Wenen, wind en weer een land

8-11 mei 2023: Zoals dat gaat met grote steden: langzaam maar zeker wordt het steeds een beetje drukker. Het manoeuvreren door het verkeer in Wenen is lastig. De Weners hebben weliswaar hun best gedaan met de fietspaden, maar die kunnen er ook zo weer mee ophouden. Je tussen de auto’s storten is dan vaak weer teveel van het goede.

Voetgangers en fietsers delen hetzelfde pad. Alleen de symbolen wisselen steeds. Dan weer links fietsers, rechts voetgangers en 10m verder het omgekeerde. Lastig..

Wenen is een indrukwekkende stad. Een chique stad. Ruim opgezet met brede boulevards en met chique panden in Parijse stijl. We komen vroeg aan, checken in en nemen ‘s middags ‘vrij’. Met de tram gaan we downtown.

In Wenen rijden nog oude trammetjes rond met hanglussen

Het is allemaal bijna teveel om te bevatten (we lopen langs het raadhuis, Burgtheater, parlementsgebouw, natuurhistorisch & oudheidkundig museum, bibliotheek, Heldenplatz, Sissi-museum, Stephansdom, staatsoperagebouw).

We vallen (op 8 mei) met onze neuzen in de boter op der Tag der bedingungslosen Kapitulation der Wehrmacht waarmee het einde van de 2e WO wordt bedoeld. De gevallenen worden herdacht. Een militaire ceremonie voltrekt zich nét als wij de Heldenplatz oversteken.

Allemaal strak in de maat. Het presenteren van het geweer in fases geeft een indrukwekkend geluid van het tegelijkertijd klappen van de stoffen handschoenen op de zware wapens. De militairen zijn zonder uitzondering snotneuzen maar dat zegt meer over ons

De volgende ochtend spijbelen we gewoon door en gaan we langs het slot Belvédère. We lopen met onze fietsen aan de hand over het terrein en worden letterlijk teruggefloten. Een man met een schril fluitje trekt onze aandacht, luid en duidelijk. Een veldwachtersfluitje. We moeten met de fietsen van het terrein af. Schoolpleinachtige taferelen.

Illegaal met de fietsen op de foto vóórdat we teruggefloten worden

Leuk in Oostenrijk is de koffiecultuur die stamt uit de tijd dat de Turken (ongewenst) over de vloer kwamen. Ook de Oostenrijkers serveren er nog steeds een glaasje water bij. Wel duur allemaal, die koffie hier in Oostenrijk.

We verlaten Wenen en fietsen ploegend tegen de wind in naar het oosten. In Bruck an der Leitha checken we in het hotel bij een grumpy old man. Hij voltrekt de incheckceremonie met tegenzin maar ontdooit later wat. Hij vraagt waar we vandaan komen, enz. Daarna vraagt ie (bijzonder!) hoe wij in NL aan onze energie komen. Al snel na het horen van het woord ‘gas’ komt de aap uit de mouw: hij heeft als Direktor vroeger pijplijnen gelegd in oa Rusland. Hij fulmineert op het Europese sanctiebeleid tegen Rusland, wachtend op een reactie. Zijn tongval verraadde een niet-Oostenrijkse, Slavische achtergrond (hij liet veel lidwoorden achterwege) maar hij antwoordt ontwijkend op de vraag waar ie oorspronkelijk vandaan komt. Ouwe Sovietrus die zich verbijt..

De wind gaat nog niet liggen als we het laatste stuk Oostenrijk aanbreken richting Bratislava. In de verte doemt de Heidentor op, een Romeinse triomfboog. Terwijl we het gebeuren bekijken stopt er een busje met Chinezen. Ze bekijken het bouwwerk niet maar fotograferen elkaar in allerlei standen. Daarna snellen ze terug naar de bus en stuiven ze weg. Voorbeeld van It is Wednesday so this must be the Heidentor.

De Heidentor. Het waren oorspronkelijk vier poten met vier bogen zoals op het model op de voorgrond. De nabijgelegen plaats (Carnuntum) barst van de Romeinse overblijfselen

Opwindend om weer een nieuw land te naderen: Slowakije, vreemd land nummer 3.

Weer geen bord met de landsaanduiding maar wel een mooie ouwe grenspaal. De S van Slowakije. Aan de andere kant staat een Ö
Meteen, húp, net over de grens: een casino. De grenspaal is rechts achter de auto te zien
Heel snel al een oostblokgevoel bij het zien van deze oude Russische Ural zo’n beetje óp de Slowaaks-Oostenrijkse grens

De check-in bij ons hotel in Bratislava is belachelijk geautomatiseerd. QR-codes, online formulieren, gezichtsherkenning, chatbots, you name it. We bellen voor hulp (zó 2022). Na een uur treden we onze kamer binnen, geholpen door een meisje op wier gezicht te lezen viel: boomers.

Zo dus
Het kasteel van Bratislava is de eye catcher van de stad. Fietsend over het Oostenrijkse platteland zagen we het kasteel al boven de stad uit torenen

Bratislava is een leuke stad. Niet zo groot. Een gezellig oud centrum, levendig, sfeervol. Er wordt druk gemoderniseerd. Weinig doet nog denken aan oostbloktijden.

Hier en daar moeten oude panden nog opgeknapt worden

De mensen zijn modern: kleding, earbuds, elektrische stepjes, jongemannen met baarden, jongens en meiden met tattoos. En natuurlijk overal mobiele telefoons, ook in Bratislava.

De volgende dag zijn we snel de stad uit over de Donau. Het is zonnig. Nog steeds dezelfde bries maar het eerste stuk langs de Donau is luw.

Mooie paal met allemaal bordjes om te bestuderen

Een kleine 20km zijn we verwijderd van de Hongaarse grens, wéér een ‘nieuw’ land, het is bijna niet bij te houden. Als we bij de grens staan, zien we – jawel! – een bordje in de kleuren van de Hongaarse vlag met een volstrekt onbegrijpelijk woord eronder. Er blijkt ‘staatsgrens’ te staan. Hoera! Een argeloos fietsend stel houden we aan met het vriendelijke verzoek – het woord ‘foto’, een gekromde wijsvinger en een vriendelijke lach volstaan – ons vast te leggen. De man (met haveloos gebit maar dat is totáál niet relevant) weet raad met de iPhone.

Van het Hongaars valt werkelijk geen chocola te maken, maar er staat toch echt ‘staatsgrens’

We zijn het bijna verleerd: rekenen met andere valuta. Er zitten maar liefst (bijna) 400 Hongaarse Forinten in een Euro. We trekken er flink wat uit de muur in het eerste Hongaarse plaatsje over de grens: Rajka.

We zijn fervent gebruikers van de weerapps. Allemaal tonen ze een flinke regendag morgen (vrijdag 12 mei). We besluiten in een hotel in Mosonmagyaróvár te crashen om de vrijdag door te komen: wasjes doen, lezen, lummelen en al wat dies meer zij. Daarna (waarschijnlijk zaterdag) door naar Györ.

Van de Oostenrijkse zangers, via de sleurhut naar de tent

4-7 mei 2023: We verlaten Passau met stralend weer. Het lijkt een enorme stad maar we lezen dat het maar 50.000 inwoners heeft.

Passau vanaf de noordkant. De groene bollen zijn de torens van de St. Stephansdom

Verderop drinken we een ijskoffie bij een Gasthof. Twee ouwe knakkers ontvangen ons. De één is der Chef, de andere duidelijk niet. Der Chef vertelt dat er veel fietsers uit NL langskomen. Hij vraagt of we ook uit Rotterdam komen. We geinen: nee, veel beter, uit Amsterdam. ‘Natürlich. Viel Aussländer in Rotterdam, na’? Zo bedoelden we het niet, maar ja.

Het bereiken van de Oostenrijkse grens is een natte wind. We hadden ons erop verheugd: een groot wit bord met vette rode rand met daarop: Östenreich. Niks. Nada. Ja, een lullig ‘Achtung! Staatgrenze!’ (Let op de twee uitroeptekens) en nog aan de Oostenrijkse kant ook.

Waar acht op geslagen moet worden is niet duidelijk. Uitnodigend is het allerminst

Het is een zomerse dag. Je kunt je opeens niet meer voorstellen dat je een paar dagen terug door regen en wind gefietst hebt. We rijden van de autoweg vandaan en volgen de Donau door het groen. De omgeving verandert. De Donau is inmiddels omgeven door steile beboste wanden en rotsen. Het is stil afgezien van de vogelgeluiden en de snorrende e-bikes die ons af en toe inhalen. We steken de Donau een paar keer met een pontje over omdat de Donau Radweg verderop gesperrt is.

We gingen naar de overkant samen met een Slowaaks gezelschap en een Duits jong stel dat naar Georgië op weg was uit München

Op een terras zit een groep oudere mannen te zingen. We horen ze van ver. Ze zitten in hun fietsoutfit rond de tafel, de bierglazen gevuld voor zich. Er is er één die steeds inzet, de gangmaker. Ze zingen meerstemmig, zeker niet slecht. Of het schlagers zijn, drinkliederen of ondeugende liedjes?

Is het nou de lokale fietsvereniging met zangliefhebbers of vice versa? Ze hadden in ieder geval een hoop lol. We zijn wel benieuwd hoe ze thuis gekomen zijn

Heel in de verte zien we opeens de Alpen opdoemen. Dat is toch wel een machtig gezicht hoor!

Even inzoomen om de Oostenrijkse Alpen in de verte te zien

We hebben een sleurhut als nachtelijk onderkomen. Van binnen is het net een Amsterdamse kroeg, met een gebloemde bank, kitsch schemerlampjes en eikenhouten meubilair. We nemen er graag genoegen mee. De caravan staat naast de golfbaan, de balletjes horen we weggetikt worden. Knus hoor!

We fietsen de volgende dag vrij snel Linz binnen, de derde stad van Oostenrijk. Het stuk vóór Linz is uitermate vervelend. Vlak langs de drukke autoweg, onrustig. Weer even wennen, die drukte in Linz. Trams, auto’s, fietsers en voetgangers. Door de straten van Linz laveren we over de kasseien en tramrails. We kennen het passeren van de tramrails nog uit onze Amsterdamse tijd: even dwars er overheen.

Als Oostenrijkers ons te woord staan, spreken ze hoch Deutsch. Dat is maar goed ook, want van het koeterwaals dat ze onderling spreken valt werkelijk geen chocola van te maken. Het begint meteen al met Grüss dich, maar dan uitgesproken als ‘kroes dei’.

De volgende dag is het weer een zomerse dag. Het gebied na (ten oosten) van Linz is weinig vreugdevol: industrie en trieste begroeiing (ooibossen, populieren in militaire opstelling en wilgen). De dorpjes zijn dun gezaaid. Net voorbij Au a/d Donau komen we tot de conclusie dat enigszins betaalbare accommodatie nog zo’n 20km is. Daar hebben we geen zin in en rijden wat terug om daar – jawel – te gaan kamperen. Het weer is aangenaam genoeg en, dat scheelt, we hebben een overdekte campingtafel tot onze beschikking.

Vanaf nu is het verantwoord dat we met zo’n berg tassen rondfietsen.

Onze Italiaanse buurman op de camping, een fietsende vijftiger (volgens Nan rond de 60) zat onophoudelijk te bellen. Hij had een minimalistisch tentje, maar maximalistische gespreksstof.

‘s Nachts rond 1:00 steekt er een, ik zou bijna willen zeggen, storm op. Maar we zitten achter de Donaudijk iets verdiept, in een soort kuil waardoor het meeviel, maar het bulderde behoorlijk over de Donau. Later ging de wind liggen en ging het regenen. Je mist niet veel in een tentje.

Prachtige stukken aan de Donau wisselen zich af met mindere. Maar na Grein is het práchtig.

Een slang die overstak. Nan fietste bijna z’n kop eraf

Net voorbij Ybbs worden we verlekkerd met vele grote billboards die allemaal lekkere hapjes en eten weergeven. In grote letters: ‘Seff’ erop. De borden spreken ons aan en we vinden ‘Seff’. Een kneuterig terrasje met een lekkere kaart. Van de, pakweg, 20 gerechten zijn er twee beschikbaar: tosti mét ham en zónder ham. De andere gerechten kunnen niet worden geserveerd omdat de kok pauze had (lunchtijd hè?).

Lang verhaal kort: we besluiten aan het einde van de dag wederom te gaan zelten. Het is wel zo makkelijk en scheelt een zoektocht. We komen uit in Melk (niet te verwarren met milch). We hebben een picknicktafel tot onze beschikking, handig. Onze Franse (blijkt) buurman nodigen we uit gebruik te maken van de tafel. Hij voegt zich wat onhandig bij ons ‘s avonds, om een kop thee te zetten. Het is een zeer serieuze Fransman, ex-politieman en niet op deze wereld om grappen te maken.

Hij laat Nan zijn boekje met al zijn aantekeningen zien die hij op z’n fietsreis heeft gemaakt, waaronder de dagafstanden..

Het stuk tussen Melk en Krems a/d Donau is misschien wel het mooiste stuk tot nu toe, met Schlossen, wijngaarden, fruitbomen, rotspartijen en leuke dorpjes.

Aan de middenlijn is goed te zien dat we in wijngebied zitten

Tussen Krems en de plek waar we nu staan (Zwentendorf), is het uitgesproken saai. Een soort Flevopolder met als hoogtepunt een waterkrachtcentrale.

Onze Fransman van gisteren komt net aanfietsen. Misschien mogen we de rest van zijn boekje zien..

Nog een kippeneindje naar Wenen, morgen. Exciting!

Lederhosen en Oostenrijk in zicht

1-3 mei 2023: Het is heel gezellig met Hubert, Hanne en hun 21-jarige zoon Lio die er ook bij komt zitten, ‘s avonds. Zo’n gesprek moet natuurlijk eerst even op gang komen. Even aftasten, scannen en snuffelen. Maar toen dat voorbij was, ging es loss. Het is leuk om de nationale wederwaardigheden te vergelijken en uit te vinden wat we gemeen hebben. Dat bleek best veel te zijn. Ook het ontbijt was genoeglijk. Na dankzeggingen en foto’s voor het huis (we vinden niet dat we ze zonder hun toestemming op het internet kunnen plempen) snijden we deze Duitse feestdag aan.

Voor het huis van Hubert en Hanne

Het is 1 mei, dag van de arbeid. In Duitsland een vrije dag, in Beieren een groot feest. Al vrij snel na vertrek komen we jongemannen en jonge dames tegen die, in Beierse stijl opgedirkt met lederhosen, jagershoedjes en Dirndl-achtige jurken, al aan het bier zitten om een uurtje of 10. Verderop stuiten we op een groot feest. Het is een drukte van belang. Waarschijnlijk een eeuwenoude Beierse gewoonte om het op deze manier te vieren.

So geht das in Bayern
Uitgedost in Lederhosen mit ein Bierchen dabei
De jongsten ook in Lederhosen

De volgende dag is rustig. Nagenoeg geen wind, niet warm maar lekker fris. We zoeven door het Donaudal. Die dalen zijn prachtig: vlak, groen, met leuke dorpjes. Het dal geeft iets van een beschermd gevoel, tussen de heuvelruggen. We fietsen soms een stuk onverhard (maar niet hinderlijk, een platgereden kiezelpad), meestal over asfalt. Er zijn door de E-bike veel mensen gaan fietsen in Duitsland. Nagenoeg iedereen heeft een E-bike. Vaak een ATB-achtige fiets. Ook jongere mensen fietsen meestal elektrisch. We vallen alleen al vanwege dat aspect op: Also, Sie fahren ohne E?

In Regensburg wordt ook druk gefeierd. Voor de kathedraal, die gedeeltelijk in de steigers staat, treden drumbands op met de deelnemers ook weer in vol ornaat. De vaandeldragers die tussen de menigte lopen zijn snel te herkennen. Het is heel levendig, opgewekt, feestelijk.

Hier treden de drumbands op. We zitten op een bankje iets te kanen terwijl we het feestgedruis beobachten
Verderop komen we langs deze binnenbandenautomaat. In verschillende soorten en maten. Da’s toch dan weer handig van Duitsers hè?

In Wörth a/d Donau vinden we een Gasthof. We zijn er nog niet helemaal uit: Gasthof, Gästenhaus, Fremdenzimmer, Pension. In ieder geval hebben we niet te klagen over accommodaties: er zijn er hier genoeg. We hebben de Radlerzimmer ook een paar keer voorbij zien komen. De meeste accommodaties zijn ingelijfd door het machtige booking, maar niet allemaal.

Ook zo geinig: kindertjes komen met hun stepje naar de bushalte en gaan met de bus naar school. Stepjes hoeven kennelijk niet op slot (dit was dan ook in een klein dorp)

We fietsen regelmatig langs de Donau en vragen ons af hoe-ie in hemelsnaam als blauw wordt gezien. Eigenlijk is hij blauw sinds Johann Strauss zijn wals schreef. Hij gebruikte de kleur blauw omdat dat opbeurend zou zijn als carnavalslied voor het Wiener mannenkoor nadat de Oostenrijkers de oorlog tegen de Pruisen hadden verloren, is te lezen. Erlangs fietsend is de Donau grijs, groen of iets er tussenin.

Onze volgende tussenstop is in Deggendorf, of tenminste, zo stond het op booking. Het blijkt nèt iets buiten Deggendorf te zijn, maar wél 150m hogerop over 2km. Niet dramatisch, maar toch een groot deel 8-9% aan het einde vd dag klimmen doet den oksels klotsen.

Onderweg stuiten we op een Nederlandse jongeman (begin 30) die in 9 dagen van Oosterbeek naar Wenen wil fietsen; 130km per dag. Hij klaagt over kramp en pijn in z’n knie. Ook trekt hij tijdens het babbelen over zijn fietsreis – racefiets met minieme tasjes – continue een zuur gezicht, haastig gevolgd door “maar ik geniet wel hoor!”. We weten het zonet nog niet..

We rijden Passau binnen. Opwindend! De grensstad met Oostenrijk. Passau, waar drie rivieren samenkomen, de Donau, Inn en de Ilz. We hebben een kamer in een wat obscuur, oud gebouw. Maar binnen blijkt het een fantastisch groot, opgeknapt appartement te zijn met aparte kamers voor de gasten. Een loft, zouden de Amerikanen zeggen.

Moeilijk vast te leggen maar een heel groot appartement. De balken zijn (lijken) eeuwenoud. Sommige zijn deels vervangen door nieuw hout

Consternatie volgt ‘s avonds als blijkt dat er dubbele sleutels zijn van elke kamer. Bovendien is de identificatie van elke kamer niet duidelijk (ze gebruiken geen kamernummers). Taferelen! Gelukkig hebben wij vroeg ingecheckt. Knappe jongens of meisjes die ons van ons bed kunnen lichten!

De St. Stephansdom in Passau. Bijzonder licht: de zon scheen nog maar dreigende bewolking dreef over
De laatste foto uit Duitsland in Passau

Morgen koetelen we nog wat langs de Duits-Oostenrijkse grens en na pakweg 25 km gaan we eroverheen. Vreemd land nummer 2!

Na 1000km bei die schöne blaue…

(27), 28 – 30 april 2023: We worden opgewarmd voor “het diner” in de commune door een jamsessie met elektrische gitaren in de kelder. Er blijkt ook een drumstel te staan..

De meeste bewoners zijn jongemannen met lang haar en knevels, vlechten, dreadlocks en men’s buns en alle varianten daarop. Er nemen twee meisjes deel aan de dis. Ze studeren bijna allemaal nog (aan de kleinste universiteit van Duitsland hier vlakbij in Triesdorf) iets van water management, environmental engineering, enz. Johannes, onze goedlachse host, doet een Master psychologie.

De maaltijd heet Bauerntopf, niet met gehakt maar vega natuurlijk. Het hackfleish is vervangen door soja en knoflook. Dat compenseert! Het was trouwens erg lekker. Het is een gezellige en geanimeerde sfeer tijdens de maaltijd. We vertellen dat we ons afvragen hoe de cultuur zal veranderen en hoe we dat kunnen waarnemen. Met een tafel vol Beierse studenten heb je dan wel iets om over te praten. Ontzèttende gezellige jongens en meisjes zijn het. Afgezien van de verschillen tussen landsaarden, hadden ze al voldoende mening over Bayerish en de rest van Duitsland.

We slapen in de woonkamer boven op een soort uitgebouwde bank met springveren matras in onze slaapzakken. De huispoes kwam er gezellig bij.

‘s Ochtends bij vertrek uit het studentenhuis. Het is ècht een heel groot huis. We vertrekken met regen 😦

De volgende dag is er regen voorspeld en dat blijkt te kloppen (waarom kloppen slechte weerberichten altijd precies en goeie niet?). We vertrekken met regen. Meteen maar the full monty aangedaan: regenbroek, -jas, overschoenen en regenhoes over de helm. En nog wind, hoewel niet sterk, tegen ook. Naja. We hoeven niet zo ver. In Günzenhausen zien we, bij de koffie, dat er ook een kortere route is dan de ‘formele’ Limes. Die kortere route betekent een behoorlijke shortcut. Met dit weer mag dat, vinden we. We snijden 10km af.

De oplettende lezer zal de eenzame fietserin ontdekken in het grauwe landschap

Onze AirBnB in Möhr heeft, aangekondigd, één euvel: het toilet kan alleen met een emmer die met de douche gevuld moest worden, worden doorgespoeld. Dat overleven we. De klim naar de AirBnB bijna niet.

De volgend dag is het opgeklaard en heerlijk rustig weer: droog en nagenoeg geen wind. We spuiten de fietsen eerst schoon want die zaten onder de modder van gisteren. Mooi zaterdagochtendklusje.

We fietsen door het Altmühltal dat prachtig is. Een beetje rotsachtige bossen om het groene dal met veel hele mooie plaatsjes. De huizen zijn goed verzorgd in de plaatsjes.

Het Altmühltal. Het ziet er dreigender uit dan het was

Verderop zien we bergbeklimmers die tegen een rots op ploeteren. Als we onze oren spitsen horen we dat het Italianen zijn. Daar hebben ze toch ook wel rotsen om te beklimmen?

Goed speuren om de klimmers tegen de wand te zien plakken. Ze waren gezekerd. Onder aan de rots staan de zekeraars

Onderweg worden we regelmatig begroet met ‘servus’. Dat hadden de studenten al tegen ons gezegd, maar nu gebeúrt het ook echt onderweg. Het is geen gehoor, dat ‘servus’ (sèrvoes). Het komt vooral in het zuiden voor (Zuid-Duitsland, Oostenrijk maar ook Hongarije, lezen we). Het is uit het Latijn en betekent zoiets als ‘tot uw dienst’. Het klinkt wel erg Limes-route.

In Duitsland hebben ze ook een Rutte

Als we vertrekken uit Kipfenberg, schijnt het zonnetje uitbundig. Dat hebben we nog niet zo meegemaakt, ‘s morgens. Hebben het moeten doen met wat plukjes zon hier en daar. Maar of de duvel ermee speelt, we hebben wind tegen. Maar dan ook pal tegen. Aan het einde van de ochtend gaat de wind gelukkigen liggen. Dat weer is zo belangrijk hè?

Riedenberg met een zonnetje

Op weg naar Kelheim komt er een man naast me fietsen die het bekende riedeltje vragen stelt (kom je vandaan, ga je naar toe, hoeveel km, enz). Maar hij stelt één vraag méér dan alle anderen: hebben jullie al een slaapplek vanavond? Nu hebben we voor het eerst niet vooruitgeboekt, dus we stamelen wat van ‘eh, nee nog niet. Komt wel’ en meer van dat. Hubert, zo blijkt ie te heten, biedt ons een overnachtingsplek bij hem thuis aan want is ook fietser en kent de uitdaging van het vinden van een overnachting. We checken bij zijn vrouw die een stukje achter ons fietst: ‘haben Sie gehört von das angebot?’, ‘Welches angebot?’ zegt ze..) maar ze verblikt noch verbloost als ze het hoort. En zo is het gekomen dat we bij Hubert en Hanne overnachten in hun grote huis in Saal a/d Donau. Tóch weer bijzonder hè?

We moesten even wachten, ze (Hubert en Hanne) gingen eerst nog naar een concert. Van die tijd hebben we gebruik gemaakt om de Donau even aan te tikken want die ligt aan de andere kant van Kelheim:

Een kodakmomentje!. Een paar duizend km verder zullen we wel genoeg Donau gezien hebben.

Oh en nog een momentje: we hebben de 1000 km gehaald. Onze vorderingen staat overigens hier.

We zijn vlakbij Regensburg en ook de Oostenrijkse grens is niet zo gek ver meer. Vanavond een beetje socializen met Hubert en Hanne..

Over de heuvels naar de commune

25-27 april 2023: Verder naar het zuiden onder Kleinwallstadt blaast de wind die we recht in de rug hebben (heerlijk) ons door steeds heuvelachtiger landschap. We verlaten de Main en rijden langs de Erf.

Het landschap begint een hoog Sound of Music-gehalte te krijgen

Bij een heuvelachtig landschap hoort klimmen. Eerst heel geleidelijk een paar honderd meter omhoog over ettelijke kilometers. Daarna is het feest over en moeten we flink trappen. Stukjes van een kleine 10% tussendoor, schat ik. Niet lang, maar tóch. Oh ja, zo was dat dus om te klimmen.. Het zal niet de laatste keer zijn. Fijn dat we de eerste week wat hebben kunnen ‘trainen’.

De bossen tegen de heuvels laten zorgelijk grote bruine stukken zien als we door het Duitse heuvelland fietsen, agv de eikenschorskever. Door klimaatveranderingen (ja, ook in Duitsland) kan die kever z’n gang gaan en doodt hele delen van bossen. Dat is ook goed zichtbaar. De Duitse overheid maakt er flink wat geld voor vrij om het tegen te gaan.

De bruine gedeeltes zijn dood

De afdaling naar Tauberbischofsheim (we hebben even geoefend op de plaatsnaam) is bijna 10 km lang en niet zo gék steil waardoor je niet steeds hoeft remmen en geniet van de afdaling. Toch vliegen we met een redelijk vaartje door het prachtige Königheim; ze zijn het er waarschijnlijk wel gewend. Het AirBnB appartement heeft een fantástisch uitzicht over het dal. Het landschap heeft wat weg van een modelspoorbaan.

‘s Morgens genomen. Het was 2° en windstil

We eten meestal ‘s middags iets warms als het kan. We mogen ieder om de dag bepalen wat / waar we gaan lunchen. Ik word als een magneet aangetrokken tot de cholesterolparadijzen die ze hier ‘Imbiss’ noemen. Nan is zoals gebruikelijk de verstandigste en kiest een etablissement met verantwoord voedsel. Onze Einkaufen bij de Rewe of Lidl aan het einde van de dag krijgen een vast patroon. ‘s Avonds eten we vaak een noodletje, salade of sandwich. We halen ook nog toetje, broodjes voor het ontbijt de volgende dag en/of een kwarkje. Ik neem elke dag een biertje en een sinaasappel (in die volgorde). Nan haalt nog een paprika zodat we geen scheurbuik krijgen 😉

Fietsend vanuit Tauberbishofsheim is het knisperend weer: zonnig, koud (5°) en een windje dat geen naam mag hebben, bovendien in de rug. Het eerste stuk is nagenoeg vlak.

Nu nog vlak. Wat wolkjes maar veel zon. Het kan veel slechter

Maar geleidelijk aan worden de klimmetjes steiler. De plaatsjes waar we doorheen komen zijn allemaal schilderachtig. Je zou eraan kunnen wennen.

Weer ‘s met z’n tweetjes op de foto. Dit is bij het Schloss in Weikersheim

Na Röttingen kregen we redelijk wat te beklimmen, met als hoogtepunt (letterlijk en figuurlijk) Rothenburg ob der Tauber. Wij dachten nog: waarom niet gewoon an der Tauber, maar daar kwamen we snel achter: het slingerde de hoogte in. De hotelier (‘Gruss Got!’) was slecht te verstaan (voor ons): ze krijgen al een Zuid-Duitse tongval in deze regionen die ons leven er niet gemakkelijker op maakt. We gaan wat de taal betreft natuurlijk nog wat beleven. In Oostenrijk moeten we straks de oren spitsen, daarna valt er niets meer te spitsen, behalve onze smartphones.

Rothenburg o/d Tauber is een toeristische trekpleister. Nu nog rustig, gelukkig. Het is alsof je in een Anton Pieck-ansichtkaart rondloopt. Elk huisje, straatje doet middeleeuws aan.

Het Rathaus met daaromheen het nodige horecawerk

We moeten weer naar de volgende rivier: van de Tauber naar de Altmühl. Dat betekent dat we een bobbeltje over moeten. Gelukkig aan het begin van de dag.

In Leutershausen is onze eerste koffiepauze. In een Bäckerei zat een man die ons vraagt of het niet lastig is, dat reizen over die grenzen met Corona en zo. We vertellen hem dat dat wel voorbij is, overal waar we komen. ‘Oh ja’? zegt hij, hij keek er van op. Hij zat in zijn Leutershausen-bubbeltje.

In Herrieden halen we bij de Rewe een bakje salade dat we voor de Sparkasse opeten. Bij de Sparkasse lopen mensen in en uit. Wat dóen ze daar?

Liggen we dan, met ons bakje salade voor de Sparkasse

Vanavond hebben we een Warmshowers-overnachting bij Johannes in een gehucht net buiten Ornbau. We hebben wat gecorrespondeerd via Whatsapp. Johannes woont in een commune met zo’n 10 mensen. Wij zien allerlei taferelen voor ons en kijken ernaar uit.

Bij aankomst blijkt het een groot woonhuis te zijn, bewoond door studenten. Het is een ty-fus-zooi als we rondgeleid worden, maar Johannes is bijzonder vriendelijk en heet ons hartelijk welkom. Af en toe steekt er een andere bewoner zijn of haar hoofd om de hoek om gedag te zeggen.

Nan op ons bed met vermakelijke foto’s aan de muur. We gaan geloof ik maar in onze slaapzakken liggen

Johannes ‘waarschuwt’ ons dat we pas rond 21.00 gezamenlijk eten (we durven niet te zeggen dat we rond die tijd aan naar bed gaan beginnen te denken). Maar we kijken er halsreikend naar uit! Met wat chippies stillen we de honger. We schrijven de volgende keer over “het diner”.

Van de Rain naar de Main

22 – 24 april 2023: We fietsen gelijk op met rijnaken die tegen de stroom in varen (we hebben al enkele elektrische gespot!). Tegen de stroom gaan ze tergend langzaam, zo’n 10 km/u. We halen ze dan ook gemakkelijk in. Alleen de aken pauzeren niet, wij wel. Zo komt het dat we steeds weer dezelfde tegenkomen. Het schept een band.

Van onze AirBnB-gastheer krijgen we een aandoenlijk zelfgemaakt ontbijtje met gekruide jammetjes. Zijn vrouw is Chinees en op dit moment in China. De BnB is meer haar ‘ding’. Hij slaat zich er kranig doorheen.

Het weer is mooi geworden. Eerst nog wat wind op de kop maar naarmate de dag vordert wordt het ècht voorjaar. De korte broek gaat aan! Nan ziet het nog even aan.

In Duitsland wordt relatief veel gerookt, valt ons op. Een snelle check op internet ‘s avonds op de kamer levert dat Duitsland op de derde plek (na Bulgarije en Griekenland) staat qua aantal rokers in de EU. Onderstaande is wel een zuur voorbeeld van hoe het niet zou moeten:

Kun je op weg naar de Sportplatz nog even een pakje scoren..

De middeleeuwse plaatsjes aan de Rijn waar we doorheen fietsen zijn werkelijk prachtig: Sankt Goar, Oberwesel, Bacharach. Kleine straatjes met vakwerkhuisjes, vaak eeuwen oud.

Hoe het dan zit met de mate van isolatie van dit soort eeuwenoude huizen is weer van een totaal andere orde..

Onze overnachtingen boeken we inmiddels wat dagen vooruit. De hotels in Duitsland zijn niet goedkoop (zeker niet gegeven het vroege voorjaar). We bedienen ons van Booking, AirBnB, Warmshowers en – inmiddels niet meer – Vrienden op de Fiets. Allemaal hebben ze hun voors en tegens. Onderweg worden we, met onze bepakking, redelijk vaak gevraagd waar we vandaan komen en heen gaan. De bepakking suggereert dat we onderweg kamperen, wat we (nu nog) niet doen, maar dat hoeven ze allemaal niet te weten.

We nemen afscheid van de Rijn en ruilen die in voor de Main. Inmiddels hebben we het windje in de rug – dat hadden we ook wel verdiend, vinden we zelf.

Vanaf hier volgen er de Main ipv de Rijn. Een totáál andere ervaring..

Fietsend langs de Main komt er naast Nan een Duitse dame fietsen die een stuk met ons opfietst. De suggestie dat ze met haar man ook naar Istanbul zou kunnen fietsen stuit op gierend gelach. We vermoeden dat ze toch wat ideeën heeft opgedaan (arme man).

Wanneer we Frankfurt naderen fietsen we kris-kras onder enorme wegenkruispunten. We komen in de buurt van een grote stad, dat is duidelijk. Ons hotelletje in west Frankfurt is nagelnieuw. Het afdekplakband voor de schilders is hier en daar nog blijven zitten. Na de metro in Düsseldorf zijn we iets sneller bij de kaartautomaten en de Duitse logica van de OV-kaarten en verbindingen. Toch kopen we per ongeluk drie i.p.v. twee kaartjes. Het derde kaartje kunnen we tegen gereduceerd tarief verpatsen aan een man die er blij mee leek.

Tja, wat is er nou bekend van Frankfurt? Zou Christine nog aan het werk zijn in die kamer rechtsboven?
We sliepen zo’n beetje op het spoor, maar hadden er, dankzij de geweldige isolatie, geen last van. Dit was ons uitzicht, ‘s avonds

Frankfurt in komen is één ding, maar eruit? Maar het valt mee. We kiezen een makkelijke weg, oa via het Hauptbahnhof, één van de andere elementen – naast de ECB – dat bekend is.

Zodra we de Main weer over zijn, vliegen we zo’n 20 km vooruit met de wind recht in de rug onder de zon. Dat is de fietsersparadox: je wilt wat moeite doen om te reizen met de fiets maar als het vervolgens makkelijk gaat, is het heerlijk.

De skyline bij vertrek uit Frankfurt

In Aschaffenburg staat, wanneer we langs de Main binnenfietsen, een monstrueus groot kasteel.

Het slot Johannesburg (foto van encyclopedia brittanica), dat wel indrukwekkend groot is als je aan komt fietsen

Het is na de eerste euforie van de wind mee en het zonnetje aanmerkelijk minder goed weer geworden, zeg maar pisweer. Niet continue regen, maar af en toe een irritant buitje. De Main maakt hier bochten, dus dan hebben we soms de wind schuin mee, dan weer tegen. We eindigen in een AirBnB in Kleinwallstadt.

Tot nu toe gaat de fietsreis voorspoedig. We zitten op 635 km en op ‘schema’. Het weer kan beter maar zeker ook slechter. We hebben het erg naar ons zin, hebben het samen goed en zijn inmiddels aardig fit. Nog niet echt geklommen, maar wel wat kleine plaagstootjes doorstaan. Hier in Duitsland is het verder niet ‘spectaculair’, het is een beetje de opmaat naar meer: Slowakije, Hongarije and beyond. We kijken er halsreikend naar uit.

Bij Miltenberg zullen we de Main verlaten en schuin afsteken richting de Tauber. Weer een afscheid.

Zon, wind en regen

19 – 21 april 2023: Er was vandaag mooi weer voorspeld. We fietsen verder langs de Rijn na Düsseldorf uitgeworsteld te zijn. Het is over het algemeen voor de fietsers goed geregeld in Duitsland, maar niet altijd duidelijk waar je moet / mag fietsen. Soms op de weg, soms op de stoep.

Een paar km verderop raken we aan de praat met een man die van oorsprong Italiaan bleek te zijn en meer dan 50 jaar bij chemiereus Bayer gewerkt had. Hij had inmiddels een goed pensioen (hij ontving meer dan 3000 euro per maand voor wie het weten wil), en hoefde nóóit meer terug naar Italië. We probeerden wat specifieke vragen te stellen, maar wanneer hij praatte – wat vaak was – hield hij zijn hand bij wijze van stopgebaar omhoog. De Duitse werkgever en staat zorgen goed voor hun werknemers, was onze conclusie.

Wanneer we Keulen naderen, fietsen we kilometers lang langs het enorme Ford-terrein. Indrukwekkend hoeveel auto’s op het personeelsparkeerterrein staan, laat staan hoeveel auto’s uit de fabrieken komen. Langs de omboomde fietspaden komt het prille voorjaarsgroen tevoorschijn. We zullen ons waarschijnlijk het wisselvallige weer en de ontluikende lente ons over een paar weken niet meer kunnen voorstellen als we door de hete balkan trappen.

Een paar Amerikaanse dames (Oh no, sorry. We don’t speak German) zijn bereid om een foto van ons te nemen:

Aan de Rijnover mét Keulse dom op de achtergrond

In Keulen is het al een voorjaarsdrukte van jewelste. Het gebied rond de dom is buzzing with people.

We staan voor een rood stoplicht met een bosje fietsers. We blijven braaf met alle Duitsers staan wachten maar het licht blijft idioot lang rood terwijl er geen auto te bekennen is. Een aantal besluit dan maar over te steken (wij natuurlijk ook, we zaten in de voorhoede). Een Duitse dame die blijft wachten roept: Aber es ist rot! Misschien staat ze er nog.

Onze AirBnB is een poepedoele-zooitje. Het huis staat zwaar in de steigers, en we vragen ons af of we wel goed zijn (check, check, ja we zijn goed). Honden staan achter een gammel hek te blaffen (het waren vriendelijke Duitse staanders). Na een paar keer roepen komt een jong meisje aan de voordeur die haar moeder haalt. We worden geleid naar het sousterrain. Mwoah. De tuin is een kolerezooi, maar in het zonnetje is het goed toeven:

Dat witte ding daarachter is een zwembad, geloof ik..

Het is de volgende dagen wisselvallig. Jasje aan, jasje uit. De wind komt nu steeds vaker uit het oosten. Op de momenten waarop we pal langs de Rijn fietsen is het soms ploegen tegen de wind in. Grote afstanden leggen we niet af. Gelukkig hebben we de tijd.

In Bad Breisig vinden we een fantastische Ferienwohnung. Het is een slechte dag. We hebben redelijk veel regen gehad en wind tegen. Geen fijne combi. De zeer schone, luxe en ietwat popperige kamer is een cadeautje aan het einde van de dag. De gastheer en -vrouw gaan ‘s avonds weg en vertrouwen ons hun huisraad toe. Wat een vertrouwen. Met matig weer vertrekken we de volgende dag.

Het ziet er bar slecht uit, maar het wordt prachtig najaarsweer in de loop van de dag!

Het weer klaart op. De omgeving wordt heuvelachtiger. Hier en daar duikt een wijngaard tegen een heuvelrug op. Er verschijnen wijnkastelen. Door knalgele koolzaadvelden fietsen we naar Andernach waar Der Alte Krahn staat.

Nan raast voort
Aan de linkerkant staan wat bordjes met hoge waterstanden. Indrukwekkend hoog (allemaal de laatste decennia natuurlijk)

In Koblenz (het is inmiddels stralend weer geworden) vragen we een stel om een foto van ons te nemen. De man neemt mijn iPhone in ontvangst, bestudeert het object en kijkt vertwijfeld. Nan zegt tegen me dat ze anderstalig zijn en gelukkig, dat begrijpen ze! Het blijken Hollanders.

Na wat pogingen staan we erop met fort Ehrenbreitstein op de achtergrond

In Boppard steken we de Rijn met een pontje over naar ons AirBnB-adres. Bijzondere plek weer!

We gaan ons ‘s beraden op volgende overnachtingsplekken. Binnen niet al te lange tijd gaan we van de Rijn af en volgen we de Main. Spanning en sensatie!

Koud weer maar warm showers!

16 april 2023 Het was koud en grijs toen we vertrokken. De route was langs de Waal maar RWS vond het nodig de dijken op te hogen, dus moesten we door het ‘binnenland’ naar Nijmegen. Leuke stad is dat toch. Inmiddels is het stukje na Nijmegen via de Ooijpolder ons redelijk bekend van eerdere fietsreizen. Het ziet er niet gezellig uit maar het was leuk hoor!

Via Millingen fietsen we Duitsland in langs de Rijn. De wind blijft redelijk fris en flappert een beetje uit het noord-oosten met als climax een paar spettertjes in Emmerich waar ons hotel is. Naïef hadden we gedacht dat we misschien een glimp vd Rijn vanuit onze kamer zouden zien, maar we moesten het doen met een binnenplaats met duiven (die bovendien ons broodje ei hadden opgevreten omdat we die bij wijze van koelkast op de brandtrap hadden gelegd. Net Amsterdamse duiven). Ik (Jan) had me verheugd op een kopje koffie op de kamer, maar had eerst de handleiding op internet nodig en toen tot overmaat ook nog een filmpje op YouTube om er koffie uit te krijgen. We worden oud..

17 april 2023: Na een ontbijt bij Turkse (toeval) een uitbater die net was begonnen en z’n menu dmv foto’s op zijn smartphone aan ons toonde, gingen we op weg naar Annette en Godehard – een Duits stel in Orsoy (spreek uit Oerzou) dat we opgesnord hadden via Warmshowers.

De stadspoort van Xanten met een pittoreske bouwkraan op de achtergrond

Via Appeldorn (waarom heet dat geen Apfeldorn?) en het leuke plaatsje Xanten komen we aan bij onze hosts. Bijzonder dat mensen een slaapplaats beschikbaar stellen, heel gastvrij. Vaak (meestal) zijn het ook reizigers die meer van hun gasten willen weten. Vice versa willen wij meer van Duitsers weten.

Onze logeerplaats blijkt een leuke oude (niet te zien van buiten) woning te zijn; een oude smederij vertelde de gastheer ons. We hadden ingrediënten voor een simpele avondmaaltijd meegenomen maar Annette had al een ovenschotel voor ons gekookt. Heel aardig!

We komen tijdens het eten wat over elkaar te weten. Omdat we door tien landen reizen, willen we proberen een ‘beeld’ op te tekenen van de veranderende landsaard. Dat doen we (dank je, Frans) door in elk land naar de mening over de vorige en volgende buren te vragen. We waren daarom nu met name benieuwd wat de Duitsers van hun buren (Nederlanders en Oostenrijkers) vonden. Het kwam misschien erop neer dat de Nederlanders wat meer losjes zijn en de Oostenrijkers het omgekeerde (ellenlange, gezwollen titels zouden typisch Oostenrijks zijn).

Dit was onze kamergenoot die niet te beroerd was mijn t-shirt vast te houden. ‘s Nachts had ze naar me gezwaaid, maar Nan gelooft me niet
Ons logeeradres in Orsoy

18 april 2023: Ook nog verwend met een heerlijk ontbijtje stappen we in de kou – het is 8° en het waait als we vertrekken – op naar Düsseldorf. In de loop van de dag piept het zonnetje er doorheen, wat alles weer wat angenämer macht. Het gebied ten noorden van Düsseldorf is erg industrieel. Dat vind ik nog wel interessant, maar Nan minder.

In Düsseldorf moeten we ons weer een beetje inhouden bij rode stoplichten (oh ja, daar stoppen Duitsers voor, heel vreemd). Bij het hotel aangekomen is er natuurlijk geen personeel (stel je voor), dus we kunnen niet vragen waar we onze fietsen kunnen stallen. Binnen blijkt het eerst trapje op te zijn, zware deur, trapje weer naar neer, weer zware deur. Lastig om twee fietsen met spullen overheen te sjouwen. Maar het blijkt makkelijker te zijn dan we dachten:

Zo

Einde middag nog even de Altstadt in geweest met de metro. Het lukte ons niet om met een of andere betaalkaart te betalen, dus maar met een flapje gedaan. De metro van Düsseldorf is trouwens werkelijk smetteloos!

De Rijnpromenade
Smet-te-loze metro

Morgen richting Keulen, waarschijnlijk een beetje verder.

De kop is eraf!

Vandaag zijn we vertrokken voor onze grote fietsreis naar Istanbul samen. Onze meiden en Wout zwaaiden ons uit, tezamen met wat buurtjes en buurtkindertjes. Erg gezellig.

Het uitzwaai-comité

Al meer dan een week lang hebben we geloerd naar het weerbericht. Dat heeft zich de ‘goede’ kant op ontwikkeld: van uitgesproken zeikweer dat een week geleden was voorspeld, naar een zonnetje met een wolkje nu. Redelijk harde wind uit het noorden, maar het bleef droog.

Na een eerste koffiestop bij Bernadette in Utrecht volgen de Limes-route. Dat staat zo nu en dan op een bordje aangegeven, maar daar moeten we het niet echt van hebben: de moderne techniek navigeert ons naar Turkije.

Je moet er je bril bij opzetten, maar toch leuk, zo’n Limes-bordje

Bij Wijk bij Duurstede steken we de Lek over en fietsen we langs de Nederrijn en dat valt, met de koude noorderwind, niet helemaal mee (helemaal niet als met mensen nóg ouder dan wij, rechtop zittend ons quasi-nonchalant passeren op hun zoemende e-bikes).

Langs fruitbomen met prille bloesem fietsen we door dorpjes met hele grote kerken. Het is inmiddels best koud geworden, het zonnetje heeft er de brui aan gegeven. Bij Ochten- onze eerste overnachtingsplek – vrezen we voor vroegtijdig gesloten supermarkten, maar de Aldi verblijdt ons met openingstijden tot 20:00. Een beetje afgekoeld onze maaltijdsalade lekker opgepeuzeld in onze B&B. Saturday night fever.

De lucht is inmiddels wat grijzer. Het is een leuke B&B met hoog plafond en een goeie gaskachel!

We hebben er enorm veel zin in. Het is een reis dwars door Europa. Negen (of tien, als we besluiten ook een stukje Roemenië mee te pikken) vreemde landen zullen we doorkruisen. In sommige zullen we heel kort blijven (b.v Slowakije en Griekenland), in andere langer. Wat zal ons opvallen aan de landen, de mensen? Hoe verandert de cultuur van westers naar oost-Europees? Diepzinnige gesprekken zullen het niet worden: vanaf Wenen zal het taalkundig behelpen worden. Maar ‘Google is our best friend‘: we hebben de Slavische talen in Google translate gezet. Dan kun je toch nog aardig met elkaar ‘babbelen’.

Zo nu en dan zullen we een stukje schrijven (beetje vaag, dan kunnen we nog alle kanten op 😉

SALVADOR!!

Laatste blog (tenminste, van deze reis)

8 dec 2019: Het ontbijt was zéér uitgebreid en werd geserveerd op het terras met uitzicht op Salvador.

e1075d63-22d2-4659-81a9-087860235e5c

Het ontbijt in verregaande staat van consumptie. Aan de horizon Salvador.

Er werd op straat verderop ook flink door de politie (welke dan ook. Deze heette PETO) gesurveilleerd. Goed bewapend, tot en met een automatisch geweer. Zo’n schattig kustplaatsje is het kennelijk niet altijd..

Een beetje heimelijk gefotografeerd

Gek genoeg regende het vanmorgen. De zon piepte ook een beetje door de wolken heen, dus het was wat halfbakken. Maar het deerde allemaal niet. Ik had de zondag heel voldaan, misschien wel gelukzalig rondgehangen in Vera Cruz. Het is een klein stadje, dus na wat straatjes doorgelopen te hebben had ik het meeste wel gezien. Het was warm, ook te warm voor het strand (bovendien ben ik niet zo’n strandhanger). 

D28FFF7B-5222-48E2-BA1A-7C7FAF6CDDFB_1_201_a

Een bijna overdekt strand. Iedereen op een stoel achter een tafeltje

Af en toe gezeten op een terrasje, beetje rondgekeken, mensen geobserveerd, in m’n hangmat gelezen, op mijn mobiel gehangen, aan m’n snor gefrummeld..

Ik had even geïnformeerd of ik ook vanuit hier het pendelbootje naar Salvador kon nemen. Dat kon, maar niet met fiets. Dan is dat ook weer duidelijk. Dat werd morgen de volle 7km naar Bom Despacho fietsen.

9 dec 2019: Laatste fietsdag! Hoewel,’fietsdag’, het was 7km naar Bom Despacho. ’s Morgens raakte ik aan de praat (in het Engels! Ze was Braziliaanse) met de vrouw die vaste bezoeker van het hotel-restaurant leek. Ze vroeg waar ik vandaan kwam enz. Ze had een stevige baby op haar arm. De hotelier, die naast een Française zat waarvan ik dacht dat het zijn vrouw was, kwam er ook bijstaan en pakte de baby over. Ik dacht dat de Braziliaanse vrouw zijn dochter uit een eerder huwelijk was. Ik vroeg hem of het zijn kleinzoon was. Oeps, het was zijn zoon. Daarentegen lag de vergissing voor de hand want zij was veel jonger dan hij, Louis, die zo’n beetje van mijn leeftijd was (dacht ik). Ik voelde dan ook geen behoefte me te verontschuldigen, hij had het waarschijnlijk meer meegemaakt. De Française waar hij naast zat was zijn moeder (dát zou pas gênant zijn geweest als ik gevraagd zou hebben of zij zijn vrouw was!)

We raakten wat aan de praat. Hij was 20 jaar terug hierheen gekomen. Hij was zat van Frankrijk en de Fransen (een soort pre-geel hesjesgeval). Zo’n 7 jaar terug had ie dit hotel-restaurant gekocht. De zaken gingen niet goed meer, zei hij. Brazilianen besteedden minder, de kosten liepen op en meer van die ellende. Het hotel-restaurant stond stiekem te koop, vertrouwde hij me toe. De pousada bracht nog wat geld in het laatje dus ik hoefde me niet schuldig te voelen.

Mij viel op dat het een prachtige boulevard was waar zó veel van te maken viel, leek mij. Maar niemand wilde investeren vertelde hij. Zijn hoop was nog een beetje gevestigd op de brug tussen het eiland en Salvador waar al 10 jaar over gesteggeld werd, een soort Noord-Zuidlijn.

Louis met zijn uit de kluiten gewassen baby van 7 maanden

Bom Despacho was een rommelig havenplaatsje dat eigenlijk alleen een haventje had.

Zicht vanaf de cockpit..

Ik kocht een kaartje voor de ferry naar Salvador (pakweg €1,75 voor een uur varen) en hobbelde een beetje achter de auto’s aan. Leuk weer, met een bootje naar de stad!

Wachtende dames op het autodek

Het was een oude verroeste schuit. Aan boord waren er gelicentieerde verkopers van versnaperingen maar ook van attributen voor mobiele telefoons die hun waar luid schreeuwend als marktkooplui aanprezen. 

Verderop zat een blinde accordeonist tussen het publiek die zelf ook meezong. Een dolle boel. Dat zie ik allemaal niet zo snel gebeuren op de Teso-boot naar Texel!

img_4161

De Skyline van Salvador!

In Salvador had AM een toeristische route met een funiculaire uitgezet. Het was een Google mapskaart dus ik moest m’n blauwe puntje op het blauwe lijntje zien te houden, af en toe de kaart op mijn telefoon een stukje opschuiven. Het verkeer was lastig waar er wegopbrekingen waren. De automobilisten zitten op hun mobieltje en zijn bovendien geen fietsers gewend. De bussen drukken je gewoonweg van de weg af (maar hebben het niet door, denk ik).

Het was een prachtige route door Salvador! Heb in een uur veel bezienswaardigheden gezien!

Forte São Diogo

Geen rode loper maar het scheelt niet veel. Het fietspad dat rood geschilderd werd.Het laatste stukje was inderdaad klimmen. De laatste peentjes zweette ik onderaan Rua Tupinambás.

Er was maar één flatblok met een Nederlandse vlag met: Paramaribo – Salvador dus echt te zoeken hoefde ik niet

Ik moest een beetje bukken anders gooide ik een slagschaduw op AM en de vlag moest natuurlijk ook in beeld – dat valt allemaal nog niet mee met die selfies

Ik had het volbracht!! Een dikke 4100km door Zuid-Amerika.

’s Avonds zijn we in de buurt met wat vrienden van AM wat gaan eten en drinken.

Het is echt ontzettend goed gegaan. Geen ziekte, ellende, pech of ander onheil meegemaakt. Niets!

Ik ben voldaan, op momenten gelukzalig en ook wel trots dat ik dit gedaan heb. Ik kan er nog niet over uit.. Ik heb vooraf wel eens gedacht: is deze onderneming niet te hoog gegrepen voor me? Overschat ik mezelf niet? Is het niet te gek? Dat is gelukkig niet gebleken.

En hoe heb ik me gevoeld? De eerste weken ‘in awe’, zoals de Amerikanen zeggen. Ik was volledig opgeladen voor deze reis na er zo lang naar uitgekeken te hebben. Verdoofd van de indrukken, omgeving, natuur, en mensen. Pakweg halverwege overviel me kort een dipgevoel. De monotone dorpen, troep, eindeloze wegen, gebrek aan communicatie en dorre landschappen. Zou dit zo blijven? Maar ik werd dagelijks weer blij van de opgewekte, vriendelijke Brazilianen. De handjes omhoog, de ‘hóppa’s’, de toetertjes, zwaaitjes, interesse en het contact. Dat compenseerde de soms eentonige dorpen, stadjes en landschappen.

Ik vond alle reacties op dit blog erg leuk. Bedankt allemaal daarvoor! Als je alleen door Zuid-Amerika ploegt op je fietsje, je beperkt kunt communiceren, dan is deze vorm van aanspraak op prijs gesteld!

Ik heb voorlopig geen plannen voor een volgende grote reis. Deze maar eerst ’s flink herkauwen..