Mijn ontbijt werd geserveerd in de open keuken. Ik denk dat het gewoon zijn privé-keuken / huiskamer was. De man des huizes (volgens mij was er geen vrouw, wel een grote onvriendelijk uitziende Japanse hond, een Akita zei de man) bracht me het kannetje koffie, vroeg plichtmatig of ik goed had geslapen, en ging weer naar zijn hond die gelukkig achter de schuifdeuren stond te ijsberen.
Ik ging vroeg op pad en zat 8:30 op mijn fiets op weg naar Ronse. Het was prachtig weer, aanmerkelijk warmer dan gisteren. Al snel kon mijn jasje uit.
Ik sta even stil bij weer een monument in Risquons-Tout, een buitenwijk van Mouscron (Moeskron). Wat ís hier veel gevochten, ditmaal tijdens de 2e WO.
In Moeskron kom ik langs een opticien, waar ik even binnenwip want er is weer ‘s een poot van mijn bril gevallen. Ik ben in België – je wipt in deze regio zo vaak even over grens over dat je soms niet weet in welk land je fietst – en de dame (opticienne?) zou Nederlands moeten spreken. Dat deed ze ook, maar mijn Frans was beter.. Ik vraag nog of ik in Frankrijk ben, maar nee, nee, zegt ze verschrikt en wat gegeneerd.
De ontiegelijke investering van 20 euro in een +2.00 leesbril zal zich terugbetalen want bij het afrekenen had ik niet gezien dat ik het verkeerde pasje in de automaat stopte die niet meldde dat de pincode fout was, tot ie geblokkeerd was.. Gelukkig had ik er nog een. Waarom zegt dat ding niet gewoon: pincode fout! Heb ik weer wat te doen, thuis.
Het weer werd nog beter en de omgeving hier is prachtig! Tevreden toer ik rond.
Veel mooie oude Vlaamse boerderijen en panden. Het landschap glooit licht. Met dit weer – 20 graden in november – is het prachtig licht. Veel koolzaadvelden, suikerbieten en kool. Klinkt niet erg exotisch, maar is wel mooi.
Rond lunchtijd was ik al 40km verderop in Avelgem. Het buurtcafé zag er aantrekkelijk genoeg uit. Het was nog vroeg, maar ik had trek. De goegemeente vond dat 12u niet vroeg was, en zat al aan het bier. Een soepje (met klontjes uit het zakje) voor mij en een tosti hielpen me aan de calorieën.
Ik wist niet hoeveel verder ik nog zou rijden. Ronse is de ‘officiële’ stopplaats, zo’n 20 km verder, maar het is nog vroeg. We zien wel..
Net buiten Avelgem zie ik op mijn appje wat schaduwtjes wat meestal duidt op reliëf, dus klimmen. Ik schuif het cursortje van de app naar de donkere vlek (had immers een nieuwe bril). Slechts 150 meter! Maar dan wel met pakweg 10%, bleek. Kon de 1e versnelling van mijn nieuwe Rohloffnaaf goed gebruiken. Ik draaide nog vergeefs verder: nee, dit was echt de eerste versnelling. Maar ik stap niet af en bereik blazend de top met mooi uitzicht (‘Ronse, stad met uitzicht’ zie ik later te pas en te onpas). De berg blijkt de Kluisberg te zijn, onderdeel van de ronde van Vlaanderen. De winnaars staan op de weg vereeuwigd, beginnend met Paul Deman in 1913, oplopend naar Philippe Gilbert in 2017. Tussen elke winnaar zit pakweg 10 meter. De enige die ik herken is Tom Boonen:
Het voordeel van een klim is natuurlijk de afdaling. Zonder bochten in een kaarsrechte streep suis ik Ronse binnen. Kijken of er een grote markt is, en jawel! Op het terrasje bestel ik een Schweppes (als ik om tonic vraag zegt men ‘wablief’?) en besluit: het is goed zo. Ik vind een té duur hotel via Booking.com, maar na de ontberingen de afgelopen twee overnachtingen heb ik dat wel verdiend. Vind ik.. Ik krijg een bevestiging zonder een overbodig woord: ‘geachte, bedankt voor uw reservatie mvg’.
Een oudere heer met dito gebit heet me welkom in het hotel dat vlakbij ligt. Gelukkig is er een geschikt plaatsje voor mijn fiets beschikbaar. Het hotel – Auberge St. Sébastien – ligt mooi, doet luxe aan van de buitenkant. Bij binnenkomst blijkt dat het inderdaad voor de buitenkant geldt. Desalniettemin, een prettig onderdak. De tv zat net onder het plafond, want daar zat immers ook een stopcontact, maar dat is een detail. De hotelier probeert de verwarming hoger te zetten. Zegt ten einde raad dat ie zijn vrouw maar zal vragen. De raadselen zijn de wereld nog niet uit..
‘s Avonds eerst een biertje gedronken in De Harmonie op de Grote Markt. Een immens Grand Café. Het plafond schat ik op 4m hoog. Tegen de wanden boekenkasten met glazen deuren, grote ventilatoren aan het plafond, stenen tafels, een houten toog met koperen ‘leuning’ en daarachter een spiegelwand waartegen tientallen flessen staan, en mozaïeken aan de muur. Statig! En voldoende bieren zie ik, als ik de kaart bekijk. Het meisjesteam van de lokale hockeyvereniging – ik schat ze 16 jaar – gaan aan een tafeltje zitten en bestellen (jawel) een Belgisch biertje. Links van me zit een oudere heer aan een tafeltje die met een hand zijn hoofd ondersteunt en met zijn andere hand als een bezetene een berichtje (wie weet schrijft ie eenhandig een boek!) te schrijven. Je maakt wat mee in een Vlaams Grand Café..
Ik probeer een ordentelijk restaurantje te vinden, maar veel is dicht of ‘reservatie is benodigd’. Het wordt ‘scheervlees’ met patatjes en (ik moest even goed kijken) iets van salade. Morgen maar ‘s ècht eten zoeken.
Morgen naar de H van BHV! Er wordt wat regen voorspeld, ‘s middags.