8-11 mei 2023: Zoals dat gaat met grote steden: langzaam maar zeker wordt het steeds een beetje drukker. Het manoeuvreren door het verkeer in Wenen is lastig. De Weners hebben weliswaar hun best gedaan met de fietspaden, maar die kunnen er ook zo weer mee ophouden. Je tussen de auto’s storten is dan vaak weer teveel van het goede.

Wenen is een indrukwekkende stad. Een chique stad. Ruim opgezet met brede boulevards en met chique panden in Parijse stijl. We komen vroeg aan, checken in en nemen ‘s middags ‘vrij’. Met de tram gaan we downtown.
Het is allemaal bijna teveel om te bevatten (we lopen langs het raadhuis, Burgtheater, parlementsgebouw, natuurhistorisch & oudheidkundig museum, bibliotheek, Heldenplatz, Sissi-museum, Stephansdom, staatsoperagebouw).
We vallen (op 8 mei) met onze neuzen in de boter op der Tag der bedingungslosen Kapitulation der Wehrmacht waarmee het einde van de 2e WO wordt bedoeld. De gevallenen worden herdacht. Een militaire ceremonie voltrekt zich nét als wij de Heldenplatz oversteken.

De volgende ochtend spijbelen we gewoon door en gaan we langs het slot Belvédère. We lopen met onze fietsen aan de hand over het terrein en worden letterlijk teruggefloten. Een man met een schril fluitje trekt onze aandacht, luid en duidelijk. Een veldwachtersfluitje. We moeten met de fietsen van het terrein af. Schoolpleinachtige taferelen.
Leuk in Oostenrijk is de koffiecultuur die stamt uit de tijd dat de Turken (ongewenst) over de vloer kwamen. Ook de Oostenrijkers serveren er nog steeds een glaasje water bij. Wel duur allemaal, die koffie hier in Oostenrijk.
We verlaten Wenen en fietsen ploegend tegen de wind in naar het oosten. In Bruck an der Leitha checken we in het hotel bij een grumpy old man. Hij voltrekt de incheckceremonie met tegenzin maar ontdooit later wat. Hij vraagt waar we vandaan komen, enz. Daarna vraagt ie (bijzonder!) hoe wij in NL aan onze energie komen. Al snel na het horen van het woord ‘gas’ komt de aap uit de mouw: hij heeft als Direktor vroeger pijplijnen gelegd in oa Rusland. Hij fulmineert op het Europese sanctiebeleid tegen Rusland, wachtend op een reactie. Zijn tongval verraadde een niet-Oostenrijkse, Slavische achtergrond (hij liet veel lidwoorden achterwege) maar hij antwoordt ontwijkend op de vraag waar ie oorspronkelijk vandaan komt. Ouwe Sovietrus die zich verbijt..
De wind gaat nog niet liggen als we het laatste stuk Oostenrijk aanbreken richting Bratislava. In de verte doemt de Heidentor op, een Romeinse triomfboog. Terwijl we het gebeuren bekijken stopt er een busje met Chinezen. Ze bekijken het bouwwerk niet maar fotograferen elkaar in allerlei standen. Daarna snellen ze terug naar de bus en stuiven ze weg. Voorbeeld van It is Wednesday so this must be the Heidentor.

Opwindend om weer een nieuw land te naderen: Slowakije, vreemd land nummer 3.


De check-in bij ons hotel in Bratislava is belachelijk geautomatiseerd. QR-codes, online formulieren, gezichtsherkenning, chatbots, you name it. We bellen voor hulp (zó 2022). Na een uur treden we onze kamer binnen, geholpen door een meisje op wier gezicht te lezen viel: boomers.

Bratislava is een leuke stad. Niet zo groot. Een gezellig oud centrum, levendig, sfeervol. Er wordt druk gemoderniseerd. Weinig doet nog denken aan oostbloktijden.
De mensen zijn modern: kleding, earbuds, elektrische stepjes, jongemannen met baarden, jongens en meiden met tattoos. En natuurlijk overal mobiele telefoons, ook in Bratislava.
De volgende dag zijn we snel de stad uit over de Donau. Het is zonnig. Nog steeds dezelfde bries maar het eerste stuk langs de Donau is luw.
Een kleine 20km zijn we verwijderd van de Hongaarse grens, wéér een ‘nieuw’ land, het is bijna niet bij te houden. Als we bij de grens staan, zien we – jawel! – een bordje in de kleuren van de Hongaarse vlag met een volstrekt onbegrijpelijk woord eronder. Er blijkt ‘staatsgrens’ te staan. Hoera! Een argeloos fietsend stel houden we aan met het vriendelijke verzoek – het woord ‘foto’, een gekromde wijsvinger en een vriendelijke lach volstaan – ons vast te leggen. De man (met haveloos gebit maar dat is totáál niet relevant) weet raad met de iPhone.
We zijn het bijna verleerd: rekenen met andere valuta. Er zitten maar liefst (bijna) 400 Hongaarse Forinten in een Euro. We trekken er flink wat uit de muur in het eerste Hongaarse plaatsje over de grens: Rajka.
We zijn fervent gebruikers van de weerapps. Allemaal tonen ze een flinke regendag morgen (vrijdag 12 mei). We besluiten in een hotel in Mosonmagyaróvár te crashen om de vrijdag door te komen: wasjes doen, lezen, lummelen en al wat dies meer zij. Daarna (waarschijnlijk zaterdag) door naar Györ.


















































































