Een gedenkwaardige dag: de democraten winnen het huis van afgevaardigden in de USA en mijn verjaardag beleef ik op de fiets in België.
Het ontbijt wordt geserveerd in de bar met een groot raam met prachtig uitzicht op het park. Het zonnetje breekt door. Leuk ontbijten zo. De hotelier (denk ik) zet m’n ontbijtje klaar. Ik ben de enige gast. Zijn vrouw komt na verloop van tijd in haar duster binnen hobbelen en gaat aan het einde van de bar op een hoekje haar ontbijt nuttigen. Ik vraag de hotelier of hier alleen Nederlands wordt gesproken (ik ben in Vlaams gebied). Hij zegt min of meer neutraal dat er steeds meer Frans wordt gesproken. Had gehoopt op iets meer taalagressie, maar dat zat er niet in.
Later schoof een andere man in dezelfde leeftijdscategorie aan bij de vrouw in duster. Ik in opperste vertwijfeling. De aangeschoven man vraagt of ik de fietser ben – in de grote eetzaal stond mijn fiets – en vertelt dat hier in de buurt de Ronde van Vlaanderen wordt gefietst en hoe dat er aan toe gaat met duwen en trekken. Hij haalt vervolgens een lokale kaart tevoorschijn die hij aan me geeft. Wat ik ermee moet weet ik niet, maar ik bedank hartelijk.
Ze noemen het hier de Vlaamse Ardennen. Niet zonder reden: zo nu en dan een pittig klimmetje. In mijn boekje wordt over deze etappe gesproken van ‘..een fietsdag om door een ringetje te halen’. Dat is ook zo: het is hier echt prachtig!
Ik bezoek een begraafplaats omdat ik water nodig heb. De graven laten uitsluitend Franse namen zien op de stenen.
In Vloesberg (Flobecq) denk ik wel een koffietentje te vinden. Nee dus.. Of: ik vind ze wel, maar ze zijn allemaal nog dicht om half elf. Luie flikkers!
Ik haal mijn bedoeninkje dan maar uit mijn tas, installeer me op een beschut plekje volledig met stoeltje, brandertje, percolator, enz. Zet mijn kopje koffie (flesje koffie, want ik heb nog geen mok) en wordt meewarig aangekeken door rondlopende dorpelingen die ik zíe denken: wat dóet die vent? Nog voor ik de eerste slok neem valt de eerste druppel.. 20m verderop is een afdakje waar ik heen schuif. Het wordt de rest van de dag niet meer droog. Flobecq blijkt hoofdzakelijk Franstalig te zijn.
Na mijn koffie (en broodje pindakaas) trek ik alles wat ik mee heb aan: regenbroek, overschoenen, regenjas, handschoenen, petje met capuchon erover heen. Mij kan niks gebeuren. Dat voelt ook zo: een soort van gewapend. Prettig. Dat mijn regenjas (eigenlijk N’s jas) knal- fluorescerend geel is maakt me niet uit maar zorgt wel voor verwarring in Lessen, de volgende plaats, waar ik even ga zitten bij een geparkeerde auto. Men blijkt mij aan te zien voor parkeerwachter. Een dame begint zich tegen me te verexcuseren en wappert met haar blauwe parkeerschijf, als de dood dat ik haar een boete zou geven!
De regen wordt niet minder maar ik fiets heerlijk rond door dit prachtige gebied. Als een soort schakelaar in je lichaam voel je dat er wat gegeten moet worden; het regende inmiddels serieus. Troost is dat de voorspelling in België net zo slecht is als in NL: mijn weer-app had ‘beloofd’ dat het droog zou worden.. Niet dus.
In Moerbeke zoek ik iets anders te eten dan brood met pindakaas. Ik vind niks anders dan een frietkot. Ik bestel een salade met mini-frites (echt waar) en krijg dit:
Ik vermoed dat het compensatie is voor de saladebak die maar half met salade is gevuld en de andere helft met ui..
De regen neemt niet af. Mijn weerapp verandert de voorspelling zo’n beetje met dezelfde frequentie als waarmee ik ‘m raadpleeg. Laat maar.
Ik ben zo blij met mijn riem ipv ketting. In dit natte weer gaat je ketting kraken van het zand dat tussen de schakels komt. Niet dat dat heel erg is, maar het kraken klinkt vervelend en na verloop van tijd moet je je ketting schoonmaken. Niets daarvan met een riempje! De Rohloff-naaf heeft zich ook bewezen. Elke onvermoede, acute klim is snel geslecht. Op- en afschakelen door van je af, respectievelijk naar je toe te draaien went steeds meer, alhoewel ik het nog steeds onlogisch vind.
Ik fiets langs geheimzinnige grote bollen in het landschap. Uit betrouwbare bron verneem ik dat het om NAVO-communicatiestation gaat. Waarom ze die in Pajottenland zetten zal ik ws in mijn leven niet te weten komen, tenzij mijn betrouwbare bron hier een antwoord op heeft natuurlijk.
Einde middag beland ik in Halle. In een café bestel ik cappuccino (ik moet natuurlijk café au lait bestellen, want cappuccino – net als in Frankrijk – betekent hier: koffie met een bakje slagroom). Maar ‘s pielen op mijn iPhone. Hotels: onbetaalbaar! AirBnB: niet beschikbaar. Dan maar Vrienden op de Fiets. En ja! In Ruisbroek is André bereid me op te vangen, blijkt na bellen. Stukje fietsen richting Brussel. Ik heb de wind in de rug, dat scheelt een slok op een borrel. Ik fiets langs het kanaal waar een schuit ligt met een ‘deukje’ (volgens mij moet je daarvoor heel erg je best doen):
De gastheer in Ruisbroek heet me welkom in de luxe bungalow. Hij brengt me naar mijn kamer met privé-douche en toilet. Zo’n douche met én een regendouche (heet dat geloof ik), handdouche, én spuitgaten uit de muur. Toe maar. Wanneer ik ga douchen heb ik mijn werktuigbouwkundige kennis (mwoah) nodig om gewoon warm water op m’n kop te krijgen.
André, een arts blijkt, is uiterst gastvrij en drukt me op het hart dat ik met hen mag meeëten, in de ‘living’ mag komen, maar ook op mijn kamer mag blijven. Wat ik maar wil! Tja, wat doe je dan? Na m’n douche ga ik maar een biertje met hem drinken. We kwetteren wat wederwaardigheden. Zijn vrouw komt er ook bij na verloop van tijd en kwettert ook wat beleefdheden mee. Bon! Tijd om er vantussen te gaan. Ik kom op aanraden in Il Sorrento waar ik mezelf (het ís tenslotte mijn verjaardag) te buiten ga aan een pizza 4 stagione en een karafje rode wijn. Ik neem de tijd en maan de serveerster rustig aan te doen. De avond is nog jong.