Een na laatste blog
5 dec 2019: Echt een Sinterklaasgevoel had ik niet, maar ik kwam al wel lekker in de kerststemming.

Smaakvol!
Een rare gewaarwording dat de kerstperiode eraan zit te komen.
Het was vandaag relatief koel met lichte bewolking. Prima fietsweer.
Normaal is het soms wat zoeken om uit een plaats weg te komen, maar hier liep de ‘snelweg’ (de BR-242) dwars door de plaats heen, lekker makkelijk. De vrachtwagens reden weliswaar rustig maar tóch, het vrachtverkeer was enorm.
In mijn voorband zat een ijzerdraadje van een autoband, maar hij was (nog) niet lek. Ik liet ‘m voorlopig maar zitten. Kijken hoe lang ie ’t volhoudt.

Het eerste stuk vandaag had ik flink wind tegen (die komt meestal van de oceaan uit het oosten). Na pakweg 20km draaide ik naar het zuiden, de wind draaide niet mee (dat doet ie normaal wel als ik van richting verander..).
Het landschap werd langzaam minder woestijnachtig. Voorbij het dorpje Petim werd het zelfs Zuid-Europees met mooie bewerkte akkertjes (ze leken een klein beetje op wijngaarden), palmbomen en mooie huisjes met tuintjes.



Het restaurant bij de posto dat ik op het oog had was dicht, en het was nog wel een Shell posto! Het volgende dorpje (Conceicão do Almeida) was gelukkig niet ver meer, maar er ging wel een gruwelijke klim aan vooraf! Ik denk de steilste helling die ik ben tegengekomen op deze reis.

Natuurlijk geen kans dat ik, zo net voor de lunch, hier tegenop ging fietsen. Het was níet te doen!

Naar beneden ging beter! Je kunt van bovenaf niet over de bult heenkijken, zo steil.
Het dorpje lag práchtig tegen een heuvel aangebouwd.

Conceicão do Almeida
Naarmate ik dichter bij Santo Antonio de Jesus kwam, werd de omgeving groener, uitbundiger, tropischer. De bougainville kwam ik her en der weer tegen, palmboompjes, bloemen en sappig gras.
Pakweg 20km voor Santo Antonio zat ik een drankje te drinken bij een pompstation, me te realiseren dat het nog even zal duren voordat hier elektrisch gereden wordt. Het was retedruk bij het pompstation. Ze stonden in de rij.

Allemaal koolwaterstoffen, nog geen laadpalen.. Prijsniveau per liter ongeveer: Benzine €1, ethanol €0,70, diesel er ergens tussenin. (Ik begreep van A. dat je meer ethanol verbruikt per km dus het is maar de vraag of dat loont).
Een dame ging aan de andere kant van mijn tafeltje zitten en bood me een fles massage-olie aan (er stond olio op en eronder massage). Ik vermoed dat het niet om de olie ging maar om de dienst, maar weet het niet zeker. Na mijn afwijzing schoot ze andere mannen aan zonder succes in de tijd dat ik daar zat. Zou er nou in zo’n motel gemasseerd worden met die olie?

Met het bewuste flesje in haar hand
Het was niet meer zo ver van Santo Antonio de Jesus, een redelijk grote stad (meer dan 100.000 mensen). De ‘rondweg’ was druk en vreselijk heuvelachtig. Nou kán dat fijn zijn als je naar beneden gaat, maar ik moest omhoog. De buitenwijken leken al veel op de favela’s van de grote steden.
De ring af en de stad in was weer drukker dan ik gewend was. Maar het centrum was gezellig.
Santo Antonio de Jesus
Het lijkt Tokyo wel..Een hotel was redelijk snel gevonden. Ik wil het liefst een hotel op de begane grond zodat ik mijn fiets makkelijk in de kamer kon fietsen, maar dat zat er hier niet in. Ik zette mijn fiets dus op straat (nam de valuables mee) om boven in te checken, vervolgens naar beneden om de tassen te halen, nog een keer naar beneden tassen halen, nóg een keer om de fiets de trap op te tillen. De fiets kon in de ontbijtruimte in een hoekje, dat ging goed. Daarna moest ik met alleen de tassen nóg een verdieping hoger, maar ik werd geholpen! Je moet er wat voor over hebben om op de fiets door Brazilië te crossen..
Een aantal oudere heren zat, toen ik aan het einde van de middag op een terrasje zat, te dominoën.

Ziet er zó gezellig uit!
Op het plein voor de kerk was het een drukte van jewelste. ’s Avonds leeft alles op hier.


Mijn haar is nog steeds niet geknipt. De stekels zijn verdwenen, het ligt plat op mijn hoofd. Als ik heb gefietst plakt het op mijn hoofd. Ik ga als een soort Hollandse Boris Johnson door Brazilië. Gelukkig kennen ze Boris hier niet..
6 dec 2019: Het was ècht wel een aardig grote stad! Dwars door de stad ging ik weer op weg naar Itaparica. Het landschap werd práchtig! Ronde heuvels begroeid met fijn gras, palmbomen, bananenbomen, bloemen, smaakvolle huisjes, leuke dorpjes. Hoe dat zo ineens kwam dat (bijna) alles zo mooi was hier?


Ik hoorde schelle fluitjes in de verte. Een groepje vrouwen protesteerde of vroeg in ieder geval om aandacht. Ik stond even stil, wat ze de gelegenheid gaf de brochure in mijn handen te drukken.
De tekst was zo klein dat ik mét bril zelfs nog moeite had om ’t te lezen..
Ze vroegen aandacht voor de strijd tegen dengue (en muggen in het algemeen). Van wie ze aandacht vroegen was me niet duidelijk, ze liepen rond in een klein dorpje (Muniz Ferreira). Ik kreeg wél aandacht van ze want er moest een groeps-selfie gemaakt worden. Het was trouwens een vrolijke boel!

De enige man in het zwarte pak moest de mug spelen (volgens mij zijn alleen vrouwtjesmuggen schadelijk of is dat alleen met malaria?)
In Nazaré, een klein stadje waar het inmiddels snikheet was, klonk Jingle Bells 🎶 uit de luidsprekers..

Hier klinkt dus Jingle Bells uit luidsprekers.. Géén gehoor bij 35° vind ik.
Veel bananenplantages onderweg.

Ik had op Google een pousada in de buurt van Jacuruna gespot. Zou ie ook echt bestaan? (ik heb gemerkt dat er een behoorlijk verloop is en dat Google maps niet altijd de huidige situatie toont. Schande!). Anders moest ik tig km verder fietsen en ik had nog niet geluncht. Maar gelukkig was Pousada Longa gewoon in business.
Taallesje: Ik had net lunch gehad. De hoteldame wilde weten wat ‘almoco‘ in het Engels was. Ik ze: ‘lunch’, maar ze dacht dat ik me vergiste omdat ze hier het woord ‘lanch‘ hebben (ik denk afgeleid van het Engelse woord ‘lunch’) wat hier snack betekent. En ik had geen snack maar een lunch gehad. Kom daar maar ’s uit..
Ze vroeg ’s avonds of ik ‘heppelentsjie‘ had. Ik was er wel trots op dat ik begreep dat ze ‘repellent’ bedoelde. Het kwam er alleen een beetje rottig uit. Mugjes dus ’s avonds! Moest meteen aan de groep demonstranten denken. Het viel trouwens erg mee met de muggen.
7 dec 2019: Het was nog een kippeneindje naar Itaparica. Ik had in mijn hoofd dat er een brede boulevard zou komen met ijstentjes, kokosmelkverkopers, schreeuwende salsamuziek, friet van Piet, en gebronsde torso’s en billen. Maar niets van dat al. Het was een wat saaie weg met rommel hier en daar, bouwvallige huisjes en een enkel restaurantje zoals ik ze gewend was in Brazilië.

Het strand kon niet makkelijk bereikt worden: de strandopgangen dwars op de ‘boulevard’ waren geconfisqueerd door uitbaters en waren privé. Verderop vond ik een ‘vrije’ strandopgang. Mijn eerste echte goeie zicht op de oceaan!
Het voelt toch heerlijk om bij de zee in de buurt te zijn. Een soort honk. Na weken in de binnenlanden rondgezworven te hebben had ik daar kennelijk toch behoefte aan. Heel in de verte kon ik Salvador zien liggen!

Rechts aan de horizon is Salvador te zien
Teenonderdompeling in (heerlijk warme) oceaan
Begint al te wennen, hè?
Zo, dus..Ik ben meteen gaan zwemmen. Een uitgedroogde kokosnoot onder mijn standaard voorkwam dat ie zich in het zand boorde en de fiets met spullen omdonderde.
De zee was heerlijk van temperatuur! Ik hoefde niet door te komen, anders dan in de beekjes bij de watervallen die veel kkkkkouder zijn. De zee was redelijk helder, bremzout en met een stevige branding.
Ik heb mijn stoeltje uitgevouwen en ben onder een palmboom gaan zitten delibereren. Het fietsen was bijna gedaan!
Het stukje metaaldraad dat in mijn band zat kon ik niet meer vinden. Weg! (Er kan natuurlijk nog een klein K-stukje inzitten en dat de rest afgebroken is, maar ik wil liever geloven dat ie eruit is).
Op weg naar Vera Cruz viel er opeens een gat in mijn maag en vond ik dat er geluncht (niet te verwarren met ‘gelancht’..) moest worden. Ik viel bijna van mijn stoel toen ik, altijd in mijn beste Portugees, in het Engels tegemoet werd getreden toen ik iets bestelde! Engels! Ik kom duidelijk in toeristischer gebied.
In Vera Cruz zag ik via booking een leuke plek, maar had hem niet geboekt (het was niet druk). Ik dacht: dan kan ik evt nog wat anders zoeken als het niks is en dan hoeft die fee niet aan dat vermaledijde Booking betaald te worden. De medewerker wilde echter ruim meer rekenen. Ik zei nog: maar dan druk ik op deze knop, betaal ik minder en krijg jij nóg minder (ja, mijn Portugees gaat met stáppen vooruit!). Tja. Hij riep de Franse baas die Engels sprak (‘yu want a reum?’). Hij begreep het meteen en we kwamen snel tot een deal naar tevredenheid van beiden.
En nog met eigen hangmat ook!

Leuk appartementje!
Vera Cruz is een grappig plaatsje, met de nodige terrasjes, straatverkopers, strandjes en meer van dat al. Ik val hier als toerist niet op. Zandvoort is het daarentegen ook weer niet.

Het kerkje van Vera Cruz. Ik zit om de hoek.
’s Avonds stak een stevig maar warm windje op.