12-15 mei 2023: Het is een slechte periode, er valt veel regen. Een dag hangen in het hotel in Mosonmagyaróvár biedt soelaas alhoewel het tegelijkertijd kriebelt om weer door te trekken. Zo’n hele dag in een matige hotelkamer is dan ook wel weer meer dan genoeg. Gelukkig plenst het inderdaad de hele dag stellen we tevreden vast. Zitten we niet voor niets binnen.
We hebben een bescheiden voedselvoorraad: brood, smeerkaas bij wijze van boter, pindakaas, thee en koffie. En natuurlijk de yoghurtjes en een zakkie chips zo nu en dan. We zijn enorme afvalmakers op deze reis, stellen we vast. Omdat we steeds kleine hoeveelheden kopen in supermarkten, kopen we relatief veel verpakkingsmateriaal: plastic van de maaltijdsalades, youghurtbekertjes, kleine blikjes, enz. We vullen bijna een pedaalemmer per dag met afval, maar ja, we kunnen geen 5 kilo aardappelen in een zakje kopen zoals thuis.

We fietsen na de hangdag naar Györ, zo’n 50km verderop. Györ is een plaats die, volgens ons boekje, niet overgeslagen mag worden. Naar verluidt een van de mooist opgeknapte klassieke steden van Hongarije. Het heeft een heel sfeervol, mooi centrum. Er zit hier veel geld dankzij de Audifabriek hier in de buurt. In Györ lopen we, na het mooie oude centrum bekeken te hebben, naar een winkelcentrum net iets buiten het stadscentrum om een nieuwe dompelaar te kopen.
De oude is naar z’n gallemiezen gegaan en we gebruiken hem allebei elke dag. We zien dat er in het winkelcentrum een Mediamarkt zit. Wat dan zo opvalt is dat zo’n winkelcentrum (of moet ik zeggen: mall) op geen enkele manier afwijkt van de ons bekende westerse winkelcentra.

Dezelfde winkels, poke bowl shops, kekke barista’s met baarden, knotjes met daarnaast mooie zitjes voor de koffiedrinkers, nagelstudio’s, dames die promotieartikelen uitdelen en ga zo maar door. Geen greintje Hongaarse originaliteit. Allemaal eenheidsworst (of zeggen de Hongaren dat nou ook van onze winkelcentra?).
De Hongaarse taal is verbijsterend anders. We blíjven ons verbazen. Afgezien van leenwoorden valt er niets van te bakken, maar dan ook niets. Het heeft een relatie met Fins: net zo onbegrijpelijk. We kunnen alles lezen (fonetisch) maar het zijn lange, complexe woorden met veel accenten en lettergrepen. We leren de handigste: Köszönöm (dankjewel), Jó napód (goedendag, hoeven we geen goeiemorgen, -middag, enz. te onthouden), Viszlát (tot ziens). Er wordt ook zeer weinig in een andere taal getoond. We moesten in de supermarkt iemand vragen om het stickertje uit de weegschaal te krijgen (ondanks Google Translate):
We zijn nu meer dan vier weken onderweg, zitten tegen de 2000 km aan en hebben het nog erg naar ons zin. Okay, het weer kan echt beter, maar het leventje dat we leiden is prettig simpel: alleen bezig zijn met de basale dingen (onderkomen, eten en drinken, wasjes) in een continu veranderende en boeiende omgeving. We lezen veel ‘s avonds, staan redelijk vroeg op en vertrekken weer. Het natte weer deze periode maakt dat we iets meer moeten plannen. We hebben namelijk geen zin om in de regen te kamperen, daar zijn we te oud voor. Dus moeten we steeds een nieuw dak boven ons hoofd vinden wat ons steeds goed lukt. Dat is dan weer het voordeel van het vroege voorjaar: het is niet druk.
Dit gedeelte van Hongarije is plat en niet bijster spectaculair.
Als we Györ verlaten houden we rekening met een hele dag regen. En dat blijkt dan ook weer helemaal te kloppen. Geen pedaalslag zonder druppels. We waren voorbereid, scheelt een slok op een borrel. Verderop loopt de route door een bos. Het fietspad is less than perfect, om niet te zeggen: beroerd. Omdat het al dagen regent hier, is het bospad een modderige bende geworden. Het water loopt niet meer weg.


We eindigen weer in Slowakije, net boven de Donau, in een gelegenheid die de ‘Meat Heads Pub’ heet. Klinkt goed 🙂

‘s Morgens horen we het bijzondere en heldere zingen van een nachtegaal. Dat hoor je toch niet zo veel in Nederland?
Als we Komárno langs de Donau verlaten zien we herten en veel hazen door de velden rennen. Een stuk verderop steken twee grote zoogdieren het fietspad over en draven achter elkaar door het veld. Het zijn geen honden, ook geen vossen of herten. Wij komen tot de conclusie dat het wolven moeten zijn. Nee, geen foto. Daar was het te ver en te snel voor. En ja, moeilijk verhaal maar we zijn ervan overtuigd.
We fietsen weer door Slowakije langs de Donau maar merken dat er nèt over de grens vooral Hongaars wordt gesproken. Bij een restaurant drinken we koffie. De dames achter de toonbank zijn Tsjechisch, Slowaaks en Hongaars, zeggen ze. Ze spreken Hongaars onder elkaar, elkaar lachend gadeslaand.
Het is een heerlijke dag. Droog (we zijn snel tevreden), licht briesje in de rug. Waterig zonnetje zo nu en dan.
De dag eindigt in Esztergom. Een prachtig plaatsje nèt over de grens met een gi-gan-tische basiliek, een leuk centraal plein en mooie straatjes.








Morgen richting Budapest. Mogelijk weer pokkeweer, de berichtgeving varieert van dag tot dag. Budapestweer zullen we maar zeggen..















