Bali, bootje, beeldschoon Java

6 – 12 september 2024

De eerste paar dagen staan in het teken van chillen, bijkomen en wat bezoekjes aan Balinese trekpleisters.

We hebben de ‘grab’-app gedownload, waarmee je een taxi of scooter bestelt. Een voorbeeld van de onvermijdelijke platformeconomie, maar het werkt fantastisch. We zitten vervolgens wèl vast in het Balinese verkeer; ook een app helpt daar niet tegen. De scootertjes bieden soelaas voor veel mensen. De verkeerscapriolen van vele zijn zowel vermakelijk als levensgevaarlijk. Vaak zonder helm, met z’n drieën of, welja, z’n vieren erop gepropt, soms met klein kind of zelfs een baby in een arm, en ‘s avonds ook wel met defecte verlichting, scheuren ze de auto’s links en rechts voorbij. Op het platteland zal daar ook wel een varken of kippenhok opgeladen worden. We gaan bijhouden wat ze er allemaal op hijsen.

De Uluwatutempel in het zuiden die we bezoeken is een bekende, misschien wel de bekendste hindoetempel op Bali. Het aantal bezoekers uit India overstijgt de andere nationaliteiten als we rondkijken. Er zijn bijna net zoveel apen. Schattig om te zien maar het zijn kleine terroristen. Ze jatten wat ze jatten kunnen. Is het niet eten, hun jatdoel, dan is het een bril of, beter nog, een telefoon. Die zetten ze dan vervolgens in als onderhandelingsmiddel voor nog meer eten. Bewakers gooien bij een diefstal zakjes eten naar ze en gebaren dat ze de boel moeten teruggeven. Na twee zakjes smijten ze de bril weer terug, al of niet gehavend. God weet hoeveel zakjes ze voor een iPhone vragen.

De kecakdans (‘kecak’, spreek uit: ketjak, wat aap betekent) die we bijwonen, een klassieke Balinese dans, is indrukwekkend. Het schouwspel wordt ondersteund door een groep mannen, met ontbloot bovenlijf in zwart-wit geblokte lendendoek, die onophoudelijk ‘kecak, kecak, kecak..’ roepen waarbij ze bijna in trance raken, bij wijze van muzikale omlijsting (geen instrumenten dus). Het schouwspel wordt gespeeld door mythische Balinese figuren, en danseressen die vooral met hun handen dansen met sierlijke en verfijnde bewegingen. Het schouwspel eindigt met de vuurdans waarbij brandend stro wordt uitgetrapt. De vonken dwarrelden rond. Menig toeschouwer op de eerste rij zal een brandgaatje in kleding hebben.. Spectaculair schouwspel!

We zitten in vulkaangebied, dus een aardbevinkje is te verwachten. Toch gek als we de grond duidelijk voelen schudden. Nog gekker dat het personeel er duidelijk door opgeschrikt was, temeer onze Italiaanse (“ouwe aare you”?) guesthousebaas Domenico – een wandelend cliché van een westerse Balinees, compleet met lang haar opgestoken in een men’s bun, paarse drollenvanger, kralenketting en tattoos – zegt dat het vaak voorkomt.

De Tanah Lot tempel ‘doen’ we ook, die ligt niet zo ver wat een lange taxirit scheelt. We zijn nog niet klaar voor de taxiscooter die sneller is omdat ze zich overal tussendoor wurmen. Maar gezien de capriolen die ze uithalen in het verkeer kijken we dat nog even aan. Misschien wennen we er aan en stappen we nog ‘s achterop. De Tanah Lot tempel staat op een rots in zee en is alleen bij eb bereikbaar. We treffen het: het is eb. We blijken niet de enigen te zijn die de tempel bezoeken, hoewel we blij zijn dan het nu in september aanmerkelijk rustiger is dan in het hoogseizoen. Voordat we toegang tot de rots krijgen (de tempel zelf is niet of nauwelijks toegankelijk), dienen we ons met water, dat uit buisjes sijpelt die uit de rots steken, te reinigen, waarna we gezegend worden met rijstkorrels op ons voorhoofd (‘bija’) en een bloempje in ons haar (bij mij in mijn pet want ik geef het je te doen een bloem in mijn haar te steken en te laten zitten).

Bali is druk bevolkt met jonge toeristen die hier willen surfen, feesten en chillen. Jonge backpackers die elkaar ontmoeten op het strand, clubs of in kroegen. We merken dat ze hier in onze guesthouse veel rondhangen op zoek naar contact met anderen. Ze lopen ook wel wat met hun ziel onder hun arm, zo nu en dan.

De zondag gebruiken we voor een testritje door het Balinese verkeer. Dat gaat prima. Als we maandag vertrekken is het lekker bewolkt én drukker. Het verkeer is een geordende chaos. Voorrangsregels moeten nog ingevoerd worden, zo lijkt het. Gelukkig maar, want anders zouden sommigen nooit kunnen invoegen of oversteken. Je moet, zal ik maar zeggen, assertief zijn. Ze geven een toetertje, gaan je links ipv rechts voorbij, en als het écht niet anders kan, dan stoppen ze. Nooit geïrriteerd! Wij natuurlijk ook niet, wij dénken het alleen maar (‘eikel, sodemieter op’!) met een minzame Aziatische glimlach op ons gezicht.

Wanneer we Denpasar (Canggu) uitrijden, wordt het langzaam maar zeker rustiger met de scootertjes. We rijden door buitenwijkjes die voor minstens de helft bestaan uit tempels (pura’s). Bij een wordt er net een ceremonie voltrokken. Een kale kip en magere eend zitten in een klein kooitje (zie links voor het muurtje), we vermoeden dat ze worden geofferd (de kip was zó kaal dat offeren wellicht de beste optie voor het beest was).

En dan volgt het Balinese platteland dat helaas niet overal plat is, wat ook wel weer leuk is omdat we ook terrasrijstvelden zien (en een terrasrijstveld in een vlak veld heeft niet zoveel zin). Het groen spettert er vanaf. We vinden rond lunchtijd, redelijk in the middle of nowhere, een homestay die ook een Chinees restaurant heeft. De besluitvorming om er te gaan eten duurt 0,3 sec. In de oase, want zo kunnen we het wel noemen, worden we bijna koninklijk onthaald, tegen het ongemakkelijke aan. Heel veel plichtplegingen. Nan verbluft me met haar kennis van de taal en kan de meeste vragen begrijpen en beantwoorden. Dat ongemakkelijke wordt ruimschoots gecompenseerd door het verrukkelijke eten. Voor Nan wordt ook nog een kokosnoot (kelappa) uit de boom gehaald en geserveerd als drankje (mijn sinaasappelsap was makkelijker voor ze). Als klap op de vuurpijl worden nog wat passievruchten uit de boom gehakt, hij had zijn machete toch nog in zijn hand.

We vervolgen onze weg over de ‘Jalang Gilimanuk’, de weg die leidt naar de plaats waar de ferry nemen naar Java: Gilimanuk (zeg maar de Gilimanukse straatweg). Het is een verkeersader en verstouwt veel verkeer, ook vrachtwagens. Wij ploeteren mee over de straatweg die ook nog glooit. Het verkeer past echter redelijk op en er wordt ons voldoende ruimte gegeven. Er is meestal een bescheiden shoulder, links van de weglijn. Over de dampen moeten we maar niet zeuren.

‘s Avonds zitten we, als dat mogelijk is, buiten op een terras of platje voor onze hotelkamer (we worden meewarig aangekeken; wie gaat er nou buiten zitten terwijl-ie binnen een airco heeft). Het is dan wat koeler, met een lauwe bries, krekels tsjilpen, vleermuizen schieten door de lucht.

We hebben veel contact met de Indonesiërs. Het is een warm, blij, geïnteresseerd en nieuwsgierig volk. De meesten spreken geen of nauwelijks Engels, maar met Nans taalkunsten komen we een heel eind. Dat vinden ze dan ook prachtig, een paar woordjes Bahasa uit onze monden (ik krijg af en toe van Nan ook wat woordjes toegeworpen om te gebruiken). De kindertjes langs de weg vinden ons zonder uitzondering een bezienswaardigheid en roepen ‘hello, hello, how are you’. En als we serieus moeten communiceren, bv met een meneer van de spoorwegen of zo, gebruiken we de good old Google translate, daar kunnen ze goed mee uit de voeten.

Paniek! Ik word vroeg wakker en pak m’n telefoon, voer de code in, fout. Nog een keertje. Weer fout. Met m’n tong naar buiten, heel langzaam met wijsvinger. Weer fout, geblokkeerd! Ben ik gehackt? Hebben Indonesische software-piraatjes me te grazen? Met klotsende oksels op zoek naar oplossingen, op de iCloud ingelogd via de iPad wat lukte, nagelopen of er een melding van Apple was. Totdat Nan doodleuk zegt: ‘je hebt mijn telefoon, hoor’..

Het laatste stuk naar Gilimanuk gaat door een national park (hoewel je dat niet zou zeggen, gezien de hoeveelheid rotzooi in de berm). Het barstte er van de apen, dezelfde als bij de tempel. Ze deinzen gelukkig (nog) achteruit als je langsfietst. Ze voeden zich waarschijnlijk met het afval dat uit de auto’s wordt gegooid.

We eten elke dag in kleine tentjes langs de weg. We hebben geen zin in een Bali belly dus doen we voorzichtig (alleen pelfruit, geen rauwe groenten, doorbakken vlees, enz). Maar we (met name ik) worden steeds makkelijker. Ons menu tot nu toe (twee keer per dag, soms drie): nasi goreng, nasi goreng, gado gado, Soto ayam, mihoen goreng, ayam varianten, had ik nasi goreng al genoemd? Nu vinden we het nog lekker. Benieuwd hoe we over een paar weken ertegenaan kijken. Het eten is spotgoedkoop. Als we samen voor € 10,- hebben gegeten, hebben we luxe gedineerd. Soms komen we op de helft uit, voor twee maaltijden met een of twee drankjes!

De boot naar Ketapang, Java is een heerlijke oude schuit. De roestlagen met een dikke kwast dichtgesmeerd met frisse verf. De overtocht kost pakweg een half uur varen en een half uur dobberen voor de aankomsthaven. De route lijkt die van een straalbezopen schipper.

Op Java wordt ons de Islamitische invloed duidelijk door het getetter van de muezzins. En allemaal door elkaar heen, maar we zijn geen kenners.. De indringende gebedsoproepers – je zal hier naar niet-moslim zijn – lijken met elkaar te wedijveren (we vermoeden dat er ook wel een vleugje ego bij komt kijken). We hebben wat geleerd: bij het boeken van een hotel op Google Maps eerst naar de moskeeën in de buurt kijken alvorens te boeken:

Oost-Java is bergachtig en er zijn twee hoofdwegen naar het westen: boven- en onderlangs (noord en zuid dus) met veel verkeer. We slaan dat eerste stuk fietsen daarom over en informeren bij het station (stasiun 😊) of dat kan met de trein. Ja, dat kan maar dan moeten we onze fietsen per ‘cargo’ apart toesturen. Hmm. Niet zo’n goed idee. Na wat gepuzzel vinden we op internet een bus naar Probolinggo. Of de fietsen mee kunnen gokken we maar, wat goed uitpakt. Ze vragen weliswaar de hoofdprijs (meer dan de tickets zelf die op zich een drol kosten, hoor), maar daar malen we niet om. De flapjes worden heimelijk maar dankbaar verdeeld. Daar kregen we bovendien aan boord van de bus knetterharde muziek (Indonesische top 40, van dat zoete Aziatische gekweel) er gratis en voor niks bij.. En bovendien kwamen er af en toe troubadours met gitaar in de bus om de boel wat op te vrolijken. Een bedelaar met één tand in zijn onderkaak liep blij de rijen af met een chipszak bij wijze van mandje. Bij het bedanken voor onze donatie vroeg hij waar we vandaan kwamen. ‘Belanda’! (zo wordt NL genoemd hier) riep hij uit, en vertelde kort in het NL’s dat Drenthe mooi was voordat hij ons genade wenste. Je maakt wat mee in zo’n bus.

Morgen gaat de fietsreis verder vanuit Probolinggo.

Volgende week weer een verslag (we schrijven wekelijks, maar onze locatie updaten we steeds hier).

7 gedachten over “Bali, bootje, beeldschoon Java

  1. Onbekend's avatarCarel van der Meij

    Het echte fietsen hebben jullie nog voor de boeg (of moet ik zeggen: het wiel), maar het land laat zich al zien. Wel wat anders dan de ritten in Brazilië, zo te lezen. De apen gedragen zich als de mensen, of is het andersom? Gelukkig ook nog gastvrijheid. Ik hoop dat jullie van dat laatste nog veel zullen ervaren. Hartelijke groeten, Carel.

    Like

  2. Onbekend's avatarBernadette

    Ah heerlijk weer zo’n uitgebreide beschrijving. En mooie foto’s. Nog onwerkelijk allemaal of al niet meer? Voor mij wel hoor, dat jullie daar serieus rondlopen. Eh fietsen.
    En Nanneke die dus gewoon Indonesisch spreekt…
    Leuk allemaal, ga zo door! Al vind ik wekelijks wat weinig.
    X

    Like

  3. Onbekend's avatarKees

    Mooie reisbeschrijving Jan, na Bali komt het ‘echte’ werk, weg van de toeristische nep werkelijkheid.
    Dat van die telefoon, dat zou mij nou nooit kunnen gebeuren, ik snap niet dat je niet hebt gezien dat het niet je eigen telefoon was…
    Ik kijk uit naar je volgende verslag, ik ben erg benieuwd wat Java, voor mij onbekend vanaf de fiets, gaat brengen.

    Like

  4. Afra's avatarAfra

    Heerlijk verhaal weer. Alsof we het van dichtbij meemaken.
    En wat knap van jou Nanneke dat je het Bahasa nog een beetje spreekt!
    Begrijpelijk dat jullie één keer per week een verslag sturen.
    Je bent wel op vakantie hè?
    Maar we kijken er enorm naar uit.

    Veel plezier op Java.

    Liefs Jos en Afra.

    Like

  5. Onbekend's avatarCornemieke

    De kop is eraf! Fijn dat de fietsen goed zijn overgekomen en in onbeschadigde toestand, altijd spannend.
    Eerst lummelen maar nu aan de slag. Leuk dat Nan nog woorden herkent en dat er nog iets komt bovendrijven dat vindt iedereen leuk. Ook herkenbare geuren?

    Like

  6. Arjan's avatarArjan

    Hadden jullie niet beter de andere kant op kunnen fietsen? Lombok, Sumbawa, Flores … Veel rustiger dan het overvolle Java! Mooie verhalen en foto’s, jullie genieten overduidelijk. Veel plezier samen, ook de komende (fiets)week.

    Like

  7. Floor Nieuwenhuizen's avatarFloor Nieuwenhuizen

    Prachtige verbeelding van de hectiek in dat immense land en dat vanuit het perspectief op de fiets. Hebben jullie telkens een doek voor je gezicht, neus/ mond bij het fietsen in drukte?

    Like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *