Maandelijks archief: mei 2023

Profvoetballer?, mannetjes en ménage à quatre

28 – 31 mei 2023: Zorana, de uitbaatster van ons guesthouse gisteren – ze is begin 30, schatten we – lichtte eea toe over de demonstraties die hier waren, 27 en 28 mei. Ze had er zelf eerder aan deelgenomen en was er via de sociale media tussenuit gevist als sympathisant waardoor ze werd dwarsgezeten door de autoriteiten. Ze fulmineerde oa over de ongelooflijke corruptie in Servië die ze aan den lijve meemaakte. In breder verband hekelde ze de Servische politiek die er onder andere voor zorgt dat er zoveel jonge, veelbelovende mensen wegtrekken hier uit Servië. Een bepaalde moedeloosheid straalde ze uit. De grote protesten die hier waren zouden niet breed in de media komen, was haar inschatting, daar is teveel controle op door de Servische overheid. Ze heeft gelijk gekregen.

Met een extra vrouw versterking vertrekken we van ons guesthouse naar het centrum van Belgrado. We hebben weinig vertrouwen in het weer, maar het valt alleszins mee. De Istanbulpoort in het Kalemegdanfort is de eerste attractie na een veel te lange koffie in het centrum. We hebben nu een fotograaf erbij, maar ook een foto-object extra..

Stambolpoort van Kalemegdan in Belgrado

Nan wordt aangeklampt door een, aanvankelijk overgeïnteresseerde, Belgradoër die haar (Nan) zegt dat dit soort fietsreizen helaas voor hem niet meer zijn weggelegd vanwege zijn leeftijd. Hij blijkt 58 te zijn. Daarna volgt een onsamenhangend gekwetter over Plato, Alexander de Grote, eindigend bij president Vucic waar-ie fan van is. Het kan verkeren. We vinden het inmiddels méér dan genoeg en ronden het gesprek vriendelijk maar kordaat af.

Een aantal km verderop staat voor de Sint Sava-kathedraal, de grootste orthodoxe kerk ever, een enorme rij. Te groot om met onze fietshongerige benen in te gaan staan. Een Oostenrijks stel (denken we alle drie) vraagt ons een foto van hen te nemen. Ze fietsen elk jaar een week de Donau af en laten steeds hun fietsen bij de vorige eindbestemming staan. Zo kan het ook. Het bleken overigens vader en zoon te zijn.

De duimopstekende jongeman op de voorgrond zit niet in het complot

Geleidelijk klimmen we Belgrado uit naar de piek Avala waar de televisietoren op staat. Daarna volgen vele niet zo geleidelijke klimmetjes. In het dorpje Zaklopaca staan fruitverkopers hun waar (voornamelijk kersen en aardbeien) te verkopen. Eenvoudige mensen in een eenvoudig dorpje.

Dit soort tafereeltjes kom je tegen op het platteland van Servië. De dame met het lichtblauwe shirt in de kar zat later intensief te bellen met haar mobieltje dus de moderniteit is ook hier doorgedrongen

Het is een prachtig heuvellandschap met af en toe een boerderijtje tussen de fruitbomen, riviertjes en bossen. Helaas ook hier en daar ongelooflijke bende door spontane vuilnishopen.

Middenin het bos wordt zomaar afval geflikkerd. Dit zie je regelmatig in de Balkan. Húp, probleem opgelost!

Het is even zoeken na twee succesvolle boekingen via Booking.com die vervolgens om uiteenlopende redenen (Oh no sorry, it is not open of wateroverlast door hoge Donau) toch niet succesvol blijken, maar dan eindigt de dag in een prachtig hostel met uitzicht over de Donau. Wat wil de fietsende mens nog meer!

Het hostel werd gerund door de ouders van Zorana, de uitbaatster van het hostel net voor Belgrado. It runs in the family

Het is elke dag een beetje gèk weer. Overwegend goed, de temperatuur oplopend naar warm (25° plus), maar drukkend, gevolgd door dreigend onweer en dan net wel of niet dat zomerbuitje. Het levert wel mooie wolkenluchten op.

In Smederevo loopt er door het eeuwenoude fort dat we bezoeken een man die net klaar is met z’n rondjes hardlopen in het fort (zo groot is het namelijk). Hij vraagt waar we vandaan komen. Van het een komt het ander en hij blijkt profvoetballer in Servië te zijn. Wij denken W te A, die veel weet van voetbal, blij te maken met deze foto maar een serieuze background check levert enigszins teleurstellende informatie op.

Hij had, bleek, in het jeugdelftal van Servië gespeeld te hebben vroeger. Nu is ie 34. Heeft ie toch even zijn mediamomentje gehad in z’n nadagen als profvoetballer van een betrekkelijk onbeduidend Servisch clubje

Floor heeft wat gedoe met haar derailleur. Ons reisboek over de Sultan’s Trail vermeldt een beroemde fietsenmakerd in het centrum. Het precieze adres hebben we van de profvoetballer gekregen (netwerken he?). Het fietsenmakertje fixt Floors derailleur, gaat zonder veel tegenzin op de foto en toont achter z’n werkplaats ons nog wat exotische fietsen die hij vroeger zelf gemaakt heeft.

We fietsen door fruitgebied en plukken een kersenboom aan de rand redelijk kaal (overhangende takken en overrijpe kersen hoor). De rit naar Smederevska Palanka gaat door heuvels die we soms met argusogen tegemoet zien (tussen de 5 en 8%) maar niet al te hoog zijn. Wèl flink blazen voordat we boven zijn.

Lunch tussen de fruitbomen

Het appartement in Smederevska Palanka heeft een telefoonnummer op de gevel zodat we eerst kunnen bellen of-ie überhaupt open is voordat we boeken. De man die we bellen herkent zijn eigen appartement niet (zoveel had hij er), maar bevestigt later dat het inderdaad van hem is (een geruststellende my friend hier en daar tijdens het telefoongesprek helpt heel erg).

In ons reisboekje wordt café Amsterdam hier in Smederevo genoemd: een café gewijd aan de hoofdstad met wat schilderijen en prullaria. Waarom in hemelsnaam Amsterdam? We zijn er niet achter gekomen.

Café Amsterdam in Smederevo

De rit tussen Smederevo en onze volgende pleisterplaats Jagodina is voor een groot deel vlak. Ook wel weer ‘s lekker. Net voorbij Velika Plana staan we uit te puffen voor een huis. Een oudere dame ziet ons en vraagt ons binnen om iets te drinken.

Later kwam haar man er ook bij zitten

Ze had in Zwitserland gewoond, maar was er uitgemikt in de 90-er jaren omdat ze Servisch waren. Ze spreekt redelijk Duits. Haar man voegt zich later bij ons. Ze maakt nog even van de gelegenheid gebruik ach en wee te spreken over de Kosovaren. Volgens haar is Kosovo al járen een deel van Servië. De Albanezen krijgen gewoon veel te veel kinderen, waardoor ze meer invloed hebben gekregen. We knikken..

We hebben, voordat we in Jagodina zijn, nog een bobbeltje te beslechten. Daarna volgt de geleidelijke afdaling Jagodina met prachtige luchtpartijen.

Links beneden ligt Jagodina waar we overnachten

We zijn er nog niet met iemand over begonnen en gaan dat mogelijk ook niet meer doen, maar Servië is wat sentiment betreft verdeeld over Rusland en Europa (waarschijnlijk: oud en jong, respectievelijk). Zie op onderstaande foto de grote afbeeldingen boven de kiosk: eentje van Poetin en eentje van Nicholaas II, voormalig keizer van Rusland. De afbeeldingen zouden bij ons op deze manier ondenkbaar zijn.

Het lichtroze appartement boven de blauwe auto (1e verdieping) wordt door ons bevolkt
Ook duidelijk

Het regent ‘s morgens vroeg, maar kort voordat we vertrekken stopt het. Kijk, zo kan het ook. Als we Jagodina uitrijden spreken we James, een Ierse jongeman die al een tijdje rond fietst. Hij voegt zich later bij ons om een stukje mee te fietsen.

James, onze gastfietser

In Rasevica vinden we een plek om koffie te drinken. Er is geen warme (gewone) koffie maar wel blikjes ijskoffie. Die dan maar. Er is slechts één bank en daar zit een man ons te bestuderen. Bij gebrek aan een zitplaats gaan we maar bij hem zitten. Hij heeft al wat biertjes op, blijkt. Hij besluit zich onze ‘oom’ te noemen en vindt het leuk om nog een rondje ijskoffie te bestellen (we proberen het te voorkomen maar hij stond erop).

Hij vertelt dat ie Mickey heet, vernoemd naar een of andere muis

Een oud Servisch jachtvliegtuig in de tuin van een school trekt onze aandacht. Nog meer aandacht trekken wij van een stel uitzinnige scholieren die vandaag toevallig hun laatste schooldag vieren. Ze zijn geslaagd. De school bestreek de periode van hun 7e t/m hun 15e jaar. Een meisje spreekt veruit het beste Engels en vertaalt. De jongens roepen maar wat en maken slappe grappen.

Echt Engels spreken leren ze niet op school. Daar wordt aandacht besteed aan grammatica en regeltjes. Spreken leren ze van internet en films kijken.

We krijgen de gelegenheid om even de school vanbinnen te kijken. Het komt allemaal erg ouderwets over, met schoolbankjes, zwart schoolbord, vaste klassen voor vaste vakken (Servisch, Engels, Frans, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, schei- en natuurkunde). Geen ingewikkelde onderwijsvernieuwingen; misschien maar beter ook.

Tijdens de lunch krijgen we een fles water. De vrouw gaf Nan spontaan een zoen, mogelijk bij wijze van mededogen voor de erbarmelijke fietsreis.

Nan kreeg een fles water en een hartelijke klapzoen

Het is een rustige fietsdag. We fietsen langs de Moravarivier door een dal. Veel fruitbomen en leuke dorpjes met huizen die variëren van totaal vervallen ruïnes tot moderne, grote huizen met verchroomde hekken en pastelkleurige muren.

In Jasika stoppen we voor een ijsje. We worden belaagd door oude, dronken ‘mannetjes’. Dat is toch wel een beetje het beeld dat we hebben: gepensioneerde mannen die hun verveling lijken weg te drinken. De vrouw van de winkel maakt als troost een kopje koffie voor ons.

James fietste nog lekker mee met ons

In Krusevac aangekomen gaat het regenen maar het is ook mooi geweest. James blijft bij ons overnachten, besluit-ie. Hij kampeert normaal wild en heeft in zijn, tot nu toe, twee maanden lange reis nog niet betaald voor enige overnachting. Vannacht dus ook niet. Ménage á quatre.

Visje, wollen sokken en bezoek!

24 – 27 mei 2023: ‘s Avonds gingen er maar ‘s een visje halen in het ‘restaurant’. Er zaten nog wat gasten binnen in plaats van op het terras onder de overkapping. Raar, met dat mooie weer..

We krijgen de ‘menukaart’ mondeling medegedeeld: vis! Nou, doe maar vis. Stephen – zo laat ie zich door ons noemen – is lang weg in de keuken. Inmiddels begint het aantal muggen toe te nemen. Tegen de tijd dat we de (vis-)maaltijd opgediend krijgen, is het om de hap drie klappen op been, wang of arm. Nu snappen we waarom de andere gasten binnen zitten, terwijl het buiten zulk heerlijk weer is.

Gefrituurde vis, koude aardappelen en rauwe uienringen. Niet van dat complexe. Het is karper en errug lekker

We hadden ze overdag niet gezien, maar ‘s avonds blaften de enorme honden die in hokken zitten. Lelijke, slecht verzorgde honden. De teefjes met grote grijze tepels als everzwijnen.

Het gebied hier heet Vojvodina en staat bekend om z’n (etnisch) gemengde karakter. Hongaren, Serven, Kroaten, Duitsers en Roemenen hebben in deze streek lang in grote harmonie samengeleefd. Het is hier dan ook liberaler dan in de rest van Servië, hoewel de saamhorigheid hier in 1995 ook een dreun kreeg. De plaatsnaamborden zijn er nog steeds in de drie talen (Servisch (cyrillisch), Kroatisch en Hongaars).

In Bac vinden we een waterpomp. Een man pompt zijn grote plastic flessen vol. We vragen of het drinkbaar is. Hij pakt de grote fles, houdt ‘m bij Nans neus en knijpt er een paar keer in zodat ze de lucht die eruit komt kan ruiken. De man zegt dat het gas dat er in zit wat moet verdampen maar dat het daarna prima drinkbaar is. Ik vind het een putlucht hebben. We besluiten het water eerst te filteren (we hebben een klein waterfilter mee). So far so good!

Wat nostalgisch hè? Zo’n waterpomp. Maar als er een putlucht vanaf komt, toch iets minder nostalgisch

Het weer laat wat wisselingen zien. Aan de horizon doemen grijze luchten op, maar die trekken op miraculeuze wijze rakelings langs ons heen.

In Servië zijn de accommodaties spotgoedkoop. Toen we aankwamen in Sombor hebben we ons laten piepelen met een hotelkamer voor 40 euro. We hadden toen nog geen internet. Inmiddels boeken we hele huizen voor iets meer dan 20 euro.

Onderweg stuiten we op een kraampje met aardbeien en – jawel – zelfgebreide wollen sokken. Geweldige combinatie! Nan praat even met de verkoopster (Milena) die Duits had geleerd op school vroeger in Kroatië.

De aardbeien waren heerlijk. De wollen sokken hebben we niet geprobeerd

Ons huis in Bac Palanka is geweldig. Als we aan komen rijden, denken we: hmmmjaa.. Maar eenmaal binnen blijkt het een oase. Achter een gruzelige stalen deur verschijnt een binnentuin met groenten, fruitboompjes en kipjes. Het huis is heel eenvoudig, bijzonder huiselijk ingericht met meubilair uit de jaren 50. De boventoon wordt gevoerd door het grote aantal geborduurde tafereeltjes aan de muren. We hoeven het thuis niet te hebben, maar de oubolligheid doet knus aan.

‘s Morgens fietsen we de Duitse Melissa tegen het tanige lijf. Ze fietst vier weken rond, kampeert niet maar heeft indrukwekkend weinig bagage mee.

We maken ons geen illusies over onze eigen bagage, maar 5 kg zoals de Duitse Melissa mee heeft? Ze had ‘alles’ bij zich, zei ze

De pontjes over de Donau nemen langzaam af, zowel in aantal als kwaliteit.

De mobiele ontvangst (4G) is opvallend goed in Servië. Tenminste, in het stuk waar wij doorheen fietsen. Ook elektronisch (en contactloos) betalen gaat in heel veel, eigenlijk alle winkeltjes.

Het laatste stuk naar Novi Sad (vanaf pakweg Rakovaç) was een nachtmerrie. Druk (stinkend) verkeer, smalle rijstroken en aan de zijkanten opgestroopt asfalt wat ervoor zorgt dat je steeds in de rijrichting over een richel heen moet.

Novi Sad is de regiohoofdstad van Vojvodina en heeft een bijzonder gezellig centrum. Buiten de steden is Servië in dit gedeelte erg verouderd. Veel vervallen huizen en panden, kapotte straten, verroeste lantaarnpalen, afval op straat, enz. De grotere steden zien er aanmerkelijk beter uit. Nou, Novi Sad dus ook.

Lopend door Novi Sad zien we veel jongeren, maar Servië is wel een van de snelst vergrijzende landen in de wereld. Jongeren, vooral hoog opgeleiden, verlaten het land om hun geluk ergens anders te beproeven.

Het water in de Donau staat nog steeds schrikbarend hoog.

De parasollen van het strandje staan onder water

De klim Novi Sad uit is lang en ook weer vervelend omdat we de weg delen met auto- en vrachtverkeer. Niet retesteil (5%), maar wel 5km lang. Op de top wordt je overweldigd door de ‘glimmende’ orthodoxe kerk. De koperen daken blinken in de zon. Of het groene, glanzende metaal door koperoxide is gekomen,

De heilige kerk van Maria Magdalena op de top is dan de ‘beloning’

We stonden even te schuilen voor een zomerbui (niets ernstigs) bij een koelhuis voor fruit. Een jongeman zegt ons gedag en gaat weer naar binnen. Nan zegt nog: ‘Het zou leuk zijn als-ie ons een paar appeltjes aanbiedt’, en nog geen 5 minuten later: jawel hoor, een zakje Granny Smiths. Een paar kilo.. Het zijn heerlijke appels hoor, maar ze moeten ook mee de berg op. Ondankbaar volk zijn we toch.

Het koelhuis. De appelman zwaait nog vriendelijk

In Servië worden de overlijdensadvertenties opgehangen op publieke plekken, zoals in bushokjes. Eigenlijk wel een goed idee, het versterkt het gemeenschapsgevoel.

Er zit weinig variatie in vormgeving van de berichten

Opvallend is dat we elke ochtend zin hebben om op pad te gaan, tenzij het plenst. Vandaag gaan we op weg naar Belgrado waar Floor, een vriendin van ons, zich bij ons voegt voor twee weken tot aan Sofia in Bulgarije. Vandaag, 27 mei, is óók de dag van de protesten in Belgrado tegen de regering Vucic. We gaan er een beetje omheen maar.

We vallen, op weg naar Belgrado, weer met onze neus in de boter, of beter gezegd: modder. Gelukkig niet al te lang. Na twee km ploeteren, poeren met stokje en weer verder ploeteren, komt er een mannetje naar ons toe die – in goed Servisch – ons vertelt: ga niet die kant op, ga terug, het is niet te doen (deze vrije interpretatie zal er niet ver naast zitten)!

Matige fietspaden. We hebben maar een alternatief bedacht

Wij dus terug. Onderweg aangesproken door een stel dat ons het recept voor rakija- de lokale drank – aan de hand doet. Altijd handig!

Ze plukken vruchten die ze verwerken in hun ‘schnapps’

Net voor Belgrado vinden we een bankje. Weliswaar op een kerkhof, maar het ís een bankje. We eten ons bammetje op het bankje, tussen de grote, pompeuze graven. Één valt op:

De vrouw is overleden in 2017. Hij heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt zichzelf ook maar meteen op de steen te laten graveren, de datum komt tzt wel.

Als we in Belgrado aankomen, rommelt het in de lucht. Onweer?

Vanaf nu zullen de Serven zich afvragen hoe dit zit, met die man en die twee vrouwen

Morgen gedrieën op pad. Sofia, here we come!

Mooi weer, hertje overreden? en misschien vis!

20 – 23 mei 2023: We krijgen regelmatig te horen dat we zo snel gaan, maar hebben het idee dat we alle tijd hebben en nemen. ‘s Morgens rustig opstarten. Regelmatig pauzeren om iets te snaaien, koffie te drinken. Plekken die genoemd worden in ons boekje te bekijken. Het reizen en steeds weer van omgeving veranderen is het leukste element. Gelukkig maar..

We vertrekken wederom met heel mooi weer, nauwelijks een wolkje, nagenoeg geen wind. Het condens op de tent is snel verdwenen. Heerlijk om met mooi, droog weer de spullen op te bergen.

In Simontornya is er een oploop. We nemen poolshoogte, maar krijgen geen hoogte. Nan vraagt iets aan een dame. Ze zegt: “castle” en wijst naar de ruïne. Vervolgens zegt ze “day”. We concluderen dat het vandaag kastelendag moet zijn. De lokale amateurvereniging staat letterlijk in het zonnetje en geeft, gehuld in middeleeuwse dracht, een voorstelling. Het is een drukte van belang.

Het is een dag om heerlijk te toeren. Zonovergoten, licht briesje, leuk landschap.

In Sárszentlörinc denken we een supermarktje te bezoeken. We komen aanrijden, ons hardop afvragend “is ie open?”. Een vrouw die op het stoepje zit zegt in het Nederlands “Nee, is niet open”. We stoppen verbaasd en ze vertelt dat alles dicht is vanwege het “apenpokkenviroes”. Hmm.. We proberen haar te peilen en een gesprek te beginnen, en al gauw zegt ze: “Alles dicht. Nederlanders hè? Rot maar op!”, terwijl ze naar beneden kijkt en een wegwuifgebaar maakt. “Rij maar door, rot maar op!” zegt ze nog een keer. We knipperen met onze ogen, en laten indalen wat ze net zei. Nan vraagt “Woon je hier?”. Ze antwoordt “Waarom allemaal vragen? Zoveel vragen?”. Daarna volgt er nog een “kutnederlanders” en dan stappen we maar weer ‘s op. Geen zinnig woord uit te krijgen. Ze is mager, heeft een doorrookt gebit, spreekt goed Nederlands maar wel met een accent. Een Hongaarse die lang in NL gewoond heeft en, misschien gedesillusioneerd, weer teruggekeerd? Teleurgesteld? Uitgezet? Gefrustreerd? Psychiatrisch? Misschien allemaal. Het is in ieder geval een surrealistische ervaring, om in zo’n klein dorpje een Nederlands-sprekende tegen het lijf te lopen die je dan ook nog uitkaffert.

We gaan op zoek naar een onderkomen. Geen campings in de buurt. We stoppen bij een huis met een bord in de tuin: ‘Panzio’. Laat dat nou pension betekenen. We lopen de tuin in. Er is een man met een tractor bezig de waterput te vullen (blijkt later). We proberen wat te communiceren, maar het wordt niks. De app moet eraan te pas komen. Ik vraag de man langzaam te spreken, overhandig hem de telefoon. Hij spreekt in de telefoon maar kijkt niet naar de Hongaarse tekst die verschijnt in het scherm als ie spreekt. Hij blijft ons aankijken. Kan ie wel lezen? De app vertaalt het braaf. En zowaar kunnen we wat communiceren. De man spreekt lispelend, want mist grote delen van zijn gebit. Hij blijkt de waterbevoorrader te zijn voor de ‘disco’ en de ‘stieren’. Waarschijnlijk is door zijn uitspraak eea lost in translation.

We rijden tegen een geweldige tent aan: een gezellig terras bij een restaurant (we hebben al een paar dagen niet meer ‘gewoon’ gegeten) en een bijbehorend hotel. Heerlijk! Warm bordje eten (met een biertje erbij), ‘s avonds.

Bij het hotel hebben we ook weer ‘s een ontbijt.

Niet alleen maar dit hoor, maar wat is dat lekker! Pittige Hongaarse worst, ei, stukje spek voor de vitamientjes en gekruide Kaiserbrötchen

We nemen ons de volgende dag voor om er een half dagje van te maken. Een kleine 50km verder is een camping. Eitje!

In Szekszárd lopen we Sven-Olov tegen het lijf, een Noorse pensionado. Hij fietst naar Antalya. Op z’n fietsframe zit een sticker ‘Nordkapp’ maar hij geeft eerlijk toe dat ie pas in Denemarken is begonnen met fietsen.

Hij had z’n achterwiel laten vervangen. Die kon het gewicht op de vaak slechte wegen niet meer aan. Meteen maar een wiel met meer spaken (z’n oude achterwiel had evenveel spaken als z’n voorwiel)

Het is weer heerlijk rustig zomerweer. We peddelen Szekszárd uit, rijden door een klein industrieterreintje en dan begint de ellende: we komen op een modderig pad. Zó modderig, dat de wielen vastlopen. De modder plakt vast en hoopt zich op tussen de banden en spatborden. Met een stokje poeren we de kluiten eruit. Een paar tientallen meters verder herhaalt dat zich. We schieten niet op. Waar het kan fietsen we, door schade en schande wijzer geworden, door het hoge gras dat wél soms onder water blijkt te staan.

En soms gaat het ook gewoon niet. Dan zit er zoveel prut aan de wielen, dat ze niet meer draaien. Met een stokje poeren is de enige mogelijkheid.

We schrikken ons te pletter als we, de berm doorploeterend, opeens een schriel piepgeluid horen uit de berm. Wat is dat? Oh nee, we hebben toch geen schuilend dier overreden? We kijken nog ‘s goed en daar staat een heel jong reetje in het hoge gras, piepend om z’n moeder. Het maakt het geluid van een badeendje waar je in knijpt. Het is een aandoenlijk gezicht en gehoor. Het jonge reetje laat zich zelfs over z’n koppie aaien, zo bleu en argeloos.

Later horen we het geroep van de moeder

Over het stuk van 2,5km doen we 5 kwartier. Het schiet niet op! En als we door het ellendige stuk zijn, lopen de fietsen aan alle kanten aan. De modderstukjes vliegen ons om de oren door de middelpuntvliedende kracht naarmate we sneller fietsen.

In Öcsény zitten we een ijsje te eten bij wijze van moddertroost. Twee jongemannen komen aan het tafeltje naast ons zitten. Ze praten Arabisch. We vragen wat ze spreken en ze bevestigen dat het Arabisch is en vertellen dat ze Marokkaans zijn. Het zijn piloten die een instructeurscursus krijgen. In Hongarije, want dat was de goedkoopste optie. Wat een wereld hè?

Iets buiten Öcsény is een carwash en Nan komt op het lumineuze idee de fietsen af te spuiten. Dat helpt! Fietsgoeroe’s zullen zeggen dat dat allemaal niet kan omdat je vuil in de lagers spuit, maar de wens om de prut eruit te spuiten is groter.

In Bata blijkt er (op zondag) een tentje open te zijn. We kiezen uit de rijk gevulde koelkast bijna willekeurig twee vrolijk gekleurde flesjes. Nan blijkt cider (5% alcohol) gekozen te hebben. Ik offer me op en we ruilen. Nan gaat voor mijn flauwe perendrankje. Verderop moeten we het laatste heuveltje van de dag op: het is maar 50m hoog, maar wel met 10%. Met 2,5% alcohol in één en de rest in het andere been kom ik boven. Nan doet het op de perensap.

De dag loopt anders: de camping die we in ons hoofd hadden blijkt al 10 jaar gesloten. Overwoekerd met onkruid, met een verroest toegangshek en vervaagde bordjes. Een Gasthaus op steenworp afstand is weinig aanlokkelijk maar een goed alternatief. We hadden eerder wat klein eetwerk op de kop getikt. We will survive!

De zwaluwen op ons terras halen acrobatische toeren uit, ze vliegen elkaar achterna terwijl ze slalommen tussen de staanders van de pergola. Vliegkunst, prachtig om naar te kijken.

De volgende dag kunnen we óf naar Kroatië of naar Servië. We besluiten om naar Servië te gaan, de route valt samen met een stuk EuroVelo 6 en dan weten we zeker dat de wegen befietsbaar zijn. De grens rond de Donau tussen Kroatië en Servië is een soepzooitje. Een aantal gebieden is al jaren betwist. Ze zijn er nog steeds niet uit.

We zitten, net voor de Servische grens in Hongarije, een drankje voor een cafeetje te drinken. Er komt een Hongaar op ons af. Hij spreekt gebrekkig Duits, doet zijn hand in zijn rug en kreunt dat ie dat niet meer kan, fietsen. Hij noemt zich een Donau-Schwab, oorspronkelijk uit Thüringen, Duitsland. Hij (we kennen zijn naam niet) heeft vroeger drie jaar in Dresden gewoond en gewerkt. Hij blijkt 68 jaar oud te zijn, is drie keer getrouwd geweest (niet succesvol) en zorgt nu alleen nog voor z’n 88-jarige moeder, dat beviel ‘m beter. Er komt wel thuishulp! Het is een grappenmaker, kijkt pienter uit zijn ogen en had nog één tand die we konden zien. Wel thuishulp, geen mondzorg. Grappig, zo’n praatje.

We naderen overduidelijk de EU-grens:

Zo ziet de buitengrens van de EU er dus uit hier. Het is een naar gezicht, dat kilometerslange dubbele hek met een kraag van prikkeldraad erboven

Hoe ging dat ook weer? Grenspost Hongarije (EU), controle paspoorten, grenspost Servië, controle paspoorten, stempels.

Vreemd land nummer 5: Servië!

Dat geeft toch wel een beetje een ‘exotisch’ gevoel: Servië! Meteen merken we dat het niveau Engels duidelijk (veel) hoger ligt dan in Hongarije. Gek hè? De Serven lijken ook iets extraverter, uitbundiger te zijn. Misschien heeft het met de terughoudendheid van de Hongaren te maken.

We strijken neer in Sombor, een leuke middelgrote stad. Even rondgelopen in het leuke centrum en een SIMetje gehaald, want tja, geen EU-roaming hè?

De volgende dag fietsen we langs de Donau en verbazen ons hoe hoog het water staat. De uiterwaarden zijn volledig overstroomd. Normaal zijn dat een soort bosjes langs de rivieroever.

De stammen van de bomen staan volledig onder water. Het loof hangt op het wateroppervlak

We komen langzamerhand in Orthodox-Christelijk gebied.

Het nieuwe orthodoxe kerkje van Sonta

Bij Bogojevo zou een camping zijn. We hebben wel zin in een overnachting in de buitenlucht, het is warm. Veel campings zijn nog dicht. We komen door het plaatsje Bogojevo waar rijen en rijen Servische vrachtwagens voor de grens met Kroatië (EU) wachten. Ze staan al tijden stil. Wat een ellende. Hoe lang zal dat wel niet duren?

Verderop zou iets van een camping moeten zijn. De omschrijving is ‘Autokamp Strand Bogojevo’. Klinkt goed, toch? De bewegwijzering is matig, maar we vinden het. Als we aan komen rijden lijkt het een zigeunerkamp met hier en daar een oorlogsrestant. Er zit een man achter een tafeltje aardbeitjes te wassen en biedt ons er een aan. Heerlijk hoor, heel aardig, maar heeft u ook een kampeerplek voor ons? Alle vertaalmogelijkheden, handen en ook voeten ten spijt, het wordt niet duidelijk. De man knikt ja, gaat bellen, loopt weg. We spreken een andere man. Ook hij munt niet uit in duidelijkheid. Een derde mengt zich en zegt overal ‘da’ op. We gaan maar onder de overkapping zitten. Meestal wordt het na verloop van tijd wel duidelijk hoe of wat. En ja hoor, even later komt er een jongeman die ons helpt. We kunnen ‘overal’ staan.

Ik was me met bioshampoo in het vennetje. De visjes zwemmen om me heen. Twee Servische jongetjes proberen hun Engels. Milan is 12, z’n broertje 10. Ze dóen het tenminste.

Vanavond mogen we vis komen eten onder de overkapping in het ‘restaurant’. Reuzebenieuwd!

Parijs aan de Donau, 2000km en ná de regen..

16-19 mei 2023: De fietsdag naar Budapest begint relatief goed. We hebben gerekend op een volle, vette regendag. Alles minder dan dat is een meevaller. En zowaar, het blijft bij aanvang bescheiden spetteren. Meevaller.

We verlaten Stúrovo en gaan de Donau weer over naar Esztergom in Hongarije.

Het grenshokje staat er nog. Wat een zegen is dat toch, dat die grenzen er niet meer zijn in de EU!

De Sultan’s Trail (die wij volgen) vervolgt z’n weg na Esztergom via Pilisszentelék, een flinke hobbel van eerst 8% en het laatste stuk 12%. Met de regen, de afwezigheid van uitzicht boven en de beloning van de afdaling die met een kletsnatte weg weinig voorstelt, zetten we een route uit óm de berg (Budai Tájvédelmi Körzet) ipv eróver. Dat blijkt een goed besluit.

We komen door kleine dorpjes met piepkleine straatjes. Honden, soms hele grote zoals de Anatolische berghond (de kangal), blaffen vervaarlijk. Maar ze staan allemaal veilig achter een hek. Tot nu toe worden we niet belaagd door jagende, loslopende honden. We verwachten dat dat in Kroatië, Servië en Bulgarije wel anders zal zijn. Maar we zijn voorbereid!

Flutdorpjes met zelfs nog onverharde straten

Hier en daar staan nog borden met oud-Hongaars (rovás, wordt het genoemd)

Let ook op de eenzame fietserin, links

Dat bescheiden spetteren waar de reis mee begon gaat over in onbescheiden regen. We zijn er inmiddels aan gewend en goed ingepakt. We komen door Visegrád. Visegrád? Dat komt bekend voor!

Visegrád is de plaats waar de alliantie van Hongarije, Tsjechië, Slowakije en Polen is opgericht. Mooie plaats aan de Donau
Let op de lage bewolking boven (in) de bergen aan de overkant van Visegrád

We naderen Budapest – de regen was inmiddels weer minder hard – en gokken het aantal inwoners (het blijken er 1,7 miljoen te zijn). Het is een uitgestrekte stad. We fietsen een behoorlijk stuk door voorsteden. Aan de andere kant van de Donau (Pest) begint het serieuzere stadswerk. De fietspaden zijn best goed aangegeven. Een hobbeltje hier en daar meer misschien dan we gewend zijn.

De volgende dag hebben we een dagkaart voor het OV gekocht. Metro, tram en bus, het kan allemaal. Een deel van het metrosysteem in Budapest is uitermate modern (niveautje Noord-Zuidlijn in Ams), een ander deel niet. We bestuderen de kaartautomaat, weten een dagkaart te selecteren en betalen – zoals we bijna alles betalen – met onze telefoon. Hatseflats! Die dagkaart is een goeie keuze want we gebruiken twee keer de tram en twee keer zijn we gecontroleerd.

De controleuse had een zwartrijder te pakken. Het slachtoffer gesticuleerde hevig bij de uitleg.

Bij de tweede controle in de tram stapt er een wat morsige man in. Eenmaal binnen komt de aap uitende mouw, of eigenlijk: de band uit de hand. Ze dragen een band om hun arm met iets van ‘controleur’ erop. Deze had ‘m dus in zijn hand gehouden tot ín de tram. Ja, we maken wat mee!

Het appartement blijkt in een, van buiten, onaantrekkelijk blok te staan. Verrassend is dan dat het binnen prima toeven is: ruim, comfortabel en van gemakken voorzien (zelfs een wasmachine waar Nan een huppeltje van blijdschap om maakt).

Budapest wordt ook wel Parijs aan de Donau genoemd. Begrijpelijk. De stad heeft dezelfde uitstraling met brede boulevards, statige huizenblokken met rijkelijk versierde façades, Franse balkonnetjes, veel bomen in de straten en sierlijke elementen als smeedijzeren straatlantaarns en mooie bankjes. De panden zijn soms zwaar verouderd, maar er wordt veel gerenoveerd.

Aan de Boedakant – zou er sprake zijn van concurrentie met de Pestkant? – beklimmen we de Citadel die voor renovatie blijkt te zijn afgesloten. Maar het uitzicht op het parlement vanaf de berg is er niet minder om.

De bewolking ziet er vreselijk dreigend uit, maar verdwijnt volledig in de loop van de dag
Het parlementsgebouw van Hongarije aan de Donau

Het paleis op de Boedaburcht wordt ook gerenoveerd. Het paleis is enórm.

Met uitzicht op de kabelbrug, die overigens óók wordt gerenoveerd, laten we ons op de foto zetten vanaf het paleis op de burcht

Budapest uit gaat best goed. Het miezert. We fietsen aan de westzijde van de Donau. Veel industrie aan de randen van Budapest.

Rond 11.00 zoeken we wat te snaaien. Iets koekerigs, liefst met koffie erbij. In een niet te onthouden voorstad van Boedapest (voor wie het toch wil proberen: Nagytetény) vinden we een tentje. Naast koekerige dingen frituren ze er flink op los: kippenvleugeltjes, schitzeltjes, kip-nuggets, allemaal mooi uitgestald in hun vet in een glazen vitrine. Het ziet er aantrekkelijk uit en ik – Nan niet – ga overstag en bestel er een ‘ding’ bij, een gefrituurd gedrocht. Het blijkt lever te zijn.. Niet m’n voorkeur maar gelukkig wordt de smaak bepaald door de gefrituurde krokante laag – whatever it is.

Links lekker, rechts niet

We fietsen langs een enórme raffinaderij. Om de Russische olie te verwerken natuurlijk.

Het gaat links en rechts nog door met installaties. Onbevattelijk groot

De lunch – het eten en drinken (zeker als het miezert) wordt erg belangrijk – vinden we in de buurt van de raffinaderij in een ‘pannenkoekhuis’, maar dan zonder pannenkoeken. Een soort jagershut, met rood-wit geblokte kleedjes op tafel. De jonge Hongaarse man die ons verwelkomt spreekt uitstekend Engels. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt, zo ‘in het wild’, een Hongaar waar we mee kunnen babbelen. Hij vindt het leuk, was net in Amsterdam geweest (gaf eerlijk toe dat ie in Ams was om te party’en) en vertelde wat over z’n studie, het lage loon straks, de onmogelijkheid om een huis te kopen, het gebrek aan perspectief. Het buitenland lonkte. Zo gaan die dingen dus.

In het pannenkoekenrestaurant zonder pannenkoeken maar met een vriendelijke, spraakzame ober

Weer een memorabel moment, we hebben de 2000km-grens gehaald! We ‘vieren’ het met een broodje pindakaas en een slok water – ja, leer ons een feestje vieren.

In Érd is een plein vernoemd naar Ernö Rubik.

De enorme Rubik’s Cube op het plein wordt door zonnepanelen gevoed (een waarschijnlijk wat magere voeding de afgelopen tijd) en licht ‘s avonds op. We hebben er niet op gewacht

We boeken een onderkomen in Sukoró. Waar we al eerder de mist mee zijn ingegaan, doen we dat nu weer: het blijkt op hoogte te zijn. De laatste paar km’s ploeteren we omhoog.

De volgende dag is het stra-lend weer! Zoals beloofd. En we zijn er blij mee. Het geeft alles een heel ander aanzien. Mensen tonen zich weer, maaien het gras, wandelen op straat, komen uit hun holen. Het is zelfs warm (ja, warm). Op straat stellen mensen ons vragen, als ze ons zien. Meestal iets waar we het woord ‘Balaton’ uit kunnen destilleren, een aanknopingspunt om ‘Istanbul’ te zeggen. Een oudere dame slaakte ‘Jesu Maria’ en sloeg een kruisje.

We bezoeken Székesfehérvár, volgens ons reisboek een must see-stad. Het is de oudste stad van Hongarije. In Hongarije is de rode draad: overheersing door de Habsburgers of door de Turken; het ligt op een scheidslijn. Beide periodes komen naar voren (en barokke gebouwen, en restanten van Turkse hamams en moskeeën).

Het landschap is hier vlak, hooguit licht glooiend. Het betere weer maakt dat we de omgeving veel meer waarderen.

Het Hongaarse platteland

Op weg naar onze ‘kemping’ (zoals de Hongaren het noemen – de leenwoorden zijn makkelijk te herkennen) komen we door klein dorpjes. Het ene is niet van het andere te onderscheiden. We slaan in een Supertje nog wat boodschappen in. Er is geen 4G in het dorpje, de kruidenier spreekt alleen Hongaars, en voor het eerst moeten we echt aan de slag. In het winkeltje wordt de duvel en z’n ouwe moet verkocht: etenswaren, maar ook plantenzaden, remblokjes en konijnenvoer. Om te voorkomen dat we vissenvoer eten vanavond vragen we om opheldering. De bijzonder aardige kruidenier belt uiteindelijk zijn dochter die voor een Amerikaans bedrijf werkt. We hadden het zonder ook gered hoor! Maar we eten geen vissenvoer vanavond. Hoewel, we staan op een ‘kemping’ die vlakbij een sportvisvijver ligt, het zou wel handig zijn geweest.

We staan naast het campinggebouw, er zijn slechts een paar mensen, we kunnen heerlijk gebruik maken van de keuken in het gebouw en hebben banken en tafels tot onze beschikking. Luxe kamperen

Nog 150km tot de Kroatische grens. De weerapps geven allemaal mooi weer aan. Wat een feest!

Slowaakse wolven en Budapestweer

12-15 mei 2023: Het is een slechte periode, er valt veel regen. Een dag hangen in het hotel in Mosonmagyaróvár biedt soelaas alhoewel het tegelijkertijd kriebelt om weer door te trekken. Zo’n hele dag in een matige hotelkamer is dan ook wel weer meer dan genoeg. Gelukkig plenst het inderdaad de hele dag stellen we tevreden vast. Zitten we niet voor niets binnen.

We hebben een bescheiden voedselvoorraad: brood, smeerkaas bij wijze van boter, pindakaas, thee en koffie. En natuurlijk de yoghurtjes en een zakkie chips zo nu en dan. We zijn enorme afvalmakers op deze reis, stellen we vast. Omdat we steeds kleine hoeveelheden kopen in supermarkten, kopen we relatief veel verpakkingsmateriaal: plastic van de maaltijdsalades, youghurtbekertjes, kleine blikjes, enz. We vullen bijna een pedaalemmer per dag met afval, maar ja, we kunnen geen 5 kilo aardappelen in een zakje kopen zoals thuis.

Györ met leuke steegjes en straatjes

We fietsen na de hangdag naar Györ, zo’n 50km verderop. Györ is een plaats die, volgens ons boekje, niet overgeslagen mag worden. Naar verluidt een van de mooist opgeknapte klassieke steden van Hongarije. Het heeft een heel sfeervol, mooi centrum. Er zit hier veel geld dankzij de Audifabriek hier in de buurt. In Györ lopen we, na het mooie oude centrum bekeken te hebben, naar een winkelcentrum net iets buiten het stadscentrum om een nieuwe dompelaar te kopen.

De oude is naar z’n gallemiezen gegaan en we gebruiken hem allebei elke dag. We zien dat er in het winkelcentrum een Mediamarkt zit. Wat dan zo opvalt is dat zo’n winkelcentrum (of moet ik zeggen: mall) op geen enkele manier afwijkt van de ons bekende westerse winkelcentra.

Alsof je in een willekeurige Nederlands winkelcentrum loopt

Dezelfde winkels, poke bowl shops, kekke barista’s met baarden, knotjes met daarnaast mooie zitjes voor de koffiedrinkers, nagelstudio’s, dames die promotieartikelen uitdelen en ga zo maar door. Geen greintje Hongaarse originaliteit. Allemaal eenheidsworst (of zeggen de Hongaren dat nou ook van onze winkelcentra?).

De Hongaarse taal is verbijsterend anders. We blíjven ons verbazen. Afgezien van leenwoorden valt er niets van te bakken, maar dan ook niets. Het heeft een relatie met Fins: net zo onbegrijpelijk. We kunnen alles lezen (fonetisch) maar het zijn lange, complexe woorden met veel accenten en lettergrepen. We leren de handigste: Köszönöm (dankjewel), Jó napód (goedendag, hoeven we geen goeiemorgen, -middag, enz. te onthouden), Viszlát (tot ziens). Er wordt ook zeer weinig in een andere taal getoond. We moesten in de supermarkt iemand vragen om het stickertje uit de weegschaal te krijgen (ondanks Google Translate):

Het lijkt niet zo moeilijk maar viel bar tegen..

We zijn nu meer dan vier weken onderweg, zitten tegen de 2000 km aan en hebben het nog erg naar ons zin. Okay, het weer kan echt beter, maar het leventje dat we leiden is prettig simpel: alleen bezig zijn met de basale dingen (onderkomen, eten en drinken, wasjes) in een continu veranderende en boeiende omgeving. We lezen veel ‘s avonds, staan redelijk vroeg op en vertrekken weer. Het natte weer deze periode maakt dat we iets meer moeten plannen. We hebben namelijk geen zin om in de regen te kamperen, daar zijn we te oud voor. Dus moeten we steeds een nieuw dak boven ons hoofd vinden wat ons steeds goed lukt. Dat is dan weer het voordeel van het vroege voorjaar: het is niet druk.

Dit gedeelte van Hongarije is plat en niet bijster spectaculair.

Dat ziet er dan zo uit, zo over het algemeen in Noord-Hongarije

Als we Györ verlaten houden we rekening met een hele dag regen. En dat blijkt dan ook weer helemaal te kloppen. Geen pedaalslag zonder druppels. We waren voorbereid, scheelt een slok op een borrel. Verderop loopt de route door een bos. Het fietspad is less than perfect, om niet te zeggen: beroerd. Omdat het al dagen regent hier, is het bospad een modderige bende geworden. Het water loopt niet meer weg.

We eindigen weer in Slowakije, net boven de Donau, in een gelegenheid die de ‘Meat Heads Pub’ heet. Klinkt goed 🙂

Een stel met hun volwassen zoon (denken we) en een Hongaars familiediner in de Meat Heads Pub, ‘s avonds

‘s Morgens horen we het bijzondere en heldere zingen van een nachtegaal. Dat hoor je toch niet zo veel in Nederland?

Als we Komárno langs de Donau verlaten zien we herten en veel hazen door de velden rennen. Een stuk verderop steken twee grote zoogdieren het fietspad over en draven achter elkaar door het veld. Het zijn geen honden, ook geen vossen of herten. Wij komen tot de conclusie dat het wolven moeten zijn. Nee, geen foto. Daar was het te ver en te snel voor. En ja, moeilijk verhaal maar we zijn ervan overtuigd.

We fietsen weer door Slowakije langs de Donau maar merken dat er nèt over de grens vooral Hongaars wordt gesproken. Bij een restaurant drinken we koffie. De dames achter de toonbank zijn Tsjechisch, Slowaaks en Hongaars, zeggen ze. Ze spreken Hongaars onder elkaar, elkaar lachend gadeslaand.

Het is een heerlijke dag. Droog (we zijn snel tevreden), licht briesje in de rug. Waterig zonnetje zo nu en dan.

Matig onderhouden brug

De dag eindigt in Esztergom. Een prachtig plaatsje nèt over de grens met een gi-gan-tische basiliek, een leuk centraal plein en mooie straatjes.

Morgen richting Budapest. Mogelijk weer pokkeweer, de berichtgeving varieert van dag tot dag. Budapestweer zullen we maar zeggen..

Wenen, wind en weer een land

8-11 mei 2023: Zoals dat gaat met grote steden: langzaam maar zeker wordt het steeds een beetje drukker. Het manoeuvreren door het verkeer in Wenen is lastig. De Weners hebben weliswaar hun best gedaan met de fietspaden, maar die kunnen er ook zo weer mee ophouden. Je tussen de auto’s storten is dan vaak weer teveel van het goede.

Voetgangers en fietsers delen hetzelfde pad. Alleen de symbolen wisselen steeds. Dan weer links fietsers, rechts voetgangers en 10m verder het omgekeerde. Lastig..

Wenen is een indrukwekkende stad. Een chique stad. Ruim opgezet met brede boulevards en met chique panden in Parijse stijl. We komen vroeg aan, checken in en nemen ‘s middags ‘vrij’. Met de tram gaan we downtown.

In Wenen rijden nog oude trammetjes rond met hanglussen

Het is allemaal bijna teveel om te bevatten (we lopen langs het raadhuis, Burgtheater, parlementsgebouw, natuurhistorisch & oudheidkundig museum, bibliotheek, Heldenplatz, Sissi-museum, Stephansdom, staatsoperagebouw).

We vallen (op 8 mei) met onze neuzen in de boter op der Tag der bedingungslosen Kapitulation der Wehrmacht waarmee het einde van de 2e WO wordt bedoeld. De gevallenen worden herdacht. Een militaire ceremonie voltrekt zich nét als wij de Heldenplatz oversteken.

Allemaal strak in de maat. Het presenteren van het geweer in fases geeft een indrukwekkend geluid van het tegelijkertijd klappen van de stoffen handschoenen op de zware wapens. De militairen zijn zonder uitzondering snotneuzen maar dat zegt meer over ons

De volgende ochtend spijbelen we gewoon door en gaan we langs het slot Belvédère. We lopen met onze fietsen aan de hand over het terrein en worden letterlijk teruggefloten. Een man met een schril fluitje trekt onze aandacht, luid en duidelijk. Een veldwachtersfluitje. We moeten met de fietsen van het terrein af. Schoolpleinachtige taferelen.

Illegaal met de fietsen op de foto vóórdat we teruggefloten worden

Leuk in Oostenrijk is de koffiecultuur die stamt uit de tijd dat de Turken (ongewenst) over de vloer kwamen. Ook de Oostenrijkers serveren er nog steeds een glaasje water bij. Wel duur allemaal, die koffie hier in Oostenrijk.

We verlaten Wenen en fietsen ploegend tegen de wind in naar het oosten. In Bruck an der Leitha checken we in het hotel bij een grumpy old man. Hij voltrekt de incheckceremonie met tegenzin maar ontdooit later wat. Hij vraagt waar we vandaan komen, enz. Daarna vraagt ie (bijzonder!) hoe wij in NL aan onze energie komen. Al snel na het horen van het woord ‘gas’ komt de aap uit de mouw: hij heeft als Direktor vroeger pijplijnen gelegd in oa Rusland. Hij fulmineert op het Europese sanctiebeleid tegen Rusland, wachtend op een reactie. Zijn tongval verraadde een niet-Oostenrijkse, Slavische achtergrond (hij liet veel lidwoorden achterwege) maar hij antwoordt ontwijkend op de vraag waar ie oorspronkelijk vandaan komt. Ouwe Sovietrus die zich verbijt..

De wind gaat nog niet liggen als we het laatste stuk Oostenrijk aanbreken richting Bratislava. In de verte doemt de Heidentor op, een Romeinse triomfboog. Terwijl we het gebeuren bekijken stopt er een busje met Chinezen. Ze bekijken het bouwwerk niet maar fotograferen elkaar in allerlei standen. Daarna snellen ze terug naar de bus en stuiven ze weg. Voorbeeld van It is Wednesday so this must be the Heidentor.

De Heidentor. Het waren oorspronkelijk vier poten met vier bogen zoals op het model op de voorgrond. De nabijgelegen plaats (Carnuntum) barst van de Romeinse overblijfselen

Opwindend om weer een nieuw land te naderen: Slowakije, vreemd land nummer 3.

Weer geen bord met de landsaanduiding maar wel een mooie ouwe grenspaal. De S van Slowakije. Aan de andere kant staat een Ö
Meteen, húp, net over de grens: een casino. De grenspaal is rechts achter de auto te zien
Heel snel al een oostblokgevoel bij het zien van deze oude Russische Ural zo’n beetje óp de Slowaaks-Oostenrijkse grens

De check-in bij ons hotel in Bratislava is belachelijk geautomatiseerd. QR-codes, online formulieren, gezichtsherkenning, chatbots, you name it. We bellen voor hulp (zó 2022). Na een uur treden we onze kamer binnen, geholpen door een meisje op wier gezicht te lezen viel: boomers.

Zo dus
Het kasteel van Bratislava is de eye catcher van de stad. Fietsend over het Oostenrijkse platteland zagen we het kasteel al boven de stad uit torenen

Bratislava is een leuke stad. Niet zo groot. Een gezellig oud centrum, levendig, sfeervol. Er wordt druk gemoderniseerd. Weinig doet nog denken aan oostbloktijden.

Hier en daar moeten oude panden nog opgeknapt worden

De mensen zijn modern: kleding, earbuds, elektrische stepjes, jongemannen met baarden, jongens en meiden met tattoos. En natuurlijk overal mobiele telefoons, ook in Bratislava.

De volgende dag zijn we snel de stad uit over de Donau. Het is zonnig. Nog steeds dezelfde bries maar het eerste stuk langs de Donau is luw.

Mooie paal met allemaal bordjes om te bestuderen

Een kleine 20km zijn we verwijderd van de Hongaarse grens, wéér een ‘nieuw’ land, het is bijna niet bij te houden. Als we bij de grens staan, zien we – jawel! – een bordje in de kleuren van de Hongaarse vlag met een volstrekt onbegrijpelijk woord eronder. Er blijkt ‘staatsgrens’ te staan. Hoera! Een argeloos fietsend stel houden we aan met het vriendelijke verzoek – het woord ‘foto’, een gekromde wijsvinger en een vriendelijke lach volstaan – ons vast te leggen. De man (met haveloos gebit maar dat is totáál niet relevant) weet raad met de iPhone.

Van het Hongaars valt werkelijk geen chocola te maken, maar er staat toch echt ‘staatsgrens’

We zijn het bijna verleerd: rekenen met andere valuta. Er zitten maar liefst (bijna) 400 Hongaarse Forinten in een Euro. We trekken er flink wat uit de muur in het eerste Hongaarse plaatsje over de grens: Rajka.

We zijn fervent gebruikers van de weerapps. Allemaal tonen ze een flinke regendag morgen (vrijdag 12 mei). We besluiten in een hotel in Mosonmagyaróvár te crashen om de vrijdag door te komen: wasjes doen, lezen, lummelen en al wat dies meer zij. Daarna (waarschijnlijk zaterdag) door naar Györ.

Van de Oostenrijkse zangers, via de sleurhut naar de tent

4-7 mei 2023: We verlaten Passau met stralend weer. Het lijkt een enorme stad maar we lezen dat het maar 50.000 inwoners heeft.

Passau vanaf de noordkant. De groene bollen zijn de torens van de St. Stephansdom

Verderop drinken we een ijskoffie bij een Gasthof. Twee ouwe knakkers ontvangen ons. De één is der Chef, de andere duidelijk niet. Der Chef vertelt dat er veel fietsers uit NL langskomen. Hij vraagt of we ook uit Rotterdam komen. We geinen: nee, veel beter, uit Amsterdam. ‘Natürlich. Viel Aussländer in Rotterdam, na’? Zo bedoelden we het niet, maar ja.

Het bereiken van de Oostenrijkse grens is een natte wind. We hadden ons erop verheugd: een groot wit bord met vette rode rand met daarop: Östenreich. Niks. Nada. Ja, een lullig ‘Achtung! Staatgrenze!’ (Let op de twee uitroeptekens) en nog aan de Oostenrijkse kant ook.

Waar acht op geslagen moet worden is niet duidelijk. Uitnodigend is het allerminst

Het is een zomerse dag. Je kunt je opeens niet meer voorstellen dat je een paar dagen terug door regen en wind gefietst hebt. We rijden van de autoweg vandaan en volgen de Donau door het groen. De omgeving verandert. De Donau is inmiddels omgeven door steile beboste wanden en rotsen. Het is stil afgezien van de vogelgeluiden en de snorrende e-bikes die ons af en toe inhalen. We steken de Donau een paar keer met een pontje over omdat de Donau Radweg verderop gesperrt is.

We gingen naar de overkant samen met een Slowaaks gezelschap en een Duits jong stel dat naar Georgië op weg was uit München

Op een terras zit een groep oudere mannen te zingen. We horen ze van ver. Ze zitten in hun fietsoutfit rond de tafel, de bierglazen gevuld voor zich. Er is er één die steeds inzet, de gangmaker. Ze zingen meerstemmig, zeker niet slecht. Of het schlagers zijn, drinkliederen of ondeugende liedjes?

Is het nou de lokale fietsvereniging met zangliefhebbers of vice versa? Ze hadden in ieder geval een hoop lol. We zijn wel benieuwd hoe ze thuis gekomen zijn

Heel in de verte zien we opeens de Alpen opdoemen. Dat is toch wel een machtig gezicht hoor!

Even inzoomen om de Oostenrijkse Alpen in de verte te zien

We hebben een sleurhut als nachtelijk onderkomen. Van binnen is het net een Amsterdamse kroeg, met een gebloemde bank, kitsch schemerlampjes en eikenhouten meubilair. We nemen er graag genoegen mee. De caravan staat naast de golfbaan, de balletjes horen we weggetikt worden. Knus hoor!

We fietsen de volgende dag vrij snel Linz binnen, de derde stad van Oostenrijk. Het stuk vóór Linz is uitermate vervelend. Vlak langs de drukke autoweg, onrustig. Weer even wennen, die drukte in Linz. Trams, auto’s, fietsers en voetgangers. Door de straten van Linz laveren we over de kasseien en tramrails. We kennen het passeren van de tramrails nog uit onze Amsterdamse tijd: even dwars er overheen.

Als Oostenrijkers ons te woord staan, spreken ze hoch Deutsch. Dat is maar goed ook, want van het koeterwaals dat ze onderling spreken valt werkelijk geen chocola van te maken. Het begint meteen al met Grüss dich, maar dan uitgesproken als ‘kroes dei’.

De volgende dag is het weer een zomerse dag. Het gebied na (ten oosten) van Linz is weinig vreugdevol: industrie en trieste begroeiing (ooibossen, populieren in militaire opstelling en wilgen). De dorpjes zijn dun gezaaid. Net voorbij Au a/d Donau komen we tot de conclusie dat enigszins betaalbare accommodatie nog zo’n 20km is. Daar hebben we geen zin in en rijden wat terug om daar – jawel – te gaan kamperen. Het weer is aangenaam genoeg en, dat scheelt, we hebben een overdekte campingtafel tot onze beschikking.

Vanaf nu is het verantwoord dat we met zo’n berg tassen rondfietsen.

Onze Italiaanse buurman op de camping, een fietsende vijftiger (volgens Nan rond de 60) zat onophoudelijk te bellen. Hij had een minimalistisch tentje, maar maximalistische gespreksstof.

‘s Nachts rond 1:00 steekt er een, ik zou bijna willen zeggen, storm op. Maar we zitten achter de Donaudijk iets verdiept, in een soort kuil waardoor het meeviel, maar het bulderde behoorlijk over de Donau. Later ging de wind liggen en ging het regenen. Je mist niet veel in een tentje.

Prachtige stukken aan de Donau wisselen zich af met mindere. Maar na Grein is het práchtig.

Een slang die overstak. Nan fietste bijna z’n kop eraf

Net voorbij Ybbs worden we verlekkerd met vele grote billboards die allemaal lekkere hapjes en eten weergeven. In grote letters: ‘Seff’ erop. De borden spreken ons aan en we vinden ‘Seff’. Een kneuterig terrasje met een lekkere kaart. Van de, pakweg, 20 gerechten zijn er twee beschikbaar: tosti mét ham en zónder ham. De andere gerechten kunnen niet worden geserveerd omdat de kok pauze had (lunchtijd hè?).

Lang verhaal kort: we besluiten aan het einde van de dag wederom te gaan zelten. Het is wel zo makkelijk en scheelt een zoektocht. We komen uit in Melk (niet te verwarren met milch). We hebben een picknicktafel tot onze beschikking, handig. Onze Franse (blijkt) buurman nodigen we uit gebruik te maken van de tafel. Hij voegt zich wat onhandig bij ons ‘s avonds, om een kop thee te zetten. Het is een zeer serieuze Fransman, ex-politieman en niet op deze wereld om grappen te maken.

Hij laat Nan zijn boekje met al zijn aantekeningen zien die hij op z’n fietsreis heeft gemaakt, waaronder de dagafstanden..

Het stuk tussen Melk en Krems a/d Donau is misschien wel het mooiste stuk tot nu toe, met Schlossen, wijngaarden, fruitbomen, rotspartijen en leuke dorpjes.

Aan de middenlijn is goed te zien dat we in wijngebied zitten

Tussen Krems en de plek waar we nu staan (Zwentendorf), is het uitgesproken saai. Een soort Flevopolder met als hoogtepunt een waterkrachtcentrale.

Onze Fransman van gisteren komt net aanfietsen. Misschien mogen we de rest van zijn boekje zien..

Nog een kippeneindje naar Wenen, morgen. Exciting!

Lederhosen en Oostenrijk in zicht

1-3 mei 2023: Het is heel gezellig met Hubert, Hanne en hun 21-jarige zoon Lio die er ook bij komt zitten, ‘s avonds. Zo’n gesprek moet natuurlijk eerst even op gang komen. Even aftasten, scannen en snuffelen. Maar toen dat voorbij was, ging es loss. Het is leuk om de nationale wederwaardigheden te vergelijken en uit te vinden wat we gemeen hebben. Dat bleek best veel te zijn. Ook het ontbijt was genoeglijk. Na dankzeggingen en foto’s voor het huis (we vinden niet dat we ze zonder hun toestemming op het internet kunnen plempen) snijden we deze Duitse feestdag aan.

Voor het huis van Hubert en Hanne

Het is 1 mei, dag van de arbeid. In Duitsland een vrije dag, in Beieren een groot feest. Al vrij snel na vertrek komen we jongemannen en jonge dames tegen die, in Beierse stijl opgedirkt met lederhosen, jagershoedjes en Dirndl-achtige jurken, al aan het bier zitten om een uurtje of 10. Verderop stuiten we op een groot feest. Het is een drukte van belang. Waarschijnlijk een eeuwenoude Beierse gewoonte om het op deze manier te vieren.

So geht das in Bayern
Uitgedost in Lederhosen mit ein Bierchen dabei
De jongsten ook in Lederhosen

De volgende dag is rustig. Nagenoeg geen wind, niet warm maar lekker fris. We zoeven door het Donaudal. Die dalen zijn prachtig: vlak, groen, met leuke dorpjes. Het dal geeft iets van een beschermd gevoel, tussen de heuvelruggen. We fietsen soms een stuk onverhard (maar niet hinderlijk, een platgereden kiezelpad), meestal over asfalt. Er zijn door de E-bike veel mensen gaan fietsen in Duitsland. Nagenoeg iedereen heeft een E-bike. Vaak een ATB-achtige fiets. Ook jongere mensen fietsen meestal elektrisch. We vallen alleen al vanwege dat aspect op: Also, Sie fahren ohne E?

In Regensburg wordt ook druk gefeierd. Voor de kathedraal, die gedeeltelijk in de steigers staat, treden drumbands op met de deelnemers ook weer in vol ornaat. De vaandeldragers die tussen de menigte lopen zijn snel te herkennen. Het is heel levendig, opgewekt, feestelijk.

Hier treden de drumbands op. We zitten op een bankje iets te kanen terwijl we het feestgedruis beobachten
Verderop komen we langs deze binnenbandenautomaat. In verschillende soorten en maten. Da’s toch dan weer handig van Duitsers hè?

In Wörth a/d Donau vinden we een Gasthof. We zijn er nog niet helemaal uit: Gasthof, Gästenhaus, Fremdenzimmer, Pension. In ieder geval hebben we niet te klagen over accommodaties: er zijn er hier genoeg. We hebben de Radlerzimmer ook een paar keer voorbij zien komen. De meeste accommodaties zijn ingelijfd door het machtige booking, maar niet allemaal.

Ook zo geinig: kindertjes komen met hun stepje naar de bushalte en gaan met de bus naar school. Stepjes hoeven kennelijk niet op slot (dit was dan ook in een klein dorp)

We fietsen regelmatig langs de Donau en vragen ons af hoe-ie in hemelsnaam als blauw wordt gezien. Eigenlijk is hij blauw sinds Johann Strauss zijn wals schreef. Hij gebruikte de kleur blauw omdat dat opbeurend zou zijn als carnavalslied voor het Wiener mannenkoor nadat de Oostenrijkers de oorlog tegen de Pruisen hadden verloren, is te lezen. Erlangs fietsend is de Donau grijs, groen of iets er tussenin.

Onze volgende tussenstop is in Deggendorf, of tenminste, zo stond het op booking. Het blijkt nèt iets buiten Deggendorf te zijn, maar wél 150m hogerop over 2km. Niet dramatisch, maar toch een groot deel 8-9% aan het einde vd dag klimmen doet den oksels klotsen.

Onderweg stuiten we op een Nederlandse jongeman (begin 30) die in 9 dagen van Oosterbeek naar Wenen wil fietsen; 130km per dag. Hij klaagt over kramp en pijn in z’n knie. Ook trekt hij tijdens het babbelen over zijn fietsreis – racefiets met minieme tasjes – continue een zuur gezicht, haastig gevolgd door “maar ik geniet wel hoor!”. We weten het zonet nog niet..

We rijden Passau binnen. Opwindend! De grensstad met Oostenrijk. Passau, waar drie rivieren samenkomen, de Donau, Inn en de Ilz. We hebben een kamer in een wat obscuur, oud gebouw. Maar binnen blijkt het een fantastisch groot, opgeknapt appartement te zijn met aparte kamers voor de gasten. Een loft, zouden de Amerikanen zeggen.

Moeilijk vast te leggen maar een heel groot appartement. De balken zijn (lijken) eeuwenoud. Sommige zijn deels vervangen door nieuw hout

Consternatie volgt ‘s avonds als blijkt dat er dubbele sleutels zijn van elke kamer. Bovendien is de identificatie van elke kamer niet duidelijk (ze gebruiken geen kamernummers). Taferelen! Gelukkig hebben wij vroeg ingecheckt. Knappe jongens of meisjes die ons van ons bed kunnen lichten!

De St. Stephansdom in Passau. Bijzonder licht: de zon scheen nog maar dreigende bewolking dreef over
De laatste foto uit Duitsland in Passau

Morgen koetelen we nog wat langs de Duits-Oostenrijkse grens en na pakweg 25 km gaan we eroverheen. Vreemd land nummer 2!