Ik had een kopje melkachtige cappuccino gedronken, gebracht door ober in Goodyear stofjas (zat zeker lekker). We hadden een broodje gescoord en een woestijn opgezocht.
We kwamen al vrij snel weer een kudde kamelen tegen (ja ja, dromedarissen zijn ook een soort kamelen) zonder drijver. Kleintjes bleven dicht tegen moeders aanstaan.
Ze had een soort tuigje om dus echt wild zijn ze niet. Moeder knorde nog wat (maar die beesten knorren volgens mij altijd..). We waren allebei niet topfit en hadden last van de warmte (al ruim boven de 30, wat moet dat in juli en aug zijn..).
We kwamen gelukkig vrij vroeg in Kasbah Baha Baha aan in N’Kob. Het was een prachtig kasteel met een meter dikke muren.
De luxe tuin met bedoeïenententen was bedekt met kleden en kussens, en daar lagen Kees en Jan. We hadden ’s avonds een tajine met kip verorberd in hotel en nog even naar downtown N’Kob gegaan waar we op een terras – we probeerden niet op te vallen – kopje muntthee hebben gedronken en even naar voetbalwedstrijd hebben gekeken, en dan vooral naar de mannen en jongens die gebiologeerd zaten te kijken. Echt alleen maar mannen op straat!



