Dagelijks archief: 11 mei 2023

Slowaakse wolven en Budapestweer

12-15 mei 2023: Het is een slechte periode, er valt veel regen. Een dag hangen in het hotel in Mosonmagyaróvár biedt soelaas alhoewel het tegelijkertijd kriebelt om weer door te trekken. Zo’n hele dag in een matige hotelkamer is dan ook wel weer meer dan genoeg. Gelukkig plenst het inderdaad de hele dag stellen we tevreden vast. Zitten we niet voor niets binnen.

We hebben een bescheiden voedselvoorraad: brood, smeerkaas bij wijze van boter, pindakaas, thee en koffie. En natuurlijk de yoghurtjes en een zakkie chips zo nu en dan. We zijn enorme afvalmakers op deze reis, stellen we vast. Omdat we steeds kleine hoeveelheden kopen in supermarkten, kopen we relatief veel verpakkingsmateriaal: plastic van de maaltijdsalades, youghurtbekertjes, kleine blikjes, enz. We vullen bijna een pedaalemmer per dag met afval, maar ja, we kunnen geen 5 kilo aardappelen in een zakje kopen zoals thuis.

Györ met leuke steegjes en straatjes

We fietsen na de hangdag naar Györ, zo’n 50km verderop. Györ is een plaats die, volgens ons boekje, niet overgeslagen mag worden. Naar verluidt een van de mooist opgeknapte klassieke steden van Hongarije. Het heeft een heel sfeervol, mooi centrum. Er zit hier veel geld dankzij de Audifabriek hier in de buurt. In Györ lopen we, na het mooie oude centrum bekeken te hebben, naar een winkelcentrum net iets buiten het stadscentrum om een nieuwe dompelaar te kopen.

De oude is naar z’n gallemiezen gegaan en we gebruiken hem allebei elke dag. We zien dat er in het winkelcentrum een Mediamarkt zit. Wat dan zo opvalt is dat zo’n winkelcentrum (of moet ik zeggen: mall) op geen enkele manier afwijkt van de ons bekende westerse winkelcentra.

Alsof je in een willekeurige Nederlands winkelcentrum loopt

Dezelfde winkels, poke bowl shops, kekke barista’s met baarden, knotjes met daarnaast mooie zitjes voor de koffiedrinkers, nagelstudio’s, dames die promotieartikelen uitdelen en ga zo maar door. Geen greintje Hongaarse originaliteit. Allemaal eenheidsworst (of zeggen de Hongaren dat nou ook van onze winkelcentra?).

De Hongaarse taal is verbijsterend anders. We blíjven ons verbazen. Afgezien van leenwoorden valt er niets van te bakken, maar dan ook niets. Het heeft een relatie met Fins: net zo onbegrijpelijk. We kunnen alles lezen (fonetisch) maar het zijn lange, complexe woorden met veel accenten en lettergrepen. We leren de handigste: Köszönöm (dankjewel), Jó napód (goedendag, hoeven we geen goeiemorgen, -middag, enz. te onthouden), Viszlát (tot ziens). Er wordt ook zeer weinig in een andere taal getoond. We moesten in de supermarkt iemand vragen om het stickertje uit de weegschaal te krijgen (ondanks Google Translate):

Het lijkt niet zo moeilijk maar viel bar tegen..

We zijn nu meer dan vier weken onderweg, zitten tegen de 2000 km aan en hebben het nog erg naar ons zin. Okay, het weer kan echt beter, maar het leventje dat we leiden is prettig simpel: alleen bezig zijn met de basale dingen (onderkomen, eten en drinken, wasjes) in een continu veranderende en boeiende omgeving. We lezen veel ‘s avonds, staan redelijk vroeg op en vertrekken weer. Het natte weer deze periode maakt dat we iets meer moeten plannen. We hebben namelijk geen zin om in de regen te kamperen, daar zijn we te oud voor. Dus moeten we steeds een nieuw dak boven ons hoofd vinden wat ons steeds goed lukt. Dat is dan weer het voordeel van het vroege voorjaar: het is niet druk.

Dit gedeelte van Hongarije is plat en niet bijster spectaculair.

Dat ziet er dan zo uit, zo over het algemeen in Noord-Hongarije

Als we Györ verlaten houden we rekening met een hele dag regen. En dat blijkt dan ook weer helemaal te kloppen. Geen pedaalslag zonder druppels. We waren voorbereid, scheelt een slok op een borrel. Verderop loopt de route door een bos. Het fietspad is less than perfect, om niet te zeggen: beroerd. Omdat het al dagen regent hier, is het bospad een modderige bende geworden. Het water loopt niet meer weg.

We eindigen weer in Slowakije, net boven de Donau, in een gelegenheid die de ‘Meat Heads Pub’ heet. Klinkt goed 🙂

Een stel met hun volwassen zoon (denken we) en een Hongaars familiediner in de Meat Heads Pub, ‘s avonds

‘s Morgens horen we het bijzondere en heldere zingen van een nachtegaal. Dat hoor je toch niet zo veel in Nederland?

Als we Komárno langs de Donau verlaten zien we herten en veel hazen door de velden rennen. Een stuk verderop steken twee grote zoogdieren het fietspad over en draven achter elkaar door het veld. Het zijn geen honden, ook geen vossen of herten. Wij komen tot de conclusie dat het wolven moeten zijn. Nee, geen foto. Daar was het te ver en te snel voor. En ja, moeilijk verhaal maar we zijn ervan overtuigd.

We fietsen weer door Slowakije langs de Donau maar merken dat er nèt over de grens vooral Hongaars wordt gesproken. Bij een restaurant drinken we koffie. De dames achter de toonbank zijn Tsjechisch, Slowaaks en Hongaars, zeggen ze. Ze spreken Hongaars onder elkaar, elkaar lachend gadeslaand.

Het is een heerlijke dag. Droog (we zijn snel tevreden), licht briesje in de rug. Waterig zonnetje zo nu en dan.

Matig onderhouden brug

De dag eindigt in Esztergom. Een prachtig plaatsje nèt over de grens met een gi-gan-tische basiliek, een leuk centraal plein en mooie straatjes.

Morgen richting Budapest. Mogelijk weer pokkeweer, de berichtgeving varieert van dag tot dag. Budapestweer zullen we maar zeggen..

Wenen, wind en weer een land

8-11 mei 2023: Zoals dat gaat met grote steden: langzaam maar zeker wordt het steeds een beetje drukker. Het manoeuvreren door het verkeer in Wenen is lastig. De Weners hebben weliswaar hun best gedaan met de fietspaden, maar die kunnen er ook zo weer mee ophouden. Je tussen de auto’s storten is dan vaak weer teveel van het goede.

Voetgangers en fietsers delen hetzelfde pad. Alleen de symbolen wisselen steeds. Dan weer links fietsers, rechts voetgangers en 10m verder het omgekeerde. Lastig..

Wenen is een indrukwekkende stad. Een chique stad. Ruim opgezet met brede boulevards en met chique panden in Parijse stijl. We komen vroeg aan, checken in en nemen ‘s middags ‘vrij’. Met de tram gaan we downtown.

In Wenen rijden nog oude trammetjes rond met hanglussen

Het is allemaal bijna teveel om te bevatten (we lopen langs het raadhuis, Burgtheater, parlementsgebouw, natuurhistorisch & oudheidkundig museum, bibliotheek, Heldenplatz, Sissi-museum, Stephansdom, staatsoperagebouw).

We vallen (op 8 mei) met onze neuzen in de boter op der Tag der bedingungslosen Kapitulation der Wehrmacht waarmee het einde van de 2e WO wordt bedoeld. De gevallenen worden herdacht. Een militaire ceremonie voltrekt zich nét als wij de Heldenplatz oversteken.

Allemaal strak in de maat. Het presenteren van het geweer in fases geeft een indrukwekkend geluid van het tegelijkertijd klappen van de stoffen handschoenen op de zware wapens. De militairen zijn zonder uitzondering snotneuzen maar dat zegt meer over ons

De volgende ochtend spijbelen we gewoon door en gaan we langs het slot Belvédère. We lopen met onze fietsen aan de hand over het terrein en worden letterlijk teruggefloten. Een man met een schril fluitje trekt onze aandacht, luid en duidelijk. Een veldwachtersfluitje. We moeten met de fietsen van het terrein af. Schoolpleinachtige taferelen.

Illegaal met de fietsen op de foto vóórdat we teruggefloten worden

Leuk in Oostenrijk is de koffiecultuur die stamt uit de tijd dat de Turken (ongewenst) over de vloer kwamen. Ook de Oostenrijkers serveren er nog steeds een glaasje water bij. Wel duur allemaal, die koffie hier in Oostenrijk.

We verlaten Wenen en fietsen ploegend tegen de wind in naar het oosten. In Bruck an der Leitha checken we in het hotel bij een grumpy old man. Hij voltrekt de incheckceremonie met tegenzin maar ontdooit later wat. Hij vraagt waar we vandaan komen, enz. Daarna vraagt ie (bijzonder!) hoe wij in NL aan onze energie komen. Al snel na het horen van het woord ‘gas’ komt de aap uit de mouw: hij heeft als Direktor vroeger pijplijnen gelegd in oa Rusland. Hij fulmineert op het Europese sanctiebeleid tegen Rusland, wachtend op een reactie. Zijn tongval verraadde een niet-Oostenrijkse, Slavische achtergrond (hij liet veel lidwoorden achterwege) maar hij antwoordt ontwijkend op de vraag waar ie oorspronkelijk vandaan komt. Ouwe Sovietrus die zich verbijt..

De wind gaat nog niet liggen als we het laatste stuk Oostenrijk aanbreken richting Bratislava. In de verte doemt de Heidentor op, een Romeinse triomfboog. Terwijl we het gebeuren bekijken stopt er een busje met Chinezen. Ze bekijken het bouwwerk niet maar fotograferen elkaar in allerlei standen. Daarna snellen ze terug naar de bus en stuiven ze weg. Voorbeeld van It is Wednesday so this must be the Heidentor.

De Heidentor. Het waren oorspronkelijk vier poten met vier bogen zoals op het model op de voorgrond. De nabijgelegen plaats (Carnuntum) barst van de Romeinse overblijfselen

Opwindend om weer een nieuw land te naderen: Slowakije, vreemd land nummer 3.

Weer geen bord met de landsaanduiding maar wel een mooie ouwe grenspaal. De S van Slowakije. Aan de andere kant staat een Ö
Meteen, húp, net over de grens: een casino. De grenspaal is rechts achter de auto te zien
Heel snel al een oostblokgevoel bij het zien van deze oude Russische Ural zo’n beetje óp de Slowaaks-Oostenrijkse grens

De check-in bij ons hotel in Bratislava is belachelijk geautomatiseerd. QR-codes, online formulieren, gezichtsherkenning, chatbots, you name it. We bellen voor hulp (zó 2022). Na een uur treden we onze kamer binnen, geholpen door een meisje op wier gezicht te lezen viel: boomers.

Zo dus
Het kasteel van Bratislava is de eye catcher van de stad. Fietsend over het Oostenrijkse platteland zagen we het kasteel al boven de stad uit torenen

Bratislava is een leuke stad. Niet zo groot. Een gezellig oud centrum, levendig, sfeervol. Er wordt druk gemoderniseerd. Weinig doet nog denken aan oostbloktijden.

Hier en daar moeten oude panden nog opgeknapt worden

De mensen zijn modern: kleding, earbuds, elektrische stepjes, jongemannen met baarden, jongens en meiden met tattoos. En natuurlijk overal mobiele telefoons, ook in Bratislava.

De volgende dag zijn we snel de stad uit over de Donau. Het is zonnig. Nog steeds dezelfde bries maar het eerste stuk langs de Donau is luw.

Mooie paal met allemaal bordjes om te bestuderen

Een kleine 20km zijn we verwijderd van de Hongaarse grens, wéér een ‘nieuw’ land, het is bijna niet bij te houden. Als we bij de grens staan, zien we – jawel! – een bordje in de kleuren van de Hongaarse vlag met een volstrekt onbegrijpelijk woord eronder. Er blijkt ‘staatsgrens’ te staan. Hoera! Een argeloos fietsend stel houden we aan met het vriendelijke verzoek – het woord ‘foto’, een gekromde wijsvinger en een vriendelijke lach volstaan – ons vast te leggen. De man (met haveloos gebit maar dat is totáál niet relevant) weet raad met de iPhone.

Van het Hongaars valt werkelijk geen chocola te maken, maar er staat toch echt ‘staatsgrens’

We zijn het bijna verleerd: rekenen met andere valuta. Er zitten maar liefst (bijna) 400 Hongaarse Forinten in een Euro. We trekken er flink wat uit de muur in het eerste Hongaarse plaatsje over de grens: Rajka.

We zijn fervent gebruikers van de weerapps. Allemaal tonen ze een flinke regendag morgen (vrijdag 12 mei). We besluiten in een hotel in Mosonmagyaróvár te crashen om de vrijdag door te komen: wasjes doen, lezen, lummelen en al wat dies meer zij. Daarna (waarschijnlijk zaterdag) door naar Györ.