24 – 27 mei 2023: ‘s Avonds gingen er maar ‘s een visje halen in het ‘restaurant’. Er zaten nog wat gasten binnen in plaats van op het terras onder de overkapping. Raar, met dat mooie weer..
We krijgen de ‘menukaart’ mondeling medegedeeld: vis! Nou, doe maar vis. Stephen – zo laat ie zich door ons noemen – is lang weg in de keuken. Inmiddels begint het aantal muggen toe te nemen. Tegen de tijd dat we de (vis-)maaltijd opgediend krijgen, is het om de hap drie klappen op been, wang of arm. Nu snappen we waarom de andere gasten binnen zitten, terwijl het buiten zulk heerlijk weer is.

We hadden ze overdag niet gezien, maar ‘s avonds blaften de enorme honden die in hokken zitten. Lelijke, slecht verzorgde honden. De teefjes met grote grijze tepels als everzwijnen.
Het gebied hier heet Vojvodina en staat bekend om z’n (etnisch) gemengde karakter. Hongaren, Serven, Kroaten, Duitsers en Roemenen hebben in deze streek lang in grote harmonie samengeleefd. Het is hier dan ook liberaler dan in de rest van Servië, hoewel de saamhorigheid hier in 1995 ook een dreun kreeg. De plaatsnaamborden zijn er nog steeds in de drie talen (Servisch (cyrillisch), Kroatisch en Hongaars).
In Bac vinden we een waterpomp. Een man pompt zijn grote plastic flessen vol. We vragen of het drinkbaar is. Hij pakt de grote fles, houdt ‘m bij Nans neus en knijpt er een paar keer in zodat ze de lucht die eruit komt kan ruiken. De man zegt dat het gas dat er in zit wat moet verdampen maar dat het daarna prima drinkbaar is. Ik vind het een putlucht hebben. We besluiten het water eerst te filteren (we hebben een klein waterfilter mee). So far so good!

Het weer laat wat wisselingen zien. Aan de horizon doemen grijze luchten op, maar die trekken op miraculeuze wijze rakelings langs ons heen.


In Servië zijn de accommodaties spotgoedkoop. Toen we aankwamen in Sombor hebben we ons laten piepelen met een hotelkamer voor 40 euro. We hadden toen nog geen internet. Inmiddels boeken we hele huizen voor iets meer dan 20 euro.
Onderweg stuiten we op een kraampje met aardbeien en – jawel – zelfgebreide wollen sokken. Geweldige combinatie! Nan praat even met de verkoopster (Milena) die Duits had geleerd op school vroeger in Kroatië.
Ons huis in Bac Palanka is geweldig. Als we aan komen rijden, denken we: hmmmjaa.. Maar eenmaal binnen blijkt het een oase. Achter een gruzelige stalen deur verschijnt een binnentuin met groenten, fruitboompjes en kipjes. Het huis is heel eenvoudig, bijzonder huiselijk ingericht met meubilair uit de jaren 50. De boventoon wordt gevoerd door het grote aantal geborduurde tafereeltjes aan de muren. We hoeven het thuis niet te hebben, maar de oubolligheid doet knus aan.




‘s Morgens fietsen we de Duitse Melissa tegen het tanige lijf. Ze fietst vier weken rond, kampeert niet maar heeft indrukwekkend weinig bagage mee.

De pontjes over de Donau nemen langzaam af, zowel in aantal als kwaliteit.


De mobiele ontvangst (4G) is opvallend goed in Servië. Tenminste, in het stuk waar wij doorheen fietsen. Ook elektronisch (en contactloos) betalen gaat in heel veel, eigenlijk alle winkeltjes.
Het laatste stuk naar Novi Sad (vanaf pakweg Rakovaç) was een nachtmerrie. Druk (stinkend) verkeer, smalle rijstroken en aan de zijkanten opgestroopt asfalt wat ervoor zorgt dat je steeds in de rijrichting over een richel heen moet.
Novi Sad is de regiohoofdstad van Vojvodina en heeft een bijzonder gezellig centrum. Buiten de steden is Servië in dit gedeelte erg verouderd. Veel vervallen huizen en panden, kapotte straten, verroeste lantaarnpalen, afval op straat, enz. De grotere steden zien er aanmerkelijk beter uit. Nou, Novi Sad dus ook.




Lopend door Novi Sad zien we veel jongeren, maar Servië is wel een van de snelst vergrijzende landen in de wereld. Jongeren, vooral hoog opgeleiden, verlaten het land om hun geluk ergens anders te beproeven.
Het water in de Donau staat nog steeds schrikbarend hoog.
De klim Novi Sad uit is lang en ook weer vervelend omdat we de weg delen met auto- en vrachtverkeer. Niet retesteil (5%), maar wel 5km lang. Op de top wordt je overweldigd door de ‘glimmende’ orthodoxe kerk. De koperen daken blinken in de zon. Of het groene, glanzende metaal door koperoxide is gekomen,

We stonden even te schuilen voor een zomerbui (niets ernstigs) bij een koelhuis voor fruit. Een jongeman zegt ons gedag en gaat weer naar binnen. Nan zegt nog: ‘Het zou leuk zijn als-ie ons een paar appeltjes aanbiedt’, en nog geen 5 minuten later: jawel hoor, een zakje Granny Smiths. Een paar kilo.. Het zijn heerlijke appels hoor, maar ze moeten ook mee de berg op. Ondankbaar volk zijn we toch.
In Servië worden de overlijdensadvertenties opgehangen op publieke plekken, zoals in bushokjes. Eigenlijk wel een goed idee, het versterkt het gemeenschapsgevoel.
Opvallend is dat we elke ochtend zin hebben om op pad te gaan, tenzij het plenst. Vandaag gaan we op weg naar Belgrado waar Floor, een vriendin van ons, zich bij ons voegt voor twee weken tot aan Sofia in Bulgarije. Vandaag, 27 mei, is óók de dag van de protesten in Belgrado tegen de regering Vucic. We gaan er een beetje omheen maar.
We vallen, op weg naar Belgrado, weer met onze neus in de boter, of beter gezegd: modder. Gelukkig niet al te lang. Na twee km ploeteren, poeren met stokje en weer verder ploeteren, komt er een mannetje naar ons toe die – in goed Servisch – ons vertelt: ga niet die kant op, ga terug, het is niet te doen (deze vrije interpretatie zal er niet ver naast zitten)!
Wij dus terug. Onderweg aangesproken door een stel dat ons het recept voor rakija- de lokale drank – aan de hand doet. Altijd handig!
Net voor Belgrado vinden we een bankje. Weliswaar op een kerkhof, maar het ís een bankje. We eten ons bammetje op het bankje, tussen de grote, pompeuze graven. Één valt op:

Als we in Belgrado aankomen, rommelt het in de lucht. Onweer?




Morgen gedrieën op pad. Sofia, here we come!





