Maar liefst vier keer overstappen, maar dan ben je er ook vanuit Hilversum: Kortrijk. Een weekje ga ik fietsen langs de taalgrens (een stoffig boekje leert me dat die in 1963 is vastgesteld). De route viste ik van https://www.oppad.nl/wp-content/uploads/op5-2012-info-taalgrensbelgie1.pdf
Op pad met de fiets geeft me altijd een avontuurlijk gevoel. Nou is België niet heel avontuurlijk, maar tóch. In de trein zit ik in de buurt van mijn fietsje. Hij staat weliswaar op slot, maar ik heb een nieuw fietsje. Zó nieuw dat ik niet rustig in een coupé kan zitten zonder zicht op m’n fiets. Op het klapstoeltje dan maar, met mijn neus zo’n beetje tegen de voorband. In de trein tussen Utrecht en Den Bosch zit ik gebroederlijk naast een wat oudere man met een hangsnor (je zou het pornosnor kunnen noemen) die ook waakte over zijn fiets op het klapstoeltje. Ik knoop een praatje aan, want allebei fiets en klapstoeltje, wat niet tegen dovemansoren was gericht. Meneer stak van wal: timmerman geweest, de jeugd kan niet timmeren, met pensioen (met tegenzin), huisje in Zeeland (hij woonde in Diepenveen), grote moeite met invulling van zijn tijd. Enz, enz. Na verloop van tijd – ik was even gestopt met vragen – hield het verhaal op. Zonder vragen geen verhaal. Hij had mij ook wat kunnen vragen, maar dat kwam niet bij hem op. Het bleef dus stil daarna. Het was goed en we wensten elkaar een goede reis bij het verlaten van onze klapstoeltjes.
In Breda stap ik (‘klim ik’ is beter) in het fietscompartiment van de trein die me naar Mechelen zal brengen. Natuurlijk verkies ik weer het klapstoeltje. Het zonnetje staat op mijn gezicht. Ik ben alleen in het compartiment. Heerlijk! Tot een groep jongeren met rugzak, draagbare boxen en ieder een flesje Kriek Lambiek (dat die jongens dat te zuipen vinden!) in hun hand. Weg euforie. Maar ze hadden zo’n lol dat ik maar niks van die tyfusherrie heb gezegd..
In Mechelen bestijg ik het volgende treinstel na aanwijzing van een Vlaamse goedgemutste conductrice. Ze verwent mijn fiets met een, door haar hoogstpersoonlijk afgesloten, hok. Ik reageer matig enthousiast omdat ik denk: jij gaat dat natuurlijk helemaal vergeten en tegen de tijd dat we in Kortrijk zijn, ben jij 3 km verder naar voren geschoven in die trein en sta ik te trekken aan die deur terwijl jij op je fluitje blaast. Maar ze zegt me: u kunt plaatsnemen in de eerste klasse, dus tja, maar gewoon gedaan natuurlijk. Zoveel gastvrijheid kun je niet negeren. Ze zat vervolgens de hele reis slechts één bank van me verwijderd aan een stuk door te praten met haar collega, dus dat was prettig. Iets minder voor die collega, vermoed ik. Ik dommelde weg omdat ik lekker in het zonnetje zat in de eerste klas, totdat ze schel omriep dat we in Kortrijk waren aangekomen. Verschrikt kijk ik om me heen: waar is ze? Ik loop richting het hok waar mijn fiets staat. En gelukkig komt ze daar aanlopen, op haar mobieltje turend dat ze zoveel ‘bliepkes’ had. Alles kwam goed.
Op mijn onnavolgbare navigatie-app vind ik mijn AirBnB-adresje. Ik duikel de AirBnB-mail op waarin de code staat van het sleutelkastje. Bij het openen van de deur had ik gedacht dat er niemand thuis zou zijn, maar mijn gastvrouw en -heer staren me aan bij binnenkomst. Ik zie óók dat het aantrekkelijke interieur gewoon hun huis is; op een of andere manier had ik gedacht dat huis te kunnen gebruiken. Dat kan ook wel, maar dan met hen erbij. Barbara laat me mijn kamertje zien. Een prima kamertje, temeer een hotel op miraculeuze wijze meer dan 100 euro moet kosten op Booking.com in Kortijk.
Ik vind een bakker voor mijn brood morgenochtend. Kortrijk is mooi: leuk oud centrum met een Grote Markt (hoe kan het anders), begijnhof en de rivier de Leie die erdoorheen stroomt. Plezant.
Op een terrasje drink ik een Westmalle en vind daarna, als ik weer terug fiets, een Franse tortilla. Nooit van gehoord, dwz wel van Frans en van tortilla, maar niet van de combinatie. Bij thuiskomst tref ik Barbara die ietwat teleurgesteld zegt dat er nog een welkomstdrankje in het arrangement zat. Ik weet dat om te zetten in een welkomstkoffie morgenochtend, waar ze verheugd op reageert. Kan ik lekker naar boven, boekje lezen en dit verhaaltje schrijven, zonder mijn doopceel te hoeven lichten.
Morgen naar Wervik. Veel zin in!
