom aan de rand redelijk kaal (overhangende takken en overrijpe kersen hoor). De rit naar Smederevska Palanka gaat door heuvels die we soms met argusogen tegemoet zien (tussen de 5 en 8%) maar niet al te hoog zijn. Wèl flink blazen voordat we boven zijn.
Het appartement in Smederevska Palanka heeft een telefoonnummer op de gevel zodat we eerst kunnen bellen of-ie überhaupt open is voordat we boeken. De man die we bellen herkent zijn eigen appartement niet (zoveel had hij er), maar bevestigt later dat het inderdaad van hem is (een geruststellende my friend hier en daar tijdens het telefoongesprek helpt heel erg).
In ons reisboekje wordt café Amsterdam hier in Smederevo genoemd: een café gewijd aan de hoofdstad met wat schilderijen en prullaria. Waarom in hemelsnaam Amsterdam? We zijn er niet achter gekomen.
De rit tussen Smederevo en onze volgende pleisterplaats Jagodina is voor een groot deel vlak. Ook wel weer ‘s lekker. Net voorbij Velika Plana staan we uit te puffen voor een huis. Een oudere dame ziet ons en vraagt ons binnen om iets te drinken.
Ze had in Zwitserland gewoond, maar was er uitgemikt in de 90-er jaren omdat ze Servisch waren. Ze spreekt redelijk Duits. Haar man voegt zich later bij ons. Ze maakt nog even van de gelegenheid gebruik ach en wee te spreken over de Kosovaren. Volgens haar is Kosovo al járen een deel van Servië. De Albanezen krijgen gewoon veel te veel kinderen, waardoor ze meer invloed hebben gekregen. We knikken..
We hebben, voordat we in Jagodina zijn, nog een bobbeltje te beslechten. Daarna volgt de geleidelijke afdaling Jagodina met prachtige luchtpartijen.

We zijn er nog niet met iemand over begonnen en gaan dat mogelijk ook niet meer doen, maar Servië is wat sentiment betreft verdeeld over Rusland en Europa (waarschijnlijk: oud en jong, respectievelijk). Zie op onderstaande foto de grote afbeeldingen boven de kiosk: eentje van Poetin en eentje van Nicholaas II, voormalig keizer van Rusland. De afbeeldingen zouden bij ons op deze manier ondenkbaar zijn.
Het regent ‘s morgens vroeg, maar kort voordat we vertrekken stopt het. Kijk, zo kan het ook. Als we Jagodina uitrijden spreken we James, een Ierse jongeman die al een tijdje rond fietst. Hij voegt zich later bij ons om een stukje mee te fietsen.
In Rasevica vinden we een plek om koffie te drinken. Er is geen warme (gewone) koffie maar wel blikjes ijskoffie. Die dan maar. Er is slechts één bank en daar zit een man ons te bestuderen. Bij gebrek aan een zitplaats gaan we maar bij hem zitten. Hij heeft al wat biertjes op, blijkt. Hij besluit zich onze ‘oom’ te noemen en vindt het leuk om nog een rondje ijskoffie te bestellen (we proberen het te voorkomen maar hij stond erop).
Een oud Servisch jachtvliegtuig in de tuin van een school trekt onze aandacht. Nog meer aandacht trekken wij van een stel uitzinnige scholieren die vandaag toevallig hun laatste schooldag vieren. Ze zijn geslaagd. De school bestreek de periode van hun 7e t/m hun 15e jaar. Een meisje spreekt veruit het beste Engels en vertaalt. De jongens roepen maar wat en maken slappe grappen.
Echt Engels spreken leren ze niet op school. Daar wordt aandacht besteed aan grammatica en regeltjes. Spreken leren ze van internet en films kijken.
We krijgen de gelegenheid om even de school vanbinnen te kijken. Het komt allemaal erg ouderwets over, met schoolbankjes, zwart schoolbord, vaste klassen voor vaste vakken (Servisch, Engels, Frans, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, schei- en natuurkunde). Geen ingewikkelde onderwijsvernieuwingen; misschien maar beter ook.




Tijdens de lunch krijgen we een fles water. De vrouw gaf Nan spontaan een zoen, mogelijk bij wijze van mededogen voor de erbarmelijke fietsreis.
Het is een rustige fietsdag. We fietsen langs de Moravarivier door een dal. Veel fruitbomen en leuke dorpjes met huizen die variëren van totaal vervallen ruïnes tot moderne, grote huizen met verchroomde hekken en pastelkleurige muren.
In Jasika stoppen we voor een ijsje. We worden belaagd door oude, dronken ‘mannetjes’. Dat is toch wel een beetje het beeld dat we hebben: gepensioneerde mannen die hun verveling lijken weg te drinken. De vrouw van de winkel maakt als troost een kopje koffie voor ons.





In Krusevac aangekomen gaat het regenen maar het is ook mooi geweest. James blijft bij ons overnachten, besluit-ie. Hij kampeert normaal wild en heeft in zijn, tot nu toe, twee maanden lange reis nog niet betaald voor enige overnachting. Vannacht dus ook niet. Ménage á quatre.








































































































































